40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Luchthavenbesluit Eelde | BWBR0051670 | AMvB | geldend | 2025-11-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0051670 | Luchthavenbesluit Eelde |
Luchthavenbesluit Eelde
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
APU: Auxiliary Power Unit of hulpaandrijvingseenheid;
-
bedrijfswoning: woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, slechts bestemd voor het huishouden van een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de functie van het gebouw of terrein, noodzakelijk is;
-
beperkt kwetsbaar gebouw: gebouw met een kantoor-, cel-, industrie-, sport- of logiesfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
-
circuitvlucht: vliegtuigbeweging in de onmiddellijke omgeving van de luchthaven, in het bijzonder verband houdend met het starten, het oefenen voor het landen en het landen en waaronder inbegrepen het uitvoeren van touch and go's en missed approaches;
-
exploitant: de exploitant van de luchthaven Eelde, zijnde Groningen Airport Eelde N.V.;
-
extramurale opslag of verwerking: opslag of verwerking anders dan in een volledig afgesloten gebouw;
-
gebouw: gebouw als bedoeld in bijlage 1.1 van de Omgevingswet;
-
geluidgevoelig gebouw: gebouw met een onderwijs- of gezondheidszorgfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; 1°. handelsverkeer: verkeersvluchten van luchtvaartmaatschappijen die open staan voor individuele boekingen voor passagiers, vracht of post, en die betreffen:
1°. geregelde vluchten, zijnde lijnvluchten of commerciële vluchten, uitgevoerd op een vaste route volgens een gepubliceerde dienstregeling; en 2°. niet-geregelde vluchten, zijnde chartervluchten in het passagiers- en vrachtvervoer of commerciële vluchten met een ongeregeld karakter;
1°. 1°. geregelde vluchten, zijnde lijnvluchten of commerciële vluchten, uitgevoerd op een vaste route volgens een gepubliceerde dienstregeling; en 2°. 2°. niet-geregelde vluchten, zijnde chartervluchten in het passagiers- en vrachtvervoer of commerciële vluchten met een ongeregeld karakter;
- kwetsbaar gebouw: gebouw met een onderwijs- of gezondheidszorgfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
- landing: het moment waarop een luchtvaartuig contact met de grond maakt;
- lesvlucht: vlucht onder leiding van een instructeur om vliegvaardigheid te verkrijgen dan wel te behouden;
- obstakel: object dat zich boven het maaiveld bevindt en zich niet voortbeweegt;
- oefenvlucht: solovlucht voor het verkrijgen dan wel behouden van vliegvaardigheid;
- Onze Minister: de minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- overig gebouw: gebouw, niet zijnde een woning, een beperkt kwetsbaar gebouw of een kwetsbaar gebouw;
- positievlucht: een vlucht zonder lading (passagiers, vracht, post) van een luchthaven om vanaf de volgende luchthaven een vlucht met lading uit te voeren;
- proefvlucht: vlucht die wordt uitgevoerd ter beproeving van de eigenschappen en goede werking van een luchtvaartuig of voor de levering van bewijs van het voldoen aan de luchtwaardigheidsvoorschriften;
- spoedeisende hulpverlening: vluchten ter bestrijding van brand, vluchten van een Search- and Rescue-dienst als bedoeld in artikel 1 van de Regeling inzake de SAR-dienst 1994, traumavluchten, ambulancevluchten, humanitaire vluchten en donorvluchten;
- start: het moment waarop een luchtvaartuig contact met de grond verbreekt;
- straalvliegtuig: een vliegtuig waarbij de voortstuwing direct door ten minste één straalmotor wordt verzorgd.
- vliegtuigbeweging: de aankomst of het vertrek van een vliegtuig op of van de luchthaven.
Artikel 2
Dit besluit is van toepassing op de luchthaven Eelde en de gebieden die zijn opgenomen in de bijlagen.
Artikel 3
Het gebruiksjaar van de luchthaven omvat de periode van 1 november van enig jaar tot en met 31 oktober van het daaropvolgende jaar.
