40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren | BWBR0016490 | AMvB | geldend | 2004-04-07 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0016490 | Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren |
Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. a. de wet: de Wet op de bedrijfsorganisatie; b. b. het productschap: het Productschap Pluimvee en Eieren.
Artikel 2
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. a. pluimvee: kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, kwartels, duiven, fazanten, patrijzen en loopvogels (ratites); b. b. edelpelsdieren: nertsen, vossen en overige voor de bontproductie gehouden pelsdieren; c. c. tamme konijnen: konijnen, zijnde landbouwhuisdieren; d. d. pluimveevlees: vlees afkomstig van pluimvee; e. e. eieren: vogeleieren welke al dan niet bestemd zijn voor menselijke consumptie; f. f. technische eiproducten: eiproducten welke ongeschikt zijn voor menselijke consumptie; g. g. wild: alle gedode, voor menselijke consumptie geschikte dieren die in het vrije veld plegen te leven.
Artikel 3
1.
In dit besluit wordt onder pluimveehouderij verstaan het al dan niet voor eigen rekening en risico bedrijfsmatig:
a. a. houden van pluimvee, b. b. fokken van pluimvee, c. c. opfokken van pluimvee, d. d. uitoefenen van het pluimveevermeerderingsbedrijf, of e. e. uitoefenen van kuikenbroederij.
2. In dit besluit wordt onder handel mede de werkzaamheid van tussenpersonen verstaan.
3. In dit besluit wordt onder handel niet de doorvoer- en driehoekshandel verstaan.
Paragraaf 2. Het productschap
Artikel 4
1. Er is een Productschap Pluimvee en Eieren.
2.
Het productschap is ingesteld voor ondernemingen waarin:
a. a. de pluimvee-, edelpelsdieren- of konijnenhouderij wordt uitgeoefend; b. b. pluimvee, wild en tamme konijnen of daaruit verkregen producten worden be- of verwerkt tot producten welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijk voedsel kunnen dienen; c. c. eieren of daaruit verkregen producten worden be- en verwerkt tot producten welke, al dan niet na verdere be- en verwerking, tot menselijk voedsel kunnen dienen dan wel kunnen dienen als grondstof voor producten welke niet bestemd zijn tot menselijk voedsel; d. d. de handel wordt uitgeoefend in:
1°
pluimvee, eieren, wild of tamme konijnen of in daaruit verkregen producten welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijk voedsel kunnen dienen;
2°
broedeieren en eendagskuikens;
3°
bont, of
4°
technische eiproducten.
1° 1° pluimvee, eieren, wild of tamme konijnen of in daaruit verkregen producten welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijk voedsel kunnen dienen; 2° 2° broedeieren en eendagskuikens; 3° 3° bont, of 4° 4° technische eiproducten.
3. Het productschap is mede ingesteld voor veilingen van de in het tweede lid bedoelde producten.
4. Het productschap is gevestigd te Zoetermeer.
Artikel 5
Het bestuur van het productschap bestaat uit 21 leden. Hiervan worden benoemd:
a. a. voor ondernemingen op het gebied van de pluimveehouderij: vijf leden door organisaties van ondernemers en vier leden door organisaties van werknemers; b. b. voor ondernemingen op het gebied van de verwerkende industrie en de groothandel in eieren: twee leden door organisaties van ondernemers en twee leden door organisaties van werknemers; c. c. voor ondernemingen op het gebied van de verwerkende industrie en de groothandel in pluimvee, wild en tamme konijnen: twee leden door organisaties van ondernemers en drie leden door organisaties van werknemers; en d. d. voor ondernemingen op het gebied van de detailhandel in eieren en pluimvee: twee leden door organisaties van ondernemers en een lid door organisaties van werknemers.
Paragraaf 3. Bevoegdheden
Artikel 6
Het productschap is bevoegd tot de regeling of nadere regeling van de in artikel 93, tweede lid, van de wet vermelde onderwerpen of onderdelen daarvan, met uitzondering van onderdeel d: de lonen en andere arbeidsvoorwaarden.
Artikel 7
Bij een op grond van artikel 93, tweede lid, van de wet vastgestelde verordening kan worden bepaald dat deze mede andere dan de in artikel 102, eerste lid, van de wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen bindt, voorzover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in de ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden verricht.
Artikel 8
1. Het productschap legt een heffing als bedoeld in artikel 126, eerste lid van de wet op, gebaseerd op een grondslag die het bestuur passend acht, waarbij het tarief voor verschillende in de heffingsverordening aangewezen groepen van ondernemingen verschillend kan zijn. Boven of in de plaats van zodanige heffing kan een bedrag worden geheven dat voor alle ondernemingen of groepen daarvan gelijk is.
2. Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur van het productschap in verband met die bestemming passend acht.
Paragraaf 4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 9
1. Het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 21 augustus 1998 ingestelde Productschap voor Pluimvee en Eieren wordt opgeheven.
2. Verordeningen en andere besluiten die zijn vastgesteld door het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 21 augustus 1998 ingestelde Productschap voor Pluimvee en Eieren blijven van kracht tot de datum waarop de door het op grond van dit besluit ingestelde Productschap voor Pluimvee en Eieren vastgestelde verordeningen en andere besluiten terzake in werking zullen treden.
3. Het personeel, de rechten, de verplichtingen, de vermogensbestanddelen en de archiefbescheiden van het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 21 augustus 1998 ingestelde Productschap voor Pluimvee en Eieren, gaan over naar het op grond van dit besluit ingestelde Productschap voor Pluimvee en Eieren.
4. Wettelijke procedures en rechtsgedingen, ingesteld door of tegen het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 21 augustus 1998 ingestelde Productschap Pluimvee en Eieren worden geacht te zijn ingesteld door of tegen het op grond van dit besluit ingestelde Productschap voor Pluimvee en Eieren.
Artikel 10
De bestuursleden en hun plaatsvervangers van wie de zittingsperiode ingaat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, treden af op 1 januari 2006.
Artikel 11
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 12
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren.