|
…
|
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleidsregel nadeelcompensatie verbod laagcalorisch gas grootste afnemers | BWBR0043794 | beleidsregel | geldend | 2025-12-14 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0043794 | Beleidsregel nadeelcompensatie verbod laagcalorisch gas grootste afnemers |
Beleidsregel nadeelcompensatie verbod laagcalorisch gas grootste afnemers
Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
– aangeslotene: aangeslotene op het transmissie- of distributiesysteem van gas op wie het verbod van toepassing is; − brutowinstpercentage: omzet minus inkoopwaarde van de afzet op jaarbasis, uitgedrukt in een percentage van de omzet; – minister: Minister van Klimaat en Groene Groei; − normjaaromzet: gemiddelde omzet op jaarbasis, berekend over de drie jaren voorafgaand aan het jaar waarin is omgeschakeld of afgesloten; − normbrutowinstpercentage: gemiddeld brutowinstpercentage, berekend over de drie jaren voorafgaand aan het jaar waarin is omgeschakeld of afgesloten; − omschakelen: omschakelen als bedoeld in artikel 1.1 van de wet; − verbod: verbod als bedoeld in artikel 2.63, eerste lid, van de wet; – wet: Energiewet.
Artikel 2
1. De minister stelt vast of schade als bedoeld in artikel 5.15 van de wet eenmalig of tijdelijk is, of jaarlijks terugkeert.
2.
Schade als bedoeld in het eerste lid die jaarlijks terugkeert, kan voor vergoeding in aanmerking komen volgens de formule: jaarlijks nadeel als gevolg van het verbod x 5, waarbij voor:
a. het aantal eenheden waarvoor extra kosten worden gemaakt wordt uitgegaan van:
i. het gemiddelde aantal eenheden van de drie kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin is omgeschakeld of afgesloten; en ii. het aantal eenheden dan wel verwacht aantal eenheden op het moment dat de afnemer alle activiteiten als gevolg van het verbod heeft verricht, en b. de prijs van de eenheden wordt uitgegaan van de gemiddelde prijs van de betreffende eenheid in de drie kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin is omgeschakeld of afgesloten.
Artikel 3
1.
De minister bepaalt het normale maatschappelijke risico, bedoeld in artikel 5.15, eerste lid, van de wet, volgens de formule: (normjaaromzet x normbrutowinstpercentage) x n x 0,1, waarin n, al naar gelang het normbrutowinstpercentage van de onderneming van de afnemer, bedraagt:
| Normbrutowinstpercentage | ‘n’ |
|---|---|
| 0−35% | 13% |
| 36−64% | 11% |
| 65−100% | 8% |
2. In bijzondere gevallen kan de minister het normale maatschappelijke risico op andere wijze bepalen dan volgens de in het eerste lid bedoelde formule.
Artikel 4
Van risicoaanvaarding als bedoeld in artikel 5.15, tweede lid, onderdeel a, van de wet is sprake als:
a. het ontstaan van die schade voor de aangeslotene redelijkerwijs voorzienbaar was ten tijde van de investeringsbeslissing, tenzij redelijkerwijs niet anders van de aangeslotene kon worden verwacht; b. een aangeslotene heeft nagelaten zijn belang te verwezenlijken toen hij daartoe redelijkerwijs in de gelegenheid was, terwijl hij redelijkerwijs kon voorzien dat een maatregel genomen zou worden die aan verwezenlijking daarvan in de weg zou te staan.
Artikel 5
Indien de minister een vergoeding als bedoeld in artikel 5.15 van de wet toekent, vergoedt de minister ook:
a. redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade; b. redelijke kosten ter zake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand of andere deskundige bijstand bij de vaststelling van de schade; c. de wettelijke rente vanaf de ontvangst van de aanvraag, of, indien de schade op een later tijdstip ontstaat, vanaf dat tijdstip.
Artikel 6
Tot een omstandigheid die aan de aangeslotene kan worden toegerekend als bedoeld in artikel 5.15, tweede lid, onderdeel c, van de wet wordt in elk geval de omstandigheid gerekend dat schade ontstaat doordat een aangeslotene niet alle gegevens of niet de juiste gegevens als bedoeld in artikel 2.63, tweede lid, van de wet, heeft verstrekt, terwijl die gegevens ten tijde van de melding wel bij de aangeslotene bekend waren of redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn.
Artikel 7
Vergoeding van schade is in elk geval anderszins verzekerd als bedoeld in artikel 5.15, tweede lid, onderdeel d, van de wet, indien de schade voortvloeit uit het verrichten van activiteiten met het oog waarop aan de aangeslotene subsidie is verleend.
Artikel 8
De minister kan zich bij de behandeling van de aanvraag laten adviseren door een of meer onafhankelijke deskundigen, over de hoogte van de schade die voor vergoeding in aanmerking komt.
Artikel 8a
Deze beleidsregel berust mede op artikel 5.15 van de Energiewet.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregel nadeelcompensatie verbod laagcalorisch gas grootste afnemers.