Hoofdstuk 2. Luchthavenluchtverkeer
Paragraaf 2.1. Regels en grenswaarden met het oog op de geluidbelasting
Artikel 4
1. De geluidbelasting in een handhavingspunt dat is aangegeven op de kaart in bijlage 1, met uitzondering de geluidbelasting van vluchten ten behoeve van spoedeisende hulpverlening of de uitoefening van politietaken, bedraagt niet meer dan de bij dat punt aangegeven waarde.
2. Voor vluchten ten behoeve van spoedeisende hulpverlening of de uitoefening van politietaken geldt een grenswaarde van maximaal 3.823 vliegtuigbewegingen per gebruiksjaar.
Artikel 5
1. Het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van starts en landingen op de luchthaven is enkel toegestaan op maandag tot en met vrijdag in de periode van 06.30 uur tot 00.00 uur, en op zaterdag, zondag en officiële feestdagen in de periode van 07.30 uur tot 00.00 uur.
2. Onverminderd het eerste lid is het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van starts en landingen op de luchthaven tussen 23.00 uur en 00.00 uur enkel toegestaan voor handelsverkeer en positievluchten, met uitzondering van verkeersvluchten van luchtvaartmaatschappijen die exclusief open staan voor vracht of post.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van starts en landingen met luchtvaartuigen die in nood verkeren of met luchtvaartuigen die worden ingezet voor spoedeisende hulpverlening of de uitoefening van politietaken.
Artikel 6
1. Het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van circuitvluchten als onderdeel van proef-, les- dan wel oefenvluchten, met vliegtuigen met schroefaandrijving met een maximaal toegelaten totaalmassa van minder dan 6.000 kg vindt plaats van maandag tot en met zaterdag van 08.00 uur tot 22.00 uur en op zondag en officiële feestdagen van 10.00 uur tot 19.00 uur.
2. Het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van circuitvluchten als onderdeel van les- dan wel oefenvluchten met vliegtuigen met schroefaandrijving met een maximaal toegelaten totaalmassa van 6.000 kg of meer en met straalvliegtuigen is verboden.
3. Het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van circuitvluchten als onderdeel van proefvluchten met vliegtuigen met schroefaandrijving met een maximaal toegelaten totaalmassa van 6.000 kg of meer en met straalvliegtuigen vindt plaats van maandag tot en met vrijdag van 08.00 uur tot 20.00 uur, niet zijnde officiële feestdagen, met dien verstande dat voor het aantal van de bedoelde circuitvluchten een grenswaarde van 43 vluchten per jaar geldt.
4.
Het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van vluchten met vliegtuigen met het doel valschermspringen te beoefenen is in de periode van 17 september tot en met 14 april alleen toegestaan:
a. a. op zaterdag tussen 09.00 uur en 20.00 uur; b. b. op zondag en officiële feestdagen tussen 10.00 uur en 20.00 uur.
Paragraaf 2.2. Regels met het oog op de lokale luchtverontreiniging
Artikel 7
1. De exploitant van de luchthaven draagt er zorg voor dat elektriciteitsvoorziening aan stilstaande vliegtuigen die worden ingezet ten behoeve van handelsverkeer aanwezig en van voldoende kwaliteit is.
2. De exploitant van de luchthaven draagt er zorg voor dat de afhandelingsplaatsen uiterlijk 1 januari 2040 beschikken over infrastructuur en voorzieningen van voldoende kwaliteit voor de toevoer van geconditioneerde lucht aan stilstaande vliegtuigen die worden ingezet ten behoeve van handelsverkeer.
3. De exploitant van de luchthaven draagt er zorg voor dat de elektriciteit voor de elektriciteitsvoorziening en voor de toevoer van geconditioneerde lucht uiterlijk 1 januari 2030 afkomstig is van het elektriciteitsnet of ter plaatse wordt opgewekt zonder gebruikmaking van fossiele brandstoffen.
