rijk/beleidsregel/beleidsregel-boeteoplegging-artikel-6-arbeidsomstandighedenwet/BWBR0051147
..
README.md

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Beleidsregel boeteoplegging artikel 6 Arbeidsomstandighedenwet BWBR0051147 beleidsregel geldend 2025-06-28 https://wetten.overheid.nl/BWBR0051147 Beleidsregel boeteoplegging artikel 6 Arbeidsomstandighedenwet

Beleidsregel boeteoplegging artikel 6 Arbeidsomstandighedenwet

Artikel 1

1.

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

a. zware overtreding: een overtreding die in de Tabellen 1 of 2 van Bijlage 1 als ZO is aangemerkt en waarvoor direct een boete wordt opgelegd; b. overtreding met directe boete: een overtreding die in de Tabellen 1 of 2 van Bijlage 1 als ODB is aangemerkt en waarvoor direct een boete wordt opgelegd; c. een overige overtreding, oftewel een overtreding die in Tabel 1 of 2 van Bijlage 1 als OO is aangemerkt en waarvoor eerst een waarschuwing of een kennisgeving van een eis tot naleving is gegeven, of een eis tot naleving was gesteld, voordat wordt overgegaan tot boeteoplegging indien:

i. na ommekomst van de gegeven hersteltermijn de overtreding niet ongedaan is gemaakt; of ii. dezelfde of soortgelijke overtreding opnieuw wordt geconstateerd.

2. Hiernaast geldt in deze beleidsregel als overtreding met directe boete de overtreding die de directe aanleiding is geweest voor een zwaar ongeval als bedoeld in Bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving of artikel 2.2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Artikel 2

1. De hoogte van de bestuurlijke boete wordt bepaald aan de hand van het boetenormbedrag dat op de betreffende overtreding van toepassing is en het bepaalde in dit artikel.

2.

De boetenormbedragen, bedoeld in het eerste lid, zijn:

a. de bedragen die zijn opgenomen in de Tabellen 1 en 2 van Bijlage 1 bij deze beleidsregel voor de artikelen, leden en onderdelen die bestuurlijk beboetbaar zijn volgens artikel 13.27, tweede lid, van het Omgevingsbesluit, artikel 9.9d van het Arbeidsomstandighedenbesluit en artikel 8.29a van de Arbeidsomstandighedenregeling met uitzondering van de artikelen 4.9, eerste lid en 4.11, eerste en derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, 2.5, derde lid en 2.5a, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, en 2.0a en 2.0c van de Arbeidsomstandighedenregeling; b. de overeenkomstig Bijlage 2 bij deze beleidsregel berekende bedragen, voor zover het overtredingen van de verplichtingen zijn, die niet onder onderdeel a vallen.

3.

De boetenormbedragen, bedoeld in het tweede lid, zijn uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete voor werkgevers met 150 of meer werknemers. In de overige gevallen geldt het volgende:

a. voor zelfstandigen wordt het boetenormbedrag 10 procent; b. bij werkgevers die de arbeid zelf verrichten of werkgevers met minder dan 10 werknemers wordt het boetenormbedrag 25 procent; c. bij werkgevers met 10 of meer maar minder dan 40 werknemers wordt het boetenormbedrag 40 procent; d. bij werkgevers met 40 of meer maar minder dan 70 werknemers wordt het boetenormbedrag 55 procent; e. bij werkgevers met 70 of meer maar minder dan 100 werknemers wordt het boetenormbedrag 70 procent; f. bij werkgevers met 100 of meer maar minder dan 150 werknemers wordt het boetenormbedrag 85 procent.

4. Voor de boeteberekening van een of meer overtredingen geconstateerd op locaties, vestigingen of in filialen, wordt als bedrijfsgrootte het aantal werknemers van de gehele juridische eenheid gehanteerd dat in Nederland werkzaam is.

