rijk/amvb/regelen-omtrent-onverenigbaarheid-van-het-lidmaatschap-van-de-ser-met-enige-ande/BWBR0007573
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regelen omtrent onverenigbaarheid van het lidmaatschap van de SER met enige andere werkzaamheden BWBR0007573 AMvB geldend 1955-10-16 https://wetten.overheid.nl/BWBR0007573 Regelen omtrent onverenigbaarheid van het lidmaatschap van de SER met enige andere werkzaamheden

Regelen omtrent onverenigbaarheid van het lidmaatschap van de SER met enige andere werkzaamheden

Artikel 1

Het lidmaatschap en het plaatsvervangend-lidmaatschap van de Sociaal-Economische Raad zijn onverenigbaar met de functie van:

a. a. Minister, Staatssecretaris of vice-president of lid van de Raad van State; b. b. senior raadsheer, raadsheer, raadsheer-plaatsvervanger, senior-gerechtsauditeur, gerechtsauditeur of buitengriffier bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven; c. c.

    vervallen;

d. d. secretaris of ander lid van het personeel van de Sociaal-Economische Raad.

Artikel 2

1. Het lid of plaatsvervangend lid van de Sociaal-Economische Raad, dat een aanvang maakt met de vervulling van een functie als in artikel 1, onder a-d, bedoeld, houdt daardoor van rechtswege op lid, onderscheidenlijk plaatsvervangend lid van die Raad te zijn.

2. Degene, die een functie als in artikel 1, onder a-d, bedoeld vervult, kan niet als lid of plaatsvervangend lid zitting nemen in de Sociaal-Economische Raad.

Artikel 3

Artikel 1, onder b en c, en artikel 2, eerste lid, voor zover dit op de in artikel 1, onder b en c, bedoelde functies betrekking heeft, blijven ten aanzien van de bij het in werking treden van dit besluit zitting hebbende leden en plaatsvervangende leden van de Sociaal-Economische Raad buiten toepassing tot 1 April 1956.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het is geplaatst.