rijk/beleidsregel/beleidsregel-afgifte-evc-verklaringen/BWBR0027469
..
README.md

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Beleidsregel afgifte EVC-verklaringen BWBR0027469 beleidsregel geldend 2010-04-02 https://wetten.overheid.nl/BWBR0027469 Beleidsregel afgifte EVC-verklaringen

Beleidsregel afgifte EVC-verklaringen

Artikel 1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

a. Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. EVC: Erkenning Verworven Competenties; c. EVC-aanbieder: een organisatie die volgens de principes en uitgangspunten van de Kwaliteitscode EVC EVC-procedures aanbiedt en als zodanig is opgenomen in het register van erkende EVC-aanbieders; d. EVC-standaard: landelijk erkend profiel dat de EVC-aanbieder in zijn EVC-procedure als beoordelingskader gebruikt; e. Ervaringscertificaat: het document waarin het resultaat van het EVC-onderzoek aan de hand van een EVC-standaard van een individu in een EVC-procedure is beschreven; f. EVC-verklaring: de aanwijzing, bedoeld in artikel 40a van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, artikel 28 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 en artikel 12bb van de Uitvoeringsregeling afdrachtvermindering; g. EVC-procedure: de door de EVC-aanbieder geprogrammeerde processtappen, instrumenten en werkwijzen voor, tijdens en na een EVC-onderzoek, om conform de eisen in de normtekst bij de Kwaliteitscode EVC te handelen; h. Kwaliteitscode EVC: code waarin de principes en uitgangspunten voor de kwaliteit van EVC-procedures zijn vastgelegd; i. Normtekst: vertaling van de in de Kwaliteitscode EVC geformuleerde richtlijnen naar een instrument waarin de criteria voor de beoordeling van EVC-procedures bij EVC-standaarden expliciet en meetbaar zijn geformuleerd; j. Beoordelende organisatie: de organisatie die de kwaliteit van een EVC-aanbieder, diens EVC-procedures de uitvoering daarvan en ervaringscertificaten beoordeelt.

Artikel 2

Deze beleidsregel heeft betrekking op de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de Minister EVC-verklaringen afgeeft.

Artikel 3

De Minister draagt er zorg voor dat alle afgegeven EVC-verklaringen worden bijgehouden in een register.

Artikel 4

1.

De Minister geeft een EVC-verklaring niet af dan nadat ten minste is voldaan aan de volgende voorwaarden:

a. het verzoek is schriftelijk ingediend; b. het verzoek bevat de aanduiding van de EVC-standaard(en) waarvoor de verklaring wordt gevraagd en de naam van de beoogde EVC-aanbieder; c. het verzoek gaat vergezeld van een deugdelijk schriftelijk beoordelingsrapport van een beoordelende organisatie, en d. de EVC-aanbieder voldoet aan alle onderdelen van de normtekst (zie bijlage 1).

2. Indien de EVC-verklaring betrekking heeft op activiteiten die behoren tot het domein landbouw en natuurlijke omgeving vindt tevens afstemming plaats tussen de Minister en de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie alvorens de verklaring wordt afgegeven.

Artikel 5

1. Het besluit tot afgifte van een EVC-verklaring bevat een aanduiding van de EVC-standaard waarop de verklaring betrekking heeft en de naam van de EVC-aanbieder aan wie de verklaring wordt verstrekt.

2. Het besluit tot afgifte van een EVC-verklaring vervalt drie jaar na de datum waarop het genomen is. Artikel 6, tiende lid, is van overeenkomstige toepassing.

3. Een EVC-aanbieder kan tot uiterlijk twee maanden voor de datum waarop het besluit tot afgifte van een EVC-verklaring vervalt een verzoek tot verlenging indienen.

4. Voor het verzoek, bedoeld in het derde lid, gelden dezelfde procedurele voorwaarden als genoemd in artikel 4.

Artikel 6

1. Indien de Minister ten aanzien van een verzoek vaststelt dat niet wordt voldaan aan de normteksten, behorende bij code 1, wijst hij het verzoek af.

2.

Indien de Minister ten aanzien van een verzoek vaststelt dat niet wordt voldaan aan alle onderdelen van de normtekst, maar ten minste wordt voldaan aan de onderdelen bij code 1, besluit hij:

a. tot afgifte van een voorlopige EVC-verklaring onder de voorwaarde dat binnen een jaar een geheel nieuwe beoordeling plaatsvindt. Het tiende lid is van overeenkomstige toepassing; b. tot afgifte van een EVC-verklaring met een geldigheidsduur van een jaar indien uit de nieuwe beoordeling, bedoeld in onderdeel a, het vierde lid respectievelijk het zevende lid, blijkt dat ten minste wordt voldaan aan de onderdelen 1.1 tot en met 1.3, de onderdelen 3.1, 3.2, 3.3, 3.4, 3.5 en de onderdelen 4.1 tot en met 4.7 van de normtekst, onder de voorwaarde dat er binnen een jaar een gedeeltelijke nieuwe beoordeling plaatsvindt; c. het verzoek om afgifte van een EVC-verklaring af te wijzen indien uit de geheel nieuwe beoordeling, bedoeld in onderdeel a, het vierde lid respectievelijk het zevende lid, niet blijkt dat ten minste wordt voldaan aan de onderdelen 1.1 tot en met 1.3, de onderdelen 3.1, 3.2, 3.3, 3.4, 3.5 en de onderdelen 4.1 tot en met 4.7 van de normtekst of uit de nieuwe, gedeeltelijke beoordeling, bedoeld in onderdeel b respectievelijk het derde lid, niet blijkt dat alsnog is voldaan aan alle onderdelen van de normtekst.

