rijk/amvb/wijzigingsbesluit-ambtenarenreglement-voor-de-rijkspolitie-1975-enz/BWBR0006768
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wijzigingsbesluit Ambtenarenreglement voor de rijkspolitie 1975, enz. BWBR0006768 AMvB geldend 1994-07-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0006768 Wijzigingsbesluit Ambtenarenreglement voor de rijkspolitie 1975, enz.

Wijzigingsbesluit Ambtenarenreglement voor de rijkspolitie 1975, enz.

Artikel I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel IV

A. Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

B. Degene, die vóór 1 april 1994 als ambtenaar, bedoeld in artikel 1, sub e, van het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie 1958, en na 1 april 1994 als ambtenaar, bedoeld in artikel 1 van het Besluit algemene rechtspositie politie, en degene die als ambtenaar, bedoeld in het Ambtenarenreglement LSOP, voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit belanghebbende was in de zin van artikel 1, eerste lid, onder a, van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 en die op zijn bijzondere spaarrekening in de zin van artikel 4 van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 een op zijn bezoldiging ingehouden bedrag had uitstaan, komt in aanmerking voor de toekenning van een spaarpremie over dat bedrag met overeenkomstige toepassing van die regeling.

C. Ten aanzien van het op grond van artikel 4 van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 op de bezoldiging ingehouden en op de bijzondere spaarrekening, van de onder B bedoelde ambtenaar, uitstaande bedrag dat nog niet voldoet aan de in die regeling gestelde voorwaarden voor toekenning van de spaarpremie, geldt, dat dit uitstaande bedrag gelijk gesteld wordt met het bedrag dat de volle termijn van vier jaren heeft vastgestaan en derhalve in aanmerking komt voor de toekenning van een spaarpremie over dat bedrag met overeenkomstige toepassing van die regeling.

D. De onder B bedoelde ambtenaar, die voor de inwerkingtreding van dit besluit belanghebbende was in de zin van artikel 1, eerste lid, onder a, van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 en betalingen heeft verricht in de zin van artikel 5 van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 komt in aanmerking voor de toekenning van een premie met overeenkomstige toepassing van die regeling.

Artikel V

Voor de toepassing van hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 5 juli 1993, houdende

1e. 1e. wijziging van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en enige andere rechtspositionele regelingen in verband met algemene salarismaatregelen per 1 april 1992 en per 1 januari 1993; 2e. 2e. toekenning van een eenmalige uitkering in 1992 aan burgerlijk rijkspersoneel en ander personeel; 3e. 3e. intrekking van de Bezoldigingsregeling leerlingverpleegkundigen en leerling-ziekenverzorgenden 1978; 4e. 4e. enkele wijzigingen van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (Stb. 417), worden onder de belanghebbenden mede verstaan de ambtenaren in de zin van het Ambtenarenreglement voor de rijkspolitie 1975 en het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie 1958.

Artikel VI

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug wat betreft Artikel I, onderdeel C, en Artikel II, onderdeel C, tot en met 18 april 1990, wat betreft Artikel I, onderdelen A en D, Artikel II, onderdelen A en D, en Artikel III, onderdeel B, tot en met 1 juli 1990, wat betreft Artikel I, onderdeel G, en Artikel II, onderdeel G, tot en met 1 april 1991, wat betreft Artikel I, onderdelen B en E, en Artikel II, onderdelen B en E, tot en met 1 april 1992, wat betreft Artikel I, onderdeel F, en Artikel II, onderdeel F, tot en met 1 juli 1992, wat betreft Artikel III, onderdeel A, tot en met 22 december 1992 en wat betreft Artikel V tot en met 1 september 1992.

2. In afwijking van het eerste lid vindt ten aanzien van de gevallen waarin voor de inwerkingtreding van dit besluit een verlofperiode is aangevangen volgens de regels van artikel 51a, derde lid, van het Ambtenarenreglement voor de rijkspolitie 1975 en het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie 1958 geen terugwerkende kracht plaats.