rijk/amvb/examen-en-kwalificatiebesluit-web/BWBR0027963
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Examen- en kwalificatiebesluit WEB BWBR0027963 AMvB geldend 2022-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0027963 Examen- en kwalificatiebesluit WEB

Examen- en kwalificatiebesluit WEB

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • basisberoepsopleiding: basisberoepsopleiding, genoemd in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, van de wet;
  • basisvakken: onderdelen van een taalschakeltraject waarvoor op grond van artikel 7.3.3, eerste lid, van de wet eindtermen zijn vastgesteld bij ministeriële regeling en die noodzakelijk zijn voor de toelating tot de beoogde vervolgopleiding;
  • college: College voor toetsen en examens als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens;
  • entreeopleiding: entreeopleiding, genoemd in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
  • examencommissie: examencommissie als bedoeld in artikel 7.4.5 van de wet;
  • examenonderdeel: onderdeel van het examen van een beroepsopleiding of een taalschakeltraject;
  • examenonderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij: examenonderdeel dat de examinering betreft van de eindtermen met betrekking tot de kennis van de Nederlandse maatschappij, bedoeld in artikel 8, vierde lid, onderdeel b, van de Wet inburgering 2021;
  • generieke examenonderdelen: examenonderdelen die de examinering betreffen van de generieke kwalificatie-eisen;
  • generieke kwalificatie-eisen: eisen die deel uitmaken van alle kwalificaties op eenzelfde niveau, bedoeld in artikel 7.2.2, derde lid, van de wet, of van alle kwalificaties;
  • keuzedeel Engels: keuzedeel waarvan de eisen en het niveau overeenkomen met de eisen en het niveau van het onderdeel Engels van een kwalificatie;
  • keuzedeel Nederlandse taal: keuzedeel waarvan de eisen en het niveau overeenkomen met de eisen en het niveau van het onderdeel Nederlandse taal van een kwalificatie;
  • keuzedeel rekenen: keuzedeel waarvan de eisen en het niveau overeenkomen met de eisen en het niveau van het onderdeel rekenen van een kwalificatie;
  • maatwerkvakken: onderdelen van een taalschakeltraject waarvoor op grond van artikel 7.3.3, eerste lid, van de wet eindtermen zijn vastgesteld bij ministeriële regeling en die naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk zijn voor de toelating tot de beoogde vervolgopleiding;
  • middenkaderopleiding: middenkaderopleiding, genoemd in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel d, van de wet;
  • onderdeel Engels: onderdeel Engels van een kwalificatie waarvoor op grond van artikel 17a, vierde lid, van dit besluit generieke kwalificatie-eisen zijn vastgesteld;
  • onderdeel loopbaan en burgerschap: onderdeel loopbaan en burgerschap van een kwalificatie waarvoor op grond van artikel 17a, derde lid, van dit besluit generieke kwalificatie-eisen zijn vastgesteld;
  • onderdeel Nederlandse taal: onderdeel Nederlandse taal van een kwalificatie dat is vastgesteld overeenkomstig het referentieniveau Nederlandse taal, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel d, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen;
  • onderdeel rekenen: onderdeel rekenen van een kwalificatie dat is vastgesteld overeenkomstig het referentieniveau rekenen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel d, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen;
  • pilotexamen: centraal examen dat bij wijze van proef wordt afgenomen in een periode voorafgaand aan de invoering van centrale examinering voor het betreffende examenonderdeel overeenkomstig daarvoor bij of krachtens artikel 19 gestelde eisen;
  • specialistenopleiding: specialistenopleiding, genoemd in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel e, van de wet;
  • specifieke examenonderdelen: examenonderdelen die de examinering betreffen van de specifieke kwalificatie-eisen die als kerntaken zijn opgenomen in het kwalificatiedossier van de beroepsopleiding waarin examen wordt gedaan;
  • specifieke kwalificatie-eisen: eisen die deel uitmaken van een bepaalde kwalificatie;
  • student: student en in voorkomende gevallen extraneus als bedoeld in artikel 8.1.1, eerste lid, van de wet;
  • taalschakeltrajecten: opleidingen educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet educatie en beroepsonderwijs aan instellingen met diploma-erkenning als bedoeld in artikel 1.4a.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, welke opleidingen zijn gericht op het begeleiden van anderstaligen richting het beroeps- of wetenschappelijk onderwijs;
  • vakopleiding: vakopleiding, genoemd in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel c, van de wet;
  • wet: Wet educatie en beroepsonderwijs.

Hoofdstuk II. Examens

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 2

Dit hoofdstuk is van toepassing op examens van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, van de wet.

Artikel 3

1. Het examen bestaat voor iedere beroepsopleiding uit generieke examenonderdelen, specifieke examenonderdelen en examenonderdelen die een keuzedeel betreffen.

2.

De generieke examenonderdelen betreffen de onderdelen:

a. a. Nederlandse taal; b. b. rekenen; c. c. loopbaan en burgerschap; en d. d. voor zover het betreft de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding: Engels.

3. Het examen bestaat voor ieder onderdeel van een beroepsopleiding uit een instellingsexamen of een centraal examen dan wel beide.

