rijk/amvb/besluit-vergoeding-staatsraden-in-buitengewone-dienst/BWBR0002823
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit vergoeding staatsraden in buitengewone dienst BWBR0002823 AMvB geldend 1971-05-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002823 Besluit vergoeding staatsraden in buitengewone dienst

Besluit vergoeding staatsraden in buitengewone dienst

Artikel 1

De vergoeding voor de staatsraden in buitengewone dienst bedraagt € 414 voor elke vergadering van de Raad van State of van een van zijn afdelingen, die zij als zodanig bijwonen, met dien verstande, dat vergaderingen, op dezelfde dag gehouden, als één vergadering worden beschouwd.

Artikel 2

Bij toepassing van artikel 1 ten aanzien van staatsraden in buitengewone dienst, die een hoofdfunctie vervullen, waaraan een bezoldiging uit een openbare kas of uit een van overheidswege gesubsidieerde kas is verbonden, welke lager is dan het bedrag, dat wordt gevonden door de bezoldiging, welke een lid van de Raad van State ingevolge de artikelen 1, eerste lid en 2, eerste lid van de Wet van 11 september 1964 (Stb. 387), per maand kan genieten, met tien procent te verhogen, bedraagt de vergoeding per maand niet meer dan het verschil tussen evenbedoeld bedrag en de bezoldiging in de hoofdfunctie.

Artikel 3

In bijzondere gevallen kan Onze Minister van Binnenlandse Zaken, indien toepassing van de artikelen 1 en 2 niet leidt tot een redelijke uitkomst, na overleg met Onze Minister van Financiën, een hogere vergoeding vaststellen.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na die waarop het in het Staatsblad is geplaatst, en werkt terug tot 1 mei 1971.