rijk/amvb/uitvoeringsbesluit-tijdelijke-wet-pilot-loondispensatie/BWBR0027709
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Uitvoeringsbesluit Tijdelijke wet pilot loondispensatie BWBR0027709 AMvB geldend 2010-06-09 https://wetten.overheid.nl/BWBR0027709 Uitvoeringsbesluit Tijdelijke wet pilot loondispensatie

Uitvoeringsbesluit Tijdelijke wet pilot loondispensatie

Paragraaf 1. Deelname gemeenten

Artikel 1

1. Indien een gemeente wil deelnemen aan de pilot doet het college van burgemeester en wethouders van die gemeente een verzoek daartoe aan Onze Minister.

2. Het verzoek wordt gedaan binnen een bij ministeriële regeling vast te stellen periode door middel van een door Onze Minister ter beschikking gesteld aanvraagformulier. Toewijzing, dan wel afwijzing van verzoeken vindt plaats met inachtneming van het derde tot en met vijfde lid.

3. Aan de pilot nemen ten hoogste 32 gemeenten deel.

4.

Onze Minister stelt vast tot welke regio en tot welke categorie de gemeenten behoren die een verzoek tot deelname hebben gedaan. De categorieën die worden gehanteerd, bestaan uit de combinaties van de volgende criteria:

a. a. inwoneraantal van de gemeente; b. b. de mate waarin binnen een gemeente uitstroom plaatsvindt van rechthebbenden op grond van de Wet werk en bijstand; en c. c. de mate waarin een gemeente begeleid werken als bedoeld in artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening realiseert, dan wel werknemers in het kader van een arbeidsovereenkomst op grond van artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening ter beschikking stelt aan een derde om op grond van een met de gemeente afgesloten overeenkomst arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van die derde.

5. Nadat het vierde lid is toegepast wijst Onze Minister met inachtneming van het derde lid de verzoeken van gemeenten zodanig toe dat een zo evenwichtige mogelijke verdeling wordt bereikt. Bij de toepassing van de vorige zin kunnen verzoeken van gemeenten met een grotere kring voorgaan op verzoeken van gemeenten met een kleinere kring.

Artikel 2

1. Het college verstrekt op verzoek van Onze Minister, aan hem dan wel aan een door hem aangewezen derde, de benodigde inlichtingen ten behoeve van de pilot. Onze Minister kan inzage vorderen van gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

2. Het college voert een zodanige administratie dat alle van belang zijnde vastleggingen en bewijsstukken met betrekking tot het verloop van de pilot tijdig en controleerbaar zijn opgenomen.

3. Ten aanzien van de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld.

Artikel 3

1. De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Tijdelijke wet pilot loondispensatie, bestaat uit een tegemoetkoming in de vaste kosten van de pilot en een tegemoetkoming in de overige kosten.

2. Ten aanzien van de hoogte van de tegemoetkomingen, bedoeld in het eerste lid, de betaling van de tegemoetkomingen en de vaststelling daarvan worden bij ministeriële regeling regels gesteld.

Paragraaf 2. Uitvoering

Artikel 4

1. Bij ministeriële regeling wordt bepaald wanneer bij het onderzoek, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Tijdelijke wet pilot loondispensatie, een arbeidsdeskundige, een arts of een andere deskundige wordt betrokken en worden nadere regels gesteld over de wijze waarop het college het onderzoek uitvoert.

2. Het college draagt ervoor zorg dat indien een arbeidsdeskundige, een arts of een andere deskundige op grond van het eerste lid wordt betrokken, deze over voldoende deskundigheid beschikt.

Artikel 5

1. Het college stelt de loonwaarde, bedoeld in de artikelen 6 en 7 van de Tijdelijke wet pilot loondispensatie, vast op basis van de feitelijke werkzaamheden bij de werkgever, bedoeld in artikel 6 van de Tijdelijke wet pilot loondispensatie, van de desbetreffende persoon uit de doelgroep en op basis van een objectieve methode.

2. Bij ministeriële regeling wordt de periode, bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Tijdelijke wet pilot loondispensatie, vastgesteld en wordt bepaald welke methoden van loonwaardebepaling kunnen worden toegepast.

3. De verdeling van de methoden over de deelnemende gemeenten geschiedt op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze.

Artikel 6

1.

De aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 8 van de Tijdelijke wet pilot loondispensatie, bedraagt per kalendermaand:

a. a. indien de werknemer gehuwd is: A B C; b. b. indien de werknemer een alleenstaande ouder is: 0,875 * (A B) C; c. c. indien de werknemer een alleenstaande is: 0,625 * (A B) C;

waarbij:

A staat voor het bedrag, bedoeld in artikel 21, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand,

B staat voor de inkomsten in de desbetreffende kalendermaand uit de dienstbetrekking waarop artikel 7 van de Tijdelijke wet pilot loondispensatie van toepassing is, en

C staat voor het overige inkomen in de desbetreffende kalendermaand.

2. Bij de vaststelling van factor B zijn artikel 31, derde en vierde lid, van de Wet werk en bijstand en de daarop berustende bepalingen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de arbeidskorting, bedoeld in artikel 8.11 van de Wet inkomstenbelasting 2001, buiten toepassing wordt gelaten.

3. Bij de vaststelling van factor C zijn paragraaf 3.4 en de daarop berustende bepalingen en artikel 58, derde lid, van de Wet werk en bijstand van overeenkomstige toepassing.

4. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder gehuwde, alleenstaande en alleenstaande ouder verstaan gehuwde, alleenstaande en alleenstaande ouder als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de Wet Werk en Bijstand.

5. Artikel 19, derde en vierde lid, van de Wet werk en bijstand is van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering.

Artikel 7

Een inwoner die behoort tot de kring, alsmede degene voor wie het college de hoogte van de aanspraak op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid onder toepassing van artikel 7, eerste lid, van de Tijdelijke wet pilot loondispensatie heeft verminderd, is gehouden om aan het college alle inlichtingen of gegevens te verstrekken, die het college redelijkerwijs nodig heeft ter uitvoering van de Tijdelijke wet pilot loondispensatie, alsmede de benodigde inlichtingen te verstrekken ten behoeve van namens Onze Minister te verrichten onderzoek in het kader van de evaluatie van de pilot.

Paragraaf 3. Slotbepalingen

Artikel 8

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van dit besluit.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Tijdelijke wet pilot loondispensatie in werking treedt en vervalt met ingang van 1 januari 2013 met dien verstande dat indien op grond van artikel 16, tweede lid, van de Tijdelijke wet pilot loondispensatie die wet op een later tijdstip vervalt, dit besluit op dat latere tijdstip vervalt.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Tijdelijke wet pilot loondispensatie.