40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit uitkering gemeenten Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ voor het jaar 2003 | BWBR0014471 | KB | geldend | 2003-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0014471 | Besluit uitkering gemeenten Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ voor het jaar 2003 |
Besluit uitkering gemeenten Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ voor het jaar 2003
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a. de uitkering: de uitkering, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ; b. b. gemeentelijke uitkeringslasten 2000: de volgens de jaaropgave, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder b, van de Regeling administratieve uitvoeringsvoorschriften Abw, Ioaw en Ioaz 1996, zoals deze regeling luidde voor inwerkingtreding van de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ, ten laste van een gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 3 van de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ, in het jaar 2000, verminderd met de kosten van bijstand die is verleend met toepassing van artikel 63, tweede lid, van de Algemene bijstandswet, alsmede met de verstrekte rentedragende geldleningen en de ontvangen aflossingen op rentedragende geldleningen uit hoofde van de voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal in 2000 op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen, en vervolgens vermenigvuldigd met het aantal inwoners van 20 jaar en ouder van de gemeente op 1 januari 2002 gedeeld door het aantal inwoners van 20 jaar en ouder van de gemeente op 1 januari 2000; c. c. objectief vastgestelde gemeentelijke uitkeringskosten: de objectieve gemeentelijke uitkeringskosten, bedoeld in artikel 6.
Artikel 2
1.
Het bedrag van de uitkering wordt voor het jaar 2003 verschillend berekend voor gemeenten met:
a. a. 40 000 of minder inwoners; b. b. meer dan 40 000 en minder dan 60 000 inwoners; c. c. 60 000 of meer inwoners.
2. Voor de vaststelling van het aantal inwoners, bedoeld in het eerste lid, geldt als peildatum 1 januari 2002.
3. Het aantal inwoners wordt ontleend aan de statistiek «Bevolking der gemeenten in Nederland op 1 januari» van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Artikel 3
Voor gemeenten met 40 000 of minder inwoners wordt het bedrag van de uitkering berekend aan de hand van de volgende formule:
UG = K : TK^40 000 x TB^40 000
waarbij:
a. a. UG de uitkering aan de gemeente is; b. b. K de gemeentelijke uitkeringslasten 2000 zijn; c. c. TK^40 000 het totaal is van de gemeentelijke uitkeringslasten 2000 van gemeenten met 40 000 of minder inwoners; d. d. TB^40 000 het totale bedrag is dat beschikbaar is voor de uitkeringen aan gemeenten met 40 000 inwoners of minder.
Artikel 4
Voor gemeenten met meer dan 40 000 en minder dan 60 000 inwoners wordt het bedrag van de uitkering berekend aan de hand van de volgende formule:
UG = [(1 – M) x (K : TK^40 000–60 000) + M x (O : OT^40 000–60 000)] x
TB^40 000–60 000 x C
waarbij:
a. a. UG de uitkering aan de gemeente is; b. b. K de gemeentelijke uitkeringslasten 2000 zijn; c. c. TK^40 000–60 000 het totaal is van de gemeentelijke uitkeringslasten 2000 van gemeenten met meer dan 40 000 en minder dan 60 000 inwoners; d. d. TB^40 000–60 000 het totale bedrag is dat beschikbaar is voor de uitkeringen aan gemeenten met meer dan 40 000 en minder dan 60 000 inwoners; e. e. M het aantal inwoners van de gemeente per 1 januari 2002 is, verminderd met 40 000 en vervolgens gedeeld door 20 000; f. f. O de objectief vastgestelde gemeentelijke uitkeringskosten zijn; g. g. OT^40 000–60 000 het totaal is van de objectief vastgestelde gemeentelijke uitkeringskosten van gemeenten met meer dan 40 000 en minder dan 60 000 inwoners; h. h. C de correctiefactor is die wordt berekend aan de hand van de formule die is opgenomen in de bijlage, welke onderdeel uitmaakt van dit besluit.
Artikel 5
Voor gemeenten met 60 000 of meer inwoners wordt het bedrag van de uitkering berekend aan de hand van de volgende formule:
UG = (O : OT^60 000) x TB^60 000
waarbij:
a. a. UG de uitkering aan de gemeente is; b. b. O de objectief vastgestelde gemeentelijke uitkeringskosten zijn; c. c. OT^60 000 het totaal is van de objectief vastgestelde gemeentelijke uitkeringskosten van gemeenten met 60 000 of meer inwoners. d. d. TB^60 000 het totale bedrag is dat beschikbaar is voor de uitkeringen aan gemeenten met 60 000 of meer inwoners.
Artikel 6
De objectief vastgestelde gemeentelijke uitkeringskosten worden vastgesteld aan de hand van het verdeelmodel dat is opgenomen in de bijlage, welke onderdeel uitmaakt van dit besluit.
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2003 en vervalt met ingang van 1 januari 2004.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitkering gemeenten Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ voor het jaar 2003.