rijk/circulaire/circulaire-bekwaamheid-buitengewoon-opsporingsambtenaar-2012/BWBR0032079
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Circulaire bekwaamheid buitengewoon opsporingsambtenaar 2012 BWBR0032079 circulaire geldend 2012-10-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0032079 Circulaire bekwaamheid buitengewoon opsporingsambtenaar 2012

Circulaire bekwaamheid buitengewoon opsporingsambtenaar 2012

. Inleiding

In de strafrechtelijke handhaving van de lokale veiligheid, leefbaarheid en de naleving van (specialistische) regels is in toenemende mate een belangrijke rol weggelegd voor boas. Het doel van het boa-beleid is dan ook om de kwaliteit van de strafrechtelijke handhaving door de boas te verbeteren zodat boas deze belangrijke rol ook op een kwalitatief goede wijze invulling kunnen geven. Een belangrijk instrument om de kwaliteit te verbeteren is het stellen van (aanvullende) bekwaamheidseisen. De opleiding en examinering dient daarop te worden afgestemd. Het besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar art. 16 geeft daarvoor de handvatten.

Met ingang van 1 oktober 2012 worden aanvullende eisen gesteld aan de basisbekwaamheid van boas en wordt een systeem van permanente her- en bijscholing voor boas in domein 1 ingevoerd. Tevens wordt per genoemde datum de regie op de uitvoering van de examinering op basisniveau en van de permanente her- en bijscholing in domein 1 neergelegd bij de Stichting Exameninstelling Toezicht en Handhaving. In verband met deze wijzigingen is het beleid op dit terrein zoals verwoord in de hoofdstukken 2 en 4 en bijlage B uit de circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar (kenmerk 5679441/10 d.d. 10 januari 2011) per 1 oktober a.s. niet meer actueel. Dit beleid wordt per genoemde datum ingetrokken. Onderhavige circulaire geeft het beleid met betrekking tot de bekwaamheid zoals dat per 1 oktober 2012 geldt. De circulaire Eindtermen (kenmerk 5673432/10 d.d. 1 november 2010) komt te vervallen. De eindtermen maken onderdeel uit van deze circulaire bekwaamheid.

De circulaire is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt de eis van bekwaamheid voor de boa nader uiteengezet. Hoofdstuk 3 bevat een toelichting op de wijze waarop het kwaliteitsstreven binnen de verschillende domeinen wordt opgepakt.

1. De bekwaamheid van de Buitengewoon Opsporingsambtenaar

Artikel 2 van het BBO geeft aan dat een boa slechts bevoegd kan zijn als hij bekwaam is. Artikel 16, eerste lid, van het BBO stelt dat iemand beschikt over bekwaamheid als hij de daarvoor vastgestelde basiskennis en vaardigheden bezit. Het tweede lid stelt dat ten aanzien van categorieën boas aanvullende bekwaamheidseisen kunnen worden gesteld in de vorm van een verzwaard examen of een opleidingsprogramma.

Het is noodzakelijk dat de boa beschikt over algemene kennis van het recht en in het bijzonder van het formele en materiële strafrecht. Daarnaast moet ook de vaardigheid met gespreks- en benaderingstechnieken, het opmaken van een proces-verbaal en een aantal basis-competenties niet ontbreken. Hierom blijft de basisbekwaamheidseis gehandhaafd en wordt deze vanaf 1 oktober 2012 aangevuld met gespreks- en benaderingstechnieken. Deze worden praktijkgericht geëxamineerd. Het digitale proces-verbaal als verplicht examenonderdeel komt te vervallen. Dit alles met een overgangstermijn van 6 maanden na publicatie van deze circulaire. De examinering van het basisexamen vindt onder auspiciën van de Stichting Exameninstelling Toezicht en Handhaving (ExTH) plaats.

Indien men slaagt voor het algemene basisexamen buitengewoon opsporingsambtenaar ontvangt men een getuigschrift boa, ondertekend door de voorzitter van de Examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar namens de Minister van Veiligheid en Justitie. De eisen voor de basis-bekwaamheid zijn vastgelegd in de vorm van eindtermen. De (beoogd) boa wordt op een aantal kennis en vaardigheidselementen getoetst om te bezien of hij over deze basiskennis en basisvaardigheden beschikt. De vastgestelde taken en verantwoordelijkheden waarop de eindtermen zijn gebaseerd zijn te vinden in bisjlage B-I van deze circulaire.1Het document eindtermen buitengewoon opsporingsambtenaar bevat een opsomming van alle eindtermen waaraan de boa voor de basisbekwaamheidseis moet voldoen. Deze eindtermen zijn te vinden op http://www.exth.nl/basisbekwaamheid-boa. Het basisexamen moet in beginsel elke vijf jaar met goed gevolg worden afgelegd. Het examen wordt afgenomen onder verantwoordelijkheid van de door de Stichting Exth ingestelde Examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar.2 Het Examenreglement buitengewoon opsporingsambtenaar is gepubliceerd in de Staatscourant (Stcrt. 2008, 222). Nadere informatie over de inhoud van het examen en inschrijvingen is te verkrijgen bij de Stichting Exameninstelling Toezicht en Handhaving (www.exth.nl). Het Examenreglement buitengewoon opsporingsambtenaar is gepubliceerd in de Staatscourant (Stcrt. 2008, 222).

