rijk/amvb/instellingsbesluit-bedrijfschap-slagersbedrijf/BWBR0002131
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Bedrijfschap Slagersbedrijf BWBR0002131 AMvB geldend 1954-06-30 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002131 Instellingsbesluit Bedrijfschap Slagersbedrijf

Instellingsbesluit Bedrijfschap Slagersbedrijf

Artikel 1

1. Er is een Bedrijfschap voor het Slagersbedrijf.

2. Het bedrijfschap heeft zijn zetel te 's-Gravenhage.

Artikel 2

1. Het bedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin het slagersbedrijf wordt uitgeoefend.

2.

Dit besluit verstaat onder:

slagersbedrijf: het bedrijf van het geschikt maken van vers vlees voor aflevering aan particulieren en het verkopen van aldus in eigen onderneming behandeld vlees aan particulieren, al dan niet tezamen met:

a. a. het - tenzij uitsluitend door afkoelen - verduurzamen of het, al dan niet onder vermenging met andere stoffen, toebereiden van vlees en het verkopen van aldus in eigen onderneming verduurzaamd of toebereid vlees aan particulieren of anderen; b. b. het verkopen aan particulieren van anders dan door het in eigen onderneming verrichten der onder a bedoelde werkzaamheden verkregen verduurzaamd of, al dan niet met andere stoffen vermengd, toebereid vlees;

wet: de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22, sedert gewijzigd);

vlees: delen van vee, welke, al dan niet na toebereiding, tot menselijk voedsel kunnen dienen;

vee: runderen, varkens, schapen, geiten en eenhoevige dieren.

3. Voor de toepassing van het vorige lid wordt onder verkopen aan particulieren mede verstaan het daarmede gepaard gaande verkopen aan instellingen of aan personen, die het gekochte in een door hen gedreven onderneming aanwenden, behoudens indien bovendien, anders dan in verband met het verkopen aan particulieren, aan wederverkopers pleegt te worden verkocht.

Artikel 2a

Het bestuur is bevoegd uit zijn midden voor elk lid van het dagelijks bestuur een plaatsvervanger te benoemen.

Artikel 3

1.

Aan het bedrijfschap is overgelaten de regeling of nadere regeling van de volgende onderwerpen:

a. a. de berekening van de aanbodprijs in verband met de kosten van de onderneming; b. b. het aanbieden of verstrekken van geschenken, in de vorm van goederen of diensten; c. c. het geven van kortingen, welke niet uitsluitend verband houden met de jegens de afnemers verschuldigde prestatie; d. d. de aanduiding van ten verkoop aangeboden vlees en vleeswaren; e. e. de administratie van ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld; f. f. de lonen en de andere arbeidsvoorwaarden; g. g. de vakopleiding; h. h. de registratie van de ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld en van de in die ondernemingen werkzame personen; i. i. het verstrekken van de voor de vervulling van de taak van het bedrijfschap nodige gegevens; j. j. de inzage van boeken en bescheiden en de bezichtiging en opneming van bedrijfsmiddelen en voorraden van ondernemingen, voor zover nodig in verband met het toezicht op de naleving van de verordeningen van het bedrijfschap.

2. Verordeningen betreffende de in het eerste lid, onder h, i en j, genoemde onderwerpen behoeven, instede van de in artikel 94 der wet voorziene goedkeuring, die van de Sociaal-Economische Raad, tenzij reeds op grond van enige andere bepaling der wet de goedkeuring van Onze betrokken Ministers is vereist. In dit laatste geval beslissen dezen omtrent de goedkeuring niet dan na de Sociaal-Economische Raad te hebben gehoord.

Artikel 4

Overtredingen van een op grond van artikel 93, eerste lid, van de wet vastgestelde verordening kunnen bij die verordening worden aangewezen als strafbare feiten.

Artikel 5

Op overtreding van een op grond van artikel 93, eerste lid, van de wet vastgestelde verordening kunnen, ook indien de overtreding als strafbaar feit is aangewezen, bij die verordening tuchtrechtelijke maatregelen worden gesteld.

Artikel 6

1. De door het bedrijfschap krachtens artikel 126, eerste lid, der wet op te leggen heffingen worden, behoudens in de gevallen bedoeld in de volgende leden, vastgesteld naar het aantal in iedere onderneming, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, werkzame personen, behorende tot bij de heffingsverordening aan te wijzen categorieën, overeenkomstig bij die verordening vast te stellen maatstaven.

2. Een periodieke heffing kan ook, als basisheffing, worden opgelegd tot een bedrag, dat voor alle bij het drijven van een onderneming, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, geëxploiteerde verkoopplaatsen gelijk is.

3. Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag, welke het bestuur van het bedrijfschap in verband met die bestemming passend acht.

Artikel 7

Dit besluit kan worden aangehaald als: Instellingsbesluit Bedrijfschap Slagersbedrijf.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.