40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanwijzing macrobeheersinstrument voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg | BWBR0034296 | ministeriele-regeling | geldend | 2014-02-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0034296 | Aanwijzing macrobeheersinstrument voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg |
Aanwijzing macrobeheersinstrument voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg
Artikel 1
In deze aanwijzing wordt verstaan onder:
a. a.
*minister:* Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. b.
*wet:*
Wet marktordening gezondheidszorg;
c. c.
*zorgautoriteit:* Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3 van de wet;
d. d.
*geneeskundige geestelijke gezondheidszorg:* zorg als bedoeld in de wet van 2 november 2006 tot wijziging van het tijdstip waarop die zorg deel uitmaakt van de aanspraken ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet (Stb. 2006, 630, artikel III);
e. e.
*dyslexiezorg:* zorg zoals zoals omschreven in artikel 2.5a van het besluit Zorgverzekering (Stb. 2012, 512).
Artikel 2
Deze aanwijzing is van toepassing op de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg en de dyslexiezorg.
Artikel 3
De zorgautoriteit stelt voor zorg als bedoeld in artikel 2 voor alle zorgaanbieders gezamenlijk jaarlijks, op basis van een door de minister bij brief te verstrekken bedrag, ambtshalve een macrogrens vast, zijnde een bovengrens als bedoeld in artikel 50, tweede lid, aanhef en onder c, van de wet.
Artikel 4
1. De zorgautoriteit stelt ambtshalve per individuele zorgaanbieder van zorg als bedoeld in artikel 2 jaarlijks een individuele bovengrens als bedoeld in artikel 50, tweede lid, aanhef en onder c, van de wet vast.
2. De individuele grens is, indien de macrogrens niet is overschreden, gelijk aan de door die zorgaanbieder in het betreffende jaar gerealiseerde omzet.
3. De individuele grens is, indien de macrogrens is overschreden, gelijk aan het procentuele aandeel van de gerealiseerde omzet van die zorgaanbieder in de totale omzet van dat jaar van alle zorgaanbieders gezamenlijk, vermenigvuldigd met de macrogrens.
4. Tot de in 2014 gerealiseerde omzet van een zorgaanbieder behoort mede het door de zorgautoriteit voor die zorgaanbieder vastgestelde verrekenbedrag op basis van de aanwijzing verlenging beschikbaarheidbijdrage en bijzonder transitiemodel GGZ.
5. Tot de gerealiseerde omzet van een zorgaanbieder wordt niet gerekend het verrekenbedrag dat voortvloeit uit de toepassing van de beleidsregels van de zorgautoriteit ter uitwerking van het bepaalde in artikel 7 van de Aanwijzing nhc’s.
Artikel 5
1. In geval van overschrijding van de individuele grens, bedoeld in artikel 4, eerste lid, geeft de zorgautoriteit individuele zorgaanbieders een aanwijzing in de zin van artikel 76, tweede lid, van de wet, tot de afdracht aan het Zorgverzekeringsfonds.
2. De zorgautoriteit stelt de afdracht bedoeld in het eerste lid, vast op basis van het door de minister te verstrekken bedrag dat de zorgautoriteit als basis dient te nemen voor handhaving van de macrogrens.
3. Indien de kosten van de afdracht en inning van dit bedrag niet in verhouding staan met baten, kan de zorgautoriteit inning achterwege laten.
Artikel 6
Ter vaststelling van de individuele grenzen, bedoeld in artikel 4 verstrekken zorgverzekeraars de zorgautoriteit een opgave op basis waarvan de zorgautoriteit de procentuele aandelen van de omzet van die zorgaanbieder in de totale omzet kan vaststellen. De zorgautoriteit legt die verplichting in een regel vast.