|
…
|
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanwijzingsregeling verenigingen (representativiteitseisen Pensioen- en spaarfondsenwet) | BWBR0016274 | ministeriele-regeling | geldend | 2004-02-08 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0016274 | Aanwijzingsregeling verenigingen (representativiteitseisen Pensioen- en spaarfondsenwet) |
Aanwijzingsregeling verenigingen (representativiteitseisen Pensioen- en spaarfondsenwet)
Artikel 1
Als verenigingen op wie artikel 6a, eerste lid, vierde volzin, en vierde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet niet van toepassing zijn zijn aangewezen:
a. de Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen (ANBO); b. de Nederlandse Bond voor Oudere Migranten (NISBO); c. de Nederlandse Vereniging van Organisaties van Gepensioneerden (NVOG); d. de Protestants Christelijke Ouderen Bond (PCOB); en e. de Unie van Katholieke Bonden van Ouderen (Unie KBO).
Artikel 2
Deze aanwijzing geldt gedurende de looptijd van het op 28 februari 2003 gesloten Vernieuwd Convenant tussen de Stichting van de Arbeid en het Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties (CSO) tot op uiterlijk 1 juli 2007.
Artikel 3
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 28 februari 2003.