rijk/beleidsregel/beleidsregels-van-de-minister-van-economische-zaken-over-door-de-acm-uit-te-oefe/BWBR0018380
..
README.md

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken over door de ACM uit te oefenen taken in de elektronische communicatiesector BWBR0018380 beleidsregel geldend 2005-06-11 https://wetten.overheid.nl/BWBR0018380 Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken over door de ACM uit te oefenen taken in de elektronische communicatiesector

Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken over door de ACM uit te oefenen taken in de elektronische communicatiesector

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

1.

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

a. wet: Telecommunicatiewet; b. prijsmaatregel: een verplichting als bedoeld in artikel 6a.7, eerste lid, van de wet betreffende het beheersen van tarieven of een verplichting als bedoeld in artikel 6a.13, eerste lid, van de wet; c. ACM: de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2 van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt.

2. De definities, bedoeld in artikel 1.1 van de wet en artikel 1.1 van het Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen, zijn van toepassing.

Paragraaf 2. Duurzame concurrentie

Artikel 2

1. Het onderzoek als bedoeld in artikel 6a.1, derde en vierde lid, van de wet heeft mede betrekking op de gevolgen van een voorgenomen verplichting voor investeringen in alternatieve elektronische communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten.

2. De ACM oefent de krachtens artikel 6a.2 van de wet aan haar verleende bevoegdheid om passende verplichtingen op te leggen zo uit dat aanbieders van alternatieve elektronische communicatienetwerken of bijbehorende faciliteiten zo min mogelijk de stimulans ontnomen wordt om te investeren in die netwerken en faciliteiten.

Paragraaf 3. Efficiënte kosten

Artikel 3

Indien een onderneming moet voldoen aan een prijsmaatregel, kan de ACM voor het aantonen van efficiënte kosten in ieder geval gebruikmaken van:

a. een door haar of een onafhankelijke derde uitgevoerde maatstafvergelijking, of b. een door de ACM bepaald kostentoerekeningssysteem dat losstaat van een door de onderneming gebruikt systeem.

Paragraaf 4. Kwaliteit en toegang

Artikel 4

1. Teneinde concurrentie op kwaliteit tussen aanbieders van elektronische communicatiediensten te bevorderen, oefent de ACM haar bij of krachtens hoofdstuk 6a verleende bevoegdheden zo uit dat ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht zoveel mogelijk worden gestimuleerd om aan die concurrentie op kwaliteit bij te dragen.

2. Een onderneming die krachtens artikel 6a.2, eerste lid, van de wet aan redelijke verzoeken tot toegang moet voldoen, komt die verplichting in elk geval niet na indien zij dat verzoek afwijst op andere dan objectieve gronden. Objectieve gronden zijn onder meer de technische en economische haalbaarheid en de noodzaak om de integriteit van het netwerk te handhaven.

3. De ACM oefent de bij of krachtens hoofdstuk 6a van de wet verleende bevoegdheden zo uit dat ondernemingen die beschikken over een aanmerkelijke marktmacht de bij of krachtens de wet gestelde kwaliteitsvoorschriften kunnen naleven.

Paragraaf 5. Tarieftransparantie

Artikel 5

1.

Een aanbieder van openbare telefoondiensten of carrierdiensten maakt in ieder geval zijn tarieven op genoegzame wijze bekend als bedoeld in artikel 3.2 van de Regeling universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen, indien hij:

a. op een website zijn tarieven bekendmaakt; b. op verzoek aan een gebruiker zijn belangrijkste tarieven, bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, van de wet, kosteloos op schrift verstrekt, en c. zijn in Nederland bevindende abonnees kosteloos op verzoek elektronisch informeert over het tarief van een binnenlandse oproep of het tarief van een oproep vanuit Nederland naar het buitenland.

2. Een aanbieder informeert zijn abonnee elektronisch, indien hij het toepasselijke tarief in gesproken woord mededeelt of, indien de abonnee een mobiele dienst afneemt, hij het toepasselijke tarief door middel van een tekstbericht mededeelt.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 5a

Deze beleidsregels berusten op artikel 21 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, hoofdstuk 6a van de Telecommunicatiewet en artikel 3.2 van de Regeling universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen.

Artikel 6

Deze beleidsregels treden in werking de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.

Artikel 7

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken over door de ACM uit te oefenen taken in de elektronische communicatiesector.