5. Het boetenormbedrag wordt in geval van een zwaar ongeval vermenigvuldigd met een factor 2.

6. Meerdere overtredingen van hetzelfde artikel, artikellid of onderdeel, zijn aparte beboetbare feiten.

Artikel 3

Bedrijven of inrichtingen, die zowel onder de Seveso-paragraaf van het Besluit activiteiten leefomgeving als onder afdeling 2 van hoofdstuk 2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit en hoofdstuk 2 van de Arbeidsomstandighedenregeling vallen, en waar een feit is geconstateerd dat zowel op grond van het Omgevingsbesluit als het Arbeidsomstandighedenbesluit of de Arbeidsomstandighedenregeling een beboetbare overtreding is, worden beboet op grond van de artikelen 13.25 en 13.27 van het Omgevingsbesluit.

Artikel 4

1. Bij de vaststelling of sprake is van herhaling van dezelfde of soortgelijke overtredingen wordt bij zelfstandig opererende nevenvestigingen van rechtspersonen gehandeld alsof deze afzonderlijke ondernemingen zijn.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op ernstige overtredingen als bedoeld in artikel 13.27, tweede lid, van het Omgevingsbesluit en artikel 9.10b van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Artikel 5

1. Er is sprake van recidive, als overtreding van dezelfde of soortgelijke verplichtingen en verboden, als bepaald in artikel 13.27, derde lid, van het Omgevingsbesluit, aan de orde is, mits het te hanteren boetenormbedrag bij elk van deze overtredingen hoger is dan € 12.500,00.

2.

In afwijking van het eerste lid, is bij overtreding van de in artikelen 4.9, eerste lid en 4.11, eerste en derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving vervatte verplichtingen sprake van recidive in het volgende geval.

Als het te hanteren boetenormbedrag, als opgenomen in Tabel 1 van Bijlage 1, van de volgende overtreding binnen dezelfde boetecategorie valt als het boetenormbedrag, als opgenomen in Tabel 1 van Bijlage 1, van de eerdere overtreding. De boetecategorieën voor het bepalen van recidive van deze overtredingen zijn:

a. € 125.000 € 249.999; b. € 250.000 € 499.999; c. ≥ € 500.000.

3. Er is sprake van recidive, als overtreding van dezelfde of soortgelijke verplichtingen en verboden, als bepaald in artikel 8.29c van de Arbeidsomstandighedenregeling aan de orde is.

4.

In afwijking van het derde lid, is bij overtreding van de in artikelen 2.5, derde lid, en 2.5a, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit en de artikelen 2.0a en 2.0c van de Arbeidsomstandighedenregeling vervatte verplichtingen sprake van recidive in het volgende geval.

Als het te hanteren boetenormbedrag, als opgenomen in Tabel 2 van Bijlage 1, van de volgende overtreding binnen dezelfde boetecategorie valt als het boetenormbedrag, als opgenomen in Tabel 2 van Bijlage 1, van de eerdere overtreding. De boetecategorieën voor het bepalen van recidive van deze overtredingen zijn:

a. € 125.000 € 249.999; b. € 250.000 € 499.999; c. ≥ € 500.000.

Artikel 6

De totale bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete bestaat, in geval er sprake is van meer dan één overtreding, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.

Artikel 7

1. De Minister stelt handhavingsbeleid vast voor de bepalingen waarop deze beleidsregel betrekking heeft. Het beleid is uniform en gelijk voor alle bedrijven, die vallen onder de hiervoor bedoelde bepalingen.

2. De Minister zorgt dat de Seveso-handhavingsstrategie met dit beleid in overeenstemming wordt gebracht.

3. De Minister draagt zorg voor de openbaarmaking van het handhavingsbeleid en dat eenieder van dit beleid kennis kan nemen.

Artikel 8

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

Artikel 9

De Beleidsregel Artikel 6 wordt ingetrokken.

Artikel 10

Deze beleidsregel wordt aangehaald als:Beleidsregel boeteoplegging artikel 6 Arbeidsomstandighedenwet.

Bijlage 1. Boete- en tarieflijst, behorende bij

In Tabel 1 of 2 staan de artikelen, die volgens artikel 13.27, eerste lid, van het Omgevingsbesluit, artikel 9.9d van het Arbeidsomstandighedenbesluit en artikel 8.29a van de Arbeidsomstandighedenregeling, bestuurlijk beboetbaar zijn. Er wordt in de tabellen vermeld welke type overtreding het betreft en het boetenormbedrag van elk artikel, lid of onderdeel.

