40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijk besluit kwaliteitsregels kinderopvang | BWBR0007668 | AMvB | geldend | 1996-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0007668 | Tijdelijk besluit kwaliteitsregels kinderopvang |
Tijdelijk besluit kwaliteitsregels kinderopvang
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a. kinderopvang: het in georganiseerd verband tegen vergoeding verzorgen en opvoeden van kinderen van 0 jaar tot en met einde basisschoolleeftijd door anderen dan de eigen ouders, pleeg- of stiefouders op uren dat ouders/verzorgers hiervoor niet beschikbaar zijn; b. b. kindercentrum: kinderopvang buiten een gezinssituatie, alsmede kinderopvang binnen een gezinssituatie, indien de opvang betrekking heeft op gelijktijdig meer dan vier kinderen; c. c. gastouderopvang: kinderopvang in een gezinssituatie, die tot stand komt door middel van een gastouderbureau en die betrekking heeft op gelijktijdig ten hoogste vier kinderen: d. d. gastouderbureau: een organisatie die de bemiddeling van gastouderopvang tussen gastouders en ouders/verzorgers regelt; e. e. gastouder: een persoon die gastouderopvang biedt; f. f. functionaris:
1.
in een kindercentrum werkzame persoon, niet zijnde een vrijwilliger, belast met de verzorging en opvoeding van kinderen;
2.
in een gastouderbureau werkzame persoon, belast met de bemiddeling van gastouderopvang, die voor zijn werkzaamheden de op grond van de voor de kinderopvang geldende CAO benodigde opleiding heeft;
-
-
in een kindercentrum werkzame persoon, niet zijnde een vrijwilliger, belast met de verzorging en opvoeding van kinderen;
-
-
-
in een gastouderbureau werkzame persoon, belast met de bemiddeling van gastouderopvang, die voor zijn werkzaamheden de op grond van de voor de kinderopvang geldende CAO benodigde opleiding heeft;
-
g. g. houder: een natuurlijke of rechtspersoon die een kindercentrum of gastouderbureau in stand houdt; h. h. NEN: door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut vastgestelde norm.
Artikel 2
1.
Bij gemeentelijke verordening worden aan houders van kindercentra in ieder geval eisen gesteld die betrekking hebben op:
a. a. de inrichting, hygiënische toestand en veiligheid van het kindercentrum voorzover deze eisen noodzakelijk zijn voor de kinderopvang en hierin niet wordt voorzien bij of krachtens de Woningwet; b. b. de waarborging van de invloed van functionarissen en van personen behulpzaam bij de verzorging en opvoeding op het beleid van de houder; c. c. de aansprakelijkheid- en ongevallenverzekering.
2.
Bij gemeentelijke verordening worden met betrekking tot kindercentra regels gesteld ten aanzien van de groepsgrootte en de aantallen functionarissen in relatie tot de aantallen kinderen. Daarbij worden ten minste de volgende eisen gesteld:
a. a. de opvang van kinderen vindt in groepen plaats met dien verstande dat een groep van kinderen:
1.
in de leeftijd van 0 tot 1 jaar gelijktijdig ten hoogste 12 kinderen omvat;
2.
in de leeftijd van 0 tot 13 jaar gelijktijdig ten hoogste 16 kinderen omvat, waaronder ten hoogste 8 kinderen van 0 tot 1 jaar;
3.
in de leeftijd van 4 tot 13 jaar gelijktijdig ten hoogste 20 kinderen omvat;
-
-
in de leeftijd van 0 tot 1 jaar gelijktijdig ten hoogste 12 kinderen omvat;
-
-
-
in de leeftijd van 0 tot 13 jaar gelijktijdig ten hoogste 16 kinderen omvat, waaronder ten hoogste 8 kinderen van 0 tot 1 jaar;
-
-
-
in de leeftijd van 4 tot 13 jaar gelijktijdig ten hoogste 20 kinderen omvat;
-
b. b. tenminste één functionaris wordt ingezet voor de verzorging en opvoeding van gelijktijdig ten hoogste:
1.
4 kinderen in de leeftijd van 0 tot 1 jaar;
2.
5 kinderen in de leeftijd van 1 tot 2 jaar;
3.
6 kinderen in de leeftijd van 2 tot 3 jaar;
4.
8 kinderen in de leeftijd van 3 tot 4 jaar;
5.
10 kinderen in de leeftijd van 4 tot het einde van de basisschoolleeftijd;
6.
het aantal functionarissen bij een gemengde groep wordt bepaald aan de hand van het gemiddelde, waarbij naar boven kan worden afgerond;
-
-
4 kinderen in de leeftijd van 0 tot 1 jaar;
-
-
-
5 kinderen in de leeftijd van 1 tot 2 jaar;
-
-
-
6 kinderen in de leeftijd van 2 tot 3 jaar;
-
-
-
8 kinderen in de leeftijd van 3 tot 4 jaar;
-
-
-
10 kinderen in de leeftijd van 4 tot het einde van de basisschoolleeftijd;
-
-
-
het aantal functionarissen bij een gemengde groep wordt bepaald aan de hand van het gemiddelde, waarbij naar boven kan worden afgerond;
-
c. c. in afwijking van onderdeel b kan gedurende een beperkte tijd, doch niet meer dan anderhalf uur, na opening en voor sluiting van het kindercentrum en in bijzondere omstandigheden één functionaris minder ingezet worden, met dien verstande dat tenminste één functionaris wordt ingezet; d. d. indien slechts één functionaris ingezet wordt ingevolge onderdeel b of c, wordt naast deze functionaris ten minste één volwassene ingezet ter ondersteuning van die functionaris; e. e. per groep is een ruimte beschikbaar, die per kind 3 vierkante meter netto speel/werkoppervlak bevat, bepaald overeenkomstig NEN 2580; f. f. er is buitenspeelruimte beschikbaar, waarvan de oppervlakte minimaal 4 vierkante meter per spelend kind bedraagt, bepaald overeenkomstig NEN 2580; g. g. kinderen tot anderhalf jaar beschikken over slaapgelegenheid in een aparte ruimte en kinderen ouder dan anderhalf beschikken over slaapgelegenheid in een rustige, af te scheiden ruimte.
Artikel 3
Bij gemeentelijke verordening worden aan houders van een gastouderbureau in ieder geval eisen gesteld met betrekking tot:
a. a. de veiligheid en kwaliteit van de gastouderopvang; b. b. de waarborging van de invloed van de functionarissen en gastouders op het beleid van de houder; c. c. de wijze waarop de relatie tussen gastouderbureau, aangesloten gastouders en ouders/verzorgers wordt geregeld en de relatie tussen de gastouders en ouders/verzorgers onderling; d. d. de aansprakelijkheid- en ongevallenverzekering.
Artikel 4
Bij gemeentelijke verordening wordt voorgeschreven dat de houder van een kindercentrum of een gastouderbureau ouders/verzorgers schriftelijk informeert over:
a. a. het te voeren beleid, waaronder het pedagogisch beleid en de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan artikel 2, tweede lid, onder c; b. b. de wijze waarop klachten worden behandeld; c. c. de wijze waarop de inspraak is geregeld; en d. d. de wijze waarop het contact met de ouders/verzorgers wordt onderhouden.
Artikel 5
Een houder van een kindercentrum of gastouderbureau ontvangt van de gemeente een verklaring, waaruit blijkt dat aan de in de gemeentelijke verordening gestelde eisen is voldaan. Een door de gemeente op grond van de gemeentelijke verordening verstrekte vergunning wordt met een verklaring gelijkgesteld.
Hoofdstuk II. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 6
Bij gemeentelijke verordening wordt bepaald binnen welke termijn, doch uiterlijk binnen een jaar na inwerkingtreding van de verordening, houders voldoen aan de gemeentelijke verordening bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4.
Artikel 7
Gemeenten voldoen aan dit besluit binnen een jaar na inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1996 en vervalt op het tijdstip waarop artikel 20 van de Welzijnswet 1994 vervalt.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit kwaliteitsregels kinderopvang.