Het getuigschrift boa is vijf jaar geldig. Indien men binnen één jaar na het behalen van het getuigschrift een titel van opsporingsbevoegdheid aanvraagt, dan geldt de benoemingsperiode van vijf jaar vanaf de datum die op de akte van beëdiging staat vermeld. Vraagt men later dan één jaar na het behalen van het getuigschrift als boa een titel van opsporingsbevoegdheid aan, dan geldt echter een maximale benoemingsperiode tot vijf jaar na de datum die op het getuigschrift staat vermeld.

Bij overgang van de boa naar een nieuwe werkgever blijft het getuigschrift zijn geldigheid behouden, tot maximaal vijf jaar na de datum die op het getuigschrift staat vermeld. Daarna moet de boa, voor de verlenging van de akte van beëdiging, opnieuw het getuigschrift behaald hebben dan wel voldoen aan de ontheffingsgronden. Indien een boa bij een overgang van werkgever ook overgaat naar een nieuw domein, dan dient de boa te voldoen aan de specifieke opleidingseisen van dit domein. Dit kan betekenen dat in aanvulling op of ter vervanging van de basis bekwaamheidseis, de boa aan eventuele aanvullende bekwaamheidseisen voor dat betreffende domein moeten voldoen.

Alle boas dienen te voldoen aan de basisbekwaamheidseis zoals in de vorige paragraaf omschreven. Het kan evenwel wenselijk zijn dat bepaalde categorieën van boas voldoen aan aanvullende bekwaamheidseisen in verband met de complexiteit van de opsporing. Hierbij kan worden gedacht aan boas die werk uitvoeren dat specialistische kennis vereist of plaatsvindt in een relatief ingewikkelde handhavingsomgeving. Daarbij wordt de rol van de boa in de strafrechtelijke handhaving steeds groter en daarmee ook de wens om te komen tot een uniforme kwaliteit van de handhaving door de boas. In artikel 16, tweede lid van het BBO is de mogelijkheid gecreëerd om aanvullende bekwaamheidseisen te stellen, zoals de eis dat een verzwaard boa-examen dient te worden afgelegd, dan wel de eis dat een opleidingsprogramma moet worden doorlopen. Bij het opleidingsprogramma is het mogelijk dat na het behalen van de basis-bekwaamheidseis een boa beëdigd kan worden, zodat de boa gedurende het aanvullend opleidingsprogramma reeds gebruik kan maken van opsporingsbevoegdheden. Op die manier wordt duaal leren mogelijk. Indien niet (tijdig) wordt voldaan aan de aanvullende opleidingseisen, is er niet voldaan aan de bekwaamheidseis en zal de opsporingsbevoegdheid worden ingetrokken. De Minister van Veiligheid en Justitie bepaalt in welke gevallen een verzwaard examen dan wel een aanvullend opleidingsprogramma nodig is voor het verkrijgen van opsporingsbevoegdheden. Per domein is aangegeven of, en zo ja, welke aanvullende opleidingseisen gesteld zijn.3 De specifieke opleidingseisen staan omschreven bij het betreffende domein in hoofdstuk 4 van deze circulaire. De keuze om te komen tot aanvullende opleidingseisen en de invulling hiervan komt tot stand in nauw overleg met betrokken boa-werkgevers, direct toezichthouders en toezichthouders. Of wordt voldaan aan de aanvullende bekwaamheidseisen wordt bepaald door de examencommissie. Een opleidingscommissie waarin toezichthouders, direct toezichthouders en werkgevers zijn afgevaardigd kan in het leven worden geroepen om namens de toezichthouder toe te zien op de inhoud en kwaliteit van een aanvullende opleiding.

Samengevat dient bij een aanvraag voor een titel van opsporingsbevoegdheid, dan wel een verlenging of wijziging hiervan, afhankelijk van welke bekwaamheidseisen gelden voor het betreffende domein, altijd het behaalde

getuigschrift boa, diploma, certificaat van een verzwaard boa-examen gericht op een domein, certificaat, diploma van een aanvullend opleidingstraject te worden overgelegd.

Nu onder andere de mogelijkheid gecreëerd wordt om een volledig MBO-diploma te behalen met de opleiding Handhaver Toezicht en Veiligheid aan verschillende Regionale Opleidingscentra (ROCs), wordt ook de invoering van de mogelijkheid om stage te lopen als boa noodzakelijk. Immers voor het behalen van het diploma is het met goed gevolg afleggen van één of meerdere stages een verplicht onderdeel. De mogelijkheid om als boa stage te lopen geldt voor alle domeinen en kan ook in het kader van een re-integratie traject.

Het lopen van een stage met de status van Buitengewoon Opsporingsambtenaar is aan onderstaande randvoorwaarden gebonden:

• • De persoon in kwestie is meerderjarig; • • Bij de aanvraag dient een (stage) overeenkomst te worden overlegd waaruit de arbeidsrelatie ten behoeve van de stage tussen de persoon en de werkgever blijkt; • • De stagiair dient te voldoen aan de bekwaamheidseisen voor het domein of kunnen aantonen in het kader hiervan de stage te lopen; • • De stagiair dient te voldoen aan de betrouwbaarheidseis; • • De duur van stage dient minimaal 3 maanden te bedragen. • • De stagiair mag niet ter aanvulling van de reguliere boa capaciteit gebruikt worden. • • De werkgever dient afspraken te maken met de dienst Justis over de inname van de akte en legitimatiebewijzen na afloop van de stage. • • De werkgever dient afspraken te maken met de Politie en het OM over de inzet van en het toezicht op de stagiair. • • Indien het een stage in het kader van de MBO opleiding Handhaver Toezicht en Veiligheid gaat, dient de werkgever door ECABO als leerbedrijf erkend te zijn.

