40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Wijzigingsbesluit Formatiebesluit WBO 1992, enz. (verlenging van de aanmeldingstermijn voor overdracht en verzilvering van formatierekeneenheden en doorvergoeding van buitengebruikgestelde permanente dislocaties) | BWBR0007207 | AMvB | geldend | 1995-04-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0007207 | Wijzigingsbesluit Formatiebesluit WBO 1992, enz. (verlenging van de aanmeldingstermijn voor overdracht en verzilvering van formatierekeneenheden en doorvergoeding van buitengebruikgestelde permanente dislocaties) |
Wijzigingsbesluit Formatiebesluit WBO 1992, enz. (verlenging van de aanmeldingstermijn voor overdracht en verzilvering van formatierekeneenheden en doorvergoeding van buitengebruikgestelde permanente dislocaties)
Artikel I
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel II
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel III
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel IV
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel V
Voor de dislocaties bedoeld in artikel 47e, tweede lid, onderdeel a, van het Bekostigingsbesluit WBO/OWBO die buiten gebruik zijn gesteld in de periode van 1 mei 1991 tot het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, wordt artikel 47e, tweede lid, onderdeel a, van het Bekostigingsbesluit WBO/OWBO als volgt gelezen:
a. a. indien het betreft een dislocatie die niet op hetzelfde terrein ligt als het hoofdgebouw:
1°.
op het tijdstip dat is gelegen 4 jaar na aanvang van de in het eerste lid bedoelde vergoeding, of
2°.
indien de dislocatie opnieuw voor een school of voor ander onderwijs wordt gebruikt en de terzake geldende regeling voorziet in een vergoeding voor de stichtingskosten ten laste van ’s Rijks kas die een aanvang neemt vóór het onder 1° bedoelde tijdstip, op het tijdstip waarop die vergoeding een aanvang neemt;
1°. 1°. op het tijdstip dat is gelegen 4 jaar na aanvang van de in het eerste lid bedoelde vergoeding, of 2°. 2°. indien de dislocatie opnieuw voor een school of voor ander onderwijs wordt gebruikt en de terzake geldende regeling voorziet in een vergoeding voor de stichtingskosten ten laste van ’s Rijks kas die een aanvang neemt vóór het onder 1° bedoelde tijdstip, op het tijdstip waarop die vergoeding een aanvang neemt;
Artikel VI
Voor de dislocaties bedoeld in artikel 39d, tweede lid, onderdeel a, van het Bekostigingsbesluit ISOVSO/OISOVSO die buiten gebruik zijn gesteld in de periode van 1 mei 1991 tot het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit wordt artikel 39d, tweede lid, onderdeel a, van het Bekostigingsbesluit ISOVSO/OISOVSO als volgt gelezen:
a. a. indien het betreft een dislocatie die niet op hetzelfde terrein ligt als het hoofdgebouw:
1°.
op het tijdstip dat is gelegen 4 jaar na aanvang van de in het eerste lid bedoelde vergoeding, of
2°.
indien de dislocatie opnieuw voor een school of voor ander onderwijs wordt gebruikt en de terzake geldende regeling voorziet in een vergoeding voor de stichtingskosten ten laste van ’s Rijks kas die een aanvang neemt vóór het onder 1° bedoelde tijdstip, op het tijdstip waarop die vergoeding een aanvang neemt;
1°. 1°. op het tijdstip dat is gelegen 4 jaar na aanvang van de in het eerste lid bedoelde vergoeding, of 2°. 2°. indien de dislocatie opnieuw voor een school of voor ander onderwijs wordt gebruikt en de terzake geldende regeling voorziet in een vergoeding voor de stichtingskosten ten laste van ’s Rijks kas die een aanvang neemt vóór het onder 1° bedoelde tijdstip, op het tijdstip waarop die vergoeding een aanvang neemt;
Artikel VII
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en werkt terug wat betreft de artikelen I, II, III, onderdeel B, en IV, onderdeel B, tot en met 1 mei 1993.
Laatstbedoeld besluit wordt niet genomen voordat vier weken zijn verstreken nadat het onderhavige besluit is overgelegd aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en gedurende die termijn niet door of namens de Tweede Kamer de wens wordt te kennen gegeven dat het in het onderhavige besluit geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld.