rijk/amvb/besluit-verstrekking-gegevens-telecommunicatie/BWBR0011123
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit verstrekking gegevens telecommunicatie BWBR0011123 AMvB geldend 2000-02-16 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011123 Besluit verstrekking gegevens telecommunicatie

Besluit verstrekking gegevens telecommunicatie

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. wet: Telecommunicatiewet; b. b. informatiepunt: het Centraal informatiepunt onderzoek telecommunicatie, bedoeld in artikel 2; c. c. aanbieder: de aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst; d. d. bevoegde autoriteit:

      1°.
      de rechter-commissaris in strafzaken, de officier van justitie, de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, of het hoofd van een opsporingsdienst, dan wel de door de korpschef voor zijn korps of door het hoofd voor zijn dienst aangewezen opsporingsambtenaar,
    
    
      2°.
      het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, of de door hem aangewezen ambtenaar,
    
    
      3°.
      het hoofd van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, of de door hem aangewezen ambtenaar;

1°. 1°. de rechter-commissaris in strafzaken, de officier van justitie, de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, of het hoofd van een opsporingsdienst, dan wel de door de korpschef voor zijn korps of door het hoofd voor zijn dienst aangewezen opsporingsambtenaar, 2°. 2°. het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, of de door hem aangewezen ambtenaar, 3°. 3°. het hoofd van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, of de door hem aangewezen ambtenaar; e. e. informatie: de informatie, bedoeld in artikel 13.4, tweede lid, van de wet, voor zover deze informatie geen betrekking heeft op een ander nummer dan het aansluitnummer voor vaste of mobiele openbare telefoonnetwerken, en geen betrekking heeft op een ander nummer dan de inlognaam of gebruikersnaam, een e-mail adres, identificatienummers van eindapparaten of een toegewezen Internet-protocol-nummer voor openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten die uitsluitend bestaan in de verlening van toegang tot Internet of de door middel van Internet te leveren of te verrichten diensten; f. f. gebruiker: de natuurlijke of rechtspersoon die met de aanbieder een overeenkomst is aangegaan met betrekking tot het gebruik van een netwerk of de levering van een openbare telecommunicatiedienst, alsmede de natuurlijke of rechtspersoon die daadwerkelijk gebruik maakt van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst; g. g. aansluitnummer:

      1°.
      bij vaste openbare telefoonnetwerken: het bij een netwerkaansluitpunt behorende nummer;
    
    
      2°.
      bij mobiele openbare telefoonnetwerken: het Mobile Station Integrated Systems Digital Network Number;
    
    
      3°.
      bij spraakcommunicatiediensten: het bij een netwerkaansluitpunt behorende nummer dan wel het Mobile Station Integrated Systems Digital Netwerk Number.

1°. 1°. bij vaste openbare telefoonnetwerken: het bij een netwerkaansluitpunt behorende nummer; 2°. 2°. bij mobiele openbare telefoonnetwerken: het Mobile Station Integrated Systems Digital Network Number; 3°. 3°. bij spraakcommunicatiediensten: het bij een netwerkaansluitpunt behorende nummer dan wel het Mobile Station Integrated Systems Digital Netwerk Number.

Artikel 2

Onze Minister van Justitie en Veiligheid is belast met het langs geautomatiseerde weg doorgeleiden van verzoeken om en verstrekkingen van informatie. Hij voert deze taak uit door middel van het Centraal informatiepunt onderzoek telecommunicatie.

Artikel 3

1. Het informatiepunt, de bevoegde autoriteit en de aanbieder treffen ieder de technische voorzieningen die nodig zijn teneinde uitvoering te geven aan het tweede, derde en vierde lid. De technische voorzieningen voldoen aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 4 en 5 en aan de specificaties die zijn opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

2. De bevoegde autoriteit verzoekt om verstrekking van informatie die is opgenomen in het bestand, bedoeld in artikel 4, door tussenkomst van het informatiepunt. De bevoegde autoriteit doet het verzoek langs geautomatiseerde weg.

