rijk/kb/besluit-tot-organisatie-van-het-personeel-voor-de-dienst-van-de-justitiegebouwen/BWBR0001899
..
README.md

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit tot organisatie van het personeel voor de dienst van de justitiegebouwen BWBR0001899 KB geldend 1920-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0001899 Besluit tot organisatie van het personeel voor de dienst van de justitiegebouwen

Besluit tot organisatie van het personeel voor de dienst van de justitiegebouwen

Artikel 1

De Koninklijke besluiten van 21 Mei 1910 (Staatsblad n°. 137), van 17 Augustus 1910 (Staatsblad n°. 405) en van 10 April 1917 (Staatsblad n°. 282) zijn vervallen.

Artikel 2

Het personeel voor den dienst der Justitiegebouwen bestaat uit:

1°. een Rijksbouwmeester; 2°. twee adjunct-Rijksbouwmeesters; 3°. vijf bouwkundige hoofdambtenaren; 4°. negentien bouwkundige ambtenaren, verdeeld in:

a. bouwkundige ambtenaren 1e klasse; b. bouwkundige ambtenaren 2e klasse; c. ambtenaar voor bijzondere diensten; 5°. twee klerken.

Bij het bureau van den Rijksbouwmeester kunnen voorts worden werkzaam gesteld:

1°. een concierge-bode; 2°. een vaste-knecht.

Artikel 3

De ambtenaren, die thans werkzaam zijn met den titel van hoofdopzichter, zullen den rang innemen, genoemd in artikel 2, sub 3°., de opzichters sub 1e, 2e en 3e klasse, den rang vermeld in artikel 2, sub 4°., onderscheidenlijk a., b. en c.

Artikel 4

De ambtenaren genoemd in artikel 2, sub 1 tot en met 4, worden door Ons, de klerken, de concierge-bode en de vaste knecht door Onzen Minister van Justitie benoemd, geschorst en ontslagen.

Artikel 4a

1. Onze Minister van Justitie is gemachtigd om, waar tijdelijk personeel voor den dienst der Justitiegebouwen noodig blijkt, tot de aanstelling daarvan onder de daarvoor gewenschte benaming over te gaan.

2. Voor zoover de bezoldiging van dat personeel hooger mocht worden gesteld dan tweehonderd gulden per maand, zal eene voordracht daartoe aan Ons behooren te worden gedaan.

Artikel 4b

Ambtenaren in vasten dienst kunnen met een anderen titel dan in artikel 2 van dit besluit vermeld worden werkzaam gesteld. De rang, dien zij naar de onderscheiding in genoemd artikel zullen innemen, wordt door Ons bepaald.