rijk/beleidsregel/beleidsregel-eenmalige-cultuursubsidies-2016/BWBR0037568
..
README.md

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Beleidsregel eenmalige cultuursubsidies 2016 BWBR0037568 beleidsregel geldend 2016-01-27 https://wetten.overheid.nl/BWBR0037568 Beleidsregel eenmalige cultuursubsidies 2016

Beleidsregel eenmalige cultuursubsidies 2016

Artikel 1

Deze beleidsregel heeft tot doel specifieke taken van instellingen te stimuleren, die subsidie ontvangen op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.

Artikel 2

De minister verstrekt op basis van een aanvraag eenmalig projectsubsidie aan een instelling als bedoeld in artikel 3.11, tweede lid; artikel 3.17, tweede lid; artikel 3.19 of artikel 3.33 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.

Artikel 3

De minister neemt na 1 maart 2016 geen aanvragen in behandeling voor een projectsubsidie als bedoeld in artikel 2. De subsidieaanvraag gaat in ieder geval vergezeld van een activiteitenplan en een begroting.

Artikel 4

1. De minister stelt eenmalig projectsubsidies beschikbaar voor specifieke activiteiten in 2016 voor een aanvulling op de vierjaarlijkse instellingssubsidie die door instellingen wordt ontvangen in de subsidieperiode 20132016.

2. Een instelling als bedoeld in artikel 3.11, tweede lid, of 3.17, tweede lid, van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid, zoals deze luidden op 3 november 2015, komt voor de eenmalige projectsubsidie in aanmerking voor het uitvoeren van aanvullende internationale activiteiten

3. Een instelling als bedoeld in artikel 3.19 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid, zoals deze luidde op 3 november 2015, komt voor eenmalige projectsubsidie in aanmerking voor het uitvoeren van aanvullende educatieve activiteiten.

4. Een instelling als bedoeld in artikel 3.30 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid, zoals deze luidde op 3 november 2015, komt voor eenmalige projectsubsidie in aanmerking voor het uitvoeren van aanvullende activiteiten op gebied van talentontwikkeling.

Artikel 5

1. De minister beoordeelt de ingediende aanvragen met inachtneming van de bepalingen van deze regeling.

2. De minister kan advies vragen over de ingediende aanvragen.

3. De minister informeert de aanvrager binnen 13 weken na de uiterlijke indiendatum schriftelijk over zijn besluit.

Artikel 6

Er worden voor subsidieverstrekking op grond van artikel 4, ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar gesteld:

a. voor een instelling als bedoeld in artikel 4, tweede lid: € 250.000; b. voor een instelling als bedoeld in artikel 4, derde lid: € 250.000; c. voor instellingen als bedoeld in artikel 4, vierde lid, gezamenlijk: € 500.000.

Artikel 7

De minister kan, onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, subsidie weigeren:

a. als de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten; b. als de aanvraag betrekking heeft op een reeds geheel of gedeeltelijk voltooide activiteit.

Artikel 8

1. Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze beleidsregel vervalt met ingang van 1 januari 2017.

Artikel 9

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel eenmalige cultuursubsidies 2016.