3. De aanbieder verstrekt de informatie door tussenkomst van het informatiepunt. Daartoe verleent de aanbieder het informatiepunt langs geautomatiseerde weg gedurende 24 uur per dag rechtstreekse toegang tot de bestanden, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid.

4. Het informatiepunt vergelijkt langs geautomatiseerde weg de gegevens waarop het verzoek betrekking heeft met de gegevens in de bestanden, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid. Wanneer de gegevens waarop het verzoek betrekking heeft aanwezig zijn in de bestanden, worden deze langs geautomatiseerde weg door het informatiepunt doorgeleid aan de bevoegde autoriteit.

5. Op verzoek van de bevoegde autoriteit voorziet de aanbieder zonder tussenkomst van het informatiepunt in correctie van of toelichting op de gegevens, bedoeld in het vierde lid, tweede volzin.

6. Een aanbieder en het informatiepunt komen overeen dat het informatiepunt optreedt als verwerker van de bestanden, bedoeld in artikel 4, indien de apparatuur waarin de bestanden zijn opgeslagen in beheer is bij het informatiepunt.

Artikel 4

1.

De aanbieder van vaste openbare telefoonnetwerken dan wel van mobiele openbare telefoonnetwerken of van spraakcommunicatiediensten, beschikt over een bestand waarin de volgende gegevens zijn opgenomen van de personen die gebruik maken van een dienst of netwerk van de aanbieder:

a. a. de naam, het adres met nummer en eventuele toevoegingen, de postcode en de woonplaats; b. b. de telecommunicatiedienst die wordt afgenomen en, c. c. het aansluitnummer dat, onderscheidenlijk de aansluitnummers die, aan een gebruiker zijn verleend; d. d. de naam van de aanbieder van het vaste openbare telefoonnetwerk of het mobiele openbare telefoonnetwerk met behulp waarvan de aanbieder van spraakcommunicatiediensten de diensten aan de gebruiker heeft verleend.

2.

De aanbieder van openbare telecommunicatienetwerken of van openbare telecommunicatiediensten die uitsluitend bestaan in de verlening van toegang tot Internet en de door middel van Internet te leveren of te verrichten diensten beschikt over een bestand waarin de volgende gegevens zijn opgenomen van de gebruikers van een netwerk of dienst van de aanbieder:

a. a. de naam, het adres met nummer en eventuele toevoegingen, de postcode en de woonplaats, b. b. de telecommunicatiedienst die wordt afgenomen, waaronder mede wordt verstaan de soort verbinding, c. c. de gebruikersnaam, de inlognaam en de e-mail adressen van een gebruiker, de identificatienummers van randapparaten van een gebruiker, en de Internet-protocol-nummers die op het tijdstip, waarop de gegevens van het bestand worden geactualiseerd, aan een gebruiker zijn toegekend voor de verlening van toegang tot Internet of de door middel van Internet te leveren of te verrichten diensten, en d. d. de naam van de aanbieder van het openbare telecommunicatienetwerk met behulp waarvan de aanbieder van de openbare telecommunicatiedienst de diensten aan de gebruiker heeft verleend.

3. De aanbieder actualiseert de gegevens in het bestand, bedoeld in het eerste respectievelijk het tweede lid, ten minste iedere 24 uur, door een aanpassing van de gegevens aan de meest actuele gegevens die hij gebruikt voor zijn bedrijfsvoering.

Artikel 5

1. Een verzoek van de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, tweede lid, kan slechts in het systeem worden ingevoerd door een door Onze Minister van Justitie en Veiligheid geautoriseerde ambtenaar die daartoe gebruik maakt van een hem toegekende toegangscode.

2. De technische voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, zijn alleen toegankelijk voor personen die door Onze Minister van Justitie en Veiligheid zijn geautoriseerd.

3. De vergelijking en doorgeleiding, bedoeld in artikel 3, vierde lid, kan 24 uur per dag plaatsvinden.

4.

