|
…
|
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleidsregel ontheffing benoembaarheidsvereisten en bekwaamheidserkenning vo | BWBR0038570 | beleidsregel | geldend | 2016-10-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0038570 | Beleidsregel ontheffing benoembaarheidsvereisten en bekwaamheidserkenning vo |
Beleidsregel ontheffing benoembaarheidsvereisten en bekwaamheidserkenning vo
Deze beleidsregel is gebaseerd op artikel 7.11, derde en zevende lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
– basis- en kaderberoepsgerichte leerweg: basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 2.26 van de wet; – betrokkene: persoon waarvoor de ontheffing of bekwaamheidserkenning wordt aangevraagd; – bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de wet; – conversietabel: conversietabel als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Regeling conversietabel getuigschriften en vakken VO; – DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs; – getuigschrift: getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, onder a, van de wet; – inspectie: Inspectie van het Onderwijs; – Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; – pabo: opleiding Pedagogische academie voor leraren in het basisonderwijs; – pedagogisch-didactisch getuigschrift: getuigschrift als bedoeld in artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek; – school: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de wet; – vmbo: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 2.22 van de wet; – wet: Wet voortgezet onderwijs 2020;
De beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ontheffing benoembaarheidsvereisten en bekwaamheidserkenning vo.
De beleidsregel heeft betrekking op de manier waarop de Minister gebruikmaakt van zijn bevoegdheid om:
- op grond van artikel 7.11, zevende lid, van de wet een betrokkene in bijzondere gevallen ontheffing te verlenen van de benoembaarheidsvereisten van een bepaald vak of onderdeel van dat vak uit datzelfde artikel, omdat betrokkene door een buitengewone bekwaamheid in dat vak uitmunt (verder: ontheffing); en
- op grond van artikel 7.11, derde lid, van de wet te verklaren dat een betrokkene wordt geacht bevoegd te zijn voor een vak of programmaonderdeel waarvoor niet met een getuigschrift of op grond van de conversietabel kan worden aangetoond dat betrokkene voldoet aan de bekwaamheidseisen (verder: bekwaamheidserkenning).
Het doel van deze beleidsregel is duidelijkheid te bieden over de beleidslijn van de Minister over de beoordeling van aanvragen voor ontheffing of bekwaamheidserkenning op grond van artikel 7.11, derde of zevende lid van de wet.
De beleidsregel heeft geen betrekking op door het bevoegd gezag vastgestelde vakken en programmaonderdelen (schooleigen vakken) als bedoeld in artikel 7.9, tweede lid, van de wet.
Om in aanmerking te komen voor een ontheffing of bekwaamheidserkenning wordt het vak, waarvoor de aanvraag wordt ingediend, op jaarbasis ten minste gemiddeld vier uur per week gegeven door betrokkene.
In bijlage III is schematisch weergegeven uit welke stappen het proces voor de aanvraag van de ontheffing of bekwaamheidserkenning bestaat.
Er zijn twee soorten aanvragen mogelijk:
a) een gesloten aanvraag voor één van de vooraf beschreven combinaties van bijzondere gevallen en buitengewone bekwaamheid (leidend tot een ontheffing) of één van de vooraf beschreven invullingen van bekwaamheid bij het ontbreken van een lerarenopleiding (leidend tot een bekwaamheidserkenning). De reeds beschreven combinaties van bijzondere gevallen en buitengewone bekwaamheid, leidend tot een ontheffing, staan in bijlage I. De reeds beschreven invullingen van bekwaamheid leidend tot een bekwaamheidserkenning staan in bijlage II. De aanvrager voegt daarbij de onder het kopje ‘indieningsvoorwaarden’ in deze beleidsregel genoemde onderdelen toe. b) een open aanvraag waarbij betrokkene zelf onderbouwt dat er sprake is van een combinatie van een bijzonder geval en uitmuntendheid in buitengewone bekwaamheid. Of een open aanvraag voor een algemeen gebruikelijk vak waarvoor een lerarenopleiding ontbreekt en welke ook niet opgenomen is in de conversietabel. De aanvrager voegt daarbij de onder het kopje ‘indieningsvoorwaarden’ in deze beleidsregel genoemde onderdelen toe.
Betrokkene of het bevoegd gezag, namens betrokkene, dient een aanvraag voor een ontheffing of bekwaamheidserkenning in bij de Minister. Dit gebeurt via de website van DUO. Meer informatie over de aanvraag en aanvraagprocedure is ook op dezelfde website vindbaar.
De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst door DUO behandeld. DUO stelt betrokkene in de gelegenheid om, indien nodig, de aanvraag verder aan te vullen. Als de aanvraag wordt aangevuld, dan geldt de dag waarop de laatste aanvulling is ontvangen als de datum van binnenkomst. Conform de Awb beslist de Minister binnen acht weken op de aanvraag, deze termijn kan indien noodzakelijk worden verlengd. In geval van verlenging wordt dit per brief aan betrokkene meegedeeld.
Na het invullen van het aanvraagformulier wordt de aanvraag op volledigheid getoetst. Alleen volledig ingevulde formulieren worden in behandeling genomen. Vervolgens wordt de aanvraag beoordeeld. De open aanvragen worden op hun merites beoordeeld. De gesloten aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de vooraf vastgestelde beschrijvingen. De inspectie zal steekproefsgewijs en indien er concrete aanwijzingen zijn advies geven aan DUO over de pedagogisch-didactische bekwaamheid van betrokkene. Dit kan zowel in het geval van gesloten als open aanvragen.
Indien de aanvraag wordt toegekend, ontvangt betrokkene een beschikking tot ontheffing of bekwaamheidserkenning. Indien de aanvraag wordt afgewezen, ontvangt betrokkene een afwijzende beschikking. In de beschikking wordt aangegeven hoe betrokkene in bezwaar en beroep kan gaan, de Awb is hierop van toepassing.
Een volledige aanvraag bestaat uit:
Bij alle aanvragen
- een omschrijving van het betreffende vak waarin tenminste de omvang van het vak op jaarbasis, doelstellingen, inhoud, organisatie en eindtermen van het vak;
- een schoolplan van de school waar betrokkene les gaat geven;
- een verklaring van het bevoegd gezag dat het bevoegd gezag redelijkerwijs tot de overtuiging gekomen is dat betrokkene voldoende pedagogisch-didactisch bekwaam is; en
- Bij gesloten aanvragen voor:
a. ontheffing: voor een van de beschreven doelgroepen in bijlage I (ontheffingstabel) zowel de in kolom I van bijlage I (ontheffingstabel) aangegeven bewijsstukken als de in kolom II van bijlage I (ontheffingstabel) aangegeven bijzondere gevallen. b. bekwaamheidserkenning: voor een van de beschreven vakken in bijlage II (tabel bekwaamheidserkenning) de in kolommen I, II en III van bijlage II (tabel bekwaamheidserkenning) aangegeven bewijsstukken. 5) Bij open aanvragen voor:
a. ontheffing: een onderbouwing van zowel het bijzondere geval als de buitengewone bekwaamheid van betrokkene volgens de voorwaarden gesteld onder het kopje ‘beoordelingscriteria open aanvraag: toepassen ontheffing (artikel 7.11, zevende lid, van de wet). b. bekwaamheidserkenning: een onderbouwing van de bekwaamheid van betrokkene volgens de voorwaarden gesteld onder het kopje ‘beoordelingscriteria open aanvraag: afgeven bekwaamheidserkenning (artikel 7.11, derde lid, van de wet)’ in deze beleidsregel.
Bij het beoordelen van open aanvragen voor ontheffing spelen twee elementen een rol:
– al of niet sprake van een bijzonder geval; - al of niet sprake van uitmunten in buitengewone bekwaamheid. – al of niet sprake van een bijzonder geval; - al of niet sprake van uitmunten in buitengewone bekwaamheid.
Om in aanmerking te komen voor een ontheffing is vereist dat er zowel sprake is van een bijzonder geval als van uitmunten in buitengewone bekwaamheid. Het bijzondere geval en het uitmunten in buitengewone bekwaamheid kunnen gezamenlijk tot het oordeel leiden dat de leraar een ontheffing van de benoembaarheidsvereisten wordt verleend voor het vak waarvoor de aanvraag wordt gedaan. De inspectie zal hierbij steekproefsgewijs en indien er concrete aanwijzingen zijn advies geven aan DUO over de pedagogisch-didactische bekwaamheid van betrokkene.
Onderstaande betreft geen limitatieve opsomming van bijzondere gevallen en buitengewone bekwaamheden. Bij open aanvragen mogen ook andere omstandigheden worden aangevoerd die door de minister worden beoordeeld.
Om in aanmerking te kunnen komen voor ontheffing, moet er sprake zijn van bijzondere gevallen. In de beleidslijn van de Minister kunnen bijzondere gevallen zowel betrekking hebben op de persoon als meer externe omstandigheden. Dit betekent dat de betrokkene verhinderd wordt te voldoen aan de benoembaarheidsvereisten met het afronden van de lerarenopleiding behorend bij het vak. Bijzondere gevallen zijn altijd afhankelijk van de individuele situatie van betrokkene.
Dit kunnen bijzondere gevallen zijn zoals:
– betrokkene uitsluitend lesgeeft in een specifiek deel van het eerste- of tweedegraadsgebied, bijvoorbeeld alleen in het praktijkonderwijs of een deel van het vmbo; – betrokkene uitsluitend taalonderwijs geeft aan een geassocieerde Europese school. Voor aanvragen met betrekking tot taalonderwijs aan de geassocieerde Europese scholen vindt te allen tijde een beoordeling van de pedagogisch-didactische bekwaamheid van betrokkene door de inspectie plaats; – betrokkene een diploma heeft dat niet eenduidig vermeldt tot welke vakken de bevoegdheid zich uitstrekt, mits het verband tussen het diploma en het betreffende vak wel duidelijk is vast te stellen en de conversietabel geen uitkomst biedt; – betrokkene reeds een bevoegdheid heeft en daarnaast een beperkt aantal uur, maar meer dan gemiddeld vier uur per week, lesgeeft in een ander vak, waarin volgens de meeste recente rapportage Integrale Personeelstelling Onderwijs, jaarlijks gepubliceerd op rijksoverheid.nl, bovengemiddeld veel onbevoegd wordt lesgegeven. En het aanbod van de lerarenopleiding voorziet niet in een mogelijkheid waarmee de betreffende leraar binnen 2 jaar zijn bevoegdheid voor het vak kan halen; – de reisafstand tot de dichtstbijzijnde lerarenopleiding meer dan twee uur bedraagt met het openbaar vervoer, de lerarenopleiding heeft laten weten dat er geen onderwijs op afstand mogelijk is en betrokkene kan onderbouwen dat deze tijdsinvestering niet van hem gevergd kan worden, gelet op zijn gezinssituatie of fysieke gesteldheid; – betrokkene objectief kan aantonen dat er sprake is van persoonlijke omstandigheden, waardoor betrokkene niet in staat is een lerarenopleiding af te ronden. De omstandigheden belemmeren echter het lesgeven zelf niet; – de tijd die met het volgen van de lerarenopleiding gemoeid is, langer is dan de tijd dat betrokkene na diens afstuderen nog werkzaam zal zijn in het onderwijs, uitgaande van de wettelijke pensioendatum.
Artikel 7.11, zevende lid van de wet vereisen dat de leraar voor wie ontheffing wordt aangevraagd beschikt over een buitengewone bekwaamheid voor het betreffende vak.
Betrokkene kan gemotiveerd aantonen dat er sprake is van uitmunten in buitengewone bekwaamheid als hij zijn bekwaamheid heeft opgedaan door activiteiten zoals:
– het hebben afgerond van een proefschrift dat relevant is voor het vak waarin betrokkene lesgeeft; – het hebben geleverd van een excellente prestatie op het eigen vakgebied; – het hebben afgerond van een relevant excellentietraject in combinatie met een afgeronde relevante opleiding op hetzelfde of hoger niveau; – het beschikken over een pedagogisch-didactisch getuigschrift (mbo) voor zover het een vak betreft dat eveneens in het voortgezet onderwijs wordt verzorgd; – het eerste of tweede auteur zijn van een lesboek voor het betreffende vak in combinatie met een afgeronde relevante opleiding op hetzelfde of hoger niveau; – het hebben van ten minste 3 jaar ervaring buiten het voortgezet onderwijs met het opleiden of begeleiden van anderen in een voor de aanvraag relevant vak; – het hebben afgerond van een andere relevante opleiding op hetzelfde of een hoger niveau (summa) cum laude; – het hebben afgerond van een lerarenopleiding met een zeer grote relevantie voor het te geven vak, welke niet is vermeld in de conversietabel.
