rijk/ministeriele-regeling/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-agentschap-telecom/BWBR0014027
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar agentschap Telecom BWBR0014027 ministeriele-regeling geldend 2002-09-25 https://wetten.overheid.nl/BWBR0014027 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar agentschap Telecom

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar agentschap Telecom

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

Maximaal 35 personen werkzaam bij het agentschap Telecom en belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3

1.

De opsporingsbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar strekt zich uit tot:

a. a. de economische delicten, genoemd in artikel 1, onderdelen 1^o, 2^o en 4^o, van de Wet op de economische delicten, voor zover deze de overtreding van voorschriften gesteld bij of krachtens de Telecommunicatiewet betreffen; b. b. de strafbare feiten genoemd bij of krachtens de Telecommunicatiewet, de Postwet en het Wetboek van Strafrecht; c. c. andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek.

2. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het gehele land.

Artikel 4

1. Als toezichthouder voor de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie te Groningen.

2. Als direct toezichthouder is aangewezen de korpschef van de politieregio Groningen.

Artikel 5

1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.

2.

De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak uitgerust zijn met:

a. a. handboeien van een door de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Justitie goedgekeurd merk en type; b. b. een korte wapenstok van een door de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Justitie goedgekeurd merk en type; c. c. een semi-automatisch pistool van het merk Walther, type P5, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter.

Artikel 6

De directeur-hoofdinspecteur van het agentschap Telecom brengt jaarlijks aan de Minister van Justitie verslag uit over:

a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren binnen het agentschap Telecom; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten en het aantal gevallen waarin daarbij gebruik is gemaakt van de bevoegdheden en geweldsmiddelen, bedoeld in artikel 5; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

Artikel 7

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar divisie Telecom van de Inspectie Verkeer en Waterstaat wordt ingetrokken.

Artikel 8

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 7 genoemde besluit, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht akten en legitimatiebewijzen of overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit te zijn.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het is geplaatst, werkt terug tot en met 22 juli 2002 en vervalt met ingang van 22 juli 2007.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar agentschap Telecom.