40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit tot regeling van overbrenging naar Rijksarchiefbewaarplaatsen van de rechterlijke archieven van 1811 tot 1838 | BWBR0001897 | KB | geldend | 1919-10-22 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0001897 | Besluit tot regeling van overbrenging naar Rijksarchiefbewaarplaatsen van de rechterlijke archieven van 1811 tot 1838 |
Besluit tot regeling van overbrenging naar Rijksarchiefbewaarplaatsen van de rechterlijke archieven van 1811 tot 1838
Artikel 1
1. Naar de Rijksarchiefbewaarplaats in de hoofdplaats van eene provincie zullen worden overgebracht de van na de invoering der Fransche wetgeving en van vóór 1 October 1838 (voor de provincie Limburg 1 Januari 1842) dagteekenende archieven van rechterlijke colleges, alleensprekende rechters en rechterlijke ambtenaren, die binnen dien tijd hunne standplaats hebben gehad binnen de thans bestaande grenzen van die provincie.
2. Ten aanzien van de provincie Zuid-Holland geschiedt deze overbrenging naar de Algemeene Rijksarchiefbewaarplaats te 's Gravenhage.
Artikel 2
De in artikel 1 genoemde archieven worden gesteld onder den Rijksarchivaris, die belast is met het beheer van de Rijksarchiefbewaarplaats, waarheen die archieven zullen zijn overgebracht.
Artikel 3
1. De overbrenging der in artikel 1 genoemde archieven geschiedt op de wijze en op het tijdstip, tusschen den griffier bij den Hoogen Raad der Nederlanden, bij het gerechtshof, bij de arrondissements-rechtbank of bij het kantongerecht of Burgemeester en Wethouders der gemeente eener- en den Rijksarchivaris van de Rijksarchiefbewaarplaats, waarheen de archieven worden overgebracht, anderzijds, in gemeen overleg te bepalen, met dien verstande, dat de overbrenging moet plaats vinden binnen tien jaren na het in werking treden van dit besluit. Indien geen voldoende ruimte beschikbaar is, zal door de zorgen van Onzen Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen hierin zoo spoedig mogelijk worden voorzien. In dat geval is deze bevoegd, den hiervoor genoemden termijn zoodanig te verlengen, als de voorziening in het ruimtegebrek zal vereischen.
2. Indien het overleg tusschen den griffier of het gemeentebestuur en den Rijksarchivaris niet tot eenstemmigheid leidt, beslist de Algemeene Rijksarchivaris.
Artikel 4
Van de in artikel 1 genoemde archieven, die naar eene Rijksarchiefbewaarplaats worden overgebracht, wordt door den Rijksarchivaris van die bewaarplaats een inventaris in duplo opgemaakt, die van eene verklaring aangaande die overbrenging wordt voorzien. Beide exemplaren worden door den griffier of het gemeentebestuur, dat de archieven heeft afgegeven, en den Rijksarchivaris onderteekend. Een exemplaar wordt op de griffie of in het gemeentearchief, het andere in de Rijksarchiefbewaarplaats bewaard.
Artikel 5
Indien stukken, welke van vóór en na 1 October 1838 (voor de provincie Limburg 1 Januari 1842) dagteekenen, in één deel zijn ingeschreven of gebonden, worden zij niet overgebracht.
Artikel 6
De kosten van overbrenging uit de griffies en gemeentearchieven naar de Rijksarchiefbewaarplaatsen worden uit de ten behoeve van die Rijksarchiefbewaarplaatsen op de Staatsbegrooting uitgetrokken gelden geleden.
Artikel 7
Onze Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen is gemachtigd aan de Rijksarchivarissen op te dragen aan gemeenten, die een eigen archivaris en doelmatige archieflokalen hebben, van de overeenkomstig artikel 1 naar de Rijksarchiefbewaarplaatsen overgebrachte rechterlijke archieven de zoodanige, welke afkomstig zijn van rechtbanken van eersten aanleg en vredegerechten, die hunne standplaats in die gemeente hebben gehad, tot wederopzeggens in bewaring te geven, onder voorwaarde dat het betrokken gemeentebestuur zich verbinde:
a. a. de genoemde archieven zoo spoedig mogelijk, en in elk geval binnen den tijd van vijf jaren, te doen inventariseeren naar een door Onzen voornoemden Minister goed te keuren plan; b. b. in een reglement voor de gemeentelijke archiefbewaarplaats en eene instructie voor den gemeentearchivaris op die archieven toepasselijk te verklaren de voor de Rijksarchiefbewaarplaatsen geldende of nader vast te stellen bepalingen omtrent de toegankelijkheid en het gebruik van archieven; c. c. te allen tijde aan Onzen voornoemden Minister, den Algemeenen Rijksarchivaris en de Rijksarchivarissen in de provinciën desverlangd eenige stukken uit de genoemde archieven tijdelijk af te staan of kosteloos de ten behoeve van het Rijk verlangde afschriften te verstrekken; d. d. aan den Algemeenen Rijksarchivaris en aan den Rijksarchivaris in de provincie, waartoe de gemeente behoort, steeds toegang tot de bewaarplaats van die archieven te doen verleenen; e. e. terstond mededeeling te doen aan Onzen voornoemden Minister van iedere vaststelling, wijziging of intrekking van een reglement voor de gemeentelijke archiefbewaarplaats of van eene instructie voor den gemeentearchivaris en van iedere benoeming, schorsing, ontslag of overlijden van een ambtenaar, behoorende tot het personeel van de gemeentelijke archiefbewaarplaats.