4. Bij de afhandeling van een vliegtuig aan de afhandelingsplaats draagt de gezagvoerder er zorg voor dat er geen gebruik gemaakt wordt van de in het vliegtuig aanwezige APU, voor zover de infrastructuur en voorzieningen voor de elektriciteitsvoorziening en de toevoer van geconditioneerde lucht beschikbaar en operationeel zijn.
5. De gezagvoerder kan afwijken van het vierde lid indien naleving van dat lid naar het oordeel van de gezagvoerder om veiligheidsredenen geen doorgang kan vinden.
Artikel 8
1. De gezagvoerder draagt er zorg voor dat het vliegtuig met gebruikmaking van het minimale noodzakelijke aantal motoren van, naar en over de start- en landingsbaan taxiet.
2. De gezagvoerder kan afwijken van het eerste lid indien naleving van dat lid naar het oordeel van de gezagvoerder onveilig is of aan de normale operatie van het vliegtuig in de weg staat.
Hoofdstuk 3. Ruimtelijke indeling
Artikel 9
1. Het luchthavengebied is het gebied dat als zodanig is aangewezen op de kaart in bijlage 1.
2. De gronden die bestemd zijn voor de start- en landingsbaan zijn aangegeven op de kaart in bijlage 1.
Artikel 10
1. De contouren ter aanduiding van het 10^-5 en 10^-6 plaatsgebonden risico zijn aangegeven op de kaart in bijlage 2.
2. De contouren ter aanduiding van de geluidbelasting van 70 L_den, 56 L_den en 48 L_den zijn aangegeven op de kaart in bijlage 3.
Artikel 11
1. De contouren ter aanduiding van de veiligheidsgebieden zijn aangegeven op de kaart in bijlage 4.
2. De gebieden met hoogtebeperkingen in verband met de vliegveiligheid zijn aangegeven op de kaarten in de bijlagen 5a tot en met 5i.
3. De contouren ter aanduiding van de gebieden met hoogtebeperkingen in verband met de goede werking van de apparatuur voor luchtverkeerscommunicatie, -navigatie of -begeleiding zijn aangegeven op de kaarten in de bijlagen 5j tot en met 5w.
4. Het gebied met beperkingen ten aanzien van vogelaantrekkende activiteiten en grondgebruik is aangegeven op de kaart in bijlage 6.
5. Het laserstraalvrije gebied is aangegeven op de kaart in bijlage 7.
Artikel 12
1.
In het gebied als bedoeld in artikel 10, eerste lid, binnen een 10^-5-plaatsgebonden risicocontour:
a. a. worden woningen, niet zijnde bedrijfswoningen, en kwetsbare gebouwen aan hun bestaande functie onttrokken; b. b. is nieuwbouw van een gebouw niet toegestaan.
2. Beëindiging van het bestaande gebruik van een woning gelegen in het gebied, bedoeld in het eerste lid, kan niet worden gevergd van degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit rechtmatig gebruiker is van een woning als bedoeld in het derde lid.
3.
Van bestaand gebruik als bedoeld in het tweede lid is sprake indien op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit:
a. a. een woning rechtmatig aanwezig was en voor bewoning werd gebruikt; of b. b. een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend voor een woning op de desbetreffende plaats, mits binnen zes maanden na die datum een begin met de werkzaamheden is gemaakt.
4.
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b:
a. a. is vervangende nieuwbouw van bedrijfswoningen toegestaan; b. b. kan door Onze Minister een verklaring van geen bezwaar worden afgegeven voor vervangende nieuwbouw van een beperkt kwetsbaar gebouw en voor nieuwbouw van een overig gebouw.
5. In het gebied dat gelegen is op een 10^-6-plaatsgebonden risicocontour en tussen deze contour en de daarbinnen liggende 10^-5-plaatsgebonden risicocontour is nieuwbouw van een gebouw, niet zijnde een bedrijfswoning, niet toegestaan.
6. In afwijking van het vijfde lid kan door Onze Minister voor nieuwbouw van een gebouw een verklaring van geen bezwaar worden afgegeven.
