|
…
|
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Behandeling verzoeken om kostenvergoeding en schadevergoeding | BWBR0027984 | beleidsregel | geldend | 2003-10-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0027984 | Behandeling verzoeken om kostenvergoeding en schadevergoeding |
Behandeling verzoeken om kostenvergoeding en schadevergoeding
1. Inleiding
Met ingang van 12 maart 2002 geldt voor het vergoeden van kosten die een belanghebbende in verband met de behandeling van bezwaar en administratief beroep heeft moeten maken de wettelijke regeling van art. 7:15, respectievelijk 7:28 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verzoeken om toepassing van de wettelijke vergoedingsregeling worden door de Belastingdienst zelfstandig afgehandeld. Betreft het bezwaar of administratief beroep een besluit dat is genomen vóór 12 maart 2002 dan dient het verzoek om kostenvergoeding op grond van het besluit van 10 juni 1998, nr. AFZ98/1467M, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 2 mei 2000, nr. BOB 2000/658M, ter afhandeling aan het Ministerie van Financiën, team Juridische Zaken, te worden overgedragen, indien althans naar het oordeel van de Belastingdienst het verzoek voor inwilliging in aanmerking komt. Ook voor verzoeken om schadevergoeding, andere dan kosten gemaakt in verband met de behandeling van bezwaar of administratief beroep, geldt dat deze verzoeken thans ter afhandeling aan het Ministerie van Financiën, team Juridische Zaken, dienen te worden overgedragen (Beschikking van 12 december 1990, nr. AFZ90/8697, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 12 augustus 1994, nr. AFZ94/3896M).
2. Overdracht aan de Belastingdienst
In verband met bovenstaande werkwijze ontvangt het Ministerie van Financiën uit het hele land verzoeken om kostenvergoeding en/of schadevergoeding. Het beleid ten aanzien van de afhandeling van deze verzoeken is op grond van de jurisprudentie en de door het team Juridische Zaken terzake genomen beslissingen inmiddels zodanig uitgekristalliseerd, dat een deel van de uitvoering van deze werkzaamheden thans aan de Belastingdienst kan worden overgedragen. In verband hiermee heb ik besloten de afhandeling van verzoeken om kostenvergoeding, betrekking hebbende op bezwaar of administratief beroep gericht tegen besluiten genomen vóór 12 maart 2002, alsmede verzoeken om schadevergoeding, andere dan kosten gemaakt in verband met de behandeling van bezwaar of administratief beroep, zelfstandig door de Belastingdienst te laten afhandelen, een en ander voor zover het verzoek per geval het bedrag van € 5.000 niet te boven gaat.
Voor alle duidelijkheid wordt opgemerkt dat dit besluit geen betrekking heeft op verzoeken om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand tegen een besluit dat is genomen op of na 12 maart 2002. In dat geval is immers de wettelijke, forfaitaire vergoedingsregeling van artikel 7:15, respectievelijk 7:28 Awb van toepassing.
De onder 1 genoemde besluiten van 12 december 1990 en 10 juni 1998 zullen in verband met het voorgaande worden aangepast.
3. Praktische handleiding
Als bijlage bij dit besluit is een handleiding gevoegd waarin richtlijnen zijn opgenomen voor het in behandeling nemen van bedoelde verzoeken. Opgemerkt wordt dat het hierbij slechts gaat om algemene richtlijnen omdat ieder verzoek op zichzelf staat.
4. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 2003.
Bijlage . bij het besluit van 21 augustus 2003, nr. DGB 2003/4461M
Als iemand vindt dat hij schade heeft geleden door een handelen, een nalaten of een vergissing van een medewerker van de Belastingdienst, waaronder begrepen de herziening van een beschikking na bezwaar of administratief beroep, dan kan hij bij de Belastingdienst een verzoek indienen tot schadevergoeding resp. een vergoeding van de kosten in verband met de behandeling van het bezwaar of het administratief beroep. In deze handleiding vindt u richtlijnen voor het in behandeling nemen van deze verzoeken.
Daar waarin het vervolg uit redactionele overweging wordt gesproken over schadevergoeding dient daar mede onder te worden begrepen verzoeken om kostenvergoeding in verband met bezwaar of administratief beroep gericht tegen besluiten. Alvorens deze handleiding toe te passen dient u echter eerst na te gaan of sprake is van een verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand tegen een besluit dat is genomen op of na 12 maart 2002. In dat geval is de wettelijke, forfaitaire vergoedingsregeling van artikel 7:15, respectievelijk 7:28 Awb van toepassing.
