rijk/circulaire/circulaire-introductie-bij-provincies-van-het-rechtspositiebesluit-decentrale-po/BWBR0041858
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Circulaire Introductie bij provincies van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers BWBR0041858 circulaire geldend 2019-03-28 https://wetten.overheid.nl/BWBR0041858 Circulaire Introductie bij provincies van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

Circulaire Introductie bij provincies van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

. Van verzending circulaires naar publicatie op internet

Met ingang van 1 januari 2019 zullen circulaires met betrekking tot de rechtspositie van politieke ambtsdragers uitsluitend nog bekend worden gemaakt op de site van de officiële bekendmakingen (Staatscourant) en op de website www.politiekeambtsdragers.nl. U kunt zich met een RSS-feed abonneren op deze site via**https://feeds.politiekeambtsdragers.nl/circulaires.rss. Als er een circulaire op deze site wordt gepubliceerd, ontvangt u een attendering. Vanwege het belang dat de introductie van dit rechtspositiebesluit bij alle betrokkenen bekend is, wordt onderhavige circulaire ook nog per post verzonden.

1. Inleiding

Hierbij informeer ik u over de totstandkoming van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (Stb. 2018, 386), en de daarbij behorende Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers (Stcrt 2018, 66006).

In deze regelgeving zijn de rechtspositieregels van alle voorzitters, dagelijks bestuurders en volksvertegenwoordigers van de gemeenten, provincies en waterschappen, in één besluit en één regeling samengevoegd. Dit is het sluitstuk van een meerjarig traject1Eerdere onderdelen van dit traject zijn in juni 2013 (Stb. 2013, 222) en in juni 2014 (Stb. 2014, 230) tot stand gekomen., waarbij de vroegere zeven rechtspositiebesluiten en onderliggende regelingen met betrekking tot deze ambtsdragers, zijn gemoderniseerd, en waar mogelijk geharmoniseerd.

Harmonisatie is bereikt door voor vergelijkbare decentrale politieke ambtsdragers vergelijkbare artikelen op te nemen. Verschillen die enkel historisch waren te verklaren of die intussen achterhaald bleken te zijn, zijn weggenomen. Vervolgens is in het kader van het streven naar modernisering bezien of de voorzieningen nog adequaat waren met het oog op het functioneren van de politieke ambtsdrager.

Dit besluit is tot stand gebracht in nauwe samenwerking met vertegenwoordigers van de koepels (IPO, VNG en Unie van Waterschappen) en van de negen beroepsgroepen van de decentrale politieke ambtsdragers. In gezamenlijkheid is gekomen tot een afgewogen pakket aan arbeidsvoorwaarden dat voor de verschillende groepen ambtsdragers eenvormig, transparant, uitlegbaar en zo eenvoudig mogelijk in de uitvoering is. Verschillen in hoogte van vergoedingen en systematiek zijn vervangen door eigentijdse en adequate voorzieningen die het functioneren van de ambtsdragers versterken.

In §2 wordt een opsomming gegeven van de aanspraken die zijn geïntroduceerd of aangepast. Deze worden toegelicht in de bijlage.

Omdat er voor de provincies per 28 maart 2019 een nieuw besluit en een nieuwe (uitvoerings)regeling gaan gelden, met een nieuwe structuur, is ervoor gekozen om nu niet alleen aan te geven wat dit sluitstuk betekent voor de aanspraken van commissarissen, gedeputeerden, statenleden en commissieleden, maar juist alle aanspraken te beschrijven, ook die niet inhoudelijk zijn gewijzigd. Op deze manier wordt in de bijlage inzicht gegeven in het gehele arbeidsvoorwaardenpakket van actieve ambtsdragers in de provinciale sector.

Er is aandacht gevraagd voor de benodigde tijd om de provinciale verordeningen aan te passen en voor de omschakeling in systemen en administratieve processen. Hierover wordt het volgende opgemerkt.

Met het nieuwe rechtspositiebesluit is ervoor gekozen het merendeel van de aanspraken centraal te regelen en is er geen actie van de individuele provincie nodig. Voor het relatief kleine aantal aanspraken waarvoor nog wel een regeling bij verordening noodzakelijk is, is politiek debat in de provincie gewenst (bijvoorbeeld wel of niet een pensioenvoorziening voor statenleden, wel of niet een bijzondere commissie) en is een besluit per 28 maart 2019 niet per se nodig. Op ander vlak, bijvoorbeeld de lokale scholingsplannen, is er geen inhoudelijke wijziging tot stand gebracht. Alleen het artikelnummer is veranderd.

Wat betreft de uitvoering, geldt dat er op een aantal punten juist een meer eenvoudige uitvoering tot stand is gebracht en dat de vereiste aanpassing eruit bestaat dat bepaalde regels niet meer hoeven te worden toegepast. De reiskostenvergoedingensystematiek is hiervan een voorbeeld. Het kan dus voorkomen dat die nieuwe bedragen niet meteen in de systemen zijn ingeregeld, maar de hantering van één tarief vanaf 28 maart 2019 gaat de uitvoering helpen. Er is hier weliswaar geen overgangsrecht, maar wel ruimte voor pragmatisme.

Het kan zijn dat per 28 maart 2019 provinciale verordeningen die tot stand zijn gekomen op basis van de tot die tijd geldende rechtspositiebesluiten, strijdig zijn met het nieuwe rechtspositiebesluit omdat zij nog niet zijn aangepast. In dat geval gaan het nieuwe rechtspositiebesluit en de nieuwe rechtspositieregeling vóór.

