|
…
|
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke Beleidsregel aanpassing vergoedingen rechtsbijstandverleners en mediators | BWBR0046131 | beleidsregel | geldend | 2022-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0046131 | Tijdelijke Beleidsregel aanpassing vergoedingen rechtsbijstandverleners en mediators |
Tijdelijke Beleidsregel aanpassing vergoedingen rechtsbijstandverleners en mediators
Hoofdstuk I. Algemeen
Artikel 1
1. Deze beleidsregel heeft tot doel om, anticiperend op de wijziging van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, het Besluit toevoeging mediation en het Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met aanpassing van de vergoedingen van rechtsbijstandverleners en mediators, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 en het Besluit toevoeging mediation afwijkende regels te stellen met betrekking tot de vergoedingen van rechtsbijstandverleners en mediators.
2. Deze beleidsregel wordt vastgesteld met betrekking tot de taakuitoefening van de Raad voor rechtsbijstand bedoeld in artikel 7, eerste en derde lid, van de Wet op de rechtsbijstand.
Artikel 2
Onder het begrip procedure bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 1, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 wordt tevens verstaan een zaak op het terrein van het burgerlijk of bestuursrecht die aanhangig is gemaakt bij een bij verdrag met rechtspraak belast internationaal college of een daarmee vergelijkbaar internationaal college.
Hoofdstuk 2. Vergoedingen
Artikel 3
In afwijking van de artikelen 5, eerste lid, 5a, eerste en vierde tot en met zevende lid, 5b, 6, 14, 14a, eerste lid, en 15, eerste, derde en vijfde lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 en de bijlage bij dat besluit wordt het aantal punten toegekend dat in de bijlage bij deze beleidsregel voor het desbetreffende rechtsterrein of soort zaak is bepaald.
Artikel 4
In afwijking van artikel 12, tweede lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 wordt aan een advieszaak waarin zes uur of meer rechtsbijstand wordt verleend, tien punten toegekend.
Artikel 5
De aanvullende vergoedingen bedoeld in de artikelen 5a, tweede lid, 7, tweede lid, 16, eerste en tweede lid, 17 en 18, tweede lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, worden met een halve punt verhoogd.
Artikel 6
1.
In een procedure in eerste aanleg betreffende echtscheiding of beëindiging geregistreerd partnerschap met nevenvorderingen of beëindiging samenwoning bedoeld in de rijen A1 en A2 van de bijlage bij deze beleidsregel, wordt het aantal toe te kennen punten telkens met vier verhoogd, indien in die procedure:
a. eens of meermalen op tegenspraak een voorlopige voorziening is verkregen, anders dan in het kader van partneralimentatie, een gezags- of omgangsregeling of financiële bijdragen voor minderjarige kinderen; b. bij rechterlijke uitspraak eens of meermalen partneralimentatie is toegekend; c. rechtsbijstand is verleend in het kader van een gezags- of omgangsregeling, dan wel financiële bijdragen voor minderjarige kinderen.
2. De verlaging bedoeld in artikel 8 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 wordt niet toegepast.
Artikel 7
1.
In afwijking van artikel 13 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 wordt:
a. indien in een procedure de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat in de bijlage bij deze beleidsregel voor het desbetreffende rechtsterrein of soort zaak is bepaald, voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, één punt toegekend mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van artikel 31 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, heeft goedgekeurd; b. indien in een advieszaak de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven de 20 uur, wordt voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, één punt toegekend mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van artikel 31 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, heeft goedgekeurd; c. indien in samenhangende procedures de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat op grond van het tweede, derde en vijfde lid van artikel 11 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, wordt toegekend wordt, voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, één punt toegekend, mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van artikel 31 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, heeft goedgekeurd.
2. In afwijking van artikel 5a, achtste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 wordt in een procedure bedoeld in artikel 5a, tweede lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 en de rijen A58, A59, A60 en A61 van de bijlage bij deze beleidsregel, waarin de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven de 20 uur, voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, één punt toegekend mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in artikel 31, eerste lid van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 heeft goedgekeurd.
Artikel 8
1.
Ten aanzien van strafzaken die in de bijlage bij deze beleidsregel zijn aangemerkt als strafrecht verdachten of daaruit voortvloeiende strafrecht cassatiezaken, wordt in afwijking van artikel 22, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000:
a. indien in een strafzaak de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat in de bijlage bij deze beleidsregel voor het desbetreffende rechtsterrein of soort zaak is bepaald, voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, 0,955 punt toegekend, mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van artikel 31 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, heeft goedgekeurd; b. indien in een strafzaak die is beëindigd in de situaties bedoeld in artikel 19 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat wordt toegekend op grond van artikel 19 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, 0,955 punt toegekend, mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van artikel 31 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, heeft goedgekeurd; c. indien in samenhangende strafzaken de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat op grond van artikel 21, tweede, derde en vijfde lid van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, wordt toegekend, voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, 0,955 punt toegekend, mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van artikel 31 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, heeft goedgekeurd.