4. Het derde lid is niet van toepassing op het onderdeel loopbaan en burgerschap. Het bevoegd gezag stelt de eisen waaraan de student voor dit onderdeel moet voldoen vast met inachtneming van het kwalificatiedossier.

5. Indien voor een onderdeel van een beroepsopleiding gedeeltelijk centrale examinering plaatsvindt, wordt bij ministeriële regeling bepaald over welk gedeelte het instellingsexamen voor dat onderdeel zich uitstrekt.

Artikel 3a

1. Na toestemming van de examencommissie kan een student een generiek examenonderdeel afleggen op een hoger niveau dan vastgesteld voor zijn beroepsopleiding.

2. Indien de student een generiek examenonderdeel op een hoger niveau heeft afgelegd, wordt het hierbij behaalde cijfer gebruikt voor de eindwaardering, bedoeld in artikel 15.

3. Indien een student zijn generiek examenonderdeel Engels of Nederlandse taal op een hoger niveau aflegt, wordt het instellingsexamen op één niveau afgelegd.

4. Het niveau waarop het instellingsexamen Nederlandse taal wordt afgelegd, is hetzelfde niveau als waarop het centraal examen wordt afgelegd.

Artikel 3b

1. De examencommissie kan vrijstelling verlenen van het afleggen van een examenonderdeel of een deel daarvan, op verzoek van de student.

2. De examencommissie beslist met ten minste inachtneming van de wettelijk vastgestelde eisen voor de kwalificatie, voor het keuzedeel, en voor de vaststelling van de uitslag, bedoeld in artikel 17.

3. Indien de examencommissie vrijstelling verleent, telt de eerder behaalde waardering mee voor de eindwaardering, bedoeld in artikel 15.

4. De examencommissie beslist of de vrijstelling betrekking heeft op het gehele examenonderdeel, dan wel in voorkomend geval op het centraal examen, het instellingsexamen dan wel een deel van het instellingsexamen.

5.

De examencommissie verleent slechts vrijstelling van het examenonderdeel Nederlandse taal, rekenen of Engels of een deel daarvan, indien zij vaststelt dat de student reeds eerder examen heeft afgelegd op ten minste hetzelfde niveau als vastgesteld voor zijn beroepsopleiding:

a. a. als examenonderdeel van een andere beroepsopleiding, of van dezelfde beroepsopleiding bij een andere instelling; of b. b. als eind- of staatsexamen of deeleindexamen zoals vastgesteld voor havo of vwo.

Paragraaf 2. Centraal examen

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Gedeeltelijk centrale examinering vindt plaats voor het onderdeel Nederlandse taal van de basisberoepsopleiding, de vakopleiding, de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding, en voor het onderdeel Engels van de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding en voor de daarmee wat betreft eisen en niveau overeenkomende keuzedelen.

Artikel 6

1.

Het college is belast met de volgende taken op het gebied van de centrale examinering:

a. a. het tot stand brengen en bij regeling vaststellen van syllabi overeenkomstig de voor de desbetreffende soort opleiding vastgestelde eindtermen of kwalificatiedossiers; b. b. het vaststellen van het aantal toetsen, de tijdsduur en de aard van de toetsen, overeenkomstig de voor de desbetreffende soort opleiding vastgestelde eindtermen of kwalificatiedossiers; c. c. het vaststellen van de wijze waarop en de vorm waarin de toetsen worden afgenomen; d. d. het tijdig tot stand brengen en tijdig vaststellen van de opgaven; e. e. het geven van regels voor digitale examinering; f. f. het tot stand brengen en bij regeling vaststellen van de beoordelingsnormen en de daarbij behorende scores; g. g. het geven van regels voor de omzetting van de scores in cijfers; h. h. het geven van regels met betrekking tot de hulpmiddelen die gebruikt mogen worden bij het maken van opgaven; i. i. het geven van regels voor een aangepaste wijze of vorm van examineren bij studenten met een handicap rekening houdend met de aard van de handicap; j. j. het bij regeling vaststellen van een examenprotocol waarin de gang van zaken bij centrale examinering is vastgelegd, waaronder begrepen te nemen maatregelen bij onregelmatigheden begaan door studenten, het bewaren van het gemaakte examenwerk en de wijze waarop belanghebbenden kunnen kennisnemen van de beoordeling daarvan.

2. Voor zover toetsen bestaan uit open vragen geeft het college tevens regels voor de uitvoering van de correctie.

3. Het college stelt de tijdvakken vast waarin centrale examinering kan plaatsvinden. De vaststelling geschiedt voor aanvang van elk studiejaar na instemming van Onze Minister.

4. De regelingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, g, i en j, alsmede het tweede lid, treden slechts in werking na goedkeuring door Onze Minister. Onze Minister kan zijn goedkeuring onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

Artikel 7

Onze Minister zorgt ervoor dat de instellingen tijdig beschikken over de opgaven.