Bij de aanvraag van een titel van opsporingsbevoegdheid dient dan ook indien het geen van bovenstaande uitzonderingen betreft een akte van aanstelling worden overlegd om aan te tonen dat de betreffende persoon in dienst is bij een overheidsinstelling

Uitgangspunt is dat zowel bij een eerste aanvraag als bij een aanvraag tot verlenging van benoeming als boa aan de bekwaamheidseis moet worden voldaan. Ingevolge artikel 16, derde lid, van het BBO kan van de bekwaamheidseis ontheffing worden verleend, indien de bekwaamheid voor het uitoefenen van de opsporingsbevoegdheid op andere wijze blijkt. Voor alle ontheffingen geldt, dat boas hier niet automatisch recht op hebben. De werkgever dient de ontheffing te allen tijde te ondersteunen en aan te vragen.

De ontheffingsgronden staan beschreven in bijlage B-IV van deze circulaire. Eventuele specifieke ontheffingsgronden voor aanvullende opleidingen staan beschreven in de betreffende domeinen.

Tijdens het uitoefenen van zijn opsporingsbevoegdheden is de boa gehouden aan de regels van het Wetboek van Strafvordering en het BBO. Indien hem politiebevoegdheden dan wel geweldsmiddelen zijn toegekend, dient hij zich tevens te gedragen overeenkomstig de regels van de Politiewet 1993, de Wet wapens en munitie alsmede de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar (Ambtsinstructie). In artikel 4, sub b, van de Ambtsinstructie wordt bepaald dat het gebruik van een geweldsmiddel slechts is toegestaan door een ambtenaar die in het gebruik van dat geweldsmiddel is geoefend. Voorts wordt in artikel 5 van de Regeling wapens en munitie bepaald dat de boa slechts met een wapen kan worden uitgerust indien de noodzaak van het dragen van dat wapen aannemelijk wordt gemaakt en de bekwaamheid van de boa met het wapen is aangetoond. Daarbij moet de boa die één of meer politiebevoegdheden heeft ofwel politiebevoegdheden en één of meer geweldsmiddelen, voldoen aan de eisen zoals gesteld in de Regeling toetsing geweldsbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar en ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten (RTGB). In de RTGB worden regels gesteld inzake de toetsing van boas met betrekking tot geweldsbeheersing, aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden en de schietvaardigheid.4 Voor inhoudelijke uitleg van de RTGB en het toetsingsschema wordt verwezen naar de toelichting op deze regeling.

De eisen voor de bekwaamheid zijn vastgelegd in de vorm van eindtermen, competentieprofielen of opleidingseisen. Wijzigingen ten aanzien van de regelgeving, de eindtermen, competentieprofielen of opleidingseisen kunnen worden opgenomen in de examens vanaf 6 maanden na de inwerkingtreding van de betreffende bepalingen of, indien bekendmaking voor inwerkingtreding plaatsvindt, minimaal 6 maanden na bekendmaking van de betreffende bepalingen. De eindtermen behoeven daarvoor niet teworden gewijzigd.

1.1. Basiskennis en vaardigheden van de Buitengewoon Opsporingsambtenaar

De boa dient de hem toegekende bevoegdheden binnen het opsporingsonderzoek juist toe te passen. Kennis van zijn strafvorderlijke bevoegdheden, de grondrechten waarop deze regelmatig een inbreuk maken en de algemene bepalingen uit het Wetboek van Strafrecht is daartoe noodzakelijk. Enkele begrippen uit het privaatrecht zijn binnen het kader van het toepassen van opsporingsbevoegdheden eveneens van betekenis. Hetzelfde geldt voor een aantal wettelijke regels die de boa dan wel zijn handelen beschermen.

Van de boa wordt verlangd dat hij opgespoorde strafbare feiten kan afhandelen middels het opmaken van een proces-verbaal dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting. Kennis van de wettelijke eisen die aan het proces-verbaal worden gesteld, is onontbeerlijk. In dit verband dient een boa een verdachte adequaat te kunnen informeren over de mogelijke gevolgen van een proces-verbaal. Dit vergt voldoende vaardigheid in gespreks- en benaderingstechnieken en vereist enige kennis van de taken en de organisatie van de rechterlijke macht.

De boa dient te functioneren binnen de voor zijn opsporingstaak vastgestelde wettelijke kaders. Dit vereist deskundigheid betreffende de organisatie van het opsporingsapparaat en meer in het bijzonder betreffende de eigen positie daarbinnen.

De boa moet handelen overeenkomstig de door hem afgelegde eed of belofte, en zich bewust te zijn van zijn publieke taak, onder meer door het proces-verbaal volledig en naar waarheid in te vullen.

De wettelijk voorgeschreven samenwerking met de politie verlangt enige kennis van de taken en de organisatie van de politie.

De boa dient zich bewust te zijn van het type rechtsregels met de uitvoering en handhaving waarvan hij belast is. Kennis van een aantal begrippen uit het staatsrecht is daartoe vereist.

Voor veel boas zal verdieping en verbreding van het hierboven geformuleerde basispakket noodzakelijk zijn om binnen het eigen werkverband adequaat te kunnen functioneren. De Minister van Veiligheid en Justitie kan op grond van het tweede lid van artikel 16 BBO, aanvullende bekwaamheidseisen stellen aan boas. De boa-werkgever kan tevens aanvullende eisen van vakbekwaamheid stellen aan de eigen boas en hen daarop (doen) examineren.

Uit bovenstaande volgt een aantal taken en verantwoordelijkheden van de boa.

    1. De boa handhaaft de voor zijn opsporingstaak relevante wettelijke regels.
    1. De boa functioneert binnen het voor zijn opsporingstaak gestelde wettelijk kader.
    1. De boa handelt naar de afgelegde ambtseed/ambtsbelofte en de eed van zuivering.
    1. De boa verzamelt en/of ontvangt gegevens met betrekking tot mogelijke strafbare feiten tot opsporing waarvan hij bevoegd is.
    1. De boa beoordeelt middels het combineren, analyseren en interpreteren van verzamelde en/of ontvangen gegevens of deze informatie strafrechtelijk relevant is.
    1. De boa stelt een opsporingsonderzoek in teneinde bewijsmateriaal te verzamelen.
    1. De boa maakt naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid of overtreding een (mini) proces-verbaal op dat kan leiden tot vervolging en behandeling ter terechtzitting.
    1. De boa informeert een verdachte tegen wie proces-verbaal is opgemaakt over de mogelijke gevolgen daarvan.
    1. De boa doet een opgemaakt proces-verbaal toekomen aan de juiste functionaris.

    De boa draagt bij constateringen van onregelmatigheden en overtredingen zorg voor acceptatie van de opgelegde sanctie.

    De boa waarborgt eigen veiligheid, veiligheid van de burger en omstanders.

Deze taken en verantwoordelijkheden zijn nader uitwerkt in hoofdstuk 4. Daarin zijn de genoemde hoofdtaken geanalyseerd in taken en deeltaken en zijn kenniselementen toegevoegd. De taken 7, 10 en 11 worden getoetst in het praktijkonderdeel Gespreks- en benaderingstechnieken en zijn beschreven in gedragscomponenten.

1.2. Overige voorwaarden voor het functioneren van de Buitengewoon Opsporingsambtenaar

De wijze waarop een buitengewoon opsporingsambtenaar binnen de eigen werkorganisatie dient te functioneren alsmede de persoonskenmerken en de beroepshouding waarover hij dient te beschikken, zijn divers. Eén en ander is een verantwoordelijkheid van de werkgever van de buitengewoon opsporingsambtenaar.

Beschouwd vanuit de verantwoordelijkheid van het openbaar ministerie voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden eist de wettelijke regeling dat een buitengewoon opsporingsambtenaar betrouwbaar is.

Verder is in het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar bepaald dat de buitengewoon opsporingsambtenaar ervoor zorg draagt dat hij blijft voldoen aan de eisen van bekwaamheid en betrouwbaarheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden.

1.3. Uitwerking taken en verantwoordelijkheden van de Buitengewoon Opsporingsambtenaar

In de bijlage D zijn de elf genoemde hoofdtaken uitgewerkt in taken, deeltaken en gedragscomponenten. De kolom kenniselementen in het format definieert de bijbehorende leerinhouden als richtlijn voor de keuze van leerstof. Ter precisering is in een aantal gevallen vermeld wat niet tot de leerinhouden behoort.

Van de buitengewoon opsporingsambtenaar wordt verwacht dat hij de strekking van de in de examenstof aangeduide wettelijke regels kan reproduceren. De opgenomen strafrechtelijke en strafvorderlijke bepalingen met een definitorisch karakter dienen meer letterlijk te worden beheerst.

Van buitengewoon opsporingsambtenaren wordt eveneens een elementair inzicht in de leerinhouden verwacht. Dit impliceert dat met name leerinhouden die nauw verbonden zijn met het praktisch handelen in een toepassingsgerichte context kunnen worden bevraagd.

2. Bekwaamheid domeinen

Met behulp van de domeinbenadering is het mogelijk landelijk op uniforme wijze te werken aan professionalisering van de boa. Zo moeten de boas Openbare ruimte een traject van permanente her- en bijscholing volgen, boas Openbaar vervoer een verzwaard boa-examen afleggen en moeten de boas Milieu, welzijn en infrastructuur een aanvullend opleidingsprogramma volgen. Op deze wijze kan per domein worden geïnvesteerd in opsporingsvaardigheden en -competenties gericht op de specifieke behoeften binnen een domein.

2.1. Bekwaamheidseis domein I openbare ruimte

De bekwaamheidseis bestaat uit het boa basisexamen (het boa-getuigschrift), een aanvullend opleidingsprogramma en indien de boa Openbare ruimte beschikt over politiebevoegdheden en geweldsmiddelen de bekwaamheidseisen uit de RTGB.

In 2010 werden initiatieven ontwikkeld voor een verdergaande professionalisering van de boa Openbare ruimte. In overleg met boa-werkgevers, de direct toezichthouders, de toezichthouders en andere betrokken partners zijn aanvullende bekwaamheidseisen ontwikkeld die per 1 oktober 2012 verplichtworden gesteld en geëxamineerd onder de auspiciën van Stichting ExTH met inachtneming van de overgangstermijn van 6 maanden.

