rijk/beleidsregel/beleidsregel-experiment-huisvesting-vergunninghouders/BWBR0037247
..
README.md

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Beleidsregel experiment huisvesting vergunninghouders BWBR0037247 beleidsregel geldend 2016-09-19 https://wetten.overheid.nl/BWBR0037247 Beleidsregel experiment huisvesting vergunninghouders

Beleidsregel experiment huisvesting vergunninghouders

Artikel 1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

aanvrager: de toegelaten instelling, de met haar verbonden onderneming van welke zij enig aandeelhoudster is en de samenwerkingsvennootschap die Onze Minister om toestemming verzoekt om de diensten als bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel c, van de Woningwet uit te voeren en daarbij af te wijken van artikel 47, eerste lid, onderdeel a, of het tweede lid, van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente op wiens grondgebied het gebouw zich bevindt ten aanzien waarvan de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden uitgevoerd minister: Minister voor Wonen en Rijksdienst

Artikel 2

1. Aan aanvragers die werkzaamheden willen uitvoeren als bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel c, van de Woningwet en daarbij willen afwijken van artikel 47, eerste lid, onderdeel a, of het tweede lid, van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 wordt daartoe bij wijze van experiment toestemming verleend door de minister.

2.

De minister verleent toestemming indien:

a. bij de aanvraag gebruik is gemaakt van het in bijlage A opgenomen formulier; b. de in artikel 3 bedoelde schriftelijke verklaring bij de aanvraag wordt overgelegd en daarbij gebruik is gemaakt van het in bijlage B of C opgenomen formulier; c. in het gebouw bij aanvang van de werkzaamheden ten minste voor de helft en nadien met name vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet 2014, worden gehuisvest; d. de aanvrager als gevolg van het uitvoeren van de werkzaamheden geen verplichtingen aangaat die zijn gericht op het voor eigen risico verhuren van woonruimten; e. De werkzaamheden ten minste kostendekkend door de aanvrager worden verricht, en f. de werkzaamheden niet omvatten het treffen van voorzieningen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet.

Artikel 3

1. Het college legt de in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedoelde schriftelijke verklaring af indien en in dat geval inhoudende dat zij ermee instemt dat de diensten door de aanvrager worden uitgevoerd.

2. Indien een toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap om toestemming verzoekt, houdt de verklaring tevens in dat artikel 4 is toegepast.

3.

Voor de verklaring bedoeld in het tweede lid maakt het college gebruik van:

a. het in bijlage B opgenomen formulier, indien een toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap om toestemming verzoekt, of; b. het in bijlage C opgenomen formulier, indien een met een toegelaten instelling verbonden onderneming, van wie zij enig aandeelhoudster is, om toestemming verzoekt.

Artikel 4

1. Indien de aanvraag betrekking heeft op een toegelaten instelling of een samenwerkingsvennootschap geeft het college de verklaring, bedoeld in artikel 3, eerste lid, eerst nadat zij het voornemen tot het uitvoeren van de diensten als bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel c, van de Woningwet en het daarbij afwijken van artikel 47, eerste lid, onderdeel a, of het tweede lid, van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, gedurende twee weken langs elektronische weg algemeen bekend heeft gemaakt.

2.

De bekendmaking bevat in ieder geval:

a. De naam en contactgegevens van degene in wiens opdracht de diensten worden uitgevoerd; b. De aanvang en looptijd van de opdracht, en; c. Een omschrijving van de woongelegenheid en de aanhorigheden waar de diensten worden uitgevoerd.

Artikel 5

1. De toestemming van de minister, bedoeld in artikel 2, eerste lid, geldt voor de duur van ten hoogste vijf jaar.

2. De minister kan de verleende toestemming eerder intrekken indien niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden, genoemd in artikel 2, tweede lid.

3. De aanvrager legt jaarlijks verantwoording af aan de minister over de uitgevoerde werkzaamheden en de in verband daarmee gemaakte kosten.

Artikel 5a

Op aanvragen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, die zijn gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Beleidsregel van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 19 september 2016, nr. 2016-0000568604, tot wijziging van de beleidsregel experiment huisvesting vergunninghouders in verband met het vereenvoudigen van de procedure om anderen dan toegelaten instellingen in de gelegenheid te stellen hun interesse in het verrichten van de diensten, bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel c, van de Woningwet kenbaar te maken (Stcrt. 2016, 47597) blijft het formulier in bijlage C, zoals dat luidde voor dat tijdstip, van toepassing, ongeacht of zij zijn gedaan door een toegelaten instelling, een met haar verbonden onderneming van welke zij enig aandeelhoudster is of een samenwerkingsvennootschap.

Artikel 6

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel experiment huisvesting vergunninghouders.

Artikel 7

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.

Bijlage A

Toestemmingsformulier

De aanvrager verzoekt de minister voor Wonen en Rijksdienst om toestemming de in de opdrachtbeschrijving opgesomde diensten, verder genoemd diensten, te verrichten onder de in dat formulier beschreven voorwaarden, voor de in dat formulier genoemde periode, tegen de in dat formulier genoemde vergoeding.

Het formulier dient te worden toegezonden aan postbus 16191, 2500 BD, Den Haag.

Handtekening:

Naam:

[afbeelding]

Bijlage B

Verklaring gemeente bij diensten door een toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap

Het college van B&W van de gemeente ____________________, verder genoemd college, verklaart dat:

Datum: ____________________

Handtekening: ________________________________________

Naam: ____________________

Bijlage C

Verklaring gemeente bij diensten door een met een toegelaten instelling verbonden onderneming

Het college van B&W van de gemeente ____________________, verder genoemd college, verklaart dat:

Datum: ____________________

Handtekening: ________________________________________

Naam: ____________________