3. Indien de Minister ten aanzien van een verzoek vaststelt dat niet wordt voldaan aan alle onderdelen van de normtekst, maar ten minste wordt voldaan aan de onderdelen 1.1 tot en met 1.3, de onderdelen 3.1, 3.2, 3.3, 3.4, 3.5 en de onderdelen 4.1 tot en met 4.7 van de normtekst, besluit hij tot afgifte van een voorlopige EVC-verklaring onder de voorwaarde dat binnen een jaar een gedeeltelijk nieuwe beoordeling plaatsvindt. Het tweede lid, onderdeel c en het tiende lid is van overeenkomstige toepassing.

4.

Indien de Minister ten aanzien van een verzoek vaststelt dat nog niet kan worden voldaan aan de Kwaliteitscode EVC omdat er door de aanbieder nog geen ervaringscertificaten zijn uitgereikt voor de betreffende EVC-standaard, geeft de Minister een voorlopige EVC-verklaring af als de EVC-aanbieder voldoet aan alle onderdelen van de normtekst, met uitzondering van de onderdelen 3.9, 4.6 en 5.2, onder de voorwaarde dat binnen een jaar en drie maanden een geheel nieuwe beoordeling op alle onderdelen van de normtekst plaatsvindt.

Een EVC-aanbieder die niet voldoet aan de voorwaarde dat binnen de gestelde termijn een geheel nieuwe beoordeling op alle onderdelen van de normtekst plaatsvindt, kan niet eerder dan zes maanden na afloop van de voorlopige EVC-verklaring van de betreffende EVC-standaard een nieuw verzoek voor een voorlopige EVC-verklaring indienen. Het tweede lid, onderdelen b en c, en het tiende lid zijn van overeenkomstige toepassing.

5. Een besluit als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, het derde lid, respectievelijk het vierde lid, vervalt een jaar na de datum waarop het is genomen.

6. Indien de in het tweede lid, onderdeel a, het derde lid, respectievelijk het vierde lid bedoelde nieuwe beoordeling leidt tot de conclusie dat het verzoek alsnog voldoet aan de Kwaliteitscode EVC wordt de geldigheidsduur van het besluit met drie jaar verlengd. Artikel 5, derde en vierde lid, is ten aanzien van het verlengde besluit van overeenkomstige toepassing.

7.

De Minister toetst een verzoek van een EVC-aanbieder om erkenning van een standaard, die verwant is aan de EVC-standaard waarop de EVC-verklaring betrekking heeft en waarvoor door de aanbieder nog geen ervaringscertificaten zijn uitgereikt, aan alle onderdelen van de normtekst, met uitzondering van de onderdelen 3.9, 4.6 en 5.2, onder de voorwaarde dat binnen de resterende geldigheidsduur van de eerder afgegeven EVC-verklaring een geheel nieuwe beoordeling op alle onderdelen van de normtekst plaatsvindt.

Het tweede lid, onderdelen b en c en het tiende lid is van overeenkomstige toepassing.

8.

Het verzoek, als bedoeld in het zevende lid, moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

a. de EVC-aanbieder heeft een eerder afgegeven EVC-verklaring, als bedoeld in artikel 5, voor een EVC-standaard die verwant is aan de standaard waarop het verzoek betrekking heeft; b. de EVC-standaard wordt vanuit hetzelfde onderdeel van de EVC-aanbieder uitgevoerd; en c. indien eerder aan de EVC-aanbieder voor de standaard waarop het verzoek betrekking heeft een voorlopige EVC-verklaring is afgegeven, kan de EVC-aanbieder niet eerder dan zes maanden na afloop van de voorlopige EVC-verklaring van de betreffende standaard een nieuw verzoek voor een voorlopige EVC-verklaring indienen.

9. De EVC-verklaring, afgegeven met toepassing van het zevende lid, heeft een geldigheidsduur die overeenkomt met de resterende geldigheidsduur van de eerder afgegeven EVC-verklaring.

10. Een EVC-aanbieder kan niet eerder dan zes maanden na het afwijzen van een verzoek op grond van artikel 6, tweede lid, onderdeel c of artikel 4, eerste lid, onderdeel d, of zes maanden na het verlopen van de EVC-verklaring, een nieuw verzoek voor een voorlopige EVC-verklaring indienen voor de betreffende standaard.

Artikel 7

De Minister kan het besluit tot afgifte van een EVC-verklaring wijzigen of intrekken. Dat is in ieder geval mogelijk indien naar zijn oordeel:

a. de verstrekte gegevens achteraf zodanig onjuist blijken te zijn dat op het verzoek een ander besluit zou zijn genomen, indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. het besluit in strijd met wettelijke voorschriften of richtlijnen is genomen, of c. sprake is van verandering van wetgeving, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten.

Artikel 8

1. Een EVC-verklaring die is afgegeven voor de inwerkingtreding van deze beleidsregel blijft haar waarde behouden tot de in die verklaring aangegeven uiterste termijn.

2. Een ervaringscertificaat dat is uitgegeven door een erkende EVC-aanbieder die zijn verklaring later heeft verloren, blijft zijn waarde en geldigheid behouden.

Artikel 9

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant.

Artikel 10

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel afgifte EVC-verklaringen.

Artikel 11

Deze beleidsregel zal met de bijlage en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage 1

Deze bijlage behoort bij artikel 4.