|
…
|
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleidsregel tegemoetkoming kust- en binnenvisserij COVID-19 | BWBR0044038 | beleidsregel | geldend | 2020-09-02 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0044038 | Beleidsregel tegemoetkoming kust- en binnenvisserij COVID-19 |
Beleidsregel tegemoetkoming kust- en binnenvisserij COVID-19
Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- de-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU 2014, L190);
- gedupeerde onderneming: in Nederland gevestigde onderneming als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, actief in de kleinschalige visserij in de kustwateren, visserijzone en het zeegebied en in de binnenvisserij, die valt binnen een van de volgende categorieën:
a. visser die gerechtigd is te vissen op grond van artikel 7a, tweede lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985; b. visser die actief is in de kleinschalige visserij in de kustwateren, visserijzone en het zeegebied als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdelen b en c, van de Visserijwet 1963, op wiens naam een vaartuig in het visserijregister, bedoeld in het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998, is geregistreerd met een lengte over alles van minder dan 12 meter, dat behoort tot het vlootsegment MFL1 of MFL2;
- handelsregister: handelsregister als bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;
- minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
- verklaring de-minimissteun: verklaring van de gedupeerde onderneming waarin deze bevestigt dat de tegemoetkoming niet zal leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de de-minimisverordening.
Artikel 2
1.
De minister verstrekt op aanvraag een tegemoetkoming aan een gedupeerde onderneming die in de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020:
a. indien de onderneming valt binnen de categorie visser die gerechtigd is te vissen op grond van artikel 7a, tweede lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985, ten minste € 1.000 aan omzetverlies heeft geleden als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19; b. indien de onderneming actief is in de kleinschalige visserij in de kustwateren, visserijzone en het zeegebied als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdelen b en c, van de Visserijwet 1963, ten minste € 1.500 aan omzetverlies heeft geleden als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19.
2.
De tegemoetkoming bedraagt:
a. € 1.000 per onderneming die valt binnen de categorie visser die gerechtigd is te vissen op grond van artikel 7a, tweede lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985; b. € 1.500 per onderneming die actief is in de kleinschalige visserij in de kustwateren, visserijzone en het zeegebied als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdelen b en c, van de Visserijwet 1963.
Artikel 3
1. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.
2.
Een aanvraag omvat in ieder geval:
a. gegevens over de gedupeerde onderneming, waaronder het nummer waarmee de gedupeerde onderneming geregistreerd is in het handelsregister, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer dat op naam van de gedupeerde onderneming staat of, indien de onderneming een eenmanszaak betreft, het rekeningnummer van de eigenaar van de eenmanszaak; b. gegevens over de contactpersoon bij de gedupeerde onderneming, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres; c. indien van toepassing, het registratienummer waaronder het vaartuig in het visserijregister, bedoeld in artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998, is geregistreerd; d. een verklaring de-minimissteun; e. een verklaring dat de gedupeerde onderneming op het moment van aanvraag voldoet aan de bij deze beleidsregel gestelde eisen; en f. een verklaring waarin de gedupeerde onderneming aangeeft dat de onderneming in de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020:
1°. indien het een onderneming betreft die valt binnen de categorie visser die gerechtigd is te vissen op grond van artikel 7a, tweede lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985, een omzetverlies heeft geleden van ten minste € 1.000; 2°. indien het een onderneming betreft die actief is in de kleinschalige visserij in de kustwateren, visserijzone en het zeegebied als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdelen b en c, van de Visserijwet 1963, een omzetverlies heeft geleden van ten minste € 1.500.
3. Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 14 september 2020 tot en met 14 oktober 2020.
4. Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 09.00 uur op de in het derde lid genoemde begindatum en zijn tijdig ingediend indien zij op de in het derde lid genoemde einddatum vóór 17.00 uur zijn ontvangen.
Artikel 4
1.
De minister beslist afwijzend op een aanvraag, indien:
a. de aanvraag niet voldoet aan de bij deze beleidsregel gestelde eisen; b. de gedupeerde onderneming in staat van faillissement verkeert dan wel bij de rechtbank een verzoek tot verlening van surseance van betaling aan de onderneming is ingediend; c. er ten aanzien van de gedupeerde onderneming al een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is verstrekt; d. de tegemoetkoming niet verstrekt kan worden op grond van de de-minimisverordening.
2. In aanvulling op het eerste lid beslist de minister afwijzend op een aanvraag van een onderneming die actief is in de kleinschalige visserij in de kustwateren, visserijzone en het zeegebied als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdelen b en c, van de Visserijwet 1963, waarvoor op grond van artikel 104a van de Uitvoeringsregeling zeevisserij een verplichting tot vangstregistratie geldt, indien in de jaren 2018 en 2019 geen registratie van vangsten heeft plaatsgevonden.
Artikel 5
De minister kan de hoogte van de tegemoetkoming binnen vijf jaar na de verstrekking herzien dan wel de beschikking tot de tegemoetkoming intrekken, indien blijkt dat de tegemoetkoming, door onjuiste gegevensverstrekking door de gedupeerde onderneming, niet in overeenstemming met deze beleidsregel is verstrekt.
Artikel 6
De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de de-minimisverordening.
Artikel 7
1. Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze beleidsregel vervalt met ingang van 1 januari 2021, met dien verstande dat de beleidsregel van toepassing blijft op tegemoetkomingen die voor 1 januari 2021 zijn verstrekt.
Artikel 8
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel tegemoetkoming kust- en binnenvisserij COVID-19.