rijk/amvb/vaststellingsbesluit-eenmalige-uitkering-2005-en-2006-en-wijziging-besluiten-in/BWBR0022164
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Vaststellingsbesluit eenmalige uitkering 2005 en 2006 en wijziging besluiten in het kader van arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Defensie, periode 1 januari 2004 - 28 februari 2007 BWBR0022164 AMvB geldend 2007-07-04 https://wetten.overheid.nl/BWBR0022164 Vaststellingsbesluit eenmalige uitkering 2005 en 2006 en wijziging besluiten in het kader van arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Defensie, periode 1 januari 2004 - 28 februari 2007

Vaststellingsbesluit eenmalige uitkering 2005 en 2006 en wijziging besluiten in het kader van arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Defensie, periode 1 januari 2004 - 28 februari 2007

Hoofdstuk 1. Toekenning van een eenmalige uitkering 2005 aan het defensiepersoneel (Toekenning eenmalige uitkering 2005 defensiepersoneel)

Artikel 1

1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

a. a. militair: de militair ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 die is aangesteld bij het beroepspersoneel; b. b. peildatum: 1 januari 2006; c. c. betrokkene:

        1°.
        de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op de peildatum in werkelijke dienst was;
      
      
        2°.
        de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op de peildatum in dienst van het Ministerie van Defensie was;
      
      
        3°.
        de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld dan wel een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen genoot;
      
      
        4°.
        de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie;

1°. 1°. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op de peildatum in werkelijke dienst was; 2°. 2°. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op de peildatum in dienst van het Ministerie van Defensie was; 3°. 3°. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld dan wel een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen genoot; 4°. 4°. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie; d. d. berekeningsbasis:

        1°.
        de over de maand januari van het jaar 2006 genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;
      
      
        2°.
        het over de maand januari van het jaar 2006 genoten salaris vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;
      
      
        3°.
        het wachtgeld of de uitkering die over de maand januari 2006, op grond van één van de in onderdeel c, subonderdeel 3° en 4°, genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.

1°. 1°. de over de maand januari van het jaar 2006 genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen; 2°. 2°. het over de maand januari van het jaar 2006 genoten salaris vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie; 3°. 3°. het wachtgeld of de uitkering die over de maand januari 2006, op grond van één van de in onderdeel c, subonderdeel 3° en 4°, genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.

2. De betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, heeft aanspraak op een eenmalige uitkering 2005 ter grootte van 1,85% van het twaalfvoud van de voor betrokkene geldende berekeningsbasis.

3. De eenmalige uitkering 2005 heeft geen algemeen karakter en is voor de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° en 3°, niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairen en maakt evenmin deel uit van de pensioengrondslag of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel de Kaderwet militaire pensioenen.

4. De eenmalige uitkering 2005 maakt voor de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° en 4°, deel uit van de pensioengrondslag.

Hoofdstuk 2. Toekenning van een eenmalige uitkering 2006 aan het defensiepersoneel (Toekenning eenmalige uitkering 2006 defensiepersoneel)

Artikel 2

1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

a. a. militair: de militair ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 die is aangesteld bij het beroepspersoneel; b. b. peildatum: 1 december 2006; c. c. betrokkene:

        1°.
        de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op de peildatum in werkelijke dienst was;
      
      
        2°.
        de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op de peildatum in dienst van het Ministerie van Defensie was;
      
      
        3°.
        de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld dan wel een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen genoot;
      
      
        4°.
        de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie;

1°. 1°. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op de peildatum in werkelijke dienst was; 2°. 2°. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op de peildatum in dienst van het Ministerie van Defensie was; 3°. 3°. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld dan wel een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen genoot; 4°. 4°. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie; d. d. berekeningsbasis:

        1°.
        de over de maand december van het jaar 2006 genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;
      
      
        2°.
        het over de maand december van het jaar 2006 genoten salaris vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;
      
      
        3°.
        het wachtgeld of de uitkering die over de maand december 2006, op grond van één van de in onderdeel c, subonderdeel 3° en 4°, genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.

1°. 1°. de over de maand december van het jaar 2006 genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen; 2°. 2°. het over de maand december van het jaar 2006 genoten salaris vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie; 3°. 3°. het wachtgeld of de uitkering die over de maand december 2006, op grond van één van de in onderdeel c, subonderdeel 3° en 4°, genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.

2. De betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, heeft aanspraak op een eenmalige uitkering 2006 ter grootte van 1% van het twaalfvoud van de voor betrokkene geldende berekeningsbasis.

3. De eenmalige uitkering 2006 heeft geen algemeen karakter en is voor de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° en 3°, niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairen en maakt evenmin deel uit van de pensioengrondslag of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel de Kaderwet militaire pensioenen.

4. De eenmalige uitkering 2006 maakt voor de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° en 4°, deel uit van de pensioengrondslag.

Hoofdstuk 3. Toekenning van een eenmalige nominale uitkering 2006 en een eenmalige nominale uitkering 2007 aan gewezen militairen met een UKW-uitkering (Toekenning nominale uitkeringen 2006 en 2007 aan UKW-ers)

Artikel 3

1. De gewezen militair die op 1 januari 2006 aanspraak heeft op een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen, heeft aanspraak op een eenmalige nominale bruto uitkering ter grootte van € 435.

2. De gewezen militair die op 1 januari 2007 aanspraak heeft op een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen, heeft aanspraak op een eenmalige nominale bruto uitkering ter grootte van € 300.

3. De eenmalige uitkeringen hebben geen algemeen karakter en maken geen deel uit van de pensioengrondslag of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel de Kaderwet militaire pensioenen.

Hoofdstuk 4. Wijzigingen met ingang van 1 januari 2006

Artikel 4

Wijzigt het Besluit vaststelling eenmalige uitkering 2004, enz. (arbeidsvoorwaardenmaatregelen sector Defensie).

Artikel 5

Wijzigt het Algemeen militair ambtenarenreglement.

Artikel 6

Wijzigt het Besluit dienstreizen defensie.

Artikel 7

Wijzigt het Besluit personenchauffeurs defensie.

Artikel 8

Wijzigt het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.

Artikel 9

Wijzigt het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.

Artikel 10

Wijzigt het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.

Artikel 11

Wijzigt het Inkomstenbesluit militairen.

Artikel 12

Wijzigt het Verplaatsingskostenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.

Artikel 13

Wijzigt het Verplaatsingskostenbesluit militairen.

Hoofdstuk 5. Wijzigingen met ingang van 1 januari 2007

Artikel 14

Wijzigt het Algemeen militair ambtenarenreglement.

Artikel 15

Wijzigt het Besluit personenchauffeurs defensie.

Artikel 16

Wijzigt het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.

Artikel 17

Wijzigt het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.

Artikel 18

Wijzigt het Inkomstenbesluit militairen.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 19

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006, met dien verstande dat:

a. a.

    artikel 9, onderdeel B, terugwerkt tot 31 december 2004;

b. b.

    artikel 9, onderdeel A en C, terugwerken tot en met 5 september 2005;

c. c.

    artikel 5 terugwerkt tot en met 1 april 2006;

d. d. de artikelen 6, onderdeel A, artikel 12, en artikel 13, onderdeel A, terugwerken tot en met 1 juli 2006; e. e. de artikelen 14 tot en met 18, terugwerken tot 1 januari 2007.