rijk/amvb/wijzigingsbesluit-besluit-rvcs-regionaal-zorgbudget-en-praktijkscholen-met-decla/BWBR0019467
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wijzigingsbesluit Besluit RVCs, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging, enz. (overgang lumpsumbekostiging) BWBR0019467 AMvB geldend 2006-05-24 https://wetten.overheid.nl/BWBR0019467 Wijzigingsbesluit Besluit RVCs, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging, enz. (overgang lumpsumbekostiging)

Wijzigingsbesluit Besluit RVCs, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging, enz. (overgang lumpsumbekostiging)

Artikel I

Wijzigt het Besluit RVCs, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging.

Artikel II

Wijzigt het Formatiebesluit W.V.O.

Artikel III

Wijzigt het Bekostigingsbesluit W.V.O.

Artikel IV

1. Onze Minister kent aan het bevoegd gezag van een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 9 van het Besluit RVCs, regionaal zorgbudget en praktijkscholen, zoals dit luidde op 31 juli 2006, een aanvullende bekostiging toe, voor zover daarop aanspraak bestaat op grond van het tweede tot en met zevende lid.

2.

Om vast te stellen of aanspraak bestaat op aanvullende bekostiging wordt volgens bij ministeriële regeling te stellen regels voor elke in het eerste lid bedoelde school:

a. a. op grond van de bekostigingsvoorschriften die golden op 31 juli 2006 een bedrag berekend voor de bekostiging voor het schooljaar 2004/2005, en b. b. op grond van de bekostigingsvoorschriften die gelden met ingang van 1 augustus 2006 een bedrag berekend voor de bekostiging voor dat schooljaar.

3. De bedragen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, worden berekend op de grondslag van het aantal leerlingen van de school op 1 oktober 2003 en met inachtneming van het prijspeil 2004/2005.

4. Indien het bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, lager is dan het bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, drukt Onze Minister dit verschil uit in een percentage van het bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.

5.

De aanvullende bekostiging bedraagt voor de periode:

a. a. van 1 augustus 2006 tot en met 31 juli 2007: het verschil tussen het bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, indien het eerste bedrag lager is dan het tweede, b. b. van 1 augustus 2007 tot en met 31 juli 2008: indien het percentage, bedoeld in het vierde lid, groter is dan 2, het eerstbedoelde percentage, verminderd met 2 en de uitkomst hiervan vermenigvuldigd met het bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, c. c. van 1 augustus 2008 tot en met 31 juli 2009: indien het percentage, bedoeld in het vierde lid, groter is dan 4, het eerstbedoelde percentage, verminderd met 4 en de uitkomst hiervan vermenigvuldigd met het bedrag bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en d. d. van 1 augustus 2009 tot en met 31 juli 2010: indien het percentage, bedoeld in het vierde lid, groter is dan 6, het eerstbedoelde percentage, verminderd met 6 en de uitkomst hiervan vermenigvuldigd met het bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.

6.

Bij ministeriële regeling:

a. a. wordt de uiterste datum vastgesteld waarvoor Onze Minister de aanvullende bekostiging vaststelt, en b. b. wordt een betaalritme vastgesteld voor de betaling van de aanvullende bekostiging.

7. Indien een bevoegd gezag meer scholen als bedoeld in het eerste lid in stand houdt, worden de bedragen die voor elk van deze scholen zijn berekend op grond van het tweede lid, onderdeel a, respectievelijk het tweede lid, onderdeel b, bij elkaar opgeteld, en zijn het vierde, vijfde en zesde lid daarop van overeenkomstige toepassing.

8. Bij ministeriële regeling kunnen, zonodig in afwijking van dit artikel, voorzieningen worden getroffen ten behoeve van een goede invoering van dit artikel, voor zover deze voorzieningen betrekking hebben op een periode van ten hoogste drie jaar na 1 augustus 2006.

Artikel V

1. In de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 juli 2006 heeft het bevoegd gezag van een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 9 van het Besluit RVCs, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging aanspraak op 7/12 van de materiële bekostiging die voor het kalenderjaar 2006 voor de desbetreffende school op grond van artikel 28 van dat besluit is vastgesteld.

2.

Hoofdstuk 4 van het Besluit RVCs, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging en de ter uitvoering daarvan vastgestelde voorschriften, zoals deze luidden op 31 juli 2006, blijven van toepassing op:

a. a. aanvragen die op grond van die voorschriften binnen de daarvoor gestelde termijn zijn ingediend en betrekking hebben op de periode voor 1 augustus 2006, b. b. bezwaarschriften en beroepschriften die binnen de daarvoor gestelde termijn zijn ingediend met betrekking tot toepassing van die voorschriften en betrekking hebben op de periode voor 1 augustus 2006, en c. c. de afrekening van bekostiging op grond van die voorschriften voor de periode voor 1 augustus 2006.

3. In de periode van 1 augustus 2006 tot en met 31 december 2006 heeft het bevoegd gezag van een in het eerste lid bedoelde school aanspraak op 32% van de personele bekostiging en 5/12 van de materiële bekostiging die voor het kalenderjaar 2006 voor de desbetreffende school op grond van de artikelen 84 en 85 respectievelijk 86 van de Wet op het voortgezet onderwijs wordt vastgesteld.

4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de afrekening na 31 juli 2006 van de personele bekostiging van de in het eerste lid bedoelde scholen.

Artikel VI

De artikelen I en III treden in werking op 1 augustus 2006. De artikelen II, IV en V treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.