|
…
|
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Specifiek interventiebeleid NVWA identificatie en registratie van dieren (IB02-SPEC 10, versie 01) | BWBR0044003 | beleidsregel | geldend | 2020-09-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0044003 | Specifiek interventiebeleid NVWA identificatie en registratie van dieren (IB02-SPEC 10, versie 01) |
Specifiek interventiebeleid NVWA identificatie en registratie van dieren (IB02-SPEC 10, versie 01)
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8.1 van de Wet dieren, artikel 6, zevende lid, van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019 en het Algemeen Interventiebeleid Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
Besluit vast te stellen de volgende beleidsregel:
1. Onderwerp
Het specifiek interventiebeleid identificatie en registratie van dieren beschrijft, binnen de kaders van het Algemeen Interventiebeleid van de NVWA (NVWA-IB02) (AIB) en de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de mogelijke interventies voor overtredingen van voorschriften die vallen binnen het cluster identificatie en registratie van dieren van het toezichtsdomein levende dieren en diergezondheid.
Overtredingen die door de inspecteur/toezichthouder worden waargenomen en die niet in dit IB02-SPEC 10 zijn opgenomen, worden door de inspecteur voorgelegd aan de Afdeling Expertise van de Directie Handhaven. Zij bepaalt, indien van toepassing in overleg met de Divisie Ontwerp & Dienstverlening van de Directie Keuren, een interventie aan de hand van het AIB.
2. Definities en wettelijke basis
2.1. Definities en afkortingen
De definities en begrippen uit het AIB en de Regeling identificatie en registratie van dieren zijn van toepassing.
2.2. Wettelijke basis
De basis voor het specifiek interventiebeleid identificatie en registratie van dieren is:
− Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad; − Verordening (EG) nr. 494/98 van de Commissie van 27 februari 1998 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad wat de toepassing van de minimale administratieve sancties in het kader van de identificatie- en registratieregeling voor runderen betreft; − Richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad van 26 juni 1964, inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautair handelsverkeer in runderen en varkens; − Verordening (EG) nr. 911/2004 van de Commissie van 29 april 2004 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft oormerken, paspoorten en bedrijfsregisters; − Verordening (EG) nr. 21/2004 van de Raad van 17 december 2003 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor schapen en geiten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1782/2003 en de Richtlijnen 92/102/EEG en 64/432/EEG; − Richtlijn 2008/71/EG van de Raad van 15 juli 2008 met betrekking tot de identificatie en de registratie van varkens (Gecodificeerde versie); − Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles); − Verordening nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong; − Uitvoeringsverordening (EU) 2015/262 van de Commissie van 17 februari 2015 tot vaststelling van voorschriften overeenkomstig de Richtlijnen 90/427/EEG en 2009/156/EG van de Raad met betrekking tot de methoden voor de identificatie van paardachtigen (verordening paardenpaspoort); − Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren; − Uitvoeringsverordening (EG) nr. 577/2013 van de Commissie inzake de modelidentificatiedocumenten voor het niet-commerciële verkeer van honden, katten en fretten, de vaststelling van de lijsten van derde landen en gebieden en de voorschriften betreffende de vorm, de opmaak en de taal van de verklaringen ten bewijze van de naleving van bepaalde voorwaarden die zijn vastgelegd in Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad; − Richtlijn 2009/158/EG van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren; − Richtlijn 2002/4/EG van de Commissie van 30 januari 2002 met betrekking tot de registratie van onder Richtlijn 1999/74/EG van de Raad vallende inrichtingen waar legkippen worden gehouden; − Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en onderliggende regelgeving, waaronder met name:
• Besluit identificatie en registratie van dieren; • Regeling identificatie en registratie van dieren.
3. Werkwijze
3.1. Het bepalen van de ernst van de overtreding
Overtredingen worden ingedeeld naar de klassen zoals gedefinieerd in het AIB.
Bij de indeling in de klassen is met name beoordeeld in hoeverre een overtreding een risico kan vormen voor de voedselveiligheid (tracering), de verspreiding van dierziekten en de ondermijning van het systeem. Hoe groter het risico, hoe ernstiger de overtreding wordt gekwalificeerd.
De kwalificatie in het interventiebeleid naar ernst kan verschillen van de kwalificatie naar ernst van de wetgever in de Regeling bestuurlijke boetes GWWD. Dit is verklaarbaar, want het doel van de kwalificering en de criteria zijn verschillend. In het specifiek interventiebeleid is het doel het bepalen van de interventie en in de Regeling bestuurlijke boetes GWWD gaat het om het bepalen van de hoogte van de bestuurlijke boete zodra voor deze interventie gekozen is.
Bepalen van de klasse van de overtreding (overtreding (C) of ernstige overtreding (B))
Bij een aantal overtredingen bepalen de omstandigheden van het geval of de niet-naleving wordt aangemerkt als overtreding (C) of ernstige overtreding (B). De volgende indeling wordt aangehouden:
Incidentele overtreding: een kleine afwijking van de norm of er is slechts een klein aantal dieren bij de overtreding betrokken. Onder een kleine afwijking wordt bijvoorbeeld verstaan de onjuiste registratie van (een deel van) gegevens, of kleine en incidentele onvolledigheden, of een bepaalde norm is hooguit met enkele dagen overschreden.
Structurele overtreding: een niet-geringe afwijking van de norm of er is meer dan een gering aantal dieren bij de overtreding betrokken. Indien het bijvoorbeeld een overtreding van registratie van gegevens betreft: er is helemaal geen registratie of er is sprake van veel fouten en/of onvolledigheden, of een bepaalde norm is met meer dan enkele dagen overschreden.
Bij een aantal overtredingen zijn getalsmatige criteria opgenomen.
In de bijlage van dit document zijn de bepalingen van de geldende wetgeving ingedeeld in een overtredingsklasse met bijbehorende interventie(s).
Voor klasse D overtredingen geldt dat na een derde constatering daarvan wordt overgegaan naar de interventie die volgt op de constatering van een klasse C overtreding.
Afwijken van de in dit document voorgeschreven interventie is alleen mogelijk in overleg met, en na akkoord van, het afdelingshoofd. De onderbouwing van de reden om af te wijken wordt vastgelegd.
3.2. Het bepalen van interventies bij een overtreding
Overtredingen van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren worden in de regel bestuurlijk beboet. Dit geldt voor overtredingen van voorschriften over identificatie en registratie van dieren vanaf 1 juli 2019. Indien de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder deze is begaan daartoe aanleiding geven, legt de NVWA deze aan het Openbaar Ministerie (OM) voor. Dit volgt uit artikel 120g, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Het OM beslist of het overgaat tot strafrechtelijke afdoening. Strafrechtelijke afdoening is niet voorbehouden aan een vooraf aan te geven overtreding van een bepaald voorschrift, maar kan in beginsel bij alle overtredingen van de bij of krachtens de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren gestelde voorschriften noodzakelijk zijn.
De kolommen ‘interventie bij eerste overtreding’ en ‘interventie bij herhaalde overtreding’ in de bijlage van dit document vermelden uitsluitend de bestuurlijke boete als sanctionerende interventie die doorgaans wordt toegepast. Dit laat onverlet dat, als een overtreding zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk kan worden afgedaan, op grond van de specifieke feiten en omstandigheden kan worden besloten om in plaats van een bestuurlijke boete een proces verbaal op te maken ten behoeve van strafrechtelijke afdoening. Op voorhand is niet in de bijlage aan te geven wanneer wordt overgegaan tot een strafrechtelijke sanctionerende interventie. Daarom vormt deze paragraaf een aanvulling op de inhoud van de bijlage.
In alle gevallen geldt overigens dat een strafrechtelijke sanctionerende interventie (een proces verbaal) te allen tijde kan worden gecombineerd met een bestuursrechtelijke corrigerende interventie (een herstelmaatregel).
Uitgangspunt is dat bij een ernstige overtreding (klasse B), dan wel een herhaalde overtreding (klasse C), in elk geval een bestuurlijke boete wordt opgelegd.
Een rapportage ten behoeve van het Veterinair Tucht College (VTC) kan worden opgemaakt indien wordt geconstateerd dat niet aan artikel 4.2 van de Wet dieren is voldaan.
Corrigerende interventies kunnen naast of in plaats van sanctionerende interventies worden ingezet. Dat kan nuttig zijn zodra blijkt dat sanctionerende interventies (alleen) onvoldoende leiden tot naleving van de regelgeving. Voor welke corrigerende interventie gekozen wordt verschilt van geval tot geval. Voorbeelden hiervan zijn: een last onder dwangsom, een last onder bestuursdwang, een beperking op de verplaatsing van (alle) dieren naar of vanuit het bedrijf van de betrokken houder en vernietiging van het dier zonder schadevergoeding.
Corrigerende interventies hebben als doel te bevorderen dat de overtreder zijn bedrijfsprocessen blijvend beheerst zodat bestaande overtredingen worden beëindigd en nieuwe worden voorkomen. Een corrigerende interventie moet proportioneel zijn, toegesneden op de specifieke situatie van de overtreder. Een corrigerende interventie mag niet ingrijpender voor de overtreder zijn dan strikt noodzakelijk om de overtreding te beëindigen of herhaling ervan te voorkomen. Overgaan tot ingrijpender corrigerende interventies kan indien kan worden gemotiveerd waarom een minder ingrijpende corrigerende interventie onvoldoende effect heeft gehad of zal hebben.
Als een of meer overtredingen worden geconstateerd die in ernst, aantal en tijdsbestek een corrigerende interventie rechtvaardigen wordt met een specifieke corrigerende interventie in het bedrijfsproces ingegrepen. Dit ingrijpen kan betrekking hebben op:
a. beëindiging van een overtreding of b. voorkoming van nieuwe overtredingen.
Aan een specifieke corrigerende interventie kan een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang worden verbonden.
Als opnieuw overtredingen worden geconstateerd wordt opnieuw een corrigerende interventie ingezet als ernst, aantal en tijdsbestek van de overtreding(en) dit rechtvaardigt. Zonodig met ingrijpender maatregelen of een hogere dwangsom.
Mocht de overtreder ondanks een of meer specifieke corrigerende interventies nieuwe overtredingen blijven begaan die in ernst, aantal en tijdsbestek ingrijpen rechtvaardigen kan worden overgegaan tot een generieke corrigerende interventie. Hiertoe kan ook meteen worden overgegaan als er weliswaar nog geen (herhaalde) specifieke corrigerende interventie is opgelegd maar er op voorhand aanwijzingen zijn dat deze onvoldoende tot naleving zullen leiden.
Bij het bepalen van nut en noodzaak van een generieke interventie wordt integraal bekeken in hoeverre de overtreder, afgezien van de wettelijke eisen voor de identificatie en registratie van dieren, andere wettelijke eisen naleeft waarop de NVWA toezicht houdt. Bij een houder van dieren kan bijvoorbeeld ook gekeken worden naar het nalevingsgedrag van wettelijke eisen over dierenwelzijn en diergeneesmiddelen.
3.3. Herhaalde overtreding en verscherpt toezicht
Er is sprake van een herhaalde overtreding wanneer tijdens een (her)inspectie opnieuw een overtreding wordt geconstateerd van de wetgeving met betrekking tot identificatie en registratie van dieren waarvoor in de daaraan voorafgaande periode van drie jaar reeds een overtreding werd vastgesteld.
Tijdens een inspectie kunnen overtredingen van verschillende wettelijke voorschriften en van verschillende overtredingsklassen worden vastgesteld. Voor het handelen in dergelijke situaties zie het AIB. Ten aanzien van het stapelen van overtredingen geldt, bij het opleggen van de bestuurlijke boete, dat er wordt uitgegaan van maximaal vijf overtredingen per overtreder, per controlemoment, per locatie.
Na het constateren van een overtreding klasse B of C kan een extra inspectie worden uitgevoerd om na te gaan of gemaakte afspraken over het opheffen van de overtreding zijn nagekomen. Herinspecties kunnen in rekening worden gebracht bij het bedrijf.
Als bij meerdere opeenvolgende (her)inspecties blijkt dat overtredingen zich blijven voordoen, kan de NVWA besluiten verscherpt toezicht in te stellen. Dit wordt dan aan de overtreder medegedeeld. Verscherpt toezicht houdt in dat de NVWA vaker inspecteert en, indien zij overtredingen constateert, naast een sanctionerende interventie ook corrigerende interventies kan opleggen die passend zijn om de geconstateerde overtreding(en) te beëindigen of herhaling ervan te voorkomen. Per overtreder wordt een maatwerkaanpak opgesteld. Na afloop van een van tevoren vastgestelde periode wordt geëvalueerd of voortzetting van het verscherpt toezicht wenselijk is. Ook dit wordt de overtreder medegedeeld.
4. Arbo, milieu en veiligheid
Niet van toepassing
5. Divers
Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Specifiek interventiebeleid NVWA identificatie en registratie van dieren (IB02-SPEC 10, versie 01)”.
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 september 2020.
Deze beleidsregel wordt in de Staatscourant geplaatst.