40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Wijzigingsbesluit Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, enz. (formalisering Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rechterlijke Macht 2018-2020) | BWBR0044143 | AMvB | geldend | 2020-10-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0044143 | Wijzigingsbesluit Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, enz. (formalisering Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rechterlijke Macht 2018-2020) |
Wijzigingsbesluit Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, enz. (formalisering Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rechterlijke Macht 2018-2020)
Artikel I
Wijzigt het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
Artikel II
Wijzigt het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak.
Artikel III
1. Degenen die op 1 januari 2019 waren aangesteld als rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding ontvangen een eenmalige uitkering van € 450.
2. De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding, die is aangesteld of aangewezen voor een minder dan volledige arbeidsduur of voor wie de arbeidsduur op grond van artikel 8b, eerste lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren is vastgesteld op meer dan gemiddeld 36 uren per week, ontvangt de in het eerste lid bedoelde uitkering vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor, bedoeld in artikel 1 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
3. Geen eenmalige uitkering ontvangen de rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding die op 1 januari 2019 in verband met buitengewoon verlof geen bezoldiging hebben ontvangen, tenzij het een buitengewoon verlof van maximaal zes weken betrof.
Artikel IV
1.
De voor de rechterlijke ambtenaren in opleiding, bedoeld in artikel VI van de Wet van 2 december 2015 tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enkele andere wetten in verband met een herziening van de opleiding van rechters en officieren van justitie, geldende hoogten van salarissen luiden per 1 juli 2018 als volgt:
| Salariscategorie | Per 1 juli 2018 | |
|---|---|---|
| 12 | aanvang | 2.695,19 |
| na 1 jaar | 2.817,94 | |
| na 2 jaar | 3.203,03 | |
| na 3 jaar | 3.588,10 | |
| na 4 jaar | 3.720,36 | |
| na 5 jaar | 3.843,69 | |
| na 6 jaar | 3.955,30 | |
| na 7 jaar | 4.071,94 | |
| na 8 jaar | 4.203,08 |
2. De rechterlijk ambtenaar in opleiding, die is aangesteld voor een minder dan volledige arbeidsduur of voor wie de arbeidsduur op basis van artikel 8b, eerste lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren is vastgesteld op meer dan gemiddeld 36 uren per week, ontvangt een salaris overeenkomstig het eerste lid, vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor, bedoeld in artikel 1 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
Artikel V
1.
De voor de rechterlijke ambtenaren in opleiding, bedoeld in artikel VI van de Wet van 2 december 2015 tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enkele andere wetten in verband met een herziening van de opleiding van rechters en officieren van justitie, geldende hoogten van salarissen luiden per 1 juli 2019 als volgt:
| Salariscategorie | Per 1 juli 2019 | |
|---|---|---|
| 12 | aanvang | 2.749,09 |
| na 1 jaar | 2.874,30 | |
| na 2 jaar | 3.267,09 | |
| na 3 jaar | 3.659,86 | |
| na 4 jaar | 3.794,77 | |
| na 5 jaar | 3.920,56 | |
| na 6 jaar | 4.034,41 | |
| na 7 jaar | 4.153,38 | |
| na 8 jaar | 4.287,14 |
2. De rechterlijk ambtenaar in opleiding, die is aangesteld voor een minder dan volledige arbeidsduur of voor wie de arbeidsduur op basis van artikel 8b, eerste lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren is vastgesteld op meer dan gemiddeld 36 uren per week, ontvangt een salaris overeenkomstig het eerste lid, vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor, bedoeld in artikel 1 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
Artikel VI
Artikel 6g van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, zoals dat luidde op de dag vóór de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E, blijft van toepassing op de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die vóór die datum een toeslag als bedoeld in artikel 6g van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren genoot en op de raadsheer of senior rechter die vóór deze datum een schriftelijke bevestiging heeft ontvangen van het gerechtsbestuur dat hij is of zal worden voorgedragen voor benoeming tot raadsheer of senior rechter bij een ander gerecht, dan wel tot wijziging van de vaststelling van het gerecht waar het ambt wordt vervuld zal worden overgegaan, met dien verstande dat de in dat artikel bedoelde toeslag wordt vastgesteld op een percentage van de uitkomst van de berekening ingevolge het tweede lid van dat artikel, overeenkomstig de navolgende reeks:
a. a. gedurende het eerste jaar na de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E: 80%; b. b. gedurende het tweede jaar na de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E: 60%; c. c. gedurende het derde jaar na de datum van inwerkingtreding artikel I, onderdeel E: 40%; d. d. gedurende het vierde jaar na de datum van inwerkingtreding artikel I, onderdeel E: 20%; e. e. met ingang van het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding artikel I, onderdeel E: 0%.
Artikel VII
Artikel 8d van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, zoals dat luidde op de dag vóór de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, blijft van toepassing op de rechterlijk ambtenaar die in 2020 reeds van de regeling als bedoeld in artikel 8d gebruikmaakt.
Artikel VIII
Artikel 33n zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel G, blijft van toepassing op reeds lopende aanspraken op gedeeltelijke doorbetaling van bezoldiging tijdens ouderschapsverlof.
Artikel IX
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
2. In afwijking van het eerste lid treden de artikelen I, onderdeel E, II en VI in werking met ingang van 1 oktober 2020.
3. Artikel I, onderdeel H, werkt terug tot en met 1 januari 2018.
4. De artikelen I, onderdeel L, en IV werken terug tot en met 1 juli 2018.
5. Artikel I, onderdelen A en I, werkt terug tot en met 1 januari 2019.
6. De artikelen I, onderdeel M, en V werken terug tot en met 1 juli 2019.
7. Artikel III werkt terug tot en met 1 september 2019.
8. Artikel I, onderdelen B, J en N, werkt terug tot en met 1 januari 2020.
9. Artikel I, onderdeel D, werkt terug tot en met 1 juli 2020.