Bij de toegang, bedoeld in artikel 3, derde lid, tot de bestanden, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, en de vergelijking en doorgeleiding, bedoeld in artikel 3, vierde lid, worden:

a. a. geen gegevens betreffende de bevoegde autoriteit, de inhoud van het verzoek en de beantwoording van het verzoek aan de aanbieder bekend, b. b. geen gegevens van de aanbieder bekend aan anderen dan het informatiepunt of de bevoegde autoriteit, c. c. aan het informatiepunt of de bevoegde autoriteit geen andere gegevens bekend dan die welke ingevolge artikel 4, eerste en tweede lid, zijn opgenomen in de in die artikelleden bedoelde bestanden.

5. De vergelijking, bedoeld in artikel 3, vierde lid, vindt slechts plaats aan de hand van een in het verzoek opgenomen gegeven betreffende naam, adres, postcode, huisnummer, nummertoevoeging of nummer.

6. De doorgeleiding, bedoeld in artikel 3, vierde lid, betreft slechts de gegevens waarop het verzoek zich richt.

Artikel 6

Bij regeling van Onze Minister van Justitie en Veiligheid kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de werkwijze van het informatiepunt.

Artikel 7

1. Onze Minister van Justitie en Veiligheid draagt er zorg voor dat het informatiepunt voor elke informatieverstrekking een kenmerk vastlegt aan de hand waarvan kan worden herleid door welke aanbieder, aan welke bevoegde autoriteit en op welke rechtsgrondslag informatie is verstrekt. De vastlegging wordt gedurende drie jaren bewaard.

2. Onze Minister van Justitie en Veiligheid draagt er zorg voor dat het informatiepunt geen gegevens opslaat als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, tenzij de gegevens worden opgeslagen onder verantwoordelijkheid van de aanbieder op basis van een overeenkomst als bedoeld in artikel 3, zesde lid. De vastlegging, bedoeld in het eerste lid, vindt op zodanige wijze plaats dat daarin geen gegevens worden opgenomen die herleidbaar zijn tot personen op wie een verzoek om informatie betrekking heeft.

Artikel 8

1.

Onze Minister van Justitie en Veiligheid stelt jaarlijks een verslag op waarin voor wat betreft de opsporing van strafbare feiten melding wordt gemaakt van het aantal malen waarin door tussenkomst van het informatiepunt aan een bevoegde autoriteit informatie is verstrekt. Deze vermelding is in ieder geval uitgesplitst naar:

a. a. de rechtsgrondslag van het verzoek van de bevoegde autoriteit, b. b. de arrondissementsparketten en de politie, of andere opsporingsdiensten.

2.

Onze Minister van Justitie en Veiligheid stelt jaarlijks een verslag op van een audit naar de goede uitvoering van dit besluit door de aanbieders van openbare telecommunicatiediensten of van openbare telecommunicatienetwerken, het informatiepunt, de arrondissementsparketten en de politie, of andere opsporingsdiensten.

Daarbij worden ten minste de volgende onderwerpen behandeld:

a. a. de werking van het systeem; b. b. de kwaliteit van de verstrekking van gegevens; c. c. de bevraging van gegevens.

Artikel 9

Met de in artikel 3, eerste lid, bedoelde technische voorzieningen worden gelijkgesteld technische voorzieningen die rechtmatig zijn geproduceerd of in de handel zijn gebracht in een andere lid-staat van de Europese Unie dan wel rechtmatig zijn geproduceerd in een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en die ten minste aan gelijkwaardige eisen voldoen.

Artikel 10

Wijzigt het Besluit aftappen openbare telecommunicatienetwerken en -diensten.

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verstrekking gegevens telecommunicatie.

Bijlage . bij het Besluit van 26 januari 2000, houdende regels voor de verstrekking van gegevens door aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten met het oog op het onderzoek van telecommunicatie (Besluit verstrekking gegevens telecommunicatie)