rijk/amvb/interimbesluit-ziektekosten-burgerlijke-ambtenaren-defensie/BWBR0006034
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Interimbesluit ziektekosten burgerlijke ambtenaren defensie BWBR0006034 AMvB geldend 1993-07-14 https://wetten.overheid.nl/BWBR0006034 Interimbesluit ziektekosten burgerlijke ambtenaren defensie

Interimbesluit ziektekosten burgerlijke ambtenaren defensie

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. Onze Minister: Onze Minister van Defensie; b. b. ambtenaar:

      1°.
      de ambtenaar als genoemd in artikel 1 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie;
    
    
      2°.
      degene die krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht een of meer betrekkingen bekleedt waarvan de bezoldiging is vastgesteld door Onze Minister;

1°. 1°. de ambtenaar als genoemd in artikel 1 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie; 2°. 2°. degene die krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht een of meer betrekkingen bekleedt waarvan de bezoldiging is vastgesteld door Onze Minister; c. c.

      1°.
      de echtgenote van de ambtenaar, die behoort tot het huishouden van de ambtenaar en aan dit besluit niet zelfstandig aanspraken ontleent en van wie de inkomsten lager zijn dan die van de ambtenaar;
    
  
  alsmede, de hierna genoemde kinderen, indien de ambtenaar voor hen de premie voor een ziektekostenverzekering heeft betaald,

1°. 1°. de echtgenote van de ambtenaar, die behoort tot het huishouden van de ambtenaar en aan dit besluit niet zelfstandig aanspraken ontleent en van wie de inkomsten lager zijn dan die van de ambtenaar; 2°. 2°. het kind jonger dan 16 jaar, bedoeld in artikel 7 van de Algemene Kinderbijslagwet; 3°. 3°. het kind van 16 tot 18 jaar en van 16 tot 25 jaar, bedoeld in artikel 7 respectievelijk artikel 26 van de Algemene Kinderbijslagwet; 4°. 4°. het kind van 25 of 26 jaar dat behoudens de leeftijdseis voldoet aan het bepaalde in artikel 26, eerste lid onder a, respectievelijk tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet; 5°. 5°. het kind van 18 tot 27 jaar dat in aanmerking komt voor studiefinanciering ingevolge de Wet studiefinanciering 2000, met dien verstande dat wat betreft de gezinsleden vermeld onder 2° tot en met 4° de ter uitvoering van de artikelen 7 en 26 van de Algemene Kinderbijslagwet gestelde regels van overeenkomstige toepassing zijn; d. d. uitvoeringsorgaan: het orgaan belast met de uitbetaling van de bezoldiging van de ambtenaar; e. e. bevoegd gezag:

      1º.
      de secretaris-generaal, voor zover het betreft de centrale organisatie;
    
    
      2º.
      de bevelhebber, voor zover het betreft het desbetreffende krijgsmachtdeel;
    
    
      3º.
      de commandant Defensie Interservice Commando, zover het betreft het Defensie Interservice Commando.

1º. 1º. de secretaris-generaal, voor zover het betreft de centrale organisatie; 2º. 2º. de bevelhebber, voor zover het betreft het desbetreffende krijgsmachtdeel; 3º. 3º. de commandant Defensie Interservice Commando, zover het betreft het Defensie Interservice Commando.

Artikel 2

Met inachtneming van artikel 4 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie wordt in dit besluit en de daarop berustende bepalingen mede verstaan onder echtgenote of echtgenoot:

1°. 1°. de geregistreerde partner; 2°. 2°. degene die door de ambtenaar als partner is aangemeld bij de Stichting Pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt, op voorwaarde dat de ambtenaar een bewijs van die aanmelding heeft overgelegd aan de minister.

Artikel 3

1. De ambtenaar ontvangt over elke kalendermaand een tegemoetkoming in ziektekosten.

2. De ambtenaar ontvangt voorts een tegemoetkoming voor het gezinslid, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 1°.

3. De ambtenaar ontvangt een extra tegemoetkoming voor ten hoogste één gezinslid, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 2°. Indien de ambtenaar en diens echtgenote beiden aanspraak op deze tegemoetkoming hebben, wordt deze toegekend aan de ambtenaar met het oudste kind jonger dan 16 jaar dat deel uitmaakt van het gemeenschappelijke huishouden.

4. De ambtenaar ontvangt een extra tegemoetkoming voor elk gezinslid, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 3° tot en met 5°.

5. De tegemoetkomingen worden over een kalendermaand slechts verleend, indien de ambtenaar gedurende meer dan de helft van het aantal dagen als zodanig in dienst is geweest. De tegemoetkomingen voor gezinsleden worden over een kalendermaand slechts verleend, indien zij gedurende meer dan de helft van het aantal dagen als gezinslid kunnen worden aangemerkt.

Artikel 4

1.

