|
…
|
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleidsregels Wiv 2017 | BWBR0040860 | beleidsregel | geldend | 2018-05-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0040860 | Beleidsregels Wiv 2017 |
Beleidsregels Wiv 2017
Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a. wet: Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017; b. dienst: de AIVD of de MIVD; c. wegingsnotitie: de vastlegging van de uitkomst van de weging als bedoeld in artikel 88, tweede lid, van de wet en die strekt tot het aangaan van een samenwerkingsrelatie als bedoeld in artikel 88, eerste lid, van de wet. d. partnerdienst: een daarvoor in aanmerking komende inlichtingen- of veiligheidsdienst van een ander land, zoals bedoeld in artikel 88 van de Wiv 2017.
Artikel 2
Ongeëvalueerde gegevens die met toepassing van de bijzondere bevoegdheid ex artikel 48, eerste lid, van de wet zijn verkregen, kunnen, voor zover het gegevens betreft die verkregen zijn uit toepassing van de bevoegdheid op de kabel, uitsluitend aan een partnerdienst worden verstrekt, indien aan de desbetreffende samenwerkingsrelatie een wegingsnotitie ten grondslag ligt.
Artikel 3
Onverminderd het bepaalde in artikel 89, tweede lid, van de wet, wordt van iedere toestemmingverlening door de Minister tot verstrekking van ongeëvalueerde gegevens aan een partnerdienst, de CTIVD daaromtrent terstond geïnformeerd.
Artikel 4
1. Een jaar na de verleende toestemming tot toepassing van de bijzondere bevoegdheid ex artikel 48 van de Wiv 2017, voor zover deze betrekking heeft op interceptie van gegevens op de kabel, wordt aan de voor de desbetreffende dienst verantwoordelijke Minister toestemming gevraagd of de aldus verworven gegevens, voor zover zij nog niet op relevantie zijn beoordeeld, voor een aanvullende periode van een jaar mogen worden bewaard. Indien de Minister daarmee heeft ingestemd, kan na afloop van dat jaar opnieuw een verzoek als bedoeld in de eerste volzin bij de Minister worden ingediend. De totale bewaartermijn kan de termijn van drie jaar niet overschrijden.
2. Bij het verzoek om toestemming tot verlenging van de bewaartermijn dient te worden aangegeven waarom de desbetreffende gegevens voor een langere periode dienen te worden bewaard.
3. Indien de Minister de toestemming weigert, worden de desbetreffende gegevens terstond vernietigd.
Artikel 5
De toepassing van bijzondere bevoegdheden door de dienst dient zo gericht mogelijk plaats te vinden. Bij het verzoek om toestemming als bedoeld in artikel 29 van de wet tot de inzet van een bijzondere bevoegdheid, wordt nadrukkelijk aangegeven op welke wijze aan de eis van gerichte inzet van de desbetreffende bijzondere bevoegdheid invulling wordt gegeven.
Artikel 6
Indien de diensten bij de verwerking van gegevens stuiten op gegevens betreffende de gezondheid van een persoon en de verwerking niet voldoet aan de in artikel 19, vierde lid, van de wet neergelegde eis, worden deze terstond vernietigd.
Artikel 7
1. Indien de diensten bij de verwerking van gegevens stuiten op gegevens die betrekking hebben op een journalist, worden deze gegevens niet gedeeld met een partnerdienst.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan een dergelijke verstrekking plaatsvinden, indien dat noodzakelijk is voor de nationale veiligheid.
Artikel 8
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 mei 2018.
Artikel 9
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregels Wiv 2017.