Artikel 7a

Vervallen

Artikel 8

1. Indien de student voor een centraal examen een waardering lager dan het cijfer 6 heeft behaald, heeft hij recht op ten minste één herkansing voor dit centraal examen of indien hij ingevolge artikel 3a, eerste lid, zijn examen op een hoger niveau heeft afgelegd, heeft hij recht op herkansing op het niveau van de desbetreffende beroepsopleiding.

2. Indien de student voor een centraal examen een waardering van ten minste het cijfer 6 heeft behaald, heeft hij recht op één herkansing voor dit centraal examen, tenzij hij eerder gebruik heeft gemaakt van het recht op herkansing, bedoeld in het eerste lid. De student kan daarbij op zijn verzoek het desbetreffende examenonderdeel op een hoger niveau afleggen dan vastgesteld voor zijn beroepsopleiding.

3. De student wordt binnen de voor hem geldende studieduur voor de eerste maal in de gelegenheid gesteld de herkansing af te leggen, tenzij hij geen gebruik heeft gemaakt van de voor hem vastgestelde eerste gelegenheid tot het afleggen van het centraal examen.

4. Nadat de student gebruik heeft gemaakt van een herkansingsmogelijkheid voor een centraal examen wordt het hoogste door de student behaalde cijfer voor dit centraal examen gebruikt bij het bepalen van de eindwaardering, bedoeld in artikel 15.

5. Indien een generiek examenonderdeel mede op een hoger niveau is afgelegd, en voor elk examenonderdeel ten minste het cijfer 6 is behaald, bepaalt de examencommissie in afwijking van het vierde lid in overleg met de student welk cijfer wordt gebruikt voor het bepalen van de eindwaardering, bedoeld in artikel 15. Artikel 3a, tweede lid, is niet van toepassing.

6. De student heeft per tijdvak ten hoogste twee gelegenheden per referentieniveau tot het afleggen van een centraal examen of een herkansing daarvan.

Artikel 9

De examencommissie zorgt er in ieder geval voor dat:

a. a. de opgaven van het centraal examen geheim blijven tot de aanvang van de toets waarbij de opgaven aan de studenten worden voorgelegd; b. b. het nodige toezicht bij het centraal examen wordt uitgeoefend, en c. c. het door het college vastgestelde examenprotocol in acht wordt genomen.

Artikel 10

1. De examencommissie beoordeelt het gemaakte werk van het centraal examen overeenkomstig de door het college vastgestelde beoordelingsnormen en de daarbij behorende scores.

2. Bij de beoordeling van toetsen bestaande uit open vragen vindt de correctie plaats overeenkomstig de door het college vastgestelde regels.

3. De examencommissie zet de scores in cijfers om overeenkomstig de daarvoor door het college vastgestelde regels.

Artikel 11

1. Indien het centraal examen naar het oordeel van de inspectie niet volgens de geldende regels is afgenomen, kan zij besluiten dat het geheel of gedeeltelijk voor een of meer studenten opnieuw wordt afgenomen.

2. De inspectie verzoekt het college zonodig nieuwe opgaven vast te stellen en te bepalen op welke wijze en door wie het examen zal worden afgenomen.

Artikel 12

Indien door onvoorziene omstandigheden het centraal examen voor één of meer onderdelen van één of meer beroepsopleidingen niet op de voorgeschreven wijze kan worden afgenomen, beslist Onze Minister hoe in dat geval moet worden gehandeld.

Artikel 12a

De examencommissie kan in verband met onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal de duur van de desbetreffende toets van het centraal examen voor het onderdeel Nederlandse taal met ten hoogste 30 minuten verlengen ten aanzien van een student die met inbegrip van het studiejaar waarin hij examen aflegt, ten hoogste zes jaren onderwijs in Nederland heeft gevolgd en voor wie het Nederlands niet de moedertaal is.

Artikel 12b

Vervallen

Artikel 12c

Vervallen

Paragraaf 3. Instellingsexamen

Artikel 13

Het instellingsexamen vindt plaats overeenkomstig de door de examencommissie krachtens de wet vastgestelde regels.

Artikel 14

Bij gedeeltelijk centrale examinering van een examenonderdeel worden de waarderingen voor zowel het instellingsexamen als het centraal examen uitgedrukt in cijfers uit de reeks 1 tot en met 10 met één decimaal.

Artikel 14a

Vervallen

Paragraaf 4. Uitslag van het examen

Artikel 15

1. De eindwaardering voor een generiek examenonderdeel en het examen in een keuzedeel dat wat betreft eisen en niveau overeenkomt met een onderdeel rekenen, een onderdeel Nederlandse taal of het onderdeel Engels van een middenkaderopleiding of een specialistenopleiding wordt uitgedrukt in een geheel cijfer uit de reeks 1 tot en met 10. Indien de uitkomst van de berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.

2.

De eindwaardering voor andere examenonderdelen wordt uitgedrukt op de wijze, genoemd in het eerste lid, of met een waardering uit een reeks:

a. a. die in ieder geval de waarderingen «onvoldoende», «voldoende» en «goed» bevat; en b. b. waarin tevens uitsluitend de waarderingen «zeer slecht», «slecht», «ruim onvoldoende», «bijna voldoende», «ruim voldoende», «zeer goed» en «uitmuntend» kunnen worden opgenomen.

