40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit BOA Dienst Water en Milieu van de provincie Utrecht 2000 | BWBR0011747 | ministeriele-regeling | geldend | 2000-11-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0011747 | Besluit BOA Dienst Water en Milieu van de provincie Utrecht 2000 |
Besluit BOA Dienst Water en Milieu van de provincie Utrecht 2000
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
De personen in dienst van/werkzaam bij de Dienst Water en Milieu van de provincie Utrecht, die de functie vervullen van - zo middels dit besluit genoemd - milieuinspecteur, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 3
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
a) a) de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet inzake de luchtverontreiniging, de Grondwaterwet, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Wet bodembescherming, de Natuurbeschermingswet/Natuurschoonwet 1928 (Flora en Faunawet), de Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden, de Ontgrondingenwet, de Wet milieugevaarlijke Stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke Stoffen, de Wet goederenvervoer over de weg; b) b) de Wegenverkeerswet 1994, voor zover het daarin strafbaar gestelde feiten/overtredingen betreft die in relatie staan tot de opsporingsbevoegde taak van de buitengewoon opsporingsambtenaar; c) c) de Provinciale milieuverordening Utrecht, de Verordening bescherming natuur en landschap provincie Utrecht en andere provinciale verordeningen, voor zover betrokkene voor voornoemde verordeningen door het bevoegd bestuursorgaan daartoe is aangewezen; d) d) de artikelen/bepalingen gericht op de bescherming van het milieu en de natuur uit de Algemene Plaatselijke Verordening en/of andere verordeningen van de desbetreffende gemeenten gelegen binnen de provincie Utrecht en voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegd bestuursorgaan is aangewezen; e) e) de artikelen 173, 173a, 173b, 174, 175, 179, 180, 181, 182, 184, 185, 198, 199, 200, 225, 285, 435, onder ten vierde, 443, 447 en 461 van het Wetboek van Strafrecht; f) f) andere strafbare feiten, indien en voor zover de buitengewoon opsporingsambtenaar daarmee door een officier van justitie in een concreet opsporingsonderzoek is belast, voor de duur van dat onderzoek; g) g) de Wet op de economische delicten, voor zover het economische delicten betreft waarvoor in dit besluit en binnen de op grond van dit besluit uit te vaardigen 'akten' opsporingsbevoegdheid is verleend.
2.a. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de provincie Utrecht;
2.b. De buitengewoon opsporingsambtenaar is tevens bevoegd tot opsporingsbevoegd optreden buiten het onder 2a beschreven opsporingsgebied, voor zover een concreet opsporingsonderzoek dit noodzakelijk maakt en hij/zij daarmee door een officier van justitie is belast, voor de duur van dat onderzoek.
Artikel 4
1. De direct toezichthouder als bedoeld in artikel 5 lid 2 van deze beschikking is namens mij bevoegd tot beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar.
2. Op grond van dit besluit kunnen maximaal 15 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar beëdigd worden.
Artikel 5
1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket te Utrecht.
2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van de politieregio Utrecht.
Artikel 6
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid genoemde strafbare feiten, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 7
1.
Het hoofd van het bureau handhaving van de Dienst Water en Milieu van de provincie Utrecht brengt jaarlijks, voor 1 april, met betrekking tot de onder diens verantwoordelijkheid werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren verslag uit over:
a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren binnen voornoemd bedrijf; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in dat jaar voor die Cito-toets zijn geslaagd.
2. Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 5 van dit besluit, alsmede aan het Minister van Justitie, directie Bestuurszaken, afd. IBB, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Artikel 8
Het Besluit BOA, Dienst Water en Milieu en Dienst Waterkwaliteitsbeheer van de provincie Utrecht, Nr. 95/6025-7884/ASD, d.d. 4 december 1995, wordt ingetrokken. De akten en legitimatiebewijzen die op basis van dat besluit zijn afgegeven, worden geacht op het onderhavig besluit te berusten met inachtneming van het bepaalde in artikel 22 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking met ingang van 22 november 2000 en vervalt op 22 november 2005.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit BOA Dienst Water en Milieu van de provincie Utrecht 2000.