2.
Ten aanzien van strafzaken die in de bijlage bij deze beleidsregel zijn aangemerkt als strafrecht niet-verdachten of daaruit voortvloeiende strafrecht cassatiezaken, wordt in afwijking van artikel 22, tweede lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000:
a. indien in een strafzaak de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat in de bijlage bij deze beleidsregel voor het desbetreffende rechtsterrein of soort zaak is bepaald, voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, één punt toegekend, mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van artikel 31 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, heeft goedgekeurd; b. indien in een strafzaak die is beëindigd in de situaties bedoeld in artikel 19 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat wordt toegekend op grond van artikel 19 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, één punt toegekend, mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van artikel 31 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, heeft goedgekeurd; of c. indien in samenhangende strafzaken de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat op grond van artikel 21, tweede, derde en vijfde lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 wordt toegekend, voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, één punt toegekend, mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van artikel 31 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, heeft goedgekeurd.
Artikel 9
1. In afwijking van artikel 8, eerste, tweede en derde lid, van het Besluit toevoeging mediation wordt aan een zaak waarin aan een of meer rechtzoekenden een toevoeging ten behoeve van mediation is verleend, per rechtzoekende vijf punten, met een maximum van tien punten per zaak, toegekend.
2. Aan een zaak waarin aan een of meer rechtzoekenden een eerste toevoeging ten behoeve van mediation voor echtscheiding of beëindiging geregistreerd partnerschap met nevenvorderingen of beëindiging samenwoning is verleend, wordt het aantal toe te kennen punten, bedoeld in het eerste lid, één maal met vier punten verhoogd, indien die mediation mede is verleend met het oog op een gezags- of omgangsregeling of een financiële bijdrage ten behoeve van een of meer minderjarige kinderen.
3. In afwijking van artikel 8, vijfde lid, van het Besluit toevoeging mediation is artikel 7, eerste lid, onder b, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10
1. In afwijking van artikel 24, eerste en tweede lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 wordt voor het tijdverlet in verband met reizen ten behoeve van de verlening van rechtsbijstand in een andere zaak dan een piketzaak, uitgaande van de totale afstand die is afgelegd bij reizen naar de zitting, bedoeld in het eerste lid van artikel 7 en het eerste lid van artikel 18 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, en naar rechtzoekenden wier vrijheid is ontnomen of beperkt, per volle gereisde 50 kilometer een halve punt toegekend. Onder reizen naar de zitting is mede begrepen het reizen in verband met de behandeling van de gevangenhouding of gevangenneming, bedoeld in artikel 16 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, alsmede in verband met het verhoor, bedoeld in artikel 17 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000.
2. Het vorige lid is, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van het Besluit toevoeging mediation, van overeenkomstige toepassing op het tijdverlet in verband met reizen ten behoeve van de verlening van mediation vanwege de omstandigheid dat van een of meer rechtzoekenden in de zaak de vrijheid is ontnomen of beperkt.
Artikel 11
1. In de gevallen genoemd in de artikelen 5, tweede en derde lid, 5a, tweede en derde lid, 11, tweede, derde en zesde lid, 14a, tweede lid, 19 en 21, tweede, derde en vijfde lid van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 wordt bij de toepassing van die artikelen, indien in deze beleidsregel dan wel in de bijlage bij deze beleidsregel een afwijkend puntenaantal of afwijkende urengrens is bepaald ten opzichte van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 dan wel de bijlage bij dat besluit waarnaar in die artikelen wordt verwezen, uitgegaan van het puntenaantal en de urengrens die in deze beleidsregel dan wel de bijlage bij deze beleidsregel zijn bepaald.
2. In afwijking van artikel 11, vijfde lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 wordt, op samenhangende procedures die in cassatie zijn gevoerd, de berekening bedoeld in artikel 11, tweede en derde lid toegepast op 24 punten.
3. In afwijking van de artikelen 31, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 en 10 van het Besluit toevoeging mediation dient de rechtsbijstandverlener bij het bereiken van de in artikelen 7 en 8 bedoelde tijdsgrens een aanvraag in bij het bestuur tot vaststelling van de vergoeding voor de verrichte werkzaamheden.
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Artikel 12
1. Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2022 en vervalt op het tijdstip waarop het Besluit tot wijziging van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, het Besluit toevoeging mediation en het Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met aanpassing van de vergoedingen van rechtsbijstandverleners en mediators in werking treedt, doch uiterlijk op 1 januari 2023.
2. Deze beleidsregel is van toepassing op toevoegingen afgegeven na het tijdstip waarop deze beleidsregel in werking treedt.
Artikel 13
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Tijdelijke Beleidsregel aanpassing vergoedingen rechtsbijstandverleners en mediators.