rijk/ministeriele-regeling/besluit-aanwijzing-toezichthouders-naleving-wet-experiment-gesloten-coffeeshopke/BWBR0043743
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit aanwijzing toezichthouders naleving Wet experiment gesloten coffeeshopketen en verlenen mandaat en machtiging voor uitvoering en handhaving van die wet BWBR0043743 ministeriele-regeling geldend 2020-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0043743 Besluit aanwijzing toezichthouders naleving Wet experiment gesloten coffeeshopketen en verlenen mandaat en machtiging voor uitvoering en handhaving van die wet

Besluit aanwijzing toezichthouders naleving Wet experiment gesloten coffeeshopketen en verlenen mandaat en machtiging voor uitvoering en handhaving van die wet

Hoofdstuk . Definitiebepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *aanwijzing als teler:* aanwijzing als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet;

b. b.

    *Besluit:*
    Besluit experiment gesloten coffeeshopketen;

c. c.

    *coffeeshop:* coffeeshop als bedoeld in artikel 6a van de Wet;

d. d.

    *coffeeshophouder:* coffeeshophouder als bedoeld in artikel 1 van het Besluit;

e. e.

    *experiment:* experiment als bedoeld in artikel 2 van de Wet;

f. f.

    *gemeente:* krachtens artikel 6, eerste lid, van de Wet aangewezen gemeente;

g. g.

    *Ministers:* Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Minister van Justitie en Veiligheid;

h. h.

    *Wet:*
    Wet experiment gesloten coffeeshopketen.

Hoofdstuk . Aanwijzing toezichthouders

Artikel 2

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 6, eerste en tweede lid, 7, eerste lid, onder a, onderdeel 1°, onder c, en tweede lid, van de Wet alsmede van de aan een aanwijzing verbonden voorschriften, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Wet, zijn belast de ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit met een toezichthoudende taak en de ambtenaren van de Inspectie Justitie en Veiligheid met een toezichthoudende taak, ieder ten aanzien van het in het kader van het experiment overeengekomen werkterrein van de betreffende dienst.

Artikel 3

Met het toezicht op de naleving door coffeeshophouders van het bepaalde bij of krachtens artikel 6, tweede en derde lid, 7, eerste lid, onder a, onderdeel 2°, onder c, en tweede lid, van de Wet zijn belast de door de burgemeester van de gemeente waar de coffeeshop is toegestaan, aangewezen toezichthouders.

Hoofdstuk . Mandaat en machtiging aanwijzing als teler

Artikel 4

Aan de directeur van de directie Voeding, Gezondheidsbescherming en Preventie van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wordt mandaat en machtiging verleend om namens de Ministers:

a. a. een besluit te nemen op een aanvraag om aanwijzing als teler of op een aanvraag om wijziging van een verleende aanwijzing als teler; b. b. een aanwijzing als teler in te trekken; c. c. aan een aanwijzing een voorschrift te verbinden of een aan een aanwijzing verbonden voorschrift te wijzigen of in te trekken; d. d. handelingen te verrichten betreffende de voorbereiding van een besluit als bedoeld in onderdelen a, b of c.

Artikel 5

1.

Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wordt mandaat en machtiging verleend om namens de Ministers:

a. a. een besluit te nemen op een bezwaarschrift gericht tegen een besluit als bedoeld in artikel 4 of op een bezwaarschrift gericht tegen een besluit als bedoeld in artikel 4 van de Wet; b. b. verweer te voeren ingeval beroep of hoger beroep is ingesteld ter zake van een besluit op bezwaar als bedoeld in onderdeel a; c. c. verweer te voeren ingeval een voorlopige voorziening is ingesteld in het kader van een bezwaar, beroep of hoger beroep ter zake van een besluit als bedoeld in artikel 4 of een besluit als bedoeld in artikel 4 van de Wet.

2. De directeur is bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan onder hem ressorterende functionarissen.

Hoofdstuk . Mandaat en machtiging handhaving

Artikel 6

1.

Aan de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Justitie en Veiligheid wordt ten aanzien van het in het kader van het experiment overeengekomen werkterrein van deze dienst mandaat verleend om namens de Ministers:

a. a. een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 9 van de Wet op te leggen; b. b. een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 9a van de Wet op te leggen; c. c. beleidsregels vast te stellen.

2. Onverminderd het bepaalde in artikel 10:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is de Inspecteur-Generaal bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan onder hem ressorterende functionarissen, behoudens voor wat betreft het vaststellen van beleidsregels als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.

Artikel 7

1.

Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid wordt mandaat en machtiging verleend om namens de Ministers:

a. a. een besluit te nemen op een bezwaarschrift gericht tegen een besluit als bedoeld in artikel 6, eerste lid; b. b. verweer te voeren ingeval beroep of hoger beroep is ingesteld ter zake van een besluit op bezwaar als bedoeld in onderdeel a; c. c. verweer te voeren ingeval een voorlopige voorziening is ingesteld in het kader van een bezwaar, beroep of hoger beroep ter zake van een besluit als bedoeld in artikel 6, eerste lid.

2. De directeur is bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 8

1.

Aan de Inspecteur-Generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt ten aanzien van het in het kader van het experiment overeengekomen werkterrein van deze dienst mandaat en machtiging verleend om namens de Ministers:

a. a. een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 9 van de Wet op te leggen; b. b. een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 9a van de Wet op te leggen; c. c. een besluit te nemen op een bezwaarschrift gericht tegen een besluit als bedoeld in onderdelen a of b; d. d. verweer te voeren ingeval beroep of hoger beroep is ingesteld ter zake van een besluit op bezwaar als bedoeld in onderdeel c; e. e. verweer te voeren ingeval een voorlopige voorziening is ingesteld in het kader van een bezwaar, beroep of hoger beroep ter zake van een besluit als bedoeld in onderdeel a of b; f. f. beleidsregels vast te stellen.

2. Onverminderd het bepaalde in artikel 10:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is de Inspecteur-Generaal bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan onder hem ressorterende functionarissen, behoudens voor wat betreft het vaststellen van beleidsregels als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f.

Artikel 9

De Inspecteur-Generaal van de Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspecteur-Generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit informeren de Ministers periodiek over de genomen handhavingsbesluiten, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 8, eerste lid, onderdeel a of b.

Hoofdstuk . Slotbepaling

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet experiment gesloten coffeeshopketen in werking treedt.