|
…
|
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleidsregel DAMU-licentie VO 2020 | BWBR0044030 | beleidsregel | geldend | 2021-12-07 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0044030 | Beleidsregel DAMU-licentie VO 2020 |
Beleidsregel DAMU-licentie VO 2020
Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;
- DAMU-leerling: leerling die is toegelaten tot het hbo-voortraject en daardoor wordt beschouwd als toptalent op het gebied van dans of muziek;
- DAMU-licentie: licentie van de minister aan het bevoegd gezag van een school waarin een aanvraag als bedoeld in artikel 3 wordt ingewilligd;
- hbo-voortraject: beroepsvoorbereidend traject voor vo-leerlingen, aangeboden door een hogeschool, dat voorafgaat aan een hbo-bachelor op het gebied van dansvakonderwijs of muziekvakonderwijs;
- minister: Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;
- school: school of scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs waar uit de openbare kas bekostigd onderwijs wordt verzorgd als bedoeld in de artikelen 2.4, 2.5 en 2.6 van de wet;
- Stichting DAMU: de stichting Dans- en Muziekscholen;
- wet: Wet voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 2
Het doel van deze regeling is om een DAMU-leerling op een DAMU-school in staat te stellen gedurende het vo-onderwijs deel te nemen aan een hbo-voortraject, met verlichting van een dubbele studielast en integratie van regulier en kunstonderwijs daar waar mogelijk.
Artikel 3
1. De minister kan op verzoek van het bevoegd gezag van een school een DAMU-licentie verstrekken voor een periode van vier schooljaren.
2. Het aantal scholen met een DAMU-licentie bedraagt niet meer dan twaalf. De minister kan in uitzonderlijke gevallen van dit aantal afwijken indien leerlingendaling of schoolsplitsing hier aanleiding toe geeft.
3.
Indien door toekenning van de ingediende aanvragen het aantal DAMU-scholen het maximum van 12 zou overschrijden, is de rangschikking voor toekenning als volgt:
a. aanvragen voor verlenging van eerdere licenties hebben voorrang boven aanvragen voor een nieuwe licentie; b. aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld, met dien verstande, dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvulling door de minister is ontvangen, als datum van binnenkomst geldt; c. bij gelijktijdige binnenkomst van de aanvragen komt de school met het hoogste aantal DAMU-leerlingen als eerste in aanmerking voor een DAMU-licentie.
4. Een aanvraag van het bevoegd gezag van een school wordt in behandeling genomen indien is voldaan aan de vereisten in artikel 4 en 5.
5. Scholen waar op het moment van de aanvraag of op het moment van besluiten de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is als bedoeld in artikel 2.94, eerste en derde lid, van de wet of door de inspectie ingevolge artikel 11 van de Wet op het onderwijstoezicht het onderwijs als onvoldoende is beoordeeld, komen niet in aanmerking voor een DAMU-licentie.
6. De aanvraag voor een DAMU-licentie wordt jaarlijks op uiterlijk 1 oktober ingediend. Aanvragen ingediend na deze datum worden in een volgend kalenderjaar in behandeling genomen.
7. Stichting DAMU adviseert de minister over de aanvraag op uiterlijk 1 december van het desbetreffende jaar.
8. De minister besluit over het verstrekken van een DAMU-licentie uiterlijk 1 februari van het volgende kalenderjaar.
Artikel 4
De aanvraag gaat vergezeld van de volgende documenten:
a. een verklaring van de school dat op de desbetreffende school een door de betrokken hogeschool goedgekeurde lijst met de namen en adressen van minimaal vijftien DAMU-leerlingen die toegelaten zijn tot het hbo-voortraject aanwezig is, waarbij de meest recente teldatum van 1 oktober voorafgaand aan de aanvraag voor deze telling leidend is; b. het schoolplan, met daarin een beleidsnotitie waaruit blijkt op welke wijze de school voldoet aan artikel 5, onderdeel b, en hoe de school waar nodig zorg draagt voor flexibiliteit in de onderwijsprogramma’s, flexibiliteit bij het afleggen van toetsen en schoolexamens en centrale examens, en hoe de specifieke kunstvakken worden ingevuld, rekening houdend met de belangen van de betrokken DAMU-leerling; en c. een schriftelijke steunverklaring van de Vereniging Hogescholen voor de aanvraag van een DAMU-licentie.
Artikel 5
De school, waarvoor het bevoegd gezag een aanvraag als bedoeld in artikel 3 heeft ingediend, voldoet aan de volgende voorschriften:
a. op de school zijn ten minste vijftien DAMU-leerlingen ingeschreven; en b. op de school is onderwijzend personeel aanwezig en aanspreekbaar op de afstemming van de werkzaamheden die verband houden met de DAMU-licentie en zij voorzien in de begeleiding van de DAMU-leerlingen.
