|
…
|
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleidsregel artikelen 3.1 en 3.2 Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik | BWBR0051106 | beleidsregel | geldend | 2025-06-14 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0051106 | Beleidsregel artikelen 3.1 en 3.2 Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik |
Beleidsregel artikelen 3.1 en 3.2 Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik
Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- grote gemeenten: gemeenten met 300.000 inwoners of meer;
- middelgrote gemeenten: gemeenten met 100.000 tot 300.000 inwoners;
- middelkleine gemeenten: gemeenten met 30.000 tot 100.000 inwoners;
- kleine gemeenten: gemeenten tot 30.000 inwoners;
- kunststofhoudende tabaksfilters: tabaksproducten met kunststofhoudende filters en kunststofhoudende filters die worden verkocht voor gebruik in combinatie met tabaksproducten als bedoeld in artikel 5 van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik.
Artikel 2
Het kostenaandeel zwerfafval per kunststofproductsoort als bedoeld in artikel 3.1, derde lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik over 2023 onderscheidenlijk 2024 bedraagt voor:
Artikel 3
In verband met de datum van ingang van de verplichting voor producenten van kunststofproducten voor eenmalig gebruik om de kosten van overheidsorganisaties te vergoeden, te weten 5 januari 2023 voor kunststofverpakkingen en kunststofhoudende tabaksfilters en 5 april 2023 voor vochtige doekjes en ballonnen, worden de totale bijdragen per productsoort over 2023 bepaald door de bedragen vermeld in artikel 2, onderdelen a tot en met e, h en i, eerste kolom, te vermenigvuldigen met een factor 361/365 en de bedragen vermeld in artikel 2, onderdelen f en g, eerste kolom, te vermenigvuldigen met een factor 271/365.
Artikel 4
De afgeronde bijdrage per eenheid kunststofproduct als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik bedraagt voor 2023 onderscheidenlijk 2024:
Artikel 5
1. De bijdrage per producent bedraagt de niet afgeronde waarde van de in artikel 4 vermelde bijdrage per eenheid kunststofproduct vermenigvuldigd met het aantal of de hoeveelheid in 2023 onderscheidenlijk 2024 door de betreffende producent in de handel gebrachte producten en ten aanzien van 2023 vermenigvuldigd met een factor 361/365 voor kunststofverpakkingen en kunststofhoudende tabaksfilters en een factor 271/365 voor vochtige doekjes en ballonnen.
2. Het aandeel gerapporteerde op de markt gebrachte vochtige doekjes bedraagt 25.247.664 kg in 2023 en 25.369.786 kg in 2024. Het aandeel gerapporteerde op de markt gebrachte ballonnen bedraagt 392.163 kg in 2023 en 345.620 kg in 2024. Het aantal gerapporteerde op de markt gebrachte kunststofhoudende tabaksfilters bedraagt 9.863.431.200 in 2023 en 7.671.703.554 in 2024.
Artikel 6
De wegingsfactor per type overheidsorganisatie bedraagt voor de vergoeding van de kosten voor het opruimen, het vervoer en de verwerking van zwerfafval in zowel 2023 als 2024 het percentage in de eerste kolom en voor de vergoeding van de kosten van bewustmakingsmaatregelen in 2023 het percentage in de tweede kolom en in 2024 het percentage in de derde kolom:
Artikel 7
De afgeronde gemiddelde kosten per gebiedskenmerk als bedoeld in artikel 3.2, derde lid, aanhef en onder a, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik bedragen voor 2023 onderscheidenlijk 2024:
Artikel 8
1.
De hoogte van de vergoeding als bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik wordt als volgt bepaald:
a. voor gemeenten: het aantal inwoners vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per inwoner voor gemeenten in de betreffende grootteklasse als bedoeld in artikel 7, onderdelen a tot en met d; b. voor provincies: de oppervlakte van de provincie in km^2 vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per km^2 als bedoeld in artikel 7, onderdeel e; c. voor waterschappen: de totale lengte van de waterwegen in km vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per km waterweg als bedoeld in artikel 7, onderdeel f; d. voor Rijkswaterstaat, ProRail onderscheidenlijk Staatsbosbeheer: de wegingsfactor van de betreffende overheidsorganisatie als vermeld in artikel 6, eerste kolom, vermenigvuldigd met de totale kosten voor het opruimen van zwerfafval als bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met h, voor 2023 gecorrigeerd als bedoeld in artikel 3, zijnde € 68.389.812,13 voor 2023 en € 68.029.819,47 voor 2024, vermeerderd met de kosten voor bewustmakingsmaatregelen van artikel 2, onderdeel i, voor 2023 gecorrigeerd met een factor 361/365, en vermenigvuldigd met de wegingsfactor vermeld in artikel 6, tweede kolom, en voor 2024 vermenigvuldigd met de wegingsfactor vermeld in artikel 6, derde kolom.
2. Per overheidsorganisatie zijn het gebiedskenmerk, de maximale vergoeding, gebaseerd op de niet afgeronde waarde van de gemiddelde kosten per gebiedskenmerk als bedoeld in artikel 7, en de afgeronde wegingsfactor binnen de betreffende categorie overheidsorganisaties als bedoeld in artikel 7 voor 2023 en 2024 vermeld in de tabellen van bijlage 1 onderscheidenlijk bijlage 2.
3. De uit te keren vergoedingen worden overeenkomstig artikel 3.2, tweede lid, eerste volzin, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik gecorrigeerd voor het geïnde bedrag op 1 oktober 2025.
4. Nadien binnengekomen bijdragen worden overeenkomstig artikel 3.2, vijfde lid, tweede volzin, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik aangehouden en naar rato uitbetaald op een later moment.
Artikel 9
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.
Artikel 10
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel artikelen 3.1 en 3.2 Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik.
Bijlage 1. Behorend bij
De maximale vergoeding voor Rijkswaterstaat, inclusief bewustmakingsmaatregelen, bedraagt € 1.684.867.
De maximale vergoeding voor ProRail, inclusief bewustmakingsmaatregelen, bedraagt € 1.439.906.
Bijlage 2. Behorend bij
De maximale vergoeding voor Rijkswaterstaat, inclusief bewustmakingsmaatregelen, bedraagt € 1.693.663.
De maximale vergoeding voor ProRail, inclusief bewustmakingsmaatregelen, bedraagt € 1.437.681.