40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Rotterdam 2002 | BWBR0013826 | ministeriele-regeling | geldend | 2002-07-10 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0013826 | Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Rotterdam 2002 |
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Rotterdam 2002
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
Artikel 2
De personen, werkzaam bij de Dienst SZW, aangesteld in de functie van sociaal rechercheurs zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 3
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
a. a. de Wet werk en bijstand; b. b. de artikelen 177, 177a, 179, 180, 181, 182, 184, 185, 189, 225, 226, 227, 227a, 227b, 230, 231, 266, 321, 326, 350a, 350b, 362, 363, 416, 417 bis, 435, onder ten vierde, 447b, 447c en 447d van het Wetboek van Strafrecht.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland.
Artikel 4
1. Het College van procureurs-generaal is bevoegd tot de beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar.
2. Op grond van dit besluit kunnen maximaal 70 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
Artikel 5
1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Hoofdofficier van Justitie bij het arrondissementsparket te Rotterdam.
2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond.
Artikel 6
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 7
1.
De directeur van de Dienst SZW brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
2. Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 5 van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, directie Bestuurszaken, afd. IBB/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Artikel 8
Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid 1997 van 11 juli 1997 wordt ingetrokken.
Artikel 9
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 8 van dit besluit omschreven besluit, worden geacht te zijn afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit en zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van 10 juli 2002 en vervalt op 10 juli 2007.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Rotterdam 2002.