Artikel 6
Alleen een school met een DAMU-licentie mag zich profileren als een DAMU-school.
Artikel 7
1. Het bevoegd gezag van een school die over een DAMU-licentie beschikt, kan een verzoek tot verlenging indienen.
2. Het bevoegd gezag dient op uiterlijk 1 oktober van het kalenderjaar, voorafgaande aan het kalenderjaar waarin de licentie expireert, een verzoek tot verlenging in.
3. Op de verlenging van de DAMU-licentie zijn de artikelen 3, 4 en 5 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8
1. Indien de DAMU-leerling niet langer deelneemt aan het hbo-voortraject kan de leerling niet langer als DAMU-leerling worden aangemerkt. Vanaf dat moment neemt de leerling weer deel aan het reguliere onderwijsprogramma.
2. Indien het voor een leerling als bedoeld in het eerste lid redelijkerwijs niet mogelijk is om de gemiste vakonderdelen nog in te halen blijft een reeds geëffectueerde ontheffing op grond van artikelen 9 tot en met 13 van kracht, evenals een reeds lopende spreiding van het examen op grond van artikel 14.
Artikel 9
Indien de DAMU-licentie niet wordt verlengd, behouden de betrokken leerlingen de onder de oorspronkelijke DAMU-licentie verkregen mogelijkheden aan die school. Indien dit niet mogelijk is, verzorgt de school een alternatief.
Artikel 10
Het bevoegd gezag dat beschikt over een DAMU-licentie kan in afwijking van de artikelen 2.14, tweede lid en 2.33 van de wet, de DAMU-leerling in de eerste twee leerjaren ontheffing verlenen van de onderdelen van het onderwijsprogramma die betrekking hebben op de kerndoelen bewegen en sport, in onderdeel G van bijlage 1, behorende bij artikel 2.1 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.
Artikel 11
Het bevoegd gezag dat beschikt over een DAMU-licentie kan, in afwijking van artikel 2.33 van de wet en de artikelen 2.15 en 3.4, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, een DAMU-leerling, die de theoretische leerweg in het vmbo volgt, ontheffing verlenen voor:
a. lichamelijke opvoeding; b. maatschappijleer; c. een vak behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama.
Artikel 12
Het bevoegd gezag dat beschikt over een DAMU-licentie kan, in afwijking van artikel 2.33 van de wet, paragraaf 3 van hoofdstuk 2 en artikel 3.1, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, een DAMU-leerling in de havo ontheffing verlenen voor:
a. lichamelijke opvoeding; b. maatschappijleer; c. culturele en kunstzinnige vorming; en d. een vak als bedoeld in de artikelen 2.11 en 2.12 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.
Artikel 13
Het bevoegd gezag dat beschikt over een DAMU-licentie kan, in afwijking van artikel 2.33 van de wet en paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de wet, en artikel 3.1 dan wel 3.2 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, een DAMU-leerling in het vwo ontheffing verlenen voor:
a. lichamelijke opvoeding; b. maatschappijleer; c. culturele en kunstzinnige vorming; en d. een vak als bedoeld in artikel 2.6 of 2.7 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.
Artikel 14
1. In uitzonderlijke gevallen kan het bevoegd gezag, dat beschikt over een DAMU-licentie, voor een DAMU-leerling beroep doen op artikel 3.56 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 voor het doen van gespreid examen.
2. Alleen een DAMU-leerling die in het laatste leerjaar wordt geconfronteerd met activiteiten in het kader van uitoefening van de dans of muziek, waardoor het niet mogelijk is het eindexamen in het laatste leerjaar volledig af te leggen, komt voor toepassing van artikel 3.56 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in aanmerking.
Artikel 15
De minister evalueert deze beleidsregel voor 1 januari 2025.
Artikel 16
Voor een school die voorafgaand aan deze beleidsregel al beschikt over een gelijkwaardige licentie op grond van Beleidsregel verstrekking DAMU-licentie VO, blijft deze behouden, tenzij de looptijd van de eerdere licentie is verstreken en niet tijdig een nieuwe licentie is aangevraagd.
Artikel 17
De Beleidsregel verstrekking DAMU-licentie VO wordt per 1 september 2020 ingetrokken.
Artikel 17a
Deze beleidsregel is mede gebaseerd op artikel 9.3 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 18
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 september 2020.
Artikel 19
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel DAMU-licentie VO 2020.