40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Circulaire toepassing Wet modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden bij de rijksoverheid | BWBR0039391 | circulaire | geldend | 2017-03-29 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0039391 | Circulaire toepassing Wet modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden bij de rijksoverheid |
Circulaire toepassing Wet modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden bij de rijksoverheid
Per 1 januari 2015 is vanwege de Wet modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden een aantal bepalingen gewijzigd in de Wet arbeid en zorg (Wazo) en in de voormalige Wet aanpassing arbeidsduur thans: Wet flexibel werken (Wfw). Voor ouderschapsverlof dat is ingegaan vóór 1 januari 2015 blijven de bepalingen die van toepassing waren bij de aanvang van dat verlof onverkort van toepassing.
Op 24 april 2015 zijn partijen in het Sectoroverleg Rijk een uitvoeringsakkoord overeengekomen, waarin onderwerpen zijn benoemd waarover partijen zullen overleggen los van het overleg over een nieuwe CAO. Partijen hebben afspraken over deze onderwerpen vastgesteld middels het Uitwerkingsakkoord Sectoroverleg Rijk (verder: Uitwerkingsakkoord) van 24 september 2015.
| Afspraken Uitwerkingsakkoord: ‘De wijzigingen in de Wet Arbeid en Zorg (Wazo) vanwege de Wet modernisering verlofregelingen zijn direct van toepassing op de medewerkers bij het Rijk, hoewel het ARAR daarop nog niet is aangepast. De Wazo heeft op enkele punten de mogelijkheid om via een collectieve regeling van enkele bepalingen af te wijken. Partijen stellen vast dat het ongewenst is om de huidige in het ARAR opgenomen afwijking1Bedoeld wordt de afwijking: ‘met betrekking tot het vervallen van het resterende deel van een ouderschapsverlofperiode’., voort te zetten waardoor in geval van een tussentijdse beëindiging van een periode van ouderschapsverlof, het restant van die periode vervalt. Hiertoe zal het elfde lid van artikel 33g worden aangepast. Omdat vanwege de Wet modernisering verlofregelingen het ouderschapsverlof kan worden opgenomen en opgedeeld in kleine delen over een lange periode, wordt de terugbetalingsverplichting zoals geregeld in het achtste lid van artikel 33g van het ARAR beperkt tot de laatste 36 maanden waarin voorafgaand aan vertrek bij het Rijk betaald ouderschapverlof is genoten. Met betrekking tot het kortdurend zorgverlof en calamiteiten – en ander kort verzuimverlof spreken partijen af om geen gebruik te maken van de afwijkingsmogelijkheid en voor beide verlofvormen dezelfde doelgroep te hanteren en dit verlof betaald te verlenen. Dit met het oog op eenduidigheid voor gebruiker (medewerker en leidinggevende) en de uitvoerbaarheid. |
|---|
| De gevolgen van de Wet modernisering verlofregelingen – inclusief bovenstaande afspraken – worden toegelicht in een uitvoeringscirculaire in afwachting van de formalisering daarvan in de rechtspositie.’ |
Deze circulaire strekt ertoe de wijzigingen van het Uitwerkingsakkoord toe te lichten en aan te geven hoe deze moeten worden uitgevoerd.
Onderstaand wordt een toelichting gegeven op de wijzigingen. In onderdeel A zijn dat de onderwerpen waarvan de bepalingen in het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) reeds per 1 januari 2015 als gevolg van de Wet modernisering verlofregelingen als gewijzigd beschouwd moeten worden, omdat de Wazo niet in afwijkingsmogelijkheden voorziet. Deze bepalingen worden sinds 1 januari 2015 (meerlingenverlof sinds 1 april 2016) door P-Direkt overeenkomstig uitgevoerd. Vervolgens wordt in onderdeel B een toelichting gegeven op de onderwerpen waar middels afspraken uit het Uitwerkingsakkoord gebruik is gemaakt van de afwijkingsmogelijkheden die de Wazo biedt. Deze worden door P-Direkt overeenkomstig uitgevoerd vanaf 1 april 2017. Tenslotte wordt in onderdeel C een toelichting gegeven op de wijziging die door P-Direkt vanaf 1 juli 2017 wordt uitgevoerd.
Met het oog op het vervallen van het ARAR vanwege de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren – die naar verwachting in werking zal treden per 1 januari 2020 wordt het ARAR niet dienovereenkomstig aangepast. Dit omdat de wijzigingen van de Wazo rechtstreeks van toepassing zijn en de middels het Uitwerkingsakkoord gemaakte begunstigende afwijkingen van de Wazo op basis van deze circulaire kunnen worden uitgevoerd. In plaats daarvan is als handreiking en uitsluitend ter verduidelijking een bijlage opgenomen bij deze circulaire die aangeeft hoe de relevante bepalingen van het ARAR gelezen kunnen worden gedurende de looptijd van deze circulaire.
A. Wijzigingen sinds 1 januari 2015 (meerlingenverlof sinds 1 april 2016)
1. Zwangerschaps- en bevallingsverlof (
1.1. Uitbreiding zwangerschapsverlof bij zwangerschap van een meerling (meerlingenverlof)
Het reeds bestaande (betaalde) zwangerschapsverlof is vanaf 1 april 2016 uitgebreid indien er sprake is van zwangerschap van een meerling. Dit wordt ook wel ‘meerlingenverlof’ genoemd.
Het recht op zwangerschapsverlof bij een meerling bestaat vanaf tien weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling en duurt tot en met de dag van de bevalling. Het zwangerschapsverlof vangt uiterlijk aan vanaf acht weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling.
1.2. Uitbreiding bevallingsverlof bij opname kind in ziekenhuis (couveuseverlof)
Het bevallingsverlof kan sinds 1 januari 2015 worden verlengd met het aantal dagen dat het kind vanwege zijn medische toestand tijdens de periode van bevallingsverlof in het ziekenhuis heeft verbleven, de zogenaamde ‘opnamedagen’, met een maximum van tien weken. Deze verlenging wordt ook wel ‘couveuseverlof’ genoemd, hetgeen overigens niet geheel terecht is, omdat het bevallingsverlof wordt verlengd vanwege het verblijf in het ziekenhuis. De eerste zeven dagen van de ziekenhuisopname van de baby tellen niet mee voor de verlenging. Dit is om te voorkomen dat een korte opname voor een onderzoek tot een verlenging van het bevallingsverlof zou leiden. Bij gelijktijdig verblijf van meerdere kinderen (meerling) in het ziekenhuis wordt slechts de verblijfsperiode van één kind meegerekend. Indien meerdere kinderen voor een deel van deze tijd gelijktijdig in het ziekenhuis verblijven wordt deze tijd slechts voor één kind gerekend.
Als er sprake is van een verlengd bevallingsverlof omdat er minder zwangerschapsverlof is opgenomen dan de zes weken voorafgaand aan de dag na de vermoedelijke dag van de bevalling, dan wordt het aantal dagen waarmee het bevallingsverlof daarom is verlengd als ‘drempel’ aangemerkt.
Voorbeeld:
Een ambtenaar heeft recht op zes weken zwangerschapsverlof voor de uitgerekende datum. Daarvan neemt ze vier weken verlof op. Vervolgens bevalt ze twee weken voor de uitgerekende datum. De ambtenaar heeft dan voor de bevalling maar twee weken verlof gehad. Het bevallingsverlof duurt dan veertien weken in plaats van tien weken. De baby ligt binnen deze veertien weken bevallingsverlof in totaal zeven weken in het ziekenhuis.
-
- Het totaal aantal dagen dat de baby in ziekenhuis ligt is 7 weken, dus 49 dagen.
-
- De eerste 7 dagen van de opname wordt hiervan afgetrokken: 49 – 7 = 42 dagen.
-
- Van deze 42 dagen tellen alleen het aantal dagen dat binnen het bevallingsverlof ligt. Hier is dat 14 weken. De 42 dagen ziekenhuisopname liggen in dit geval binnen deze periode van 14 weken. Er wordt verder gerekend met deze 42 dagen.
-
- Het aantal dagen dat het bevallingsverlof langer duurt dan 10 weken, wordt afgetrokken van het aantal dagen bij stap 3. In dit geval duurde het bevallingsverlof 14 weken. 14 – 10 = 4 weken = 28 dagen. Het aantal dagen extra verlof is dan 42 dagen – 28 dagen = 14 dagen.
De ambtenaar of partner van de ambtenaar moet melding maken van de eerste en de laatste opnamedag van het kind. Uiterlijk op de laatste dag van de opname van het kind in het ziekenhuis overlegt de ambtenaar een schriftelijk bewijs van het ziekenhuis aan de werkgever ten behoeve van het vaststellen van de duur van het aantal opnamedagen (couveuseverlof).
Het recht op bevallingsuitkering maar ook de verlenging van de bevallingsuitkering vanwege het aantal opnamedagen (couveuseverlof) heeft de ambtenaar ook indien haar bevalling plaatsvindt binnen een periode van tien weken nadat aan haar ontslag is verleend en zij dus geen ambtenaar meer is.
De ambtenaar heeft bij de verlenging van het bevallingsverlof ook recht op een Wazo-bevallingsuitkering. Deze uitkering wordt ontvangen door de werkgever. De ambtenaar behoudt haar bezoldiging en voor zover de uitkering meer bedraagt dan de bezoldiging wordt dit meerdere uitbetaald.
Als het bevallingsverlof wordt verlengd vanwege het aantal opnamedagen (couveuseverlof) brengt de werkgever het UWV hiervan op de hoogte. De werkgever verstrekt het UWV de schriftelijke verklaring van het ziekenhuis waaruit de duur van de opname van het kind blijkt.
1.3. Flexibilisering van opname bevallingsverlof na zes weken
De mogelijkheden om het bevallingsverlof op te nemen zijn flexibeler geworden. Na 6 weken aaneengesloten bevallingsverlof kan de resterende periode (meestal 4 weken) van dat verlof binnen een tijdvak van dertig weken flexibel worden opgenomen op verzoek van de ambtenaar.
Op deze manier is de ambtenaar niet verplicht om het volledige verlof in één keer op te nemen, maar kan de ambtenaar over een langere periode bijvoorbeeld deeltijdverlof aanvragen.
De ambtenaar dient een schriftelijk verzoek hiertoe uiterlijk 3 weken nadat het bevallingsverlof is ingegaan in bij de werkgever. De werkgever stemt uiterlijk 2 weken nadat het verzoek is gedaan in met het verzoek tenzij er sprake is van zwaarwegend dienstbelang.
De flexibele inzet van het bevallingsverlof heeft geen gevolgen voor de duur en de hoogte van dit recht. De aanspraak op het resterende verlof wijzigt niet als gevolg van een eventuele aanpassing van de arbeidsduur tijdens het verlof. Een effect hiervan is dat het ouderschaps- en bevallingsverlof naast elkaar kunnen worden opgenomen.
Voorbeeld:
Als de ambtenaar tijdig heeft verzocht het bevallingsverlof na zes weken op te delen, dan mag zij binnen dertig weken na die zes weken het resterende verlof verspreid opnemen.
1.4. Overgang van bevallingsverlof naar de partner bij overlijden van de moeder
In het geval de vrouwelijke ambtenaar tijdens de bevalling of het bevallingsverlof overlijdt, heeft de partner van de overleden ambtenaar aanspraak op het resterende deel van het bevallingsverlof met behoud van loon. De partner dient daarbij werknemer of gelijkgestelde te zijn zoals bedoeld in artikel 3:6 Wazo. Hieronder vallen ook de partners die buiten Nederland werkzaam zijn maar die in Nederland wonen en waarvan de werkgever in Nederland is gevestigd. Verwezen wordt naar de doelgroepen genoemd in artikel 3:6 Wazo.
Tijdens het resterende deel van het bevallingsverlof behoudt de partner van de overleden ambtenaar zijn aanspraak op bezoldiging. De werkgever van de partner betaalt het loon door van zijn werknemer, de partner van de overledene, en kan voor deze loonkosten een declaratie indienen bij het UWV. Van belang is daarbij dat het kind levend moet zijn geboren en er ten aanzien van de partner sprake moet zijn van juridisch ouderschap. Als partner wordt aangemerkt degene die:
a. a. ten tijde van het overlijden van de moeder met haar was gehuwd of een geregistreerd partnerschap was aangegaan; of b. b. het kind heeft erkend.
In het geval het juist de partner is die werkzaam is als ambtenaar, kan deze op dezelfde wijze aanspraak maken op het resterende bevallingsverlof, of, als de overleden vrouw geen recht had op een Wazo-uitkering, tot maximaal 10 weken bevallingsverlof aanvragen bij het UWV.
In het geval de partner al een uitkering op grond van een werknemersverzekering ontvangt (verstrekt door het UWV) hangt het af van de soort uitkering die wordt ontvangen of er aanspraak bestaat op dit recht.
Partners die al een volledige uitkering ontvangen op grond van de WIA ten tijde van het overlijden krijgen over het algemeen geen bevallingsverlof overgedragen bij het overlijden van de ambtenaar. Zij houden hun bestaande recht op uitkering.
Het overlijden van de vrouwelijke ambtenaar moet door de partner uiterlijk op de tweede dag na overlijden worden gemeld bij de werkgever van de partner. De partner verstrekt aan de werkgever binnen vier weken een afschrift van de akte van geboorte van het kind en van de akte van overlijden van de moeder.
De werkgever kan loon van de partner binnen zes weken na afloop van het resterende bevallingsverlof van de overleden medewerker in rekening brengen bij het UWV. Het UWV betaalt de werkgever. Hiervoor dient de werkgever een afschrift van de akte van geboorte van het kind en van de akte van overlijden van de moeder aan het UWV te sturen.
2. Ouderschapsverlof (
2.1. De bepalingen m.b.t. de wijze van opnemen van het ouderschapsverlof zijn gewijzigd
Het aantal uren ouderschapsverlof waarop de ambtenaar recht heeft blijft gelijk.
De bepaling dat het verlof in maximaal drie periodes of (gelijkmatig) binnen een aaneengesloten periode (van maximaal twaalf maanden) genoten dient te worden is komen te vervallen.
De ambtenaar kan verzoeken om elke wijze van het opnemen van het ouderschapsverlof.
De werkgever beoordeelt het verzoek en staat het toe indien er geen zwaarwegend dienstbelang bestaat dat zich hiertegen verzet.
Overleg tussen werkgever en ambtenaar zal hier vooraf over moeten plaatsvinden.
2.2. De eis dat er bij een werkgever minimaal een jaar moet zijn gewerkt is vervallen
Het vereiste dat een ambtenaar minimaal een jaar krachtens zijn aanstelling werkzaamheden verricht voordat een verzoek om ouderschapsverlof kan worden gehonoreerd is vervallen. Daarmee kan een ambtenaar bij zijn aanstelling een verzoek om (opname van het resterende deel van het) ouderschapsverlof indienen. Omdat de Wazo alleen het recht op onbetaald ouderschapsverlof regelt is het vereiste dat de dienstbetrekking van de ambtenaar tenminste een jaar moet hebben geduurd is nog wel van belang voor de aanspraak op de gedeeltelijke doorbetaling van de bezoldiging van het ouderschapsverlof. Zie hierna onderdeel C.
2.3. Meenemen van resterende verlofuren naar een andere werkgever
Als het ouderschapsverlof nog niet (geheel) is genoten bij een overgang naar een andere werkgever, dan behoudt de ambtenaar aanspraak op de resterende uren van het ouderschapsverlof.
De werkgever dient aan de ambtenaar op zijn verzoek een verklaring (ouderschapsverlofverklaring) te verstrekken over de resterende aanspraak op het ouderschapsverlof. Deze verklaring is vormvrij.
Overgangsmaatregelen:
In de overgangsmaatregelen van artikel 6:10 Wazo is bepaald dat de ‘oude’ bepalingen, zoals deze golden op 31 december 2014, ten aanzien van ouderschapsverlof van toepassing blijven als de werkgever voor de datum van inwerkingtreding van de wetswijzigingen heeft ingestemd met de verlofaanvraag en de wijze van invulling daarvan door de ambtenaar, ook als de ingangsdatum van het aangevraagde verlof ligt na de datum van inwerkingtreding van de wetswijzigingen.
3. Adoptie- en pleegzorgverlof (
Het adoptie- of pleegzorgverlof kan op verzoek van de ambtenaar gespreid worden opgenomen in een tijdvak van zesentwintig weken (was achttien weken).
Het verlof kan worden opgenomen vanaf vier weken (was twee weken) voor de feitelijke opname van het kind in het gezin. De werkgever kan het verzoek slechts weigeren als zwaarwegend dienstbelang zich hiertegen verzetten. Adoptieverlof kan naast ouderschapsverlof worden opgenomen. Het UWV betaalt de verlofuitkering uit alsof het verlof in een aaneengesloten periode van (ten hoogte) vier weken is genoten.
4. Calamiteiten- en ander kort zorgverlof (
De wijziging van art 4:1 Wazo brengt met zich mee dat een werknemer ook in onvoorziene omstandigheden die een onmiddellijke onderbreking van het werk vragen, calamiteitenverlof kan vragen en geeft een aanvulling van de ‘bijzondere persoonlijke omstandigheden’. Deze aanspraak vereist geen aanpassing van het ARAR omdat de bepalingen van de Wazo rechtstreeks van toepassing zijn.
Dit betekent dat bijvoorbeeld bij de situatie waarin de ambtenaar wegens onvoorziene omstandigheden die een onmiddellijke onderbreking van zijn werk vragen (bijv. inbraak in huis) hij recht op loondoorbetaling heeft op grond van de Wazo.
De doelgroep van de personen voor wier verzorging vanwege calamiteiten of ziekte verlof kan worden verleend is gewijzigd. Naast de gevallen die al zijn genoemd in artikel 33fa en 33i ARAR vallen daar nu ook de geregistreerd partner of de partner met wie ongehuwd wordt samengewoond onder. Tevens vallen hieronder de kinderen van deze partners, de bloedverwanten in tweede graad, personen die deel uitmaken van de huishouding van de ambtenaar zonder dat er sprake is van een arbeidsrelatie en degene met wie de ambtenaar anderszins een sociale relatie heeft.
5. Langdurend zorgverlof (onbetaald verlof) niet in het
Een ambtenaar heeft op basis van artikel 5:9 Wazo recht op onbetaald verlof voor verzorging van een persoon bedoeld in artikel 5:1, tweede lid, Wazo die levensbedreigend ziek is of voor noodzakelijke verzorging van een persoon in de zin van artikel 5:1, tweede lid, Wazo die ziek of hulpbehoevend is. Voor langdurend onbetaald zorgverlof is een uitbreiding geïntroduceerd van de doelgroep: deze wordt gelijk gesteld met de gewijzigde doelgroep voor het calamiteitenverlof en kortdurend zorgverlof (zie paragraaf 4).
De ambtenaar heeft de mogelijkheid het verlof op elke wijze op te nemen die hij of zij wenst zolang er geen zwaarwegende dienstbelangen zijn die zich hiertegen verzetten.
Het verlof eindigt wanneer verzorging van persoon in de zin van art 5:1, tweede lid, Wazo niet meer levensbedreigend ziek is of geen noodzakelijke verzorging nodig heeft in verband met ziekte/hulpbehoevendheid.
B. Wijzigingen per 1 april 2017
1. Ouderschapsverlof (
1.1. Vervallen ouderschapsverlof
Indien het verlof op verzoek van de ambtenaar na het tijdstip van ingang niet wordt voortgezet, op grond van onvoorziene omstandigheden, vervalt de aanspraak op het overige deel van het ouderschapsverlof niet, zoals dit wel is bepaald in het huidige artikel 33g, elfde lid, ARAR. De aanspraak op het overige deel schort op en kan op een later moment worden aangewend.
1.2. Terugbetalingsverplichting
De ambtenaar kan thans verzoeken om elke wijze van opnemen van ouderschapsverlof. Hierdoor kan de lengte van de periode waarover het ouderschapsverlof wordt uitgesmeerd lopen tot het moment dat het kind de leeftijd van acht jaar heeft bereikt. De terugbetalingsverplichting wordt hierdoor gewijzigd en beperkt tot de laatste zesendertig maanden waarin, voorafgaand aan het verlaten van de sector Rijk, betaald ouderschapsverlof is genoten.
Overgangsmaatregelen:
Indien de ambtenaar vóór 1 januari 2015, het tijdstip van de inwerkingtreding van de gewijzigde Wazo (en hiermee het gewijzigde overgangsrecht van de Wazo) en de hiermee verband houdende WAA (Wet Aanpassing Arbeidsduur) en ATW (Arbeidstijdenwet), zijn voornemen tot het opnemen van het ouderschapsverlof heeft gemeld aan de werkgever en die heeft reeds hiermee ingestemd, blijven op dat ouderschapsverlof de bepalingen van de Wazo van toepassingen zoals deze golden voor de inwerkingtreding van de wijzigingen.
2. Kort zorgverlof (
De doelgroep van de personen voor wier verzorging vanwege calamiteiten of ziekte verlof kan worden verleend is gewijzigd (zie onderdeel A, paragraaf 4). Anders dan bij de Wazo is bij kort durend zorgverlof op grond van het ARAR sprake van loondoorbetaling. Zie bijlage artikel 33i ARAR.
C. Wijziging per 1 juli 2017
1. Ouderschapsverlof (
Vanaf 1 juli 2017 wordt het vereiste toegepast dat een ambtenaar minimaal een jaar krachtens aanstelling werkzaamheden verricht voordat een verzoek om ouderschapsverlof met aanspraak op de gedeeltelijke doorbetaling van de bezoldiging van het ouderschapsverlof kan worden gehonoreerd. Zoals toegelicht in paragraaf 2.2 van onderdeel A, kan een ambtenaar die nog geen jaar krachtens aanstelling werkzaamheden verricht sinds 1 januari 2015 uiteraard wel een verzoek om ouderschapsverlof indienen zonder aanspraak op gedeeltelijke doorbetaling van de bezoldiging.
. Nadere informatie
Deze circulaire gaat in op de gevolgen van de afspraken uit het Uitwerkingsakkoord en de aanpassingen van de Wazo en Wfw. Voor een totaalbeeld van de in deze circulaire beschreven onderwerpen wordt verwezen naar:
a. a. de informatie op de site van P-Direkt, toegesneden op rijksambtenaren: https://www.p-direkt.nl/informatie-rijkspersoneel/vrije-dagen/verlof b. b. De algemene informatie op de site van UWV:
1.
http://www.uwv.nl/werkgevers/werknemer-krijgt-kind/index.aspx
2.
http://www.uwv.nl/particulieren/zwanger-adoptie-pleegzorg/index.aspx
3.
http://www.uwv.nl/Particulieren/zwanger-adoptie-pleegzorg/zwanger-met-uitkering/
4.
http://www.uwv.nl/particulieren/zwanger-adoptie-pleegzorg/zwanger-met-uitkering/tijdens-zwangerschapsverlof/detail/hoelang-duurt-mijn-verlof-na-de-bevalling/verlof-als-mijn-kind-na-de-bevalling-in-het-ziekenhuis-ligt
-
-
http://www.uwv.nl/werkgevers/werknemer-krijgt-kind/index.aspx
-
-
-
http://www.uwv.nl/particulieren/zwanger-adoptie-pleegzorg/index.aspx
-
-
-
http://www.uwv.nl/Particulieren/zwanger-adoptie-pleegzorg/zwanger-met-uitkering/
-
-
-
http://www.uwv.nl/particulieren/zwanger-adoptie-pleegzorg/zwanger-met-uitkering/tijdens-zwangerschapsverlof/detail/hoelang-duurt-mijn-verlof-na-de-bevalling/verlof-als-mijn-kind-na-de-bevalling-in-het-ziekenhuis-ligt
-
Bijlage . bij circulaire 2017-0000135863
Deze bijlage is onderdeel van de circulaire 2017-0000135863. In deze bijlage wordt weergegeven hoe de onderstaande artikelen in het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) na verwerking van de afspraken uit het Uitwerkingsakkoord en de wijziging van de Wazo gelezen zouden moeten worden.
De wijzigingen zijn met onderstrepingen (= nieuwe tekst) en vet-cursief tussen haken (= te vervallen tekst) weergegeven.