rijk/amvb/besluit-voertuigen/BWBR0025554
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit voertuigen BWBR0025554 AMvB geldend 2020-12-04 https://wetten.overheid.nl/BWBR0025554 Besluit voertuigen

Besluit voertuigen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • wet: Wegenverkeerswet 1994.

Hoofdstuk 2. Verbodsbepalingen

Artikel 2

1. Het is verboden om radarontvangstapparaten die geschikt zijn om de aanwezigheid aan te tonen van een apparaat dat tot doel heeft om een overschrijding van de maximumsnelheid vast te stellen, in te voeren, te koop aan te bieden, in voorraad te hebben of af te leveren.

2. Het eerste lid geldt niet voor de apparaten die in Nederland worden ingevoerd en waarvan door middel van handelsbescheiden wordt aangetoond dat de apparaten aansluitend worden uitgevoerd naar een andere lidstaat van de Europese Unie.

3. Het is verboden om apparaten die geschikt zijn om de teller van een motorrijtuig stil te zetten of op andere wijze te manipuleren, te vervaardigen, in te voeren, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden, af te leveren of te vervoeren.

Artikel 3

1. Het is de bestuurder van een motorrijtuig verboden met dat motorrijtuig te rijden en de eigenaar of houder van een motorrijtuig verboden met dat motorrijtuig te laten rijden, indien in of aan het motorrijtuig een radarontvangstapparaat aanwezig is als bedoeld in artikel 2, eerste lid.

2. Het is de bestuurder van een motorrijtuig verboden met dat motorrijtuig te rijden en de eigenaar of houder van een motorrijtuig verboden met dat motorrijtuig te laten rijden, indien in of aan het motorrijtuig een apparaat aanwezig is als bedoeld in artikel 2, derde lid.

Hoofdstuk 3. Periodieke keuring van voertuigen

Afdeling 1. Uitzondering keuringsplicht

Paragraaf 1. Uitzondering voertuigen

Artikel 4

1.

Artikel 72, eerste lid, van de wet geldt niet voor:

a. a. landbouw- en bosbouwtrekkers:

        1°.
        op wielen met een maximumconstructiesnelheid van 40 km/h of minder;
      
      
        2°.
        op rupsbanden; of
      
      
        3°.
        die worden gebruikt voor landbouw-, tuinbouw-, bosbouw-, veeteelt- of visserijdoeleinden hoofdzakelijk op het terrein waar zulke activiteit plaatsvindt, met inbegrip van landwegen, bospaden of akkers;

1°. 1°. op wielen met een maximumconstructiesnelheid van 40 km/h of minder; 2°. 2°. op rupsbanden; of 3°. 3°. die worden gebruikt voor landbouw-, tuinbouw-, bosbouw-, veeteelt- of visserijdoeleinden hoofdzakelijk op het terrein waar zulke activiteit plaatsvindt, met inbegrip van landwegen, bospaden of akkers; b. b. motorrijtuigen met beperkte snelheid; c. c. mobiele machines; d. d. motorfietsen; e. e. bromfietsen; f. f. driewielige motorrijtuigen met een ledige massa van niet meer dan 400 kg; g. g. aanhangwagens met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg; h. h. aanhangwagens die uitsluitend bestemd zijn om te worden voortbewogen door landbouw- of bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid of mobiele machines; en i. i. verwisselbare getrokken uitrustingsstukken.

2. Artikel 72, eerste lid, van de wet geldt niet voor een motorrijtuig of een aanhangwagen, met uitzondering van taxis, ov-autos en bussen, waarvan de datum van eerste toelating ten minste vijftig jaar geleden is.

Artikel 5

Artikel 72, eerste lid, van de wet geldt niet voor een motorrijtuig, niet zijnde een landbouw- of bosbouwtrekker, of aanhangwagen met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg, zolang sinds de datum van eerste toelating van het voertuig nog geen jaar is verstreken.