De ambtenaar ontvangt voor zichzelf geen tegemoetkoming over een kalendermaand, waarin hij gedurende meer dan de helft van het aantal dagen behoort tot een van de volgende categorieën:

a. a. degenen die zelfstandig verplicht verzekerd zijn krachtens de Ziekenfondswet; b. b. degenen die medeverzekerd zijn ingevolge het bepaalde in artikel 4 van de Ziekenfondswet; c. c. degenen die uit hoofde van hun (voormalige) dienstbetrekking aanspraak hebben op gehele of gedeeltelijke geneeskundige verzorging of op gehele of gedeeltelijke vergoeding van de kosten daarvan; d. d. degenen die uit hun dienstbetrekking geen bezoldiging genieten.

2. De ambtenaar ontvangt over een kalendermaand waarin hij gedurende meer dan de helft van het aantal dagen behoort tot de in het eerste lid, onderdeel d, genoemde categorie, geen tegemoetkoming voor een gezinslid.

3. De ambtenaar ontvangt evenmin een tegemoetkoming voor het gezinslid dat tot een van de in het eerste lid genoemde categorieën behoort, dan wel uit anderen hoofde aanspraak heeft op gehele of gedeeltelijke geneeskundige verzorging, of op gehele of gedeeltelijke vergoeding van de kosten daarvan.

4. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel d, en het tweede lid behoudt de ambtenaar die zich in werkelijke militaire dienst bevindt zijn aanspraken voor hem en zijn gezinsleden bedoeld in artikel 3.

Artikel 5

1.

Het bedrag van de tegemoetkomingen is zodanig dat na aftrek van de verschuldigde loonbelasting en premies volksverzekeringen wordt uitbetaald:

a. a. ten aanzien van de ambtenaar en het gezinslid, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 1°: de helft van het per 1 april 1988 geldende maximumbijdragedeel van de premie voor een standaardpakket als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekering voor een persoon die de dag vóór 1 april 1986 verzekerd of medeverzekerd was in de vrijwillige verzekering ingevolge de Ziekenfondswet, de helft van de verschuldigde omslagbijdrage ingevolge artikel 5 van de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden en de helft van de verschuldigde omslagbijdrage ingevolge artikel 6h van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen; b. b. ten aanzien van het gezinslid, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 2°: de helft van het per 1 april 1988 geldende maximumbijdragedeel van de premie voor een standaardpakket als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet op de toegang tot de ziektekostenverzekeringen voor eigen, aangehuwde en pleegkinderen tot 27 jaar van de hierboven onder a bedoelde persoon, de helft van de verschuldigde omslagbijdrage ingevolge artikel 5 van de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden en de helft van de verschuldigde omslagbijdrage ingevolge artikel 6h van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen; c. c. ten aanzien van de gezinsleden, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 3° tot en met 5°: de helft van het per 1 april 1988 geldende maximumbijdragedeel van de premie voor een standaardpakket als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen voor eigen, aangehuwde en pleegkinderen tot 27 jaar van de hierboven onder a bedoelde persoon, de helft van de verschuldigde omslagbijdrage ingevolge artikel 5 van de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden en de helft van de verschuldigde omslagbijdrage ingevolge artikel 6h van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen; d. d. een toeslag; e. e. een aanvullende toeslag indien de ambtenaar geen tegemoetkoming ontvangt voor een gezinslid, en indien hij bij een volledige werktijd een salaris heeft gelijk aan dan wel lager dan het maximumsalaris van salarisschaal 7 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.

2. Onze Minister stelt nadere regels vast ten aanzien van de vaststelling van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met e. Daarbij geldt dat de bedragen, met ingang van 1 januari 2002, jaarlijks per 1 januari worden aangepast aan de gemiddelde procentuele ontwikkeling van de premies die door een aantal niet op winst gerichte ziektekostenverzekeraars worden berekend voor een verzekering tegen ziektekosten.

3. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen a en c, worden de ambtenaar en gezinsleden in de leeftijdscategorie van 16 tot en met 19 jaar en ouder dan 64 jaar wat betreft de tegemoetkoming in de verschuldigde omslagbijdragen ingevolge artikel 5 van de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden en ingevolge artikel 6h van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen gelijkgesteld met degenen in de leeftijdscategrorie van 20 tot en met 64 jaar.

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

1. Met inachtneming van artikel 4 ontvangt de ambtenaar met een onvolledige werktijd, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (BBAD), van meer dan twaalf uur per week, de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3, behorende bij een volledige werktijd.

2. Met inachtneming van artikel 4 ontvangt de ambtenaar met een onvolledige werktijd, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het BBAD, van twaalf uur of minder per week, een evenredig deel van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3, behorende bij een volledige werktijd.

3. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die op grond van een van de in artikel 4, eerste lid, onder a, b of c, genoemde redenen of uit anderen hoofde aanspraak heeft op gehele of gedeeltelijke geneeskundige verzorging of op gehele of gedeeltelijke vergoeding van de kosten daarvan, maar echter slechts gedurende de helft of minder dan de helft van het aantal dagen van een kalendermaand aanspraak heeft, ontvangt slechts een evenredig deel van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3, behorende bij een volledige werktijd.

4. Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste en tweede lid, een echtgenoot of echtgenote heeft, ontvangt de ambtenaar alleen een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3, derde en vierde lid, indien de inkomsten van deze echtgenoot of echtgenote lager zijn dan die van de ambtenaar.

Artikel 8

1.

Het uitvoeringsorgaan betaalt de tegemoetkomingen uit in de maanden juni en december over de twee voorafgaande kwartalen eindigend met de maand maart respectievelijk september, dan wel op verzoek van de ambtenaar hetzij in de maand december over de vier voorafgaande kwartalen eindigend met de maand september, hetzij per maand, over de maand gelegen drie maanden daarvoor.

Zo nodig vindt uitbetaling eerder plaats in geval van ontslag of overlijden. Indien op verzoek van de ambtenaar uitbetaling in de maand december plaatsvindt, vindt in dat geval uitbetaling plaats over de resterende maanden, liggende tussen de vastgestelde betalingsmomenten, waarin overeenkomstig artikel 3 aanspraak op de tegemoetkoming bestaat.

2.

De eerste uitbetaling van de tegemoetkoming vindt slechts op aanvraag plaats.

Indien wijzigingen optreden in de voor de bepaling van de tegemoetkoming relevante gegevens is de ambtenaar verplicht deze wijzigingen aan het uitvoeringsorgaan te melden. De eerste aanvraag alsmede de melding van wijzigingen geschiedt op formulieren, waarvan het model wordt vastgesteld door Onze Minister van Defensie.

3. Indien niet binnen een periode van een jaar nadat het recht op respectievelijk nadat verhoging van het recht op een tegemoetkoming is ontstaan een aanvraag- respectievelijk een wijzigingsformulier is ingediend, vindt de eerste uitbetaling respectievelijk verhoging van de uitbetaling van de tegemoetkoming plaats met terugwerkende kracht tot en met een jaar gerekend vanaf de eerste dag van de maand van indiening.

Artikel 9

1. De toekenning van de tegemoetkomingen geschiedt door het bevoegd gezag.

2. De uitbetaling van de tegemoetkomingen geschiedt door het uitvoeringsorgaan over de maand of maanden waarvoor de ambtenaar een tegemoetkoming heeft aangevraagd dan wel, in geval van ontslag of overlijden, over de maand van ontslag of overlijden.

Artikel 10

1. Het uitvoeringsorgaan kan verlangen dat de ambtenaar voor de toekenning van een tegemoetkoming relevante bescheiden overlegt.

2. Indien de ambtenaar niet voldoet aan het verzoek om bescheiden over te leggen, kan de uitbetaling van de tegemoetkoming door het uitvoeringsorgaan worden opgeschort.

Artikel 11

Onze Minister kan voor de uitvoering van dit besluit nadere regels geven.

Artikel 12

1. Het bedrag van de tegemoetkomingen wordt, voor zover betrekking hebbende op de tegemoetkomingen waarvan de uitbetaling is genoemd in artikel 5, eerste lid, onder a tot en met c, voor de ambtenaar en het gezinslid bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 1°, die verzekerd of medeverzekerd zijn voor een standaardpakket als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op de toegang tot de ziektekostenverzekeringen voor een persoon die de dag voor 1 april 1986 verzekerd of medeverzekerd was in de vrijwillige verzekering ingevolge de Ziekenfondswet, verhoogd met de helft van de per 1 januari 1989 optredende mutatie in het maximum bijdrage deel van de premie van genoemd standaardpakket met dien verstande dat de mutatie als gevolg van de uitbreiding van het verstrekkingenpakket van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten per 1 januari 1989 buiten beschouwing blijft; voor gezinsleden bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 2°, 3°, 4° en 5° die medeverzekerd zijn voor het hiervoor bedoelde standaardpakket voorzover daarvoor voor hen een maximumbijdragedeel in de premie verschuldigd is wordt het bedrag van de tegemoetkomingen verhoogd met de helft van de voor hen op 1 januari 1989 optredende mutatie van het bedoelde maximumbijdragedeel van de premie met dien verstande dat de mutatie als gevolg van de uitbreiding van het verstrekkingenpakket van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten per 1 januari 1989 buiten beschouwing blijft.

2. Het bepaalde in het eerste lid is slechts van toepassing op degene die voor 1 januari 1989 de in het eerste lid bedoelde standaardpolis hadden afgesloten.

Artikel 12a

1. De tegemoetkomingen krachtens of overeenkomstig dit besluit worden niet gerekend tot het ambtelijk inkomen in de zin van de Algemeen burgerlijke pensioenwet.

2. De tegemoetkomingen krachtens of overeenkomstig dit besluit worden niet gerekend tot de inkomsten als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel.

Artikel 13

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1993.

Artikel 14

Dit besluit wordt aangehaald als Interimbesluit ziektekosten burgerlijke ambtenaren defensie.