3. Indien een examenonderdeel uitsluitend bestaat uit een centraal examen dan wel een instellingsexamen, is de waardering voor dat onderdeel tevens de eindwaardering voor dat onderdeel.

4. Indien een examenonderdeel bestaat uit zowel een centraal examen als een instellingsexamen, bepaalt de examencommissie de eindwaardering voor dat onderdeel op het rekenkundig gemiddelde van het cijfer voor het instellingsexamen en het cijfer voor het centraal examen.

5. In afwijking van het eerste lid wordt de eindwaardering voor het onderdeel loopbaan en burgerschap uitgedrukt in «niet voldaan» of «voldaan».

6. In afwijking van het eerste lid wordt de eindwaardering voor het generieke examenonderdeel rekenen voor een entreeopleiding uitgedrukt in «niet voldaan» of «voldaan».

Artikel 15a

Vervallen

Artikel 16

De examencommissie stelt de uitslag van het examen vast met inachtneming van artikel 17.

Artikel 17

1.

Onverminderd artikel 7.4.6, tweede lid, van de wet is het examen voor de entreeopleiding met goed gevolg afgelegd, indien:

a. a. voor alle specifieke examenonderdelen en het keuzedeel dat deel uitmaakt van de desbetreffende opleiding een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» is behaald; b. b. voor het onderdeel loopbaan en burgerschap een eindwaardering «voldaan» is behaald; en c. c. voor het onderdeel rekenen een eindwaardering «voldaan» is behaald.

2.

Onverminderd artikel 7.4.6, tweede lid, van de wet is het examen voor de basisberoepsopleiding en de vakopleiding met goed gevolg afgelegd, indien:

a. a. voor één van de generieke examenonderdelen Nederlandse taal en rekenen een eindwaardering van ten minste het cijfer 5 en voor het andere genoemde generieke examenonderdeel ten minste het cijfer 6 is behaald; b. b. voor alle specifieke examenonderdelen een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» is behaald; c. c. voor het onderdeel loopbaan en burgerschap een eindwaardering «voldaan» is behaald; en d. d. voor het keuzedeel dat deel uitmaakt van de beroepsopleiding een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» is behaald of, indien twee of meer keuzedelen deel uitmaken van de beroepsopleiding, het volgende resultaat is behaald:

        1°
        voor de keuzedelen waarmee wordt voldaan aan de minimum studielast, bedoeld in artikel 17d, is een gemiddelde eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» behaald, en
      
      
        2°
        voor ten minste de helft van de keuzedelen waarmee wordt voldaan aan de minimum studielast, bedoeld in artikel 17d, is een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» behaald en voor de overige keuzedelen waarmee wordt voldaan aan de minimum studielast, bedoeld in artikel 17d, is een eindwaardering van ten minste het cijfer 4 of een daarmee overeenkomende eindwaardering behaald.

1° 1° voor de keuzedelen waarmee wordt voldaan aan de minimum studielast, bedoeld in artikel 17d, is een gemiddelde eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» behaald, en 2° 2° voor ten minste de helft van de keuzedelen waarmee wordt voldaan aan de minimum studielast, bedoeld in artikel 17d, is een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» behaald en voor de overige keuzedelen waarmee wordt voldaan aan de minimum studielast, bedoeld in artikel 17d, is een eindwaardering van ten minste het cijfer 4 of een daarmee overeenkomende eindwaardering behaald.

3.

Onverminderd artikel 7.4.6, tweede lid, van de wet is het examen voor de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding met goed gevolg afgelegd, indien:

a. a. voor één van de generieke examenonderdelen Engels, Nederlandse taal en rekenen een eindwaardering van ten minste het cijfer 5 en voor de andere genoemde generieke examenonderdelen ten minste het cijfer 6 is behaald; b. b. voor alle specifieke examenonderdelen een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» is behaald; c. c. voor het onderdeel loopbaan en burgerschap een eindwaardering «voldaan» is behaald; en d. d. voor het keuzedeel dat deel uitmaakt van de beroepsopleiding een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» is behaald of, indien twee of meer keuzedelen deel uitmaken van de beroepsopleiding, het volgende resultaat is behaald:

        1°
        voor de keuzedelen waarmee wordt voldaan aan de minimum studielast, bedoeld in artikel 17d, is een gemiddelde eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» behaald, en
      
      
        2°
        voor ten minste de helft van de keuzedelen waarmee wordt voldaan aan de minimum studielast, bedoeld in artikel 17d, is een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» behaald en voor de overige keuzedelen waarmee wordt voldaan aan de minimum studielast, bedoeld in artikel 17d, is een eindwaardering van ten minste het cijfer 4 of een daarmee overeenkomende eindwaardering behaald.

1° 1° voor de keuzedelen waarmee wordt voldaan aan de minimum studielast, bedoeld in artikel 17d, is een gemiddelde eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» behaald, en 2° 2° voor ten minste de helft van de keuzedelen waarmee wordt voldaan aan de minimum studielast, bedoeld in artikel 17d, is een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» behaald en voor de overige keuzedelen waarmee wordt voldaan aan de minimum studielast, bedoeld in artikel 17d, is een eindwaardering van ten minste het cijfer 4 of een daarmee overeenkomende eindwaardering behaald.

