rijk/amvb/besluit-vervuilingswaarde-ingenomen-water/BWBR0011867
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit vervuilingswaarde ingenomen water BWBR0011867 AMvB geldend 2001-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011867 Besluit vervuilingswaarde ingenomen water

Besluit vervuilingswaarde ingenomen water

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. de Wet: de Wet verontreiniging oppervlaktewateren; b. b. het zuurstofverbruik: het zuurstofverbruik bepaald op basis van de som van het chemisch zuurstofverbruik en het zuurstofverbruik door omzetting van stikstofverbindingen, uitgedrukt in kilogrammen; c. c. de vervuilingswaarde per m^3 ingenomen water: de vervuilingswaarde als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Wet; d. d. inspecteur: het hoofd, onderscheidenlijk de in artikel 123, derde lid, onder b, van de Waterschapswet, bedoelde ambtenaar van het waterschap; e. e. analyse: de analyse op het chemisch zuurstofverbruik en het zuurstofverbruik door omzetting van stikstofverbindingen.

Artikel 2

De vervuilingswaarde per m^3 ingenomen water wordt bepaald met behulp van de navolgende tabel.

Artikel 3

Indien in het heffingsjaar voorafgaande aan de toepassing van artikel 22 van de Wet het zuurstofverbruik, voor de betrokken bedrijfsruimte of voor het betrokken onderdeel daarvan, is bepaald met behulp van door meting, bemonstering en analyse verkregen gegevens, wordt in afwijking van artikel 2 de vervuilingswaarde per m^3 ingenomen water bepaald aan de hand van de formule:

C / D x 49,6

waarbij: C = het aantal kilogrammen zuurstofverbruik van de afgevoerde stoffen over de etmalen van het voorafgaande heffingsjaar waarover meting, bemonstering en analyse hebben plaatsgevonden;

D = het aantal m^3 ingenomen water over de etmalen van het voorafgaande heffingsjaar waarover meting, bemonstering en analyse hebben plaatsgevonden.

Artikel 4

1. De vervuilingswaarde per m^3 ingenomen water kan door de heffingplichtige op zijn kosten op aanvraag, dan wel ambtshalve door de inspecteur op kosten van de betrokken kwaliteitsbeheerder, in afwijking van de artikelen 2 en 3, worden bepaald aan de hand van monsterneming en analyse overeenkomstig het derde lid, onderscheidenlijk aan de hand van meting, bemonstering en analyse overeenkomstig het vierde lid.

2. In dit artikel wordt onder geschatte vervuilingswaarde verstaan: de overeenkomstig artikel 22 van de Wet en artikel 2 van dit besluit aan de hand van de geschatte hoeveelheid in te nemen water berekende vervuilingswaarde met betrekking tot het zuurstofverbruik van de over het heffingsjaar af te voeren stoffen.

3.

Bij een geschatte vervuilingswaarde van minder dan 100 vervuilingseenheden:

a. a. wordt over een aantal voor het heffingsjaar representatieve etmalen afzonderlijk een etmaalverzamelmonster van het afgevoerde afvalwater samengesteld dat bestaat uit tenminste 8 deelmonsters die op verschillende voor het etmaal representatieve tijdstippen zijn genomen; b. b. bedraagt het aantal van de onder a bedoelde etmalen: bij een geschatte vervuilingswaarde van: minder dan 25 vervuilingseenheden: 4  25 tot 50 vervuilingseenheden: 6  50 tot 75 vervuilingseenheden: 8  75 tot 100 vervuilingseenheden: 10; c. c. vindt analyse van het onder a bedoelde etmaalverzamelmonster plaats en wordt het resultaat van die analyse uitgedrukt in grammen per m^3; d. d. wordt de som van de onder c bedoelde resultaten van de analyses over de onder a bedoelde etmalen gedeeld door het aantal van die etmalen; e. e. wordt de uitkomst van de toepassing van het onder d bepaalde gecorrigeerd voor het deel van het ingenomen water dat niet wordt afgevoerd, indien de heffingplichtige aannemelijk maakt dat dat deel 25% of meer bedraagt; f. f. bedraagt de vervuilingswaarde per m^3 ingenomen water de overeenkomstig d en e gevonden waarde gedeeld door 49.600 grammen.

4.

Bij een geschatte vervuilingswaarde van 100 vervuilingseenheden of meer:

a. a. vindt in een aantal voor het heffingsjaar representatieve weken meting, bemonstering en analyse over de daarin gelegen etmalen plaats; b. b. bedraagt het aantal van de onder a bedoelde weken: bij een geschatte vervuilingswaarde van: 100 tot 250 vervuilingseenheden: 1 250 tot 500 vervuilingseenheden: 2 500 tot 750 vervuilingseenheden: 3 750 tot 1000 vervuilingseenheden: 4 1000 en meer vervuilingseenheden: het door de inspecteur te bepalen aantal dat ten hoogste 12 kan bedragen; c. c. wordt het zuurstofverbruik in de onder a bedoelde etmalen afgevoerde stoffen gedeeld door de hoeveelheid in die etmalen ingenomen water; d. d. bedraagt de vervuilingswaarde per m^3 ingenomen water de uitkomst van de toepassing van onderdeel c, gedeeld door 49,6 kilogrammen.

5. Meting, bemonstering en analyse, alsmede de behandeling van het in het derde lid, onder a, bedoelde verzamelmonster geschieden overeenkomstig de nadere regels, bedoeld in artikel 20, derde lid, onderscheidenlijk in artikel 23, veertiende lid, van de Wet.

6.

De inspecteur beslist op een in het eerste lid bedoelde aanvraag bij voor bezwaar vatbare beschikking en geeft daarin in ieder geval voorschriften met betrekking tot:

a. a. de tijdstippen en de etmalen waarop monsterneming en analyse moeten plaatsvinden, onderscheidenlijk de meetweek dan wel meetweken gedurende welke meting, bemonstering en analyse moeten plaatsvinden; b. b. de bepaling van de hoeveelheid ingenomen water; c. c. de correctie bedoeld in het derde lid, onder e; d. d. de melding van verandering of te verwachten veranderingen die van invloed kunnen zijn op de vervuilingswaarde per m^3 ingenomen water van de betrokken bedrijfsruimte of het betrokken onderdeel van de bedrijfsruimte.

7. Een op basis van dit artikel bepaalde vervuilingswaarde per m^3 ingenomen water geldt voor de betrokken bedrijfsruimte of het betrokken onderdeel van de bedrijfsruimte tot het heffingsjaar waarin dit artikel hetzij door de heffingplichtige hetzij door de inspecteur opnieuw wordt toegepast.

Artikel 5

De veranderingen in de bedrijfsomstandigheden die aanleiding kunnen geven tot een wijziging van de vervuilingswaarde per m^3 ingenomen water worden onverwijld aan de inspecteur gemeld.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vervuilingswaarde ingenomen water.