|
…
|
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Richtlijn voor strafvordering goederenvervoer over de weg | BWBR0021603 | beleidsregel | geldend | 2001-09-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0021603 | Richtlijn voor strafvordering goederenvervoer over de weg |
Richtlijn voor strafvordering goederenvervoer over de weg
. Achtergrond
Het openbaar ministerie kan via het aanbieden van een transactie (artikel 74 WvSr jo artikel 36 Wet op de Economische Delicten (WED)) of via dagvaarding een economische strafzaak afhandelen. Indien het openbaar ministerie een zaak via transactie afdoet stelt het voorwaarden die bij vrijwillige voldoening het recht tot strafvordering doen vervallen. De voorwaarden die kunnen worden gesteld zijn vermeld in de artikelen 74 WvSr en 36 WED. Met het oog op de gewenste eenheid in het strafvorderingsbeleid in economische strafzaken heeft het College van procureurs-generaal bijgaande tarieven vastgesteld die landelijk als uitgangspunt dienen voor de bepaling van de bedragen, welke als transactie worden gehanteerd. Conform de systematiek van het Bos Polarissysteem voor commune delicten is in deze richtlijn gekozen voor een puntensysteem waarbij elk punt staat voor een bedrag van f 50,-. Indien er sprake is van éénmaal recidive dient het aantal strafpunten te worden opgehoogd met 50% en bij meermalen recidive met 100%.
. Afwijking van de in de tarieflijst aangegeven bedragen
De aangegeven bedragen zijn bedoeld voor zaken die een minder ernstig karakter dragen – bijvoorbeeld omdat de verdachte ‘first offender’ is, of hem slechts een gering verwijt kan worden gemaakt – of als blijkt dat de verdachte ernaar streeft de overtredingstoestand te beëindigen.
Binnen de door de wet gestelde grenzen kan worden afgeweken van de aangegeven bedragen, hetzij naar beneden, hetzij naar boven, indien de omstandigheden waaronder het delict is gepleegd daartoe aanleiding geven. Bij grote bedrijven, ernstige overtredingen, onrechtmatig genoten voordeel dat uitgaat boven het tarief dat vastgesteld is voor de overtreding en recidive kan een hoger tarief geïndiceerd zijn. De rechter is noch aan de eis van de officier van justitie, noch aan deze tarieflijst van het openbaar ministerie gebonden.
. Tarieven
Aantal punten per overtreding, waarbij elke punt staat voor een bedrag van f 50,-.
Wet Goederenvervoer over de Weg (WGW)
| Artikel/Overtreding | Aantal punten | Bijzonderheden |
|---|---|---|
| Artikel 5 lid 1, WGW | ||
| - Het verrichten van binnenlands beroepsvervoer zonder een daartoe strekkende vergunning. | 100 | |
| - Indien blijkt dat de ondernemer vóór de datum van overtredinge en vergunningaanvrage heeft ingediend waarop ten tijde van de overtreding nog niet is beschikt. | Halvering van de boete van 100 tot 50 | |
| Artikel 5 lid 3, WGW | ||
| - Het verrichten van grensoverschrijdend beroepsvervoer zonder een daartoe strekkende vergunning. | 100 | |
| - Indien blijkt dat de ondernemer vóór de datum van overtredinge en vergunningaanvrage heeft ingediend waarop ten tijde van de overtreding nog niet is beschikt. | Halvering van de boete van 100 tot 50 | |
| Artikel 14 lid 1, WGW | ||
| Het door een vergunninghouder of een houder van een toestemmingsbewijs gebruik maken van bestuurders van vrachtauto’s die niet bij hem in dienstbetrekking zijn. | 100 | |
| Artikel 15 lid 1, WGW | ||
| Het verrichten van eigen vervoer zonder als eigen vervoerder te zijn ingeschreven. | 15 | |
| Artikel 21, WGW | ||
| Het in eigen vervoer vervoeren van goederen die niet overeenstemmen met de aard van het bedrijf. | 10 | |
| Artikel 25 lid 1, WGW subsidiair artikel 101, BGW | ||
| Het door een niet in Nederland gevestigde ondernemer verrichten van grensoverschrijdend vervoer op Nederlands grondgebied zonder een daartoe strekkende machtiging. | 100 | |
| Artikel 26 lid 1, WGW jo artikel 63, BGW | ||
| Het verrichten van grensoverschrijdend vervoer zonder in het bezit te zijn van: | 15 per document | |
| a. een communautaire vergunning; | ||
| b. een CEMT-vergunning; | ||
| c. de benodigde machtiging(en); | ||
| d. een combinatie van de onder a t/m c bedoelde bescheiden. | ||
| Artikel 29 lid 1, WGW | ||
| Het verrichten van binnenlands of grensoverschrijdend beroepsvervoer zonder dat een vrachtbrief is opgemaakt. | 5 | |
| Artikel 30, WGW | ||