Indien er in Tabel 1 of 2 meerdere type overtredingen zijn opgenomen bij een artikel, artikellid of onderdeel, dan kunnen in Tabel 3, 4, 5 en 6 de zware overtredingen of overtredingen met een directe boete specifiek benoemd zijn voor de Seveso-paragraaf of de ARIE-regeling.

ZO staat voor een zware overtreding, ODB voor een overtreding met een directe boete en OO voor overige overtreding.

De in Tabel 1 gegeven boetenormbedragen voor de artikelen 4.9, eerste lid en 4.11, eerste en derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving worden aangepast op basis van de beoordelingssystematiek, vermeld in Bijlage 2.

^1 Het niet treffen van maatregelen zoals bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan resulteren in ernstig gevaar voor personen. In dat geval volgt een stillegging als bedoeld in artikel 28 van de Arbeidsomstandighedenwet. Indien het een stillegging met directe boete betreft wordt in overleg met het Openbaar Ministerie bepaald of naast de stillegging een proces-verbaal wordt opgemaakt, of dat direct een bestuurlijke boete volgt.

^2 In onderdeel vi van bijlage III van de Seveso III richtlijn (2012/18/EU) zijn veiligheidprestatieindicatoren (safety performance indicators SPI) opgenomen. In het Besluit activiteiten leefomgeving is het verplicht gesteld om alle elementen te hebben dus ook alle optionele onderdelen te hebben ingevuld.

De in Tabel 2 gegeven boetenormbedragen voor de artikelen 2.5, derde lid en, 2.5a, eerste lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit en de artikelen 2.0a en 2.0c van de Arbeidsomstandighedenregeling worden aangepast op basis van de beoordelingssystematiek, vermeld in Bijlage 2.

Bijlage 2. Boete- en tarieflijst, behorende bij

Bij de berekening van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 13.27 Omgevingsbesluit, artikel 9.9d Arbeidsomstandighedenbesluit en artikel 8.29a van de Arbeidsomstandighedenregeling, wordt voor een overtreding van de artikelen 4.9, eerste lid en 4.11, eerste en derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, de artikelen 2.5, derde lid, 2.5a, eerste lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit en de artikelen 2.0a en 2.0c van de Arbeidsomstandighedenregeling eerst onderstaande beoordelingssystematiek toegepast op het in Bijlage 1, Tabellen 1 of 2 opgenomen boetenormbedrag.

De in Tabel 3 van deze bijlage opgenomen bedragen zijn de boetenormbedragen, die voor de verdere berekening van de bestuurlijke boete worden gebruikt.

De beoordelingssystematiek is van toepassing op het beoordelen van zowel technische als organisatorische en procedurele maatregelen.

De beoordelingssystematiek is op de volgende drie beoordelingsgronden gestoeld:

De beoordelingsmethodiek beoogt te komen tot een gelijke waardering in vergelijkbare situaties. Om dat te bereiken wordt op elk van de genoemde drie beoordelingsgronden een waardering gegeven aan technische respectievelijk procedurele en organisatorische maatregelen. De waardering wordt voor elke overtreding uitgevoerd op basis van Tabel 1 bij deze bijlage. De volgorde van de waardering loopt, zoals in onderstaande Tabel 1 terug te vinden is, van geïmplementeerd naar geschikt en vervolgens naar gedocumenteerd.

Na waardering van de drie beoordelingsgronden zoals opgenomen in Tabel 1 wordt aan elke bepaalde waardering op basis van Tabel 2 een getalswaarde gekoppeld.

De getalswaarden van alle drie de beoordelingsgronden worden bij elkaar opgeteld, en de uitkomst daarvan vormt de teller. De maximale uitkomst is 16, namelijk 3x slecht (8 + 6 + 2), en dit is de noemer. Door de teller te delen door de noemer wordt de correctiefactor verkregen waarmee het boetenormbedrag, zoals opgenomen in Tabel 1 of 2 van Bijlage 1, per overtreding wordt gecorrigeerd.

Voor de relevante boetenormbedragen is dit verder uitgewerkt in onderstaande Tabel 3.