Artikel 6

Artikel 72, eerste lid, van de wet geldt niet voor een taxi of ov-auto, zolang sinds de datum van eerste toelating van het voertuig nog geen jaar is verstreken.

Artikel 7

Artikel 72, eerste lid, van de wet geldt niet voor ambulances zolang sinds de datum van eerste toelating van het voertuig nog geen jaar is verstreken.

Artikel 8

Artikel 72, eerste lid, van de wet geldt niet voor een ander motorrijtuig dan in de artikelen 5 tot en met 7 bedoeld, ten aanzien van:

a. a. motorrijtuigen met een verbrandingsmotor die wordt gevoed door al dan niet tot vloeistof verdicht gas of diesel zolang sinds de datum van eerste toelating van het motorrijtuig nog geen drie jaren zijn verstreken; b. b. motorrijtuigen, niet zijnde de motorrijtuigen als bedoeld in onderdeel a, zolang sinds de datum van eerste toelating van het motorrijtuig nog geen vier jaren zijn verstreken.

Paragraaf 2. Overige uitzonderingen

Artikel 9

Artikel 72, eerste lid, van de wet geldt niet voor een motorrijtuig of een aanhangwagen op de dag waarop dat voertuig naar aanleiding van de aanvraag van een keuringsrapport aan een keuring wordt onderworpen.

Artikel 10

Artikel 72, eerste lid, van de wet geldt niet voor:

a. a. bij ministeriële regeling aangewezen motorrijtuigen en aanhangwagens:

      1°.
      waarvoor een bijzonder kenteken als bedoeld in het Kentekenreglement is opgegeven,
    
    
      2°.
      die een keuring als bedoeld in de artikelen 22 of 26 van de wet ondergaan en waarvoor een bij ministeriële regeling vastgesteld kenteken is opgegeven, of
    
    
      3°.
      Op de dag waarop zij overeenkomstig de bij ministeriële regeling vastgestelde voorschriften worden onderzocht in verband met de inschrijving en tenaamstelling;

1°. 1°. waarvoor een bijzonder kenteken als bedoeld in het Kentekenreglement is opgegeven, 2°. 2°. die een keuring als bedoeld in de artikelen 22 of 26 van de wet ondergaan en waarvoor een bij ministeriële regeling vastgesteld kenteken is opgegeven, of 3°. 3°. Op de dag waarop zij overeenkomstig de bij ministeriële regeling vastgestelde voorschriften worden onderzocht in verband met de inschrijving en tenaamstelling; b. b. bij ministeriële regeling aangewezen categorieën van rijdende werktuigen.

Artikel 11

1. Een motorrijtuig of een aanhangwagen mag gedurende twee maanden na het tijdstip waarop artikel 72, eerste lid, van de wet voor dat voertuig gelding verkrijgt, op de weg staan zonder dat voor dat voertuig een keuringsbewijs is afgegeven waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken.

2. Een motorrijtuig of een aanhangwagen mag gedurende twee maanden na het tijdstip waarop de geldigheidsduur van een voor dat motorrijtuig of die aanhangwagen afgegeven keuringsbewijs verstrijkt, op de weg staan zonder dat voor dat motorrijtuig of die aanhangwagen een keuringsbewijs is afgegeven waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken.

Artikel 12

Artikel 72, eerste lid, van de wet geldt niet voor motorrijtuigen en aanhangwagens die behoren tot de bedrijfsvoorraad van een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een erkenning als bedoeld in artikel 62 van de wet is verleend.

Afdeling 2. Keuringsrapport

Paragraaf 1. Aanvraag keuringsrapport en verplichtingen

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14

1. Degene die een keuringsrapport aanvraagt bij de Dienst Wegverkeer, stelt het motorrijtuig of de aanhangwagen waarvoor de afgifte van het rapport wordt gevraagd, voor een keuring ter beschikking van een door de Dienst Wegverkeer met het verrichten van de keuring belaste functionaris, op een door deze bepaalde plaats en bepaald tijdstip.

