rijk/ministeriele-regeling/aanwijzingsregeling-milieu-investeringsaftrek-2004/BWBR0016054
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Aanwijzingsregeling milieu-investeringsaftrek 2004 BWBR0016054 ministeriele-regeling geldend 2004-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016054 Aanwijzingsregeling milieu-investeringsaftrek 2004

Aanwijzingsregeling milieu-investeringsaftrek 2004

Artikel 1

Als investeringen, behorend tot categorie I, categorie II onderscheidenlijk categorie III, in het belang van de bescherming van het Nederlandse milieu (milieu-investeringen), als bedoeld in artikel 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden aangewezen de investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, welke bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan als zodanig zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling en:

a. a. in overeenstemming zijn met de bestemming die voor die bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan is aangegeven in de bijlagen bij deze regeling; b. b. niet eerder zijn gebruikt; c. c. bestaan uit de in de bijlagen bij deze regeling met betrekking tot die bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan genoemde bestanddelen; d. d. gericht zijn op de verbetering van het natuurlijke milieu of het dierwelzijn; e. e. indien het investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan in landbouwbedrijven betreft, niet gericht zijn op een productieverhoging waarvoor op de markt geen normale afzetmogelijkheden kunnen worden gevonden; f. f. waarvoor niet uit anderen hoofde vanwege de overheid of de Commissie van de Europese Gemeenschappen een zodanig bedrag aan geldelijke steun is of zal worden verstrekt, dat door toekenning van de milieu-investeringsaftrek het totale bedrag aan geldelijke steun dat ingevolge communautaire regelgeving mag worden verstrekt, zou worden overschreden.

Artikel 2

Artikel 1 is niet van toepassing op investeringen waarvan de kosten meer dan € 25 miljoen bedragen, tenzij hiervoor goedkeuring is verleend door de Commissie van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 3

De Aanwijzingsregeling milieu-investeringsaftrek 2003 wordt ingetrokken.

Artikel 4

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Artikel 5

Deze regeling wordt aangehaald als: Aanwijzingsregeling milieu-investeringsaftrek 2004.

Bijlage . , behorend bij

  1. Deze bijlage wordt aangehaald als:Milieulijst milieu-investeringsaftrek 2004.

  2. Tot de in deze bijlage genoemde bestanddelen kunnen tevens worden gerekend voorzieningen (zoals leidingen, appendages en meet- en regelapparatuur) die technisch noodzakelijk zijn voor en uitsluitend dienstbaar zijn aan deze bedrijfsmiddelen en derhalve geen zelfstandige betekenis hebben.

  3. De bedrijfsmiddelen, genoemd onder de nummers B 5110, B 5111, B 5141, B 5142, B 5150, B 5151, B 5160, B 5170, B 5180, B 5181, B 5190, B 5200 en B 5201 gaan vergezeld van een EG-verklaring van overeenstemming waarop het gewaarborgd geluidsvermogensniveau is aangegeven, zoals bedoeld in artikel 8 van richtlijn nr. 2000/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 8 mei 2000 inzake de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis (PbEG L 162).

  4. De bedrijfsmiddelen, genoemd onder nummers B 5101, B 5130, B 5140 en B 5191, gaan vergezeld van een verklaring van gelijkvormigheid, af te geven door de leverancier overeenkomstig een door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer vast te stellen model. De meting geschiedt door een instantie die is aangewezen op grond van artikel 5 van de Regeling geluidemissie buitenmaterieel, volgens de meetmethoden die zijn opgenomen in de door het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer uitgegeven VAMIL-publicatiereeks 7, 11 en 13.

  5. Bedrijfsmiddel B 5130 valt onder richtlijn nr. 2000/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie Unie van 22 mei 2000 inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door motoren bestemd voor het aandrijven van landbouw- of bosbouwtrekkers en houdende wijziging (PbEG L 173).

De bedrijfsmiddelen, genoemd onder de nummers B 1130, B 5122, B 5160, B 5180, B 5181, B 5190, B 5200 en B 5201 overschrijden wat betreft hun emissie van koolmonoxide (CO), koolwaterstoffen (CH), stikstofoxiden (NO_x) en deeltjes (PM), gemeten volgens richtlijn nr. 97/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 1997 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines (PbEG L 59) de in de tabel vermelde grenswaarden niet, waarbij P het vermogen in kW is, bepaald volgens richtlijn nr. 80/1269/EEG van de Raad van de Europese Economische Gemeenschap van 16 december 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het motorvermogen van motorvoertuigen (PbEG L 375).

  1. De bedrijfsmiddelen, genoemd onder de nummers B 1130, B 5090, B 5101, B 5111, B 5122, B 5130, B 5140, B 5141, B 5142, B 5150, B 5180, B 5181, B 5190, B 5191, B 5200 en B 5201 alsmede die, waarvan het hydraulische systeem meer dan 6 liter vloeistof bevat, zijn voorzien van een verklaring van de producent of leverancier waaruit blijkt dat het hydraulische systeem van het desbetreffende bedrijfsmiddel is voorzien van een eenvoudig biologisch afbreekbare niet toxische olie of water en waaruit blijkt dat bij gebruik van een dergelijke olie of water de garantiebepalingen onverkort van toepassing zijn. Olie en vet zijn eenvoudig biologisch afbreekbaar indien de ultimate afbreekbaarheid binnen 28 dagen meer dan 60% en de primaire afbreekbaarheid binnen 28 dagen ten minste 90% is.

De ultimate afbreekbaarheid wordt bepaald conform de OECD-testmethode 301D (zuurstofverbruik) of 301B (CO_2), dan wel met behulp van een naar het oordeel van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aantoonbaar gelijkwaardige methode. Voor de bepaling van de primaire afbreekbaarheid is geen methode dwingend voorgeschreven.

De toxiciteit wordt bepaald door middel van twee onderzoeksmethoden. De toxiciteit ten opzichte van planten wordt bepaald door middel van een groeitoets op algen volgens OECD-testmethode 201. De acute toxiciteit wordt bepaald via een test op Daphnia magna (watervlo) volgens OECD-testmethode 202. Beide tests worden uitgevoerd op de hydraulische olie zoals deze volgens het specificatieblad in de handel is. De toxiciteit uitgedrukt in EC50/LC50-waarde mag niet lager zijn dan 1 mg/l.

Indien het hydraulische systeem gevuld is met water en er kans op bevriezing bestaat, worden aan het systeem slechts stoffen toegevoegd die nodig zijn om het vriespunt te verlagen.

  1. Indien in deze bijlage sprake is van bepaalde meetvoorschriften of tests, of van bepaalde verklaringen of certificaten, worden bedrijfsmiddelen die getoetst zijn met gelijkwaardige meetvoorschriften of tests, onderscheidenlijk voorzien zijn van gelijkwaardige verklaringen of certificaten, met de desbetreffende meetvoorschriften, tests, verklaringen of certificaten gelijkgesteld.

  2. Een wijziging van een richtlijn, genoemd in deze bijlage, gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.

  3. Voor de bedrijfsmiddelen A 1091, E 1092 en E 1093 is de willekeurig afschrijving beperkt tot een maximumbedrag van € 100, per m^2. Bedrijfsmiddelen B 5080 en B 5081 zijn willekeurig afschrijfbaar tot maximaal € 45.000.