4. Het eerste tot en met derde lid zijn van toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 19, vierde lid.

Hoofdstuk III. Kwalificatiedossiers, certificaten, keuzedelen en onderdelen als bedoeld in

Artikel 17a

1. Voor elke kwalificatie worden in het kwalificatiedossier generieke kwalificatie-eisen voor Nederlandse taal opgenomen overeenkomstig het desbetreffende referentieniveau, bedoeld in artikel 2, onderdelen h tot en met l, van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.

2. Voor elke kwalificatie worden in het kwalificatiedossier generieke kwalificatie-eisen voor rekenen opgenomen overeenkomstig het desbetreffende referentieniveau, bedoeld in artikel 3, onderdelen h tot en met l, van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.

3. Voor elke kwalificatie worden in het kwalificatiedossier generieke kwalificatie-eisen voor loopbaan en burgerschap opgenomen overeenkomstig bijlage 1 bij dit besluit.

4.

Voor elke kwalificatie voor het vierde niveau bedoeld in artikel 7.2.2, derde lid, van de wet worden in het kwalificatiedossier generieke kwalificatie-eisen voor Engels opgenomen overeenkomstig de volgende referentieniveaus zoals opgenomen in bijlage 2 bij dit besluit:

a. a. lezen en luisteren: B1, b. b. schrijven, spreken en gesprekken voeren: A2.

Artikel 17b

In het toelichtende deel van het kwalificatiedossier wordt aangegeven hoe de specifieke kwalificatie-eisen voor moderne vreemde talen zich verhouden tot de referentieniveaus zoals opgenomen in bijlage 2 bij dit besluit.

Artikel 17b1

Voor het generieke examenonderdeel rekenen voor een entreeopleiding wordt de ontwikkeling van de beheersing van het rekenen, afgezet tegen mbo-rekenniveau 2 als bedoeld in bijlage 3 van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, weergegeven. Onderdeel daarvan is een beeld van de beheersing aan het einde van de entreeopleiding.

Artikel 17c

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat aan een onderdeel of onderdelen van een kwalificatie of kwalificaties dan wel aan een keuzedeel of keuzedelen een certificaat is verbonden.

Artikel 17d

1. Bij ministeriële regeling wordt op voorstel van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven de studielast van elk keuzedeel vastgesteld. De studielast van een keuzedeel is 240, 480 of 720 klokuren.

2.

De totale studielast van de keuzedelen die deel uitmaken van een beroepsopleiding is ten minste

a. a. voor de entreeopleiding en de specialistenopleiding: 240 klokuren, b. b. voor de basisberoepsopleiding: 480 klokuren, c. c. voor de vakopleiding: 720 klokuren, d. d. voor de middenkaderopleiding: 720 klokuren.

3. Indien een of meer onderdelen als bedoeld in artikel 6.1.2a, tweede lid, van de wet deel uitmaken van de beroepsopleiding, worden 240 klokuren in mindering gebracht op de in het tweede lid, onder b, c en d, bedoelde minimum studielast van de keuzedelen.

4. Voor de toepassing van artikel 7.2.7, tweede lid, van de wet wordt voor keuzedelen en onderdelen als bedoeld in artikel 6.1.2a, tweede lid, van de wet tezamen maximaal het in het tweede lid genoemde aantal klokuren uren studielast meegerekend.

Hoofdstuk IIIA. Taalschakeltraject

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 17e

Dit hoofdstuk is van toepassing op de examens van een taalschakeltraject.

Artikel 17f

1.

Het examen van een taalschakeltraject bestaat uit de volgende examenonderdelen:

a. a. examenonderdelen basisvakken; b. b. examenonderdelen maatwerkvakken; c. c. examenonderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij; d. d. examenonderdeel leervaardigheden; en e. e. examenonderdeel vaardigheden voor opleidings- en beroepskeuze.

2. Het examen voor een basisvak of een maatwerkvak bestaat uit een instellingsexamen, met uitzondering van het examen voor de vakken «Nederlands als tweede taal ERK-niveau B1» en «Nederlands als tweede taal ERK-niveau B2» dat uit een staatsexamen als bedoeld in artikel 17h bestaat.

3. Het examen voor het examenonderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij bestaat uit een examen als bedoeld in artikel 17i.

4. Voor de examenonderdelen leervaardigheden en vaardigheden voor opleidings- en beroepskeuze stelt het bevoegd gezag eisen vast waaraan de deelnemer moet voldoen met inachtneming van de eindtermen die voor het taalschakeltraject zijn vastgesteld op grond van artikel 7.3.3, eerste lid, van de wet.

5. Indien naar het oordeel van het bevoegd gezag geen maatwerkvakken noodzakelijk zijn voor de toelating tot de beoogde vervolgopleiding, hoeft het examen van een taalschakeltraject in afwijking van het eerste lid niet uit maatwerkvakken te bestaan.

Artikel 17g

1. De examencommissie kan op verzoek van de deelnemer vrijstelling verlenen voor een examenonderdeel dat wordt geëxamineerd met een instellingsexamen of een deel daarvan, alsmede voor de examenonderdelen leervaardigheden en vaardigheden voor opleidings- en beroepskeuze of een deel daarvan.

2. De examencommissie beslist met ten minste inachtneming van de eindtermen die voor het taalschakeltraject zijn vastgesteld op grond van artikel 7.3.3, eerste lid, van de wet, en met ten minste inachtneming van de eisen voor de vaststelling van de uitslag, bedoeld in de artikelen 17m en 17n.

3. Indien de examencommissie vrijstelling verleent, telt de eerder behaalde waardering mee voor de eindwaardering, bedoeld in artikel 17k.

4.

De examencommissie kan op verzoek van de deelnemer een vrijstelling verlenen van het basisvak «Nederlands als tweede taal ERK-niveau B1» of een deel daarvan, indien de deelnemer beschikt over een van de volgende bewijsstukken, en daaruit blijkt dat ten minste een voldoende resultaat is behaald voor de examinering van de Nederlandse taal op het betreffende niveau:

a. a. een certificaat ter afronding van het examenonderdeel lezen, schrijven, luisteren of spreken van het staatsexamen Nederlands als tweede taal ERK-niveau B1, of een diploma van het staatsexamen Nederlands als tweede taal op ten minste niveau B1; b. b. een cijferlijst als bedoeld in artikel 52 van het Eindexamenbesluit VO of een certificaat als bedoeld in artikel 53 van het Eindexamenbesluit VO of artikel 31 van het Staatsexamenbesluit VO; c. c. een van de volgende certificaten van het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal:

        i.
        Certificaat Profiel Maatschappelijk Formeel op ERK-niveau B1;
      
      
        ii.
        Certificaat Profiel Zakelijk Professioneel op ERK-niveau B2;
      
      
        iii.
        Certificaat Profiel Educatief Startbekwaam op ERK-niveau B2;
      
      
        iv.
        Certificaat Profiel Educatief Professioneel op ERK-niveau C1; of

i. i. Certificaat Profiel Maatschappelijk Formeel op ERK-niveau B1; ii. ii. Certificaat Profiel Zakelijk Professioneel op ERK-niveau B2; iii. iii. Certificaat Profiel Educatief Startbekwaam op ERK-niveau B2; iv. iv. Certificaat Profiel Educatief Professioneel op ERK-niveau C1; of d. d. een buitenlands diploma of certificaat behaald bij een door de overheid van het land waar de opleiding is gevolgd erkende instelling, waaruit blijkt dat de deelnemer een of meerdere van de schriftelijke en mondelinge vaardigheden in de Nederlandse taal op ten minste het niveau B1 beheerst.

5.

De examencommissie kan op verzoek van de deelnemer een vrijstelling verlenen van het basisvak of maatwerkvak «Nederlands als tweede taal ERK-niveau B2» of een deel daarvan, indien de deelnemer beschikt over een van de volgende bewijsstukken, en daaruit blijkt dat een voldoende resultaat is behaald voor de examinering van de Nederlandse taal op het betreffende niveau:

a. a. een certificaat ter afronding van het examenonderdeel lezen, schrijven, luisteren of spreken van het staatsexamen Nederlands als tweede taal ERK-niveau B2, of een diploma van het staatsexamen Nederlands als tweede taal op niveau B2; b. b. een cijferlijst als bedoeld in artikel 52 van het Eindexamenbesluit VO of een certificaat als bedoeld in artikel 53 van het Eindexamenbesluit VO of artikel 31 van het Staatsexamenbesluit VO; c. c. een van de volgende certificaten van het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal:

        i.
        Certificaat Profiel Zakelijk Professioneel op ERK-niveau B2;
      
      
        ii.
        Certificaat Profiel Educatief Startbekwaam op ERK-niveau B2;
      
      
        iii.
        Certificaat Profiel Educatief Professioneel op ERK-niveau C1; of

i. i. Certificaat Profiel Zakelijk Professioneel op ERK-niveau B2; ii. ii. Certificaat Profiel Educatief Startbekwaam op ERK-niveau B2; iii. iii. Certificaat Profiel Educatief Professioneel op ERK-niveau C1; of d. d. een buitenlands diploma of certificaat behaald bij een door de overheid van het land waar de opleiding is gevolgd erkende instelling, waaruit blijkt dat de deelnemer een of meerdere van de schriftelijke en mondelinge vaardigheden in de Nederlandse taal op ten minste het niveau B2 beheerst.

Paragraaf 2. Wijze van examinering

Artikel 17h

De examens voor de vakken «Nederlands als tweede taal ERK-niveau B1» of «Nederlands als tweede taal ERK-niveau B2» vinden plaats overeenkomstig de regels van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal.

Artikel 17i

Het examen voor het examenonderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij vindt plaats overeenkomstig de regels bij of krachtens hoofdstuk 3, afdeling 3, van het Besluit inburgering 2021 gesteld.

Artikel 17j

Het instellingsexamen vindt plaats overeenkomstig de door de examencommissie krachtens de wet vastgestelde regels.

Paragraaf 3. Uitslag van het examen

Artikel 17k

1.

De eindwaardering van de basisvakken en de maatwerkvakken wordt uitgedrukt op een van de volgende wijzen:

a. a. in een geheel cijfer uit de reeks 1 tot en met 10. Indien de uitkomst van de berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond; of b. b. met een waardering uit een reeks:

        1°
        die in ieder geval de waarderingen «onvoldoende», «voldoende» en «goed» bevat; en
      
      
        2°
        waarin tevens uitsluitend de waarderingen «zeer slecht», «slecht», «ruim onvoldoende», «bijna voldoende», «ruim voldoende», «zeer goed» en «uitmuntend» kunnen worden opgenomen.

1° 1° die in ieder geval de waarderingen «onvoldoende», «voldoende» en «goed» bevat; en 2° 2° waarin tevens uitsluitend de waarderingen «zeer slecht», «slecht», «ruim onvoldoende», «bijna voldoende», «ruim voldoende», «zeer goed» en «uitmuntend» kunnen worden opgenomen.

2.

In afwijking van het eerste lid wordt de eindwaardering van:

a. a. de basisvakken «op weg naar Engels ERK-niveau A1» en «op weg naar mbo-rekenniveau 2» uitgedrukt in «voldaan» of «niet voldaan»; en b. b. de vakken «Nederlands als tweede taal ERK-niveau B1» en «Nederlands als tweede taal ERK-niveau B2» uitgedrukt overeenkomstig het door het College voor toetsen en examens op grond van artikel 14 van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal vastgestelde resultaat.

3. De eindwaardering van het examenonderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij wordt uitgedrukt overeenkomstig de op grond van artikel 3.5, vierde lid, van het Besluit inburgering 2021 vastgestelde wijze van beoordeling.

4. De eindwaardering voor de examenonderdelen leervaardigheden en vaardigheden voor opleidings- en beroepskeuze worden uitgedrukt in «voldaan» of «niet voldaan».

Artikel 17l

De examencommissie stelt de uitslag van het examen vast met inachtneming van de artikelen 17m en 17n.

Artikel 17m

1.

Het examen voor het taalschakeltraject naar de basisberoepsopleiding is met goed gevolg afgelegd, indien:

a. a. voor alle basisvakken en het examenonderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» is behaald met uitzondering van de basisvakken «op weg naar «Engels ERK-niveau A1» en «op weg naar mbo-rekenniveau 2»; en b. b. voor de examenonderdelen leervaardigheden en vaardigheden voor opleidings- en beroepskeuze en voor de basisvakken «op weg naar Engels ERK-niveau A1» en «op weg naar mbo-rekenniveau 2» een eindwaardering «voldaan» is behaald.

2.

Het examen voor het taalschakeltraject naar de vakopleiding is met goed gevolg afgelegd, indien:

a. a. voor alle basisvakken en het examenonderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» is behaald; en b. b. voor de examenonderdelen leervaardigheden en vaardigheden voor opleidings- en beroepskeuze een eindwaardering «voldaan» is behaald.

3.

Het examen voor het taalschakeltraject naar de middenkaderopleiding is met goed gevolg afgelegd, indien:

a. a. voor alle basis- en maatwerkvakken en het examenonderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» is behaald; en b. b. voor de examenonderdelen leervaardigheden en vaardigheden voor opleidings- en beroepskeuze een eindwaardering «voldaan» is behaald.

Artikel 17n

Het examen voor de taalschakeltrajecten naar het hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs is met goed gevolg afgelegd, indien:

a. a. voor alle basis- en maatwerkvakken en het examenonderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste «voldoende» is behaald; en b. b. voor de examenonderdelen leervaardigheden en vaardigheden voor opleidings- en beroepskeuze een eindwaardering «voldaan» is behaald.

Hoofdstuk IV. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen

Artikel 18

1. Het examen van een beroepsopleiding wordt voor de eerste maal ingedeeld met keuzedelen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, bij beroepsopleidingen waarmee een student is aangevangen op of na 1 augustus 2016.

2. Centrale examinering voor de keuzedelen rekenen en Nederlandse taal, die wat eisen en niveau overeenkomen met de gelijknamige generieke examenonderdelen, vindt plaats bij beroepsopleidingen vanaf het studiejaar 20162017, onverminderd artikel 4 zoals luidend op 1 augustus 2019.

3. Centrale examinering voor het keuzedeel Engels, dat wat eisen en niveau overeenkomt met het gelijknamige generiek examenonderdeel, vindt plaats bij beroepsopleidingen vanaf het studiejaar 20172018.

Artikel 18a

Vervallen

Artikel 18b

1. Bij ministeriële regeling kan voor het examenonderdeel rekenen of het examenonderdeel dat een keuzedeel betreft, worden bepaald dat het bevoegd gezag kan beslissen dat het betreffende examenonderdeel geen deel uitmaakt van het examen van een beroepsopleiding.

2. Het bevoegd gezag neemt een beslissing als bedoeld in het eerste lid uitsluitend indien dat noodzakelijk is om de gevolgen van de uitbraak van COVID-19 te beperken voor de studenten of het personeel.