| Het door de vergunninghouder, de houder van een toestemmingsbewijs of de ingeschrevene, niet aan Onze Minister verstrekken van gegevens betreffende het vervoer. | 50 | |
| Artikel 31, WGW | ||
| Het verrichten van beroepsvervoer of eigen vervoer met een vrachtauto, in strijd met in de WVW en VR gegeven voorschriften | 30 | NB: Overbelading wordt in een afzonderlijke richtlijn geregeld! (Richtlijn van het College van Procureurs Generaal van 27 juni 1996, Stcrt. 1996, 216) |
| Artikel 49 lid 3, WGW | ||
| Het door de bestuurder van een vrachtauto geen medewerking verlenen bij de uitvoering van een inbewaringstelling van een vrachtauto. | 20 |
Besluit Goederenvervoer over de Weg (BGW)
| Artikel/Overtreding | Aantal punten | Bijzonderheden |
|---|---|---|
| Artikel13, BGW | ||
| Het bij het vervallen of bij intrekking van de vergunning door de vergunninghouder niet tijdig bij de NIWO inleveren van vergunningsbewijzen voor binnenlands beroepsvervoer | 15 | |
| Artikel 14, BGW | ||
| Het door de vergunninghouder of door de bestuurder van een vrachtauto niet er voor zorgdragen dat bij binnenlands beroepsvervoer een geldig vergunningsbewijs bij de vrachtauto aanwezig is. | Bestuurder: 5 Houder: 10 | |
| Artikel 17, BGW | ||
| Het door de vergunninghouder of door de bestuurder van een vrachtauto niet er voor zorgdragen dat bij grensoverschrijdend beroepsvervoer een geldig vergunningsbewijs voor grensoverschrijdend beroepsvervoer en/of binnenlands beroepsvervoer bij de vrachtauto aanwezig zijn. | Houder: 10 Bestuurder: 5 | |
| Artikel 24, BGW | ||
| Het bij indiensttreding van een bestuurder van een vrachtauto door de vergunninghouder, dan wel de houder van een toestemmingsbewijs, niet verstrekken, ondertekenen, toezenden en bewaren van een dienstbetrekking. | 15 | |
| Artikel 25, BGW | ||
| Het bij beëindiging van de dienstbetrekking van een bestuurder van een vrachtauto door de vergunninghouder, dan wel de houder van een toestemmingsbewijs, niet innemen van, aantekenen van de datum van beëindiging op, toezenden en bewaren van, een verklaring van dienstbetrekking. | 15 | |
| Artikel 27, BGW | ||
| Het door degene die beroepsvervoer verricht met een vrachtauto of door de bestuurder van een vrachtauto, niet er voor zorgdragen dat in de vrachtauto een verklaring van dienstbetrekking aanwezig is. | 15 | |
| Artikel 38, leden 1 en 2, BGW | ||
| Het bij intrekking van de vergunning of het toestemmingsbewijs, door de vergunninghouder, dan wel de houder van een toestemmingsbewijs, niet tijdig bij de NIWO inleveren van een vergunning, vergunningsbewijs of toestemmingsbewijs. | 15 | |
| Artikel 38, lid 3, BGW | ||
| Het bij intrekking van de vergunning of het toestemmingsbewijs, aangewezen ambtenaar inleveren van de verklaringen van dienstbetrekking. | 15 | |
| Artikel 47, BGW | ||
| Het door de houder van een inschrijving eigen vervoer of door de bestuurder van een vrachtauto niet er voor zorgdragen dat bij eigen vervoer in de vrachtauto een geldig inschrijvingsbewijs aanwezig is. | a. Vergeten: 5 b. Niet afgegeven: 10 | |
| Artikel 48, BGW | ||
| Het bij het vervallen of bij doorhaling van de inschrijving, niet tijdig bij de SIEV inleveren van de inschrijvingsbewijzen. | 15 | |
| Artikel 49, BGW | ||
| Het op het grondgebied van een andere staat verrichten van eigen vervoer zonder in het bezit te zijn van een machtiging. | 10 | |
| Artikel 55, BGW | ||
| Het door de houder van een machtiging voor eigen vervoer of door de bestuurder van een vrachtauto niet er voor zorgdragen dat bij grensoverschrijdend eigen vervoer: | a. Vergeten: 5 b. Niet afgegeven: 10 | |
| a. een geldig inschrijvingsbewijs, en | ||
| b. een geldige machtiging, bij de vrachtauto aanwezig zijn. | ||
| Artikel 59, BGW | ||
| Het door een niet in Nederland gevestigde ondernemer of door de bestuurder van de vrachtauto niet er voor zorgdragen dat bij eigen vervoer krachtens machtiging, bij de vrachtauto een geldige machtiging aanwezig is. | a. Vergeten: 5 b. Niet afgegeven: 10 | |
| Artikel 62, BGW | ||
| Het bij doorhaling van een inschrijving, door de houder van een inschrijving niet tijdig bij de SIEV inleveren van de inschrijving of het inschrijvingsbewijs. | 15 | |
| Artikel 77, lid 1, BGW | ||
| Het door de houder van een CEMT-vergunning niet bijhouden van het rittenboekje. | 15 | |
| Artikel 77, lid 3, BGW | ||
| Het door de houder van een CEMT-vergunning niet opmaken van een verslag van het verrichte vervoer. | 15 | |
| Artikel 78, BGW | Houder: 10 | |
| Het door de houder van een CEMT-vergunning of door de bestuurder van de vrachtauto niet er voor zorgdragen dat bij grensoverschrijdend beroepsvervoer: | per document Bestuurder: 5 per document | |
| a. de geldige CEMT-vergunning; en | ||
| b. het rittenboekje, bij de vrachtauto aanwezig zijn. | ||
| Artikel 81, BGW | ||
| Het bij intrekking van de vergunning, door de houder van een CEMT-vergunning niet tijdig bij de NIWO inleveren van deze vergunning. | 15 | |
| Artikel 86, BGW | ||
| Het bij intrekking van de machtiging, door de houder van een machtiging van beroepsvervoer niet tijdig bij de NIWO inleveren van een machtiging. | 15 | Het gaat hier om machtigingen op grond van overeenkomsten met andere staten. |
| Artikel 87, BGW | ||
| Het door de houder van een machtiging voor beroepsvervoer of door de bestuurder van een vrachtauto niet er voor zorgdragen dat bij vervoer op het grondgebied van een andere staat bij de vrachtauto een geldige machtiging aanwezig is. | Houder: 10 Bestuurder: 5 | |
| Artikel 98, lid 1, BGW | ||
| Het door een in het buitenland gevestigde ondernemer in Nederland verrichten van cabotagevervoer zonder speciaal document. | 100 | |
| Artikel 101, BGW | ||
| Zie artikel 25 WGW | Zie artikel 25 WGW | |
| Artikel 105, lid 1, BGW | ||
| Het door de vergunninghouder of de houder van een toestemmingsbewijs, niet er voor zorgdragen dat een bepaald deel van de vrachtbrief in de vrachtauto aanwezig is, dan wel is afgegeven. | 5 | |
| Artikel 105, lid 3 laatste volzin, BGW | ||
| Het door de vergunninghouder of de houder van een toestemmingsbewijs, niet er voor zorgdragen dat een bewijs van ontheffing voor het in de vrachtauto aanwezig zijn van een bepaald deel van de vrachtbrief, in de vrachtauto aanwezig is. | 5 |
. Overzicht van de verschillende vergunningen
. – Binnenland OV:
OV stamt nog uit de tijd van de WAG (Wet Autovervoer Goederen) en stond voor ongeregeld vervoer. Deze term is vervangen door beroepsvervoer. Voor binnenlands beroepsvervoer is een vergunning vereist.
. – Binnenland EVO:
de afkorting staat voor de Eigen Vervoers Organisatie, een overkoepelend orgaan van de eigen vervoerders. Voor het verrichten van eigen vervoer is een inschrijving in het eigen vervoer vereist. Deze wordt afgegeven door de Stichting Inschrijving Eigen Vervoer (SIEV).
. – Buitenland OV:
Ook hier geldt dat OV nog stamt uit de tijd van de WAG. Net als bij binnenlands beroepsvervoer, is bij buitenlands beroepsvervoer een vergunning vereist.
. – Buitenland EVO:
Voor buitenlands eigen vervoer wordt tevens een aparte inschrijving vereist. Noot: bij beroepsvervoer geldt dat hiervoor een vergunning met vergunningsbewijzen vereist zijn, terwijl bij eigen vervoer een inschrijving met inschrijvingsbewijzen zijn vereist.
. – C.E.M.T-vergunning of machtiging
Een verplichte vergunning voor landen die geen lid zijn van de EU, maar wel lid zijn van de C.E.M.T. (Europese Conferentie van Ministers van Verkeer). Voor landen die lidstaat zijn binnen de EU kan worden volstaan met een communautaire vergunning.
. – Communautaire vergunning:
(Euro-vergunning) verplicht voor vrachtauto’s uit een van de lidstaten van de EU, waarvan het toegestaan laadvermogen 3500 kg of meer bedraagt en die grensoverschrijdend vervoer beroepsvervoer verricht op het grondgebied van een van de lidstaten.
. – Cabotagevergunning:
De vergunning die kan worden afgegeven voor het verrichten van binnenlands beroepsgoederenvervoer over de weg in een Staat door een onderne-mer die in een andere staat is gevestigd. Wanneer tussen de lidstaten geen onderlinge afspraken zijn gemaakt, kan dit alleen geschieden middels een speciaal document: de cabotagevergunning.
. – Rittenboekje:
Dit boekje behoort bij de C.E.M.T.-vergunning en dient tijdens het trans-port naast de C.E.M.T.-vergunning in de vrachtauto aanwezig te zijn. In dit boekje dienen alle ritten (leeg en bela-den) die gedurende het gebruik van de vergunning zijn gemaakt, te wor-den vermeld.
. – Vervoerverslagen:
Dit zijn verslagen van alle gereden ritten in het kader van grensover-schrijdend beroepsvervoer. Van iedere rit dient een verslag te worden opge-maakt en te worden gezonden aan de NIWO, mede ter verantwoording van het gebruik van de vergunning voor grensoverschrijdend beroepsvervoer en de eventueel in dit kader verstrekte ritmachtigingen.
. – Machtigingen:
zie de hierna vermelde bijlage.