40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Toetsbesluit PO | BWBR0035216 | AMvB | geldend | 2022-11-09 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0035216 | Toetsbesluit PO |
Toetsbesluit PO
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
- bevoegd gezag: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, of artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES,
-
- doorstroomtoets: * een erkende doorstroomtoets als bedoeld in artikel 45b, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 48c, derde lid, van de Wet op de expertisecentra, of artikel 51b, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES,
- inspectie: de inspectie, genoemd in artikel 1 van de Wet op het onderwijstoezicht,
- Onze minister: Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
- school: een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, of artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES,
- schooljaar: het schooljaar, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES,
-
- toets: * een erkende toets, of reeks van toetsen, verbonden aan een leerling- en onderwijsvolgsysteem als bedoeld in artikel 45b, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 48c, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, of artikel 51a, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES,
-
- toetsaanbieder: * rechtspersoon of natuurlijk persoon die een toets of doorstroomtoets uitgeeft die is erkend op grond van artikel 3a, tweede lid, onderdeel a of b, van de Wet College voor toetsen en examens.
Artikel 1a
Dit besluit berust mede op artikel 42, eerste lid, en artikel 45e, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 8.6, vijfde en zesde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs 2020, artikel 43, eerste lid, en artikel 48f, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 48 en artikel 51e, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES en artikel 3a, tweede lid, onderdeel c, van de Wet College voor toetsen en examens.
Paragraaf 2. Doorstroomtoetsen
Artikel 2
1. Het bevoegd gezag bepaalt welke doorstroomtoets op de school wordt afgenomen.
2. Het bevoegd gezag meldt uiterlijk op 15 november van het schooljaar waarin de doorstroomtoets wordt afgenomen aan de toetsaanbieder het aantal leerlingen dat de doorstroomtoets naar verwachting zal afleggen.
Artikel 3
1. In het Europese deel van Nederland meet de doorstroomtoets welk eindniveau de leerling heeft behaald ten opzichte van de referentieniveaus, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen. Daarbij worden ten minste de domeinen als bedoeld in Bijlage 1 en Bijlage 2 van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, met uitzondering van het domein Mondelinge Taalvaardigheid, Schrijven en het subdomein Begrippenlijst, genoemd in Bijlage 1 van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, getoetst.
2.
In het openbaar lichaam Bonaire meet de doorstroomtoets het eindniveau van de leerling op het terrein van Papiaments, Nederlandse taal en rekenen, als bedoeld in artikel 51b, tweede lid, van de Wet primair onderwijs BES. Het eindniveau, bedoeld in de eerste volzin, wordt bepaald ten opzichte van de referentieniveaus opgenomen in Bijlage 2 van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen en Bijlage 1 en Bijlage 2 van dit besluit. Daarbij worden tenminste de volgende domeinen getoetst:
a. a. voor het terrein Papiaments: het domein lezen en het subdomein taalverzorging; en b. b. voor het terrein Nederlandse taal: het receptief mondeling en het receptief lezen.