Per deze datum dienen boas Openbare ruimte nog één maal het basisexamen te behalen voor de verlenging van hun akte. Na de eerstkomende verlenging dient een modulair opgebouwd traject van permanente her- en bijscholing te worden doorlopen om de boa-bevoegdheid te kunnen behouden. De boas Openbare ruimte dienen vier modules in de looptijd van hun akte met een voldoende resultaat te hebben doorlopen om na vijf jaar hun titel van opsporingsbevoegdheid te mogen verlengen. Als deze vier modules niet worden behaald binnen deze periode wordt de titel van opsporingsbevoegdheid niet verlengd. De boa kan in het vijfde jaar herkansen voor maximaal één module. Dat betekent dat bij het niet behalen van één module binnen twee jaar er niet voldaan wordt aan de bekwaamheidseis en de titelvan opsporingsbevoegdheid daarmee zal komen te vervallen.5 Na drie jaar dienen minimaal twee modules behaald te zijn en na vier jaar drie modules.

In bijlage B-II staan de eindtermen alsmede de gedragsspecifieke componenten beschreven waaraan de boa Openbare ruimte moet voldoen. Meer informatie over de permanente her- en bijscholing is te verkrijgen via de Stichting ExTH (www.exth.nl).

De ingehuurde boa dient te voldoen aan een aangepast traject van permanente her- en bijscholing dat is toegespitst op zijn taken en bevoegdheden. Meer informatie over de inhoud van deze aangepaste her- en bijscholing is te verkrijgen via de Stichting ExTH.

Het is mogelijk om van cursusonderdelen van de vervolgopleiding of onderdelen van de permanente her- en bijscholing ontheffing te verkrijgen op grond van de ontheffingsgronden in bijlage B-V. Aanvragen tot ontheffingen worden ingediend bij de Dienst Justis.

De door de Stichting Exth ingestelde examencommissie bewaakt de kwaliteit van de examens of toetsen aan de hand van de in deze circulaire beschreven eindtermen en gedragscomponenten (bijlage B-II).

Bij de verlenging van de titel van opsporingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 6 BBO wordt getoetst of de betreffende boa tijdig heeft voldaan aan alle tot aan het moment van aanvraag van de verlenging verplichte bekwaamheidseisen.

2.2. Bekwaamheidseis Domein II Milieu, welzijn en infrastructuur

De bekwaamheidseis bestaat uit het boa basisexamen (het boa-getuigschrift), een aanvullend opleidingsprogramma en indien de boa Milieu, welzijn en infrastructuur beschikt over politiebevoegdheden en geweldsmiddelen de bekwaamheidseisen uit de RTGB.

In het visiedocument werd geconstateerd onder meer bij de pilot met het Transactiebesluit milieudelicten dat veel milieuboas te weinig (strafvorderlijke)kennis en praktische vaardigheden hebben, doordat in hen onvoldoende is geïnvesteerd en de basisbekwaamheidseis alleen onvoldoende is. De omstandigheden waaronder milieuovertredingen moeten worden opgespoord zijn relatief vaak ingewikkeld en vergen doorgaans veel tijd van de betreffende boas.6 Visiedocument de boa voor de milieuhandhaving beter benut, september 2008, p. 79. In het visiedocument wordt nader omschreven waarom milieuboas een categorie vormen waaraan aanvullende eisen worden gesteld.Mede hierom worden in de praktijk de specifieke mogelijkheden van milieuboas niet ten volle benut. Wegens deze constatering en gelet op de ontwikkelingen zoals de introductie van de boetebevoegdheid voor het bestuur, de introductie van de Wabo en de regionale uitvoeringsdienstenheeft het LOM in het visiedocument geconstateerd dat milieuboas een categorie vormen waaraan aanvullende eisen zouden moeten worden gesteld. Hiertoe zijn in het visiedocument taken en competenties van de milieuboas beschreven. Deze zijn opgesomd in bijlage B-III.

Deze taken en competenties geven een compleet beeld van de bekwaamheidseisen waaraan de milieuboa moet voldoen. De eindtermen van de basisbekwaamheidseis zijn hierin geïncorporeerd. Voor zover de vereiste competenties hierboven uitgaan, is sprake van aanvullende bekwaamheidseisen. Vanwege het specifieke werkterrein van bepaalde groepen boas (bijvoorbeeld boas in de functiegroep van flora-en faunabeheerder), zijn opleidingen (deels) op maat ontwikkeld, dan wel te ontwikkelen in het licht van die competenties die noodzakelijk worden geacht voor het specifieke werkterrein. De opleidingscommissie (zie later deze paragraaf) zal de opleidingen op maat toetsen aan de hand van de hierboven beschreven competenties en in het licht van de te onderscheiden werkvelden van verschillende typen boas.

Een boa heeft voldaan aan de bekwaamheidseis voor het domein Milieu, welzijn en infrastructuur, wanneer hij de hierna te beschrijven opleidingen heeft gevolgd en de bijbehorende toetsen met succes heeft afgelegd.

Een ieder die in aanmerking wil komen voor aanwijzing tot milieuboa moet het basisexamen voor boas behalen op grond waarvan de titel van opsporingsbevoegdheid wordt verleend. Hierbij wordt de betrokkene aangesteld als milieuboa. Binnen 12 maanden na het verkrijgen van de akte van beëdiging dient de vervolgopleiding te worden gevolgd en met

succes te worden afgerond. Dit stelt de betrokkene in staat om tijdens de vervolgopleiding als milieuboa werkzaam te zijn en het geleerde in de praktijk te brengen (duaal leren).