Bij de open aanvraag geldt dat het aangegeven bijzondere geval en de aangegeven buitengewone bekwaamheid in samenhang worden bekeken. Beide zijn voorwaarden om in aanmerking te komen voor de ontheffing. De inspectie zal hierbij steekproefsgewijs en indien er concrete aanwijzingen zijn advies geven aan DUO over de pedagogisch-didactische bekwaamheid van betrokkene. Voor aanvragen met betrekking tot taalonderwijs aan de geassocieerde Europese scholen vindt te allen tijde een beoordeling van de pedagogisch-didactische bekwaamheid van betrokkene door de inspectie plaats.
| Voorbeeld open aanvraag ontheffing |
|---|
| Een lerares geeft naar tevredenheid van het bevoegd gezag les in het voortgezet onderwijs. Zij heeft echter geen getuigschrift van een lerarenopleiding. De lerares heeft wel een master Onderwijskunde afgerond en is eerste auteur van een lesboek van het vak wat ze zelf geeft (buitengewone bekwaamheid). Binnen twee jaar na de eerst mogelijke afstudeerdatum van de beschikbare lerarenopleiding zal de lerares de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken (bijzondere omstandigheid). Daarom doet ze open aanvraag via de website, waar ze in de aanvraag haar buitengewone bekwaamheid en bijzondere omstandigheid motiveert. Omdat uit de bewijsstukken blijkt dat de lerares voldoende pedagogisch-didactisch bekwaam is, zal er geen lesbezoek door de inspectie plaatsvinden. DUO controleert haar aanvraagdossier, waarna DUO de beschikking over haar ontheffing afgeeft. |
Een aanvraag tot bekwaamheidserkenning kan worden ingewilligd als de leraar onderwijs verzorgt in een vak waarvoor bekwaamheidseisen zijn vastgesteld krachtens artikel 7.10, eerste lid van de wet, maar waarvoor geen toepasselijke lerarenopleiding beschikbaar is. De minister kan dan verklaren dat de leraar wordt geacht te voldoen aan de bekwaamheidseisen die zijn gesteld voor dat vak.
Het gaat hierbij om vakken in het voortgezet onderwijs die zijn geregeld in de wet of daarop gebaseerde regelingen, maar waarvoor geen lerarenopleiding beschikbaar is en die ook niet zijn opgenomen in de conversietabel.
Betrokkene voldoet aan de vereiste bekwaamheidseisen als betrokkene kan aantonen dat hij voldoet aan de eisen van vakbekwaamheid voor die vakken. Aan de hand van de overgelegde onderbouwing, wordt beoordeeld of betrokkene vakdidactisch, vakinhoudelijk en pedagogisch-didactisch voldoende onderlegd is. De inspectie zal hierbij steekproefsgewijs en indien er concrete aanwijzingen zijn advies geven aan DUO over de pedagogisch-didactische bekwaamheid van betrokkene.
| Voorbeeld open aanvraag bekwaamheidserkenning |
|---|
| Een leraar, die jarenlang stagebegeleider in een technisch bedrijf is geweest, geeft naar tevredenheid van het bevoegd gezag les in een erkend vak waarvoor geen lerarenopleiding beschikbaar is. Hij wil graag bevoegd worden voor het vak. Hij kan daarvoor een aanvraag doen voor een bekwaamheidserkenning. Omdat zijn vak niet op de lijst voor gesloten aanvragen staat, motiveert de leraar in het aanvraagformulier zijn vakinhoudelijke, vakdidactische en didactisch-pedagogische bekwaamheid en voegt ter onderbouwing bewijsstukken bij. Na controle van het aanvraagdossier door DUO geeft DUO de beschikking over zijn bekwaamheidserkenning af. |
Bijlage I. Ontheffingstabel
In deze tabel staat beschreven voor welke doelgroep op grond van artikel 7.11, zevende lid, van de wet door de Minister ontheffing verleend kunnen worden. De in de kolom I aangeduide bewijsstukken en de in kolom II aangegeven onderbouwing van bijzonder geval moeten aangeleverd worden als onderbouwing van de aanvraag.
^1 Voor de pabo-gediplomeerden met een aanvullend certificaat is – in afwijking van de regel dat een ontheffingsbesluit op een aanvraag volgt – voorzien in een ambtshalve toekenning. De voorschriften hiervoor zijn neergelegd in het Besluit ontheffing gecertificeerde pabo-gediplomeerden voor de onderbouw vmbo basis/kader.
Bijlage II. Tabel bekwaamheidserkenning
In deze tabel staat welke bewijsstukken moeten worden verstrekt voor het verkrijgen van een bekwaamheidserkenning op grond artikel 7.11, derde lid, van de wet voor de genoemde vakken. Bij een aanvraag dienen de bewijsstukken uit kolommen I, II en III te worden verstrekt.
^1 Door middel van: Basiscertificaat Marifonie en Radardiploma Rijn- en binnenvaart en ADN Basisverklaring Gecombineerd Droge lading- en Tankschepen
Bijlage III. Stroomschema ontheffing en bekwaamheidserkenning
[afbeelding]