Na publicatie van besluit en regeling is bijvoorbeeld de vraag naar voren gekomen wat overheidsorganen moeten doen die naar oud recht vergoedingen gaven in plaats van verstrekkingen. Er is op dit vlak geen overgangsrecht dus er is voor de provincies per 28 maart 2019 geen grondslag meer voor die vergoedingen. De provincie moet in voorkomend geval zo snel mogelijk de verstrekkingen gaan regelen. Dat heeft de in de bijlage bij de toelichting van artikel 2.3.2 beschreven voordelen. Die variëren van meer zekerheid over cybersecurity en uniformering van de systemen, tot het nu belastingvrij kunnen verstrekken versus het betalen van belaste vergoedingen. Het kan natuurlijk zijn dat de provincie niet per 28 maart 2019 in staat is om te verstrekken. Dan moeten betrokkenen nog even verder met de oude situatie van het hanteren van de eigen ICT-voorzieningen, maar bestaat daarvoor per 28 maart 2019 geen recht op vergoeding.

2. Overzicht nieuwe aanspraken

Inhoudelijk zijn de volgende onderwerpen aangepast of voor het eerst geregeld voor de provinciale politieke ambtsdragers:

    1. Introductie van een uniforme regeling van reiskostenvergoeding woon-werkverkeer en dienstreizen.
    1. In plaats van een financiële vergoeding voor een WIA-voorziening voor een structurele functionele beperking, kan ook een voorziening worden verstrekt.
    1. De ICT-bepalingen zijn aangepast aan het huidige fiscale regime: informatie- en communicatievoorzieningen worden voor de duur van het ambt verstrekt, daarbij inbegrepen de abonnementen, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van dat ambt.
    1. Introductie van een grondslag voor de inkoop van bedrijfsgeneeskundige zorg.
    1. Nadere omschrijving van het begrip beroepsvereniging.
    1. Uniforme grondslagen van de vergoeding van de verhuiskosten, in lijn met de fiscale regelgeving.
    1. De aanspraak op een vergoeding voor dubbele woonlasten is nu in het besluit opgenomen (deze was voorheen geregeld op het niveau van ministeriële regeling).
    1. Introductie van de mogelijkheid een auto ter beschikking te stellen (dienstautos/leaseautos).
    1. Een ambtswoning en een ter beschikking gestelde woning zijn gelijkgesteld.
    1. Introductie van de vergoeding van kosten van loopbaanoriëntatie en mobiliteit bevorderende activiteiten tijdens het ambt.
    1. Introductie van een grondslag voor schadeloosstelling van gedeputeerden bij terugroepen uit het buitenland vanwege een calamiteit, en de aanpassing van de grondslag die hiervoor al bestond voor commissarissen.
    1. Introductie van een grondslag voor vergoeding van de kosten voor woon-werkverkeer voor de commissaris van de Koning.
    1. Vervallen van de plicht voor de Minister van BZK om, voordat hij de commissaris ontslag verleent op grond van ziekte, te onderzoeken of het mogelijk is betrokkene na zijn ontslag binnen zijn gezagsbereik andere arbeid aan te bieden, omdat er adequate andere voorzieningen zijn.
    1. Aanpassing van de tegemoetkoming voor de verzekering van de tijdelijk vervanger van een zwangere of zieke gedeputeerde. De tegemoetkoming is gekoppeld aan de aanstellingsomvang en wordt geïndexeerd.
    1. De vergoeding bij een tijdelijke waarneming van de commissaris van langer dan 30 dagen door een gedeputeerde is omgevormd tot een aanvulling op de bezoldiging tot het niveau van de bezoldiging van de commissaris.
    1. Introductie van een uniforme regeling van reiskostenvergoeding woon-werkverkeer en dienstreizen voor statenleden en commissieleden.
    1. Omvorming van de delegatiegrondslag voor een pensioenregeling staten-leden tot een bepaling op grond waarvan bij verordening kan worden geregeld dat statenleden aanspraak hebben op een bedrag per jaar ter grootte van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand, waarmee zij voorzieningen kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
    1. Aanpassing van toelagen voor deelname aan “zware commissies” en introductie van de toelage voor deelname aan een bijzondere commissie.
    1. Aanpassing toelage fractievoorzitters.
    1. De vergoeding bij een tijdelijke waarneming van de commissaris van langer dan 30 dagen door een statenlid is omgevormd tot een aanvulling op de vergoeding voor de werkzaamheden tot het niveau van de bezoldiging van de commissaris.

3. Vragen en informatie op internet

Informatie die betrekking heeft op politieke ambtsdragers kunt u vinden op de volgende internetsite: www.politiekeambtsdragers.nl. Op deze site vindt u alle actuele wet- en regelgeving, circulaires en brochures over politieke ambtsdragers voor het Rijk, de provincie, de gemeente, de waterschappen en ook voor het Koninkrijk en de BES-eilanden voor zover deze afkomstig is van het Ministerie van BZK. U vindt hier dus niet de modelverordening van het IPO of de provinciale verordeningen.

Voor eventuele nadere vragen kunt u ook contact opnemen met het Ministerie van BZK via postbus.helpdeskpa@minbzk.nl.

Bijlage . bij de circulaire betreffende de introductie bij provincies van het nieuwe