7.
Ten aanzien van een woning en een kwetsbaar gebouw wordt de verklaring, bedoeld in het zesde lid, slechts afgegeven:
a. a. bij nieuwbouw op een open plek in de bestaande bebouwing; b. b. bij verandering van de functie van een gebouw; of c. c. bij verplaatsing van een woning of een kwetsbaar gebouw naar een minder risicodragende locatie binnen het gebied.
8. Het zevende lid, aanhef en onder c, wordt niet eerder toegepast dan nadat de oude woning of het oude kwetsbare gebouw aan de bestaande functie is onttrokken.
Artikel 13
1. In het gebied dat gelegen is op of binnen de contour van 70 L_den, als bedoeld in artikel 10, tweede lid, worden woningen, niet zijnde bedrijfswoningen, en geluidgevoelige gebouwen aan hun bestaande functie onttrokken. Artikel 12, derde, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. In het gebied dat gelegen is op of binnen de contour van 56 L_den is nieuwbouw van een woning, niet zijnde een bedrijfswoning, en een geluidgevoelig gebouw niet toegestaan.
3.
In afwijking van het tweede lid:
a. a. is nieuwbouw van een bedrijfswoning toegestaan, en b. b. kan door Onze Minister een verklaring van geen bezwaar worden afgeven voor een woning of een geluidgevoelig gebouw, gelegen op de contour van 56 L_den of in het gebied tussen de contour van 56 L_den en de contour van 70 L_den die:
1°
een open plek in de bestaande bebouwing opvult;
2°
zal dienen ter vervanging van op die plaats reeds aanwezige bebouwing; of
3°
binnen het desbetreffende gebied wordt verplaatst naar een locatie waar de geluidbelasting ten gevolge van het luchthavenluchtverkeer minder is.
1° 1° een open plek in de bestaande bebouwing opvult; 2° 2° zal dienen ter vervanging van op die plaats reeds aanwezige bebouwing; of 3° 3° binnen het desbetreffende gebied wordt verplaatst naar een locatie waar de geluidbelasting ten gevolge van het luchthavenluchtverkeer minder is.
4. Het derde lid, onderdeel b, aanhef en onder 3°, wordt niet eerder toegepast dan nadat de oude woning of het oude geluidgevoelige gebouw aan de bestaande functie is onttrokken.
Artikel 14
1.
Op de gronden gelegen in de veiligheidsgebieden als bedoeld in artikelen 10, tweede lid:
a. a. is een obstakel niet toegestaan, tenzij dit breekbaar en licht van constructie is en voldoet aan de voorschriften, bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Regeling burgerluchthavens; b. b. zijn hellingen niet groter dan 5%; c. c. zijn hellingovergangen zo geleidelijk mogelijk; en d. d. zijn abrupte overgangen en plotseling tegengestelde hellingen niet toegestaan.
2.
Het eerste lid geldt niet indien:
a. a. het obstakel of de helling is opgericht, geplaatst of aangelegd overeenkomstig een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit; b. b. voor het obstakel of de helling vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit is verleend; of c. c. het obstakel een boom of struik betreft, tenzij de Inspectie Leefomgeving en Transport op schriftelijk verzoek van de exploitant van de luchthaven oordeelt dat de boom of struik een onaanvaardbaar risico voor de vliegveiligheid oplevert of leidt tot ernstige operationele beperkingen in het gebruik van de luchthaven.
3. Het is verboden om op de gronden, bedoeld in het eerste lid, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid uit te voeren voor zover dit werk of deze werkzaamheid niet voldoet aan de eisen met betrekking tot de vlakheid van het terrein, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 15
1. Op de gronden gelegen binnen de gebieden, bedoeld in artikel 11, tweede lid, zijn geen obstakels toegestaan hoger dan de op de kaarten in de bijlagen 5a tot en met 5i aangegeven waarden.
2.
