rijk/amvb/uitkeringsregeling-buitenlandse-dienst-1966/BWBR0002578
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Uitkeringsregeling buitenlandse dienst 1966 BWBR0002578 AMvB geldend 1966-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002578 Uitkeringsregeling buitenlandse dienst 1966

Uitkeringsregeling buitenlandse dienst 1966

Artikel 1

De bepalingen van de Uitkeringsregeling 1966 (Stb. 1979, nr. 622) zijn van overeenkomstige toepassing op de krachtens het Reglement van de Buitenlandse Dienst 1951 (Stb. 1970, nr. 74), op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst genomen personen, met dien verstande dat:

a. a. voor zover die bepalingen betrekking hebben op Onze Minister van Binnenlandse Zaken, zij geacht worden van toepassing te zijn op Onze Minister van Buitenlandse Zaken; b. b. onder "pensioen" in die bepalingen mede is begrepen de onderstand bij wijze van pensioen, bedoeld in artikel 114 van genoemd Reglement van de Buitenlandse Dienst; c. c. in artikel 7, lid 1 onder b voor "binnen het Rijk in dienstbetrekking" wordt gelezen "in dienst van het Rijk"; d. d. artikel 7, lid 6 onder F niet van toepassing is; e. e. in artikel 24, lid 3 voor "artikel 42, zevende lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, of artikel 32c, zevende lid, van het Arbeidsovereenkomstenbesluit" wordt gelezen "artikel 110 van meergenoemd Reglement van de Buitenlandse Dienst".

Artikel 2

1. Ten aanzien van de in artikel 1 bedoelde personen, die aan artikel 135 van het Reglement van de Buitenlandse Dienst 1951 geen aanspraak kunnen ontlenen op vergoeding van reis-, verblijf- en verhuiskosten naar Nederland, wordt onder de laatstelijk genoten beloning mede verstaan de vergoedingen als bedoeld in de artikelen 44 leden 1 en 2, 78 leden 1 en 2 en 89 leden 2 en 3 van het Reglement van de Buitenlandse Dienst 1951.

2. In bijzondere gevallen kan door Onze Minister van Buitenlandse Zaken worden afgeweken van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

Artikel 3

De in artikel 1 bedoelde personen, die gevestigd zijn in het land, alwaar zij in dienst zijn genomen, alsmede de in artikel 24, leden 1 en 2 van genoemde Uitkeringsregeling 1966 bedoelde nagelaten betrekkingen daarvan, kunnen aan dit Besluit geen aanspraak op een uitkering ontlenen, indien zij in het land hunner vestiging reeds voor en soortgelijke uitkering in aanmerking komen.

Artikel 4

De Uitkeringsregeling buitenlandse dienst (Stb. 1954, 368) wordt ingetrokken.

Artikel 5

1. Dit besluit kan worden aangehaald als "Uitkeringsregeling buitenlandse dienst 1966".

2. Het treedt in werking met ingang van de tweede dag na datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 1 januari 1966.