De basisopleiding is, gelet op de opsporingstaken van de milieuboas en de omstandigheden waaronder zij moeten worden uitgeoefend, in de praktijk onvoldoende gebleken. Daarom is in het visiedocument ervoor gekozen om voor degenen die voor het eerst als milieuboa zijn aangesteld, het volgen van een aanvullende vakopleiding verplicht te stellen: de vervolgopleiding. Nieuwe milieuboas dienen binnen een jaar na het verkrijgen van de titel van opsporingsbevoegdheid gestart te zijn met de vervolgopleiding.

De vervolgopleiding is gericht op het systematisch ontwikkelen van de (complexe) kennis, vaardigheden en stijl die nodig zijn om de milieuboa-functie goed uit te oefenen. Om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de beroepspraktijk wordt de vervolgopleiding gecombineerd met het werken in de praktijk. Iedere cursist krijgt een praktijkcoach.

Het curriculum voor de opleiding wordt niet meer bepaald door de klassieke (school)vakken met hun leerstofindeling en -volgorde, maar door het functieprofiel en de hiervan afgeleide kernopgave voor de diverse typen milieuboas. Een kernopgave bestaat uit een beschrijving van de kenmerken van de praktijksituaties, dilemmas, werkpatronen en -methoden. Met andere woorden: het curriculum is op maat toegesneden en voor een boa die hoofdzakelijk werkzaam is op het VROM-domein, op bepaalde punten anders ingekleurd dan dat voor een boa die hoofdzakelijk werkzaam is op het LNV-domein of V&W-domein. Globaal gesproken is het opleidingsprogramma voor 80% generiek en 20% specifiek. Bij de uitvoering kan worden voldaan aan specifieke wensen van werkgevers.

Permanent leren wordt beschouwd als een veel effectievere wijze om het niveau van de milieuboa op peil te houden dan een vijfjaarlijks examen. Bovendien kan hiermee goed worden ingespeeld op actuele ontwikkelingen. Daarom krijgt, naar het voorbeeld van de FIOD/ECD en de AID, permanente her- en bijscholing een plaats in het opleidingsstelsel voor de milieuboas.

Van iedere milieuboa wordt verlangd dat hij gedurende de 5 jaar dat zijn boa-akte geldig is, een viertal verplichte modules volgt, die elk worden afgesloten met een toets. Dit komt neer op één module per jaar, waarbij in het jaar van verlenging geen nieuwe module wordt gevolgd. Dat jaar kan worden gebruikt om niet behaalde modules te herkansen. Ook hier geldt dat een groot deel van het onderwijs voor alle functiegroepen gelijk is. Sommige modulen zullen echter specifiek op een bepaalde functiegroep zijn toegeschreven. De studiebelasting per module bedraagt ongeveer 5 contactdagen. Iedere module wordt met een toets afgesloten. Nadat alle vier modulen met een voldoende zijn afgesloten, kan de akte van de betreffende milieuboa met wederom 5 jaar worden verlengd.

De verplichting tot permanente her- en bijscholing, ter vervanging van het vijfjaarlijkse examen, gaat gelden voor alle milieuboas, met inbegrip van personen aan wie een ontheffing is verleend van de bekwaamheidseis op grond van het zogenaamde seniorenbeleid. Die ontheffing brengt mee dat zij wel de modules volledig moeten volgen, maar dat er geen consequenties zullen worden verbonden aan het niet halen van een toets.

Voor nieuwe milieuboas betekent dit dat zij met de permanente her- en bijscholing beginnen in het jaar volgend op het succesvol afronden van de vervolgopleiding.

Op dit moment staat het een ieder vrij om de basisopleiding voor milieuboas te verzorgen. Dit blijft ook zo. Voor de andere onderdelen van het opleidingsstelsel is in het visiedocument ervoor gekozen om de ontwikkeling en uitvoering ervan vooralsnog te laten verzorgen door een samenwerkingsverband, thans bestaande uit het Opleidingsinstituut van de Algemene Inspectiedienst, de VROM-Inspectieacademie, de Stichting Bestuursacademie Nederland, de Stichting Wateropleidingen en de Politieacademie. Dit is gebeurd om de kwaliteit van de opleidingen met hun sterke wisselwerking met de beroepspraktijk (duaal leren) en regelmatige toetsmomenten van de ontwikkeling van de verschillende competenties te kunnen meten.

De verschillende opleidingstrajecten worden, binnen het gemeenschappelijke kader eindtermen, leerdoelen (kernopgaven), lesprogrammas, docentenhandleiding en voor een gezamenlijk vastgestelde prijs per cursist verzorgd door deze instituten, met gebruikmaking van hun respectievelijke kennis en expertise op de verschillende deelterreinen, voor zover relevant voor de milieuopsporing.De cursuskosten komen voor rekening van de werkgever.

In het stelsel zoals dit is neergelegd in het BBO, zijn de toezichthouders belast met het toezicht op de kwaliteit van de boas en, in het verlengde hiervan, de kwaliteit van de opleidingen. Dit brengt mee dat de hoofdofficier van justitie van het Functioneel Parket, die zal worden aangewezen als de toezichthouder voor alle milieuboas, die taak krijgt ten aanzien van de opleidingen voor de milieuboas.