3.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld met betrekking tot de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. Deze regels betreffen in ieder geval:

a. a. het uiterste tijdstip waarop een student zijn diploma moet hebben behaald; b. b. op welk examenonderdeel de bevoegdheid van toepassing is; en c. c. de beroepsopleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2 van de wet, waarop de bevoegdheid van toepassing is.

4. Na een beslissing als bedoeld in het tweede lid maakt het betreffende examenonderdeel in afwijking van artikel 3 geen deel uit van het examen en is op de student de uitslagbepaling van artikel 17 van toepassing met dien verstande dat het betreffende examenonderdeel niet behoeft te zijn afgelegd.

5. Indien het gelet op de epidemiologische situatie vanwege de uitbraak van COVID-19 niet in het belang is van studenten om vast te houden aan de gestelde voorschriften omtrent het examen en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstellingen voor beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van de wet, kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat dit artikel van overeenkomstige toepassing is op een ander generiek examenonderdeel dan rekenen.

Artikel 18c

1.

Voor de student die voor 1 augustus 2022 een aanvang heeft gemaakt met zijn beroepsopleiding en deze opleiding uiterlijk heeft voltooid in de periode die overeenkomt met de voor hem geldende studieduur vermeerderd met twee studiejaren als bedoeld in artikel 7.2.4, zevende lid, van de wet:

a. a. zijn de begripsbepaling centraal examen ER voor het onderdeel rekenen en de artikelen 4, 6, eerste lid, onderdeel k, 8, derde en zesde lid, 12a, 12b, 12c en 17, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, onderdeel a, van toepassing zoals die luidden op 31 juli 2022, en b. b. zijn de artikelen 15, zesde lid, 17, eerste lid, onderdeel c, en 17b1 niet van toepassing.

2. Het bepaalde in het eerste lid is ook van toepassing op de student die voor 1 augustus 2023 een aanvang heeft gemaakt met het tweede studiejaar van zijn beroepsopleiding, die voor 1 augustus 2024 een aanvang heeft gemaakt met het derde studiejaar van zijn beroepsopleiding of voor 1 augustus 2025 een aanvang heeft gemaakt met het vierde studiejaar van zijn beroepsopleiding, en deze opleiding uiterlijk heeft voltooid in de periode die overeenkomt met de voor hem geldende studieduur vermeerderd met twee studiejaren als bedoeld in artikel 7.2.4, zevende lid, van de wet.

Artikel 19

1. In één of meer studiejaren gelegen voor het studiejaar waarin krachtens artikel 18 centrale examinering voor de onderdelen Nederlandse taal, rekenen of Engels voor de eerste maal plaatsvindt, kan voor de onderdelen Nederlandse taal, rekenen en Engels bij wijze van proef geheel of gedeeltelijk centrale examinering plaatsvinden door middel van een pilotexamen. Het bevoegd gezag van een instelling beslist of bij die instelling pilotexamens plaatsvinden.

2.

Het resultaat van het pilotexamen, dat is afgenomen in het laatste studiejaar voorafgaande aan het studiejaar waarin centrale examinering voor de eerste maal plaatsvindt, levert voor de onderdelen Nederlandse taal, rekenen of Engels een vrijstelling van uitsluitend het centraal examen voor het betreffende onderdeel op indien:

a. a. het centraal examen is afgenomen nadat ten minste de helft van de voor de student geldende studieduur is verstreken; of b. b. indien de voor de student geldende studieduur minder dan 24 maanden bedraagt en daarmee in afwijking van onderdeel a: het centraal examen is afgenomen vanaf het moment waarop de resterende periode van de voor die student geldende studieduur minder dan 12 maanden bedraagt; en c. c. voor zover het pilotexamen het onderdeel Nederlandse taal betreft: voor dit pilotexamen ten minste het cijfer 6 is behaald.

3. Bij vrijstelling voor de onderdelen Nederlandse taal, rekenen of Engels op grond van het tweede lid, telt de waardering voor het pilotexamen mee bij het bepalen van de eindwaardering, bedoeld in artikel 15.

4. Indien een pilotexamen of uitsluitend een instellingsexamen voor de onderdelen Nederlandse taal of rekenen van een beroepsopleiding is afgenomen voordat centrale examinering van die onderdelen voor de student voor de eerste maal plaatsvindt, heeft de waardering daarvan met een cijfer lager dan 6 dan wel met «onvoldoende» geen gevolgen voor het behalen van het diploma.

5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld omtrent pilotexamens.

Artikel 19a

Voor de student die voor 1 augustus 2016 een aanvang heeft gemaakt met zijn beroepsopleiding, zijn de generieke kwalificatie-eisen inzake loopbaan en burgerschap uit bijlage 1 van toepassing zoals die bijlage luidde op 31 juli 2016.

Artikel 19b

Dit besluit berust mede op artikel 7.4.3, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 7.2.3, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES.

Artikel 20

Dit besluit wordt aangehaald als: Examen- en kwalificatiebesluit WEB.

Bijlage 1. behorend bij

Bijlage 2. Referentieniveaus moderne vreemde talen bij