rijk/ministeriele-regeling/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-belastingdienst-2005/BWBR0018962
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst 2005 BWBR0018962 ministeriele-regeling geldend 2005-11-06 https://wetten.overheid.nl/BWBR0018962 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst 2005

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst 2005

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. Belastingdienst: de belastingkantoren, genoemd in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, de Belastingdienst/Centrale Administratie en de Belastingdienst/Toeslagen. b. b. buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

De personen werkzaam bij de Belastingdienst in de functie van verbalisant of fraudecoördinator zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3

Maximaal 500 personen zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 4

1. De in artikel 2 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein V Werk, Inkomen en Zorg, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.

2. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.

3. De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld.

Artikel 5

1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie te s-Gravenhage.

2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen het bestuur van s Rijks belastingen.

Artikel 6

1. Aan de buitengewoon opsporingsambtenaar die slechts belast is met het opmaken van processen-verbaal, waarbij hij geen verklaringen van verdachten of getuigen behoeft op te nemen, wordt ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.

2. Aan de overige buitengewoon opsporingsambtenaren wordt ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de voorwaarden gesteld in het onderdeel semi-permanente ontheffing van bijlage B-IV van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 7

De Directeur-Generaal Belastingdienst brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:

a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de Belastingdienst; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding en bijscholing, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd; d. d. het aantal klachten dat jegens buitengewoon opsporingsambtenaren is ingediend.

Artikel 8

De buitengewoon opsporingsambtenaar bij de Belastingdienst draagt bij de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar bij zich het legitimatiebewijs zoals vastgesteld in de Kaderregeling legitimatiebewijs Belastingdienst.

Artikel 9

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 31 oktober 2005, nr. 5383533/505/CBK, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit.

Artikel 10

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst 1995 wordt ingetrokken.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van 6 november 2005 en vervalt met ingang van 6 november 2010.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst 2005.