Om aan deze verantwoordelijkheid een goede invulling te kunnen geven en, in het bijzonder, te kunnen garanderen dat het voltooien van het samenstel van opleidingen uitzicht biedt op het voldoen aan de basis- en aanvullende eisen van bekwaamheid voor milieuboas, wordt door de toezichthouder een opleidingscommissie ingesteld. Deze commissie gaat namens de toezichthouder de inhoud en kwaliteit van de diverse opleidingstrajecten en bijbehorende lesprogrammas in al hun facetten bewaken. De opleidingscommissie gaat tevens toezien op de deelname van de boas aan de voor hen verplichte opleidingstrajecten.

In het kader van haar taak toetst de opleidingscommissie aan de hand van de in bijlage B-III beschreven taken en competenties of de aangeboden opleidingen voldoen, mede in het licht van de te onderscheiden werkvelden van de verschillende typen milieuboas. Zo hebben de milieuboas die thans behoren tot de functiegroep flora- en faunabeheerder in de praktijk met een ander soort milieudelicten en verdachten te maken dan bijvoorbeeld de milieuboas van het Staatstoezicht op de Mijnen.

De opleidingsprogramma's en de uitvoering daarvan zullen met enige regelmaat worden geëvalueerd om te bezien of hierin verandering moet worden aangebracht, bijvoorbeeld door het vervangen van één of meer opleidingsinstituten door andere. Het initiatief hiervoor komt te liggen bij de opleidingscommissie.

De door de Minister van Veiligheid en Justitie ingestelde examencommissie bewaakt de kwaliteit van de examens of toetsen aan de hand van de in deze circulaire beschreven competenties (bijlage B-III).

Indien niet (tijdig) wordt voldaan aan de aanvullende opleidingseisen, is er niet voldaan aan de milieuboa bekwaamheidseis en zal de titel van opsporingsbevoegdheid worden ingetrokken (ex artikel 35, eerste lid, onder b, en artikel 32, derde lid, BBO).In de volgende gevallen kan de Minister van Veiligheid en Justitie vaststellen dat niet langer wordt voldaan aan de bekwaamheidseis, zoals bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b, en artikel 32, derde lid, BBO, met verval van de titel van opsporingsbevoegdheid tot gevolg.

De milieuboaheeft niet binnen de overeengekomen periode de vervolgopleiding gevolgd en met succes afgerond. De milieuboa heeft, na afronding van de bijspijkercursus vóór 1 juli 2011, dan wel na afronding van de vervolgopleiding de permanente her- en bijscholing, bestaande uit 4 modules in een periode van vijf jaar,niet tijdig gevolgd en met goed gevolg afgerond.

Alvorens tot vaststelling over te gaan als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b, BBO, in de gevallen bedoeld onder a t/m c, hoort de Minister van Veiligheid en Justitie de werkgever en de betreffende boa.

Als een milieuboa door omstandigheden, die niet aan hem of aan zijn werkgever zijn te wijten, niet in staat is tijdig (een module van) de permanente her- en bijscholing te volgen, dan wel de vervolgopleiding binnen de afgesproken periode met goed gevolg af te ronden, kan de Minister van Veiligheid en Justitie op verzoek van de werkgever afwijken van de termijnen genoemd in de onderdelen a tot en met c.

Het is mogelijk om van cursusonderdelen van de vervolgopleiding of onderdelen van de permanente her- en bijscholing ontheffing te verkrijgen op grond van de ontheffingsgronden in bijlage B-V. Eventueel verleende ontheffingen ontslaat de boa niet van de examenverplichting van zowel de vervolgopleiding, als de permanente her-en bijscholing. Aanvragen tot ontheffingen worden ingediend bij de Dienst Justis.

Bij de verlenging van de titel van opsporingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 6 BBO wordt getoetst of de betreffende boa tijdig aan alle tot aan het moment van aanvraag van de verlenging verplichte opleidingenheeft voldaan.

2.3. Bekwaamheidseis Domein III Onderwijs

Onder het domein onderwijs vallen de huidige leerplichtambtenaren. Zij zijn primair belast met het handhaven van de leerplichtwet en alle andere daar aan gerelateerd relevante wet- en regelgeving. Gelet op het specialistische karakter van deze functie en het feit dat er voor de uitoefening van deze functie door de werkgever veelal andere kennis en vaardigheden worden verlangd, is besloten deze functie als aparte functie te handhaven.

De bekwaamheidseis bestaat uit het boa basisexamen (het boa-getuigschrift) en indien de boa onderwijs beschikt over politiebevoegdheden en geweldsmiddelen de bekwaamheidseisen uit de RTGB.

In overleg met boa-werkgevers, de direct toezichthouders, de toezichthouders en eventueel andere betrokken partners worden op dit momentaanvullende bekwaamheidseisen ontwikkeld. Deze aanvullende bekwaamheidseisen zullen in 2013 worden ingevoerd. Ook tot die tijd is hetde verantwoordelijkheid van de boa-werkgever om zijn boas onderwijs aanvullend op te leiden voor hun specifieke taak. Indien de boa-werkgever kan voorzien in een opleiding voor de boa die voldoet aan de eisen die worden gesteld aan de semi-permanente ontheffing (bijlage B-V), dan kan de boa ontheffing krijgen voor het basis boa-examen.

2.4. Bekwaamheidseis Domein IV Openbaar Vervoer

De bekwaamheidseis bestaat uit een verzwaard examen, het boa-Openbaar Vervoer examen (getuigschrift boa-OV), en indien de boa openbaar vervoer beschikt over politiebevoegdheden en geweldsmiddelen de bekwaamheidseisen uit de RTGB.