2. Degene die een keuringsrapport aanvraagt bij een ingevolge artikel 84 van de wet erkende natuurlijke persoon of rechtspersoon, stelt ter verkrijging daarvan het motorrijtuig of de aanhangwagen waarvoor de afgifte van het rapport wordt gevraagd, voor een keuring ter beschikking van een door die persoon met het verrichten van de keuring belaste functionaris op een door deze bepaalde plaats en bepaald tijdstip.

Paragraaf 2. Aanvang geldigheidsduur keuringsbewijs

Artikel 15

1. De geldigheidsduur van een keuringsbewijs vangt aan met ingang van de dag van afgifte.

2. Indien een keuringsbewijs wordt afgegeven binnen twee maanden vóór het tijdstip waarop artikel 72, eerste lid, van de wet voor het betrokken voertuig gelding verkrijgt, vangt de geldigheidsduur van het keuringsbewijs aan met ingang van dat tijdstip, mits, voor zover artikel 72, eerste lid, van de wet vóór dat tijdstip op grond van een ingevolge een andere wet dan de wet afgegeven keuringsbewijs niet geldt, dat document voorafgaande aan de behandeling van de aanvraag wordt overgelegd.

3. Indien een keuringsbewijs wordt afgegeven binnen twee maanden vóór het tijdstip waarop de geldigheidsduur van een eerder voor het betrokken voertuig afgegeven keuringsbewijs verstrijkt, vangt de geldigheidsduur van het keuringsbewijs aan met ingang van dat tijdstip, mits vorenbedoeld eerder afgegeven keuringsbewijs voorafgaande aan de behandeling van de aanvraag wordt overgelegd.

Paragraaf 3. Geldigheidsduur keuringsbewijs

Artikel 16

1. Een keuringsbewijs is geldig voor de duur van een jaar.

2.

In afwijking van het eerste lid is het keuringsbewijs geldig voor de duur van twee jaren indien het keuringsbewijs is afgegeven voor een ander motorrijtuig dan in de artikelen 5 tot en met 7 bedoeld, en:

a. a. dat is uitgerust met een verbrandingsmotor die niet wordt gevoed door al dan niet tot vloeistof verdicht gas of diesel; en b. b. sinds de datum van eerste toelating op het moment van afgifte van het keuringsbewijs een termijn van zeven jaren nog niet is verstreken.

3. In afwijking van het eerste lid is voorts het keuringsbewijs waarvan de datum van afgifte 30 jaren of meer ligt na de datum van eerste toelating geldig voor de duur van twee jaren indien het desbetreffende keuringsbewijs is afgegeven voor een ander motorrijtuig dan in de artikelen 5 tot en met 7 bedoeld.

4. In afwijking van het eerste tot en met derde lid is een keuringsbewijs afgegeven voor een landbouw- of bosbouwtrekker geldig voor de duur van twee jaren.

Artikel 16a

Vervallen

Paragraaf 4. Afgifte keuringsbewijs

Artikel 17

De afgifte van een keuringsbewijs geschiedt niet elektronisch.

Artikel 18

De termijn, bedoeld in artikel 91, tweede lid, van de wet, waarbinnen tegen een beschikking tot afgifte van een keuringsbewijs bezwaar kan worden gemaakt, bedraagt een jaar.

Afdeling 3. Herkeuring en deskundigenonderzoek

Paragraaf 1. Herkeuring

Artikel 19

Het verzoek om herkeuring, bedoeld in artikel 90, derde lid, van de wet, wordt ingediend door op het keuringsrapport dan wel het steekproefcontrolerapport aan te tekenen dat om herkeuring wordt verzocht en deze aantekening te ondertekenen alsmede hiervan kennis te geven aan degene die het keuringsrapport dan wel het steekproefcontrolerapport heeft afgegeven. Laatstgenoemde doet hiervan onverwijld mededeling aan de Dienst Wegverkeer.