Het eerste lid geldt niet indien:
a. a. het obstakel is opgericht, geplaatst of aangelegd overeenkomstig een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit; b. b. voor het obstakel vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit is verleend; of c. c. het obstakel een boom of struik betreft, tenzij de Inspectie Leefomgeving en Transport op schriftelijk verzoek van de exploitant van de luchthaven oordeelt dat de boom of struik een onaanvaardbaar risico voor de vliegveiligheid oplevert of leidt tot ernstige operationele beperkingen in het gebruik van de luchthaven.
3. Op de gronden als bedoeld in het eerste lid, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid uit te voeren voor zover dit werk of deze werkzaamheid niet voldoet aan de eisen met betrekking tot de vlakheid van het terrein, genoemd in artikel 14, eerste lid.
Artikel 16
1. Op de gronden gelegen binnen gebieden als bedoeld in artikel 11, derde lid, is geen obstakel toegestaan hoger dan de op de kaarten in de bijlagen 5j tot en met 5w aangegeven waarden.
2.
Het eerste lid geldt niet indien:
a. a. het obstakel is opgericht, geplaatst of aangelegd overeenkomstig een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit; b. b. een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit is verleend; of c. c. het obstakel een boom of struik betreft, tenzij de Inspectie Leefomgeving en Transport op schriftelijk verzoek van de exploitant van de luchthaven of LVNL beoordeelt dat de boom of struik een onaanvaardbaar risico voor de goede werking van de apparatuur, bedoeld in artikel 11, derde lid, oplevert.
3. Op de gronden als bedoeld in het eerste lid, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid uit te voeren voor zover dit werk of deze werkzaamheid niet voldoet aan de eisen met betrekking tot de vlakheid van het terrein, bedoeld in artikel 14, eerste, lid.
Artikel 17
1.
Op de gronden gelegen binnen het beperkingengebied met vogelaantrekkende activiteiten, bedoeld in artikel 11, vierde lid, is een functie of een grondgebruik binnen de volgende categorieën niet toegestaan:
a. a. industrie in de voedingsopslag met extramurale opslag of overslag; b. b. viskwekerij met extramurale opslag; c. c. opslag of verwerking van afvalstoffen met extramurale opslag of verwerking; d. d. natuurgebied of vogelgebied; e. e. moerasgebied of oppervlaktewater of een combinatie daarvan groter dan drie hectare dan wel waarvan het totaal van de opgesplitste delen groter is dan drie hectare.
2.
Het eerste lid geldt niet:
a. a. voor zover een functie of een grondgebruik rechtmatig was op de dag vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit; of b. b. wanneer op basis van een studie naar de vogelaantrekkende werking kan worden geconcludeerd dat een functie of een grondgebruik geen onaanvaardbaar risico voor de vliegveiligheid oplevert of leidt tot ernstige operationele beperkingen in het gebruik van de luchthaven.
Artikel 18
1. Op de gronden gelegen binnen het gebied, bedoeld in artikel 11, vijfde lid, is een functie voor of een gebruik door een laserstraal die de vliegveiligheid kan verstoren niet toegestaan.
2. Het eerste lid geldt niet voor zover de functie of het gebruik rechtmatig was op de dag vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 19
De Omzettingsregeling luchthaven Eelde wordt ingetrokken.
Artikel 20
Wijzigt dit besluit.
Artikel 21
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van dit besluit en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit, waaronder de milieueffecten, in de praktijk.
Artikel 22
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 november 2025.
Artikel 23
Dit besluit wordt aangehaald als: Luchthavenbesluit Eelde.
Bijlage 1. als bedoeld in de
[afbeelding]
Bijlage 2. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 3. als bedoeld in de
[afbeelding]
Bijlage 4. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5a. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5b. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5c. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5d. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5e. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5f. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5g. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5h. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5i. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5j. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5k. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5l. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5m. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5n. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5o. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5p. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5q. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5r. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5s. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5t. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5u. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5v. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 5w. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 6. als bedoeld in
[afbeelding]
Bijlage 7. als bedoeld in
[afbeelding]