rijk/amvb/wijzigingsbesluit-activiteitenbesluit-milieubeheer-enz-regels-inzake-bodemenergi/BWBR0033099
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wijzigingsbesluit Activiteitenbesluit milieubeheer, enz. (regels inzake bodemenergiesystemen en enkele technische verbeteringen) BWBR0033099 AMvB geldend 2013-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0033099 Wijzigingsbesluit Activiteitenbesluit milieubeheer, enz. (regels inzake bodemenergiesystemen en enkele technische verbeteringen)

Wijzigingsbesluit Activiteitenbesluit milieubeheer, enz. (regels inzake bodemenergiesystemen en enkele technische verbeteringen)

Artikel I

Wijzigt het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Artikel II

Wijzigt het Besluit bodemkwaliteit.

Artikel III

Wijzigt het Besluit hernieuwbare energie vervoer.

Artikel IV

Wijzigt het Besluit lozen buiten inrichtingen.

Artikel V

Wijzigt het Besluit lozing afvalwater huishoudens.

Artikel VI

Wijzigt het Besluit omgevingsrecht.

Artikel VII

Wijzigt het Waterbesluit.

Artikel VIII

1. Onze Minister zendt voor 1 juli 2016 aan de Staten-Generaal een verslag over de werking van de in dit besluit opgenomen regels met betrekking tot bodemenergiesystemen in de praktijk.

2.

In het verslag wordt met betrekking tot bodemenergiesystemen in elk geval ingegaan op de volgende onderwerpen:

a. a. de aantallen meldingen en vergunningaanvragen die zijn ontvangen; b. b. de hoogte van de temperatuur van het water dat mag worden gebruikt; c. c. de lengte van de periode waarin een energiebalans moet worden aangetoond; d. d. de eisen die aan monitoring worden gesteld; e. e. het energierendement dat in de praktijk wordt behaald; f. f. de mogelijkheid van regulering van het te behalen energierendement; g. g. het optreden van interferentie met ander gebruik van de ondergrond en de problemen die daardoor ontstaan; h. h. de ervaringen met het lozen van afvalwater; i. i. de toepassing van het besluit in interferentiegebieden; j. j. de stand van zaken met betrekking tot de erkenning van bedrijven en de aanwijzing van normdocumenten voor werkzaamheden op grond van het Besluit bodemkwaliteit; k. k. het gebruik van de bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften; l. l. het gebruik van de bevoegdheid op een aanvraag om een watervergunning te besluiten volgens de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel IX

1. Een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht die van kracht en onherroepelijk was onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel VI, onderdeel B, wordt, voor zover die omgevingsvergunning een activiteit betreft die in artikel VI, onderdeel B, is aangewezen, gelijkgesteld met een omgevingsvergunning voor die activiteit op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onderdeel i, van die wet.

2.

Onverminderd artikel 6.4, derde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer blijft op een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor zover die aanvraag geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op een activiteit die in artikel VI, onderdeel B, is aangewezen, het recht van toepassing zoals dat gold onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel VI, onderdeel B, indien:

a. a. die aanvraag is ingediend voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel VI, onderdeel B, en b. b. op die aanvraag vóór het tijdstip, bedoeld in onderdeel a, nog niet onherroepelijk is beslist.

3. In gevallen als bedoeld in het tweede lid wordt een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gelijkgesteld met een omgevingsvergunning voor de betrokken activiteit op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onderdeel i, van die wet op het tijdstip waarop de omgevingsvergunning onherroepelijk is geworden. De voorschriften die aan die omgevingsvergunning zijn verbonden, worden overeenkomstig artikel 6.1, eerste of vierde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer aangemerkt als maatwerkvoorschriften.

Artikel X

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2013.