Reeds in 2005 werd door de inwerkingtreding van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2005 een speciale BOA-OV opleiding verplicht gesteld voor de openbaar vervoer boa's. De BOA-OV opleiding is gestart als onderdeel van het Aanvalsplan Sociale Veiligheid Openbaar Vervoer en samen met de vervoerbedrijven ontwikkeld, om te zorgen dat het controlerend personeel zo optimaal en gericht mogelijk wordt opgeleid. Deze opleiding vormt een boa-plus opleiding in vergelijking met de basis bekwaamheidseis (boa-getuigschrift) en is een op maat gesneden opleiding gericht op het openbaar vervoer. De BOA-OV opleiding kent een module voor nieuw op te leiden personeel dat nog niet over een BOA-bevoegdheid beschikt. In bijlage B-IV staan de eindtermen alsmede de gedragsspecifieke leerdoelen beschreven waaraan de boa openbaar vervoer moet voldoen.

De bekwaamheid wordt verkregen of behouden door het afleggen van het boaOpenbaar Vervoer examen dan wel het met voldoende resultaat doorlopen van vier modules. Als deze vier modules of het examen niet worden behaald binnen deze periode wordt de titel van opsporingsbevoegdheid niet verlengd.De eindtermen van het algemene boa examen maken onverkort deel uit van het examen en de modules. De door de minister ingestelde examencommissie boa OV stelt de eindtermen en toetsing vast.

Het is mogelijk om van cursusonderdelen van de vervolgopleiding of onderdelen van de permanente her- en bijscholing ontheffing te verkrijgen op grond van de ontheffingsgronden in bijlage B-V. Aanvragen tot ontheffingen worden ingediend bij de Dienst Justis.

Bij de verlenging van de titel van opsporingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 6 BBO wordt getoetst of de betreffende boa tijdig heeft voldaan aan alle tot aan het moment van aanvraag van de verlenging verplichte bekwaamheidseisen.

2.5. Bekwaamheidseis Domein V Werk, inkomen en zorg

De bekwaamheidseis bestaat uit het boa basisexamen (het boa-getuigschrift) en indien de boa werk, inkomen en zorg beschikt over politiebevoegdheden en geweldsmiddelen de bekwaamheidseisen uit de RTGB.

In overleg met boa-werkgevers, de direct toezichthouders, de toezichthouders en eventueel andere betrokken partners wordt nader bekeken in hoeverre aanvullende bekwaamheidseisen verplicht dienen te worden gesteld en wat die aanvullende bekwaamheidseisen precies moeten zijn. Tot die tijd is het de verantwoordelijkheid van de boa-werkgever om zijn boas werk, inkomen en zorg aanvullend op te leiden voor hun specifieke taak. Indien de boa-werkgever kan voorzien in een opleiding voor de boa welke voldoet aan de eisen welke worden gesteld aan de semi-permanente ontheffing (bijlage B-V) kan de boa ontheffing krijgen voor het basis boa-examen.

2.6. Bekwaamheidseis domein VI Generieke opsporing

De bekwaamheidseis bestaat uit het boa basisexamen (het boa-getuigschrift) en indien de boa generieke opsporing beschikt over politiebevoegdheden en geweldsmiddelen de bekwaamheidseisen uit de RTGB.

Het merendeel van de diensten wiens boas vallen binnen het domein generieke opsporing beschikt over een eigen opleiding ten behoeve van hun overige werknemers die zich (op grond van artikel 141 Wetboek van Strafvordering) bezig houden met de strafrechtelijke handhaving. Het is de verantwoordelijkheid van de boa-werkgever om zijn boas generieke opsporing aanvullend op te leiden voor hun specifieke taak. Net als voor alle andere boas geldt dat de politieboas slechts bevoegd zijn voor die feiten die vallen binnen hun taakomschrijving mits wetgeving in formele zin zich hier niet tegen verzet (zoals bijvoorbeeld de Opiumwet) en de boa voldoende bekwaam is om voor die feiten op te treden. Indien de boa-werkgever kan voorzien in een opleiding voor de boa welke voldoet aan de eisen welke worden gesteld aan de semi-permanente ontheffing (bijlage B-IV) kan de boa ontheffing krijgen voor het basis boa-examen.

Bijlage I

Bijlage Ib. Exameneisen en prestatie-indicatoren gespreks- en benaderingstechnieken

De onderstaande exameneisen zijn een uitwerking van taak 7, 10 en 11 zoals beschreven in de Eindtermen basisexamen Buitengewoon opsporingsambtenaar.

Grijze regels zijn de exameneisen, te lezen als: De kandidaat…

Bijlage B-II. Eindtermen en gedragscomponenten openbare ruimte

^1 De examenonderdelen en de onderliggende exameneisen zijn gebaseerd op de beroepsgerichte delen van het mbo kwalificatiedossier Toezicht en veiligheid.

Bijlage B-III. Taken en competenties boas milieu

Bijlage B-IV. Eindtermen boa openbaar vervoer

Gedragsspecifieke leerdoelen:

Bijlage B-V. Ontheffing bekwaamheidseis

Boa werkgevers kunnen beroep doen op de volgende ontheffingsmogelijkheden (bij basisbekwaamheidseis of verzwaard boa-examen).