Deze handleiding ziet derhalve alleen op verzoeken om kostenvergoeding in verband met bezwaar of administratief beroep tegen besluiten genomen vóór 12 maart 2002 (Besluit van 10 juni 1998, nr. AFZ98/1467, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 2 mei 2000, nr. BOB2000/658M) of verzoeken om schadevergoeding. Benadrukt wordt dat het in deze handleiding uitsluitend gaat om algemene richtlijnen omdat ieder verzoek om schadevergoeding volledig op zichzelf staat.
De beslissingen die in deze handleiding worden vermeld, vormen geen vast beleid voor de toekomst omdat zij betrekking hebben op individuele gevallen.
In de handleiding vindt u een antwoord op de volgende vragen:
In dit hoofdstuk worden de volgende vragen behandeld:
In deze handleiding vindt u richtlijnen voor de afhandeling van verzoeken om schadevergoeding.
Het moet hierbij gaan om schade die is veroorzaakt door (ernstig) verwijtbaar handelen van een medewerker van de Belastingdienst in functie.
Of u kunt overgaan tot het vergoeden van schade, moet u van geval tot geval beoordelen.
In Boek 6, titel 1, afdeling 10, van het Burgerlijk Wetboek (BW) vindt u enkele bepalingen over het vergoeden van schade. Criteria die een rol kunnen spelen bij het beoordelen van een verzoek, kunt u onder andere vinden in de artikelen 6:162 en 6:101 BW. Deze artikelen staan vermeld in bijlage 1.
In paragraaf 2.2.3 vindt u aan welke criteria u het verzoek moet toetsen.
Een verzoek om schadevergoeding is in principe gericht tot de Staat. Daarom is de Staatssecretaris in eerste instantie bevoegd een verzoek om schadevergoeding af te handelen. De Staatssecretaris heeft die werkzaamheden voor een deel echter overgedragen aan de voorzitters van de in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b en c, ten tweede, genoemde organisatieonderdelen van de Belastingdienst. De voorzitters van de managementteams van deze organisatieonderdelen kunnen ambtenaren aanwijzen die namens hen deze werkzaamheden uitoefenen. Degene die het verzoek behandelt wordt hierna aangeduid met "behandelend ambtenaar".
In deze paragraaf vindt u het volgende:
Als iemand vindt dat hij recht heeft op schadevergoeding omdat (een medewerker van) de Belastingdienst hem schade heeft toegebracht, dan kan hij een verzoek om schadevergoeding indienen. Dit verzoek moet worden ingediend bij het organisatieonderdeel van de Belastingdienst waarbinnen de aanleiding voor de schadevergoeding heeft plaatsgevonden. Het verzoek wordt in principe binnen zes weken afgehandeld.
De globale behandeling van het verzoek is dan als volgt:
Als u een verzoek tot schadevergoeding ontvangt, handelt u als hieronder beschreven.
Of u een verzoek al dan niet toewijst, moet u van geval tot geval beoordelen. Hieronder vindt u een aantal vragen die u zich moet stellen bij het beoordelen van een verzoek.
Lijst van vragen die u zich kunt stellen bij het beoordelen van een verzoek:
Hieronder volgt een toelichting op de vragen. Daarbij vindt u voorbeelden van situaties die zich in het verleden in individuele zaken hebben voorgedaan.
Als u vragen heeft over de beoordeling van een verzoek kunt u telefonisch contact opnemen met het team Juridische Zaken van het Ministerie van Financiën.
Kosten van juridische bijstand voor het indienen van een klacht bij de Belastingdienst en/of de Nationale ombudsman worden NIET vergoed.
Als u de voorgaande vragen heeft beantwoord, beslist u of u tot (gedeeltelijke) schadevergoeding overgaat. Dit doet u als hieronder beschreven.
Als u besloten heeft dat u overgaat tot (gedeeltelijke) vergoeding van de schade, gaat u als volgt te werk.
-
Voeg bij dit verzoek een kopie van de kwijting.
-
Uit het oogpunt van functiescheiding is het niet toegestaan dat de behandelend ambtenaar zelf om uitbetaling verzoekt.
De Belastingdienst/Centrale administratie betaalt doorgaans binnen vijf dagen na ontvangst het vermelde bedrag aan de belastingplichtige of gemachtigde. Binnen een week na de uitbetaling stuurt de Belastingdienst/Centrale administratie een bericht van uitbetaling naar de voorzitter van het managementteam van het desbetreffende organisatieonderdeel van de Belastingdienst.