Artikel 20

De verzoeker heeft het recht bij de herkeuring aanwezig te zijn.

Artikel 21

De Dienst Wegverkeer doet, indien een beschikking tot weigering van de afgifte van een keuringsbewijs is afgegeven door een erkende natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan deze afschrift toekomen van het na de herkeuring afgegeven keuringsrapport.

Paragraaf 2. Deskundigenonderzoek

Artikel 22

1. De verzoeker legt voorafgaande aan het in artikel 91 van de wet bedoelde deskundigenonderzoek aan de deskundige die door de Dienst Wegverkeer is aangewezen om het onderzoek te verrichten, het keuringsbewijs dat is afgegeven voor het motorrijtuig of de aanhangwagen waarop het verzoek betrekking heeft over.

2. De in het eerste lid bedoelde deskundige geeft de daar bedoelde bescheiden na afloop van het onderzoek aan de verzoeker terug, met dien verstande dat het keuringsbewijs niet wordt teruggegeven indien de geldigheid van het voor het voertuig afgegeven keuringsbewijs vervalt overeenkomstig artikel 91, zesde lid, van de wet.

3. De verzoeker heeft het recht bij het onderzoek aanwezig te zijn.

Artikel 23

De Dienst Wegverkeer doet, indien de keuring op grond waarvan het keuringsrapport werd afgegeven is verricht door een erkende natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan deze afschrift toekomen van de uitslag van het onderzoek.

Hoofdstuk 3a. Experiment acceptatie buitenlandse algemene periodieke keuringen

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 23a

Vervallen

Artikel 23b

Vervallen

Paragraaf 2. Afwijkingen

Artikel 23c

Vervallen

Artikel 23d

Vervallen

Artikel 23e

Vervallen

Artikel 23f

Vervallen

Artikel 23g

Vervallen

Artikel 23h

Vervallen

Artikel 23i

Vervallen

Hoofdstuk 3b. Tellerstanden

Artikel 23j

De in artikel 70m van de wet bedoelde categorieën motorrijtuigen zijn motorrijtuigen van de rijbewijscategorieën A, A1, A2 en B, voor zover deze harder kunnen en mogen rijden dan 25 km/u.

Artikel 23k

1.

Erkende bedrijven verstrekken aan de Dienst Wegverkeer de tellerstand van een motorrijtuigen van de rijbewijscategorieën A, A1, A2 en B, voor zover deze harder kunnen en mogen rijden dan 25 km/u bij:

a. a. opname in de bedrijfsvoorraad als bedoeld in artikel 62 van de wet; b. b. beëindiging van de tenaamstelling als bedoeld in artikel 66a van de wet; c. c. afgifte van een keuringsbewijs als bedoeld in artikel 72 van de wet; d. d. het waarborgen dat een wijziging in de bouw of inrichting van een voertuig aan de eisen voldoet als bedoeld in artikel 100, eerste lid, van de wet; e. e. het waarborgen dat een voertuig aan de eisen voldoet als bedoeld in artikel 106a, eerste lid, van de wet; f. f. het inbouwen van een alcoholslot als bedoeld in artikel 132f, eerste lid, van de wet; g. g. melding van het voorgoed buiten Nederland brengen van een voertuig als bedoeld in artikel 46, tweede lid, onder b, Kentekenreglement; h. h. het indienen van een aanvraag van een tenaamstelling als bedoeld in artikel 46, tweede lid, onder d, Kentekenreglement; i. i. werkzaamheden aan de boordcomputer taxi krachtens het Besluit personenvervoer 2000; j. j. onderhoud, reparaties en vernieuwen of wisselen van banden, voor zover deze bedrijfsmatig worden verricht.

2. Het eerste lid, onder i, is niet van toepassing op motorrijtuigen van de rijbewijscategorieën A, A1 en A2.

Hoofdstuk 4. Strafbepalingen

Artikel 24

Overtreding van artikel 3 is een strafbaar feit.

Artikel 25

Bij veroordeling van de bestuurder van een motorrijtuig wegens overtreding van artikel 5.1.1, eerste of tweede lid, of artikel 5.1.2 van de Regeling voertuigen kan hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor ten hoogste twee jaren worden ontzegd.

Hoofdstuk 4a. Overgangsrecht APK-plicht voor bestaande landbouw- en bosbouwtrekkers

Artikel 25a

Vervallen

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 26

Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling transitokentekenbewijzen mede op artikel 10 van dit besluit.

Artikel 27

De volgende besluiten worden ingetrokken:

a. a.

    Voertuigreglement;

b. b.

    besluit van 8 juni 1998, houdende wijziging van het Voertuigreglement (Stb. 410);

c. c.

    besluit van 11 juni 1998, houdende wijziging van het Voertuigreglement (Stb. 404);

d. d.

    besluit van 18 januari 1999, houdende wijziging van het Voertuigreglement (Stb. 28);

e. e.

    besluit van 12 november 2003, houdende wijziging van het Voertuigreglement ter uitvoering van richtlijn nr. 2001/85/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2001 betreffende speciale voorschriften voor voertuigen bestemd voor het vervoer van passagiers, met meer dan acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, en tot wijziging van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad en van richtlijn 97/27/EG (PbEG L42) betreffende bussen (Stb. 484);

f. f.

    besluit van 3 februari 2004, houdende wijziging van het Voertuigreglement in verband met de implementatie van richtlijn nr. 2004/56/EG met betrekking tot de verwarming van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (Stb. 60);

g. g.

    besluit van 21 juli 2004, houdende wijziging van het Voertuigreglement in verband met de implementatie van Richtlijn nr. 2003/102/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 betreffende de bescherming van voetgangers en andere kwetsbare weggebruikers voor en bij een botsing met een motorvoertuig (Stb. 401);

h. h.

    besluit van 2 november 2004, houdende wijziging van het Voertuigreglement in verband met de implementatie van Richtlijn nr. 2003/97/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 november 2003 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake de typegoedkeuring van inrichtingen voor indirect zicht en van voertuigen met deze inrichtingen, tot wijziging van Richtlijn 70/156/EEG en tot intrekking van Richtlijn 71/127/EEG (Stb. 586);

i. i.

    besluit van 3 november 2004, houdende wijziging van het Voertuigreglement tot uitvoering van richtlijn nr. 2002/85/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 november 2002 tot wijziging van richtlijn nr. 92/6/EEG van de Raad betreffende de installatie en het gebruik in de Gemeenschap van snelheidsbegrenzers in bepaalde categorieën motorvoertuigen (Stb. 659);

j. j.

    besluit van 23 december 2004, houdende wijziging van het Voertuigreglement in verband met de implementatie van Richtlijn 2004/3/EG (Stb. 2005, 19);

k. k.

    besluit van 1 februari 2005, houdende wijziging van het Voertuigreglement tot uitvoering van richtlijn nr. 2003/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 mei 2003 betreffende de typegoedkeuring van landbouw- of bosbouwtrekkers (Stb. 69);

l. l.

    besluit van 28 januari 2008, houdende wijziging van het Voertuigreglement in verband met de implementatie van richtlijn nr. 2006/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2006 (PbEU L 161) betreffende emissies van klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen en houdende wijziging van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad en in verband met enkele correcties van technische aard (Stb. 53).

Artikel 28

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 29

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit voertuigen.

Bijlage . Tabel met datums vanaf wanneer de APK-plicht geldt voor landbouw- en bosbouwtrekkers met een datum van eerste toelating vóór 1 januari 2021 als bedoeld in

Vervallen