Artikel 4
Onverminderd artikel 45b, derde en vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 48c, derde en vierde lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 51b, eerste en tweede lid, van de Wet primair onderwijs BES voldoet een doorstroomtoets aan de volgende kenmerken:
a. a. de doorstroomtoets leidt, op basis van het door een leerling behaalde resultaat, tot een eenduidig advies omtrent het te volgen vervolgonderwijs en hanteert daarbij categorieën van schoolsoorten of leerwegen in het voortgezet onderwijs die gelijkluidend zijn aan de gehanteerde categorieën in andere doorstroomtoetsen, b. b. de toets is inhoudelijk valide, betrouwbaar en heeft een deugdelijke normering, c. c. de inhoud is gebaseerd op de bij regeling vastgestelde toetswijzer, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel e, van de Wet College voor toetsen en examens, d. d. de doorstroomtoetsen bevatten een gezamenlijke set aan opgaven Nederlandse taal en rekenen en wiskunde, die zodanig van omvang is dat daarmee de onderlinge vergelijkbaarheid van de doorstroomtoetsen is geborgd, e. e. de opgaven over Nederlandse taal en rekenen en wiskunde worden jaarlijks ververst, behoudens dat deel van de gezamenlijke set aan opgaven, bedoeld in onderdeel d, dat noodzakelijk is om de resultaten van de doorstroomtoetsen over de jaren heen te vergelijken. In het openbaar lichaam Bonaire moeten ook de opgaven over Papiaments jaarlijks worden ververst, f. f. het toetsresultaat maakt het eindniveau van de leerling ten opzichte van de referentieniveaus, bedoeld in artikel 3, inzichtelijk, g. g. de toets is geschikt voor alle leerlingen met uitzondering van de leerlingen bedoeld in artikel 45c, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 48d, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 51c, tweede lid, van de Wet primair onderwijs BES, h. h. de toets biedt de inspectie voldoende basis voor een oordeel over de leerresultaten, bedoeld in artikel 10a van de Wet op het primair onderwijs of artikel 19a van de Wet op de expertisecentra, i. i. het bij de doorstroomtoets behorende toetsreglement bevat een regeling voor ten minste de in artikel 7 genoemde onderwerpen, en j. j. de toets kent een verantwoording van de inhoud, waarin informatie over het theoretisch kader is opgenomen, wordt beschreven welke keuzes zijn gemaakt met betrekking tot de te toetsen domeinen, de daarbij passende afnamevorm en uiteen wordt gezet hoe de toets voldoet aan de in onderdeel b gestelde eisen.
Artikel 5
1. De directeur neemt de doorstroomtoets af onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag en draagt zorg voor voldoende toezicht tijdens de afname van de doorstroomtoets. Hij kan zijn taken aan een of meer toetsleiders overdragen.
2. De doorstroomtoets wordt afgenomen in overeenstemming met de afnameaanwijzingen die zijn opgenomen in het toetsreglement bij de desbetreffende toets.
3. De directeur draagt zorg voor de geheimhouding van de toetsopgaven nadat deze hem door de toetsaanbieder ter beschikking zijn gesteld.
Artikel 6
1. Indien bij de afname van de doorstroomtoets een onregelmatigheid wordt geconstateerd, dan kan de directeur maatregelen treffen. De directeur meldt de onregelmatigheid en de getroffen maatregelen aan de inspectie.
2. Indien de doorstroomtoets naar het oordeel van de inspectie, al dan niet nadat de directeur maatregelen heeft getroffen, niet op regelmatige wijze is afgenomen, kan de inspectie besluiten dat de toets geheel of gedeeltelijk voor een of meer leerlingen opnieuw wordt afgenomen. De doorstroomtoets is in ieder geval niet op regelmatige wijze afgenomen indien is gehandeld in strijd met het betreffende toetsreglement.
3. Indien door onvoorziene omstandigheden de doorstroomtoets aan één of meer scholen niet, of niet op de voorgeschreven wijze, kan worden afgenomen, beslist het bevoegd gezag na overleg met de betreffende toetsaanbieder hoe alsdan moet worden gehandeld.
Artikel 7
1.
Bij elke doorstroomtoets wordt door de betreffende toetsaanbieder een toetsreglement vastgesteld, waarin de wijze van afnemen wordt geregeld. Daarbij worden ten minste geregeld:
a. a. de wijze waarop de directeur de leerlingen aanmeldt voor de doorstroomtoets, b. b. welke hulpmiddelen de leerlingen kunnen gebruiken, c. c. de wijze waarop de doorstroomtoets kan worden afgelegd door leerlingen voor wie een afwijkende wijze van toetsing noodzakelijk is, d. d. de wijze waarop de toetsopgaven aan de directeur ter beschikking worden gesteld, e. e. de wijze waarop de geheimhouding van de toetsopgaven wordt geregeld en de wijze en het moment waarop de toetsopgaven openbaar worden gemaakt, en f. f. de wijze waarop door de directeur toezicht wordt gehouden op leerlingen die de doorstroomtoets afleggen.
2. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op de toetsen van het leerling- en onderwijsvolgsysteem.
Artikel 8
1. De toetsaanbieder maakt de resultaten van de doorstroomtoetsen uiterlijk op 15 maart van het schooljaar waarin de doorstroomtoets wordt afgenomen bekend aan het bevoegd gezag.
2. De toetsaanbieder stelt voor iedere leerling die de doorstroomtoets aflegt een leerlingrapport op, waarin ten minste het resultaat van de doorstroomtoets, bedoeld in artikel 4, onderdeel f, het niveau waarop de doorstroomtoets is afgelegd en een advies omtrent het vervolgonderwijs worden opgenomen.
3. Het leerlingrapport maakt deel uit van het onderwijskundig rapport, bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 43, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 48 van de Wet primair onderwijs BES.
Paragraaf 3. Erkenning doorstroomtoetsen
Artikel 9
1. Een toetsaanbieder dient op 31 mei van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarin de doorstroomtoets wordt afgenomen een aanvraag in bij het College voor toetsen en examens tot erkenning of vaststelling van een doorstroomtoets als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet College voor toetsen en examens.
2. Een aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, die eerder dan 31 mei wordt ingediend bij het College voor toetsen en examens wordt beschouwd als een aanvraag ingediend op 31 mei.
3.
In de aanvraag toont de toetsaanbieder aan dat de doorstroomtoets voldoet aan de kenmerken genoemd in artikel 4 en overlegt de toetsaanbieder in ieder geval:
a. a. gegevens over de wijze waarop de beheersing van de referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen wordt gemeten; b. b. de toetsopgaven; c. c. de wijze waarop voldaan zal worden aan de procedure bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel f, van de Wet College voor toetsen en examens; d. d. het toetsreglement, bedoeld in artikel 7; en e. e. voor zover van toepassing: gegevens over de toepassing van de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel f, van de Wet College voor toetsen en examens, in eerdere schooljaren.
4. Een besluit tot erkenning van een doorstroomtoets door het College voor toetsen en examens als bedoeld in artikel 3a, derde lid, van de Wet College voor toetsen en examens wordt in de Staatscourant gepubliceerd. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de intrekking van de erkenning.
Artikel 10
1. Onze Minister verstrekt jaarlijks subsidie aan de toetsaanbieder van een door het College voor toetsen en examens erkende doorstroomtoets. De subsidie bestaat uit een basisbedrag vermeerderd met een bedrag per leerling die de toets heeft afgelegd.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte van het subsidiebedrag.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de onderwerpen, genoemd in artikel 4, tweede lid, van de Wet overige OCW-subsidies.
Paragraaf 4. Toetsen leerling- en onderwijsvolgsysteem
Artikel 11
1.
Onverminderd artikel 45b, eerste en tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 48c, eerste en tweede lid, van de Wet op de expertisecentra of, artikel 51a, eerste en tweede lid, van de Wet primair onderwijs BES, heeft de toets de volgende kenmerken:
a. a. de toets meet systematisch de leervorderingen van leerlingen; b. b. de toets is inhoudelijk valide, betrouwbaar en deugdelijk genormeerd als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel g, van de Wet College voor toetsen en examens; c. c. het toetsresultaat maakt het niveau van de leerling ten opzichte van de referentieniveaus inzichtelijk, met dien verstande dat:
1°
In het Europese deel van Nederland voor de toets die betrekking heeft op het terrein Nederlandse taal en rekenen en wiskunde de referentieniveaus, bedoeld in artikel 3, eerste lid, worden gebruikt;
2°
In het openbaar lichaam Bonaire voor de toets die betrekking heeft op het terrein Papiaments, Nederlandse taal en rekenen en wiskunde de referentieniveaus, bedoeld in artikel 3, tweede lid, worden gebruikt;
3°
In de openbare lichamen Sint Eustatius en Saba voor de toets die betrekking heeft op het terrein Nederlandse taal en Engels de referentieniveaus, bedoeld in Bijlage 1, worden gebruikt. En voor een toets op het terrein van rekenen en wiskunde de referentieniveaus, bedoeld in Bijlage 2 van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, worden gebruikt;
1° 1° In het Europese deel van Nederland voor de toets die betrekking heeft op het terrein Nederlandse taal en rekenen en wiskunde de referentieniveaus, bedoeld in artikel 3, eerste lid, worden gebruikt; 2° 2° In het openbaar lichaam Bonaire voor de toets die betrekking heeft op het terrein Papiaments, Nederlandse taal en rekenen en wiskunde de referentieniveaus, bedoeld in artikel 3, tweede lid, worden gebruikt; 3° 3° In de openbare lichamen Sint Eustatius en Saba voor de toets die betrekking heeft op het terrein Nederlandse taal en Engels de referentieniveaus, bedoeld in Bijlage 1, worden gebruikt. En voor een toets op het terrein van rekenen en wiskunde de referentieniveaus, bedoeld in Bijlage 2 van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, worden gebruikt; d. d. de toets maakt de leervorderingen van leerlingen voor de ouders, voogden of verzorgers inzichtelijk; en e. e. de toets kent een verantwoording van de inhoud, waarin is beschreven welke keuzes zijn gemaakt voor de te toetsen domeinen en de daarbij passende afnamevorm.
2. Een toets die wordt afgenomen bij leerlingen in het eerste of tweede leerjaar, beschrijft uitsluitend de leervorderingen door de leerling te observeren.
Artikel 12
In de aanvraag tot erkenning, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Wet College voor toetsen en examen, toont de toetsaanbieder aan dat een toets voldoet aan de kenmerken genoemd in artikel 11 en overlegt de toetsaanbieder in ieder geval de volgende gegevens:
a. a. een beschrijving van de wijze waarop de beheersing van de referentieniveaus, bedoeld 11, eerste lid, onderdeel c, wordt gemeten; b. b. de toetsopgaven; c. c. de normering van de toets; en d. d. het toetsreglement.
Paragraaf 5. Wijziging andere besluiten
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
Vervallen
Paragraaf 6. Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 15
1. Tot de datum, bedoeld in artikel 9b, tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs is dit besluit niet van toepassing op leerlingen van een speciale school voor basisonderwijs.
2. Tot de datum waarop artikel II van de Wet van 11 december 2013 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet College voor examens in verband met de invoering van een centrale eindtoets, de invoering van een leerling- en onderwijsvolgsysteem en invoering van bekostigingsvoorschriften voor minimumleerresultaten voor speciale scholen voor basisonderwijs en scholen voor speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs (centrale eindtoets en leerling- en onderwijsvolgsysteem primair onderwijs) (Stb 2014, 13) in werking treedt, is dit besluit niet van toepassing op leerlingen van scholen voor speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs.
3. In afwijking van artikel 2, eerste lid, kan het bevoegd gezag besluiten om in het eerste schooljaar na inwerkingtreding van dit besluit in plaats van een eindtoets als bedoeld in dit besluit een toets als bedoeld in Bijlage A bij de Regeling leerresultaten PO zoals die luidde op de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit, met uitzondering van de Eindtoets Basisonderwijs, inclusief de Niveautoets van Cito, en de Entreetoets van Cito, bij de leerlingen af te nemen.
Artikel 16
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 17
Dit besluit wordt aangehaald als: Toetsbesluit PO.
Bijlage 1. Overzicht van de referentieniveaus Nederlands als vreemde taal en Engels
Bijlage bij artikel 3, tweede lid, artikel 11, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3°.
Dit is het overzicht van de can do-beschrijvingen die het kader vormen voor de doorstroomtoets Nederlands als vreemde taal voor Bonaire. Voor dit overzicht is gebruik gemaakt van de uitgave van de Taalunie (2019): Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen. Supplement met nieuwe descriptoren. Den Haag/Brussel; De vertaling is inhoudelijk afgestemd op de definitieve versie van het Companion Volume, 2020.
Het overzicht is gerangschikt naar taalactiviteiten en bevat can do-beschrijvingen van de ERK-niveaus A1, A2, B1 en B2.
Bijlage 2. Beschrijving van de referentieniveaus Papiaments
Bijlage bij artikel 3, tweede lid.
^1 Het kenmerk «publiekgerichtheid» (bij gesprekken, spreken en schrijven) heeft betrekking op de aanpassing van de taak aan verschillende gesprekspartners of soorten publiek (bijvoorbeeld woordkeus) en niet op bijvoorbeeld het beantwoorden van vragen uit het publiek.
^2 Het aspect «nabije en minder nabije omgeving» bij luisteren en lezen omvat ruimte, tijd en context.
^3 Het beantwoorden van vragen wordt hier genoemd en is bij alle tekstsoorten aan de orde.
^4 Hiermee wordt bedoeld: woorden die slechts op een of twee eilanden worden gebruikt. Er is hierbij niet echt sprake van een regiolect.