In dit bericht wordt vermeld:
Ieder organisatieonderdeel dient de bestuurlijke informatie over vergoeding van schade te verzamelen.
Hierbij gaat het om informatie over:
In deze paragraaf vindt u regels over uitzonderingsgevallen. In bepaalde gevallen kunt u het verzoek niet zelf of niet zelfstandig afhandelen.
Dit hoofdstuk behandelt de volgende onderwerpen:
In de bepaalde gevallen mag u het verzoek niet zelf afhandelen. U moet dan het verzoek ter behandeling overdragen aan het Ministerie van Financiën, team Juridische Zaken. Het gaat hierbij om:
Voeg bij het dossier dat u aan het team Juridische Zaken van het Ministerie van Financiën stuurt, altijd een volledig ambtsbericht. Licht de verzoeker schriftelijk in dat de behandeling van het verzoek is overgedragen.
Als u een brief krijgt die zowel een klacht als een verzoek om schadevergoeding inhoudt, behandelt u in beginsel beide onderwerpen. Betreft het een zeer uitvoerige brief dan splitst u het antwoord in een beslissing op de schadevergoeding en op de klacht.
Als u een brief krijgt die zowel een verzoek om schadevergoeding als een verzoek om teruggaaf of een bezwaarschrift inhoudt, handelt u als hieronder beschreven.
Nb) Is het bezwaar in de brief gericht tegen een besluit dat is genomen op of na 12 maart 2002 dan beslist u gelijktijdig met de beslissing op het bezwaar op het verzoek om schadevergoeding (i.c. kostenvergoeding).
Als u in verband met een verzoek om schadevergoeding een dagvaarding ontvangt, waarin een ambtenaar of de Staat gedagvaard wordt, neem dan direct contact op met het team Juridische Zaken van het Ministerie van Financiën en stuur direct de dagvaarding door.
Het Ministerie van Financiën handelt de zaak verder af. Na ontvangst schakelt het Ministerie de Rijksadvocaat in. Bovendien zal het Ministerie om informatie verzoeken. De gevraagde informatie moet u in ieder geval binnen de gestelde termijn verstrekken. In overleg met het Ministerie en met u stelt de Rijksadvocaat het verweer op.
Mogelijk zult u tijdens de mondelinge behandeling als getuige of als deskundige moeten optreden. In dat geval kan een ontheffing van de geheimhoudingsplicht noodzakelijk zijn. U moet hierover dan zo snel mogelijk contact opnemen met het Ministerie van Financiën, team Particulieren en Formeel Recht.
Indien u nog vragen heeft of een second opinion wilt kunt u telefonisch contact opnemen met het team Juridische Zaken van het Ministerie van Financiën.
Hiermee bevestig ik de ontvangst van uw verzoek om schadevergoeding. In beginsel kunt u binnen zes weken na de datum van deze brief een beslissing op uw verzoek verwachten. Als een beslissing dan nog niet mogelijk is (bijvoorbeeld omdat er nog vragen zijn), ontvangt u voor die tijd bericht. Daarin zal worden aangegeven wat de reden voor de vertraging is en binnen welke termijn het verzoek wel afgehandeld kan worden.
Het is nog niet mogelijk om uw verzoek te behandelen wegens het ontbreken van de volgende gegevens:
Ik verzoek u de gevraagde gegevens voor ....... aan te leveren. De afhandelingstermijn van zes weken wordt verlengd met de tijd die u nodig heeft de gegevens aan te leveren.
Ondergetekende,.........................., te............................ verklaart hierdoor te zullen ontvangen van de Staat der Nederlanden de somma van € ............. (...................euro) ter voldoening van het algehele door hem/haar geleden nadeel dat is ontstaan in het in de brief met identiek referentienummer vermelde geval.
Ondergetekende verklaart voorts te dezer zake niets meer (hoegenaamd en van welke aard ook) van de Staat der Nederlanden te vorderen te hebben en aan deze, zonder enig voorbehoud, volledige definitieve kwijting en decharge te verlenen.
Ondergetekende verzoekt het hierboven vermelde bedrag:
Het uit te keren bedrag zal in voorkomende gevallen worden verrekend met openstaande (belasting)schuld.
................., ................ 20..
...............................
(handtekening)