rijk/amvb/vergoedingenbesluit-wet-nationale-ombudsman-2006/BWBR0019082
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsman 2006 BWBR0019082 AMvB geldend 2006-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0019082 Vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsman 2006

Vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsman 2006

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. b. verzoekschrift: schriftelijk verzoek als bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; c. c. openbare lichamen: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 2

1.

De vergoeding, bedoeld in artikel 1c, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman, bedraagt:

a. a. voor provincies: € 0,0061 per 26 september 2025 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025: € 0,0077 per inwoner per jaar; b. b. voor gemeenten: € 0,2321 per 26 september 2025 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025: € 0,2845 per inwoner per jaar; c. c. voor waterschappen: € 0,0116 per 26 september 2025 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025: € 0,0147 per ingezetene per jaar; d. d. voor openbare lichamen: USD 0,1989 per 26 september 2025 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025: USD 0,2497 per inwoner per jaar.

2. Voor de berekening van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a en b, wordt uitgegaan van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar waarover de vergoeding is verschuldigd.

3. Voor de berekening van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c, doen de waterschappen uiterlijk op 1 juli van het jaar waarover de vergoeding is verschuldigd, aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opgaaf van de aantallen ingezetenen, bedoeld in artikel 116 van de Waterschapswet.

Artikel 3

1. De vergoeding, bedoeld in artikel 1c, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman, bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen € 1149 per 26 september 2025 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025: € 1.441 per verzoekschrift dat door de Nationale ombudsman wordt ontvangen over gedragingen van een bestuursorgaan dat tot de gemeenschappelijke regeling behoort.

2. In afwijking van het eerste lid, bepaalt Onze Minister, de Nationale ombudsman gehoord, in het geval dat twee of meer verzoekschriften dezelfde gedraging betreffen, dat eenmaal de voor een dergelijk verzoekschrift geldende vergoeding is verschuldigd.

Artikel 4

1. De vergoeding, bedoeld in artikel 2, wordt jaarlijks uiterlijk op 30 november van het jaar waarover de vergoeding is verschuldigd, voldaan aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

2. Onze Minister stelt jaarlijks voor de provincies, gemeenten, openbare lichamen en waterschappen het bedrag van de vergoeding vast, gerekend over de periode 1 januari tot en met 31 december. Deze vaststelling geschiedt uiterlijk op 1 augustus van het jaar waarover de vergoeding is verschuldigd.

Artikel 5

1. De vergoeding, bedoeld in artikel 3, wordt jaarlijks achteraf en uiterlijk op 1 maart van het jaar volgend op het jaar waarover de vergoeding is verschuldigd, voldaan aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

2. Onze Minister stelt jaarlijks voor de gemeenschappelijke regelingen het bedrag van de vergoeding vast, gerekend over de periode 1 januari tot en met 31 december. De vaststelling geschiedt terstond na de laatstgenoemde datum.

Artikel 6

Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in artikel 2, eerste lid, en artikel 3, eerste lid, ieder jaar aangepast overeenkomstig het door het Centraal Bureau voor de Statistiek in het kader van de Nationale Rekeningen vastgestelde prijsindexcijfer van de netto materiële consumptie van de overheid, volgens de jaar-op-jaarmethode.

Artikel 7

Het Vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsman wordt ingetrokken.

Artikel 8

1. Ten aanzien van vergoedingen die verschuldigd zijn geworden voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit blijft het recht zoals het voor die datum gold van toepassing.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op vergoedingen voor verzoekschriften die zijn ontvangen in de periode 1 september 2